De 20e eeuw (van de christelijke jaartelling) is de 20e periode van 100 jaar, dus bestaande uit de jaren 1901 tot en met 2000. De 20e eeuw behoort tot het 2e millennium.
Langjarige gebeurtenissen en ontwikkelingen Wereldoorlogen De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) De Armeense genocide (1915-1923) De ramp van HMHS Britannic (1916) De Weimarrepubliek, mislukt door de gigantische herstelbetalingen, de economische wereldcrisis en de opkomst van het nationaalsocialisme De Spaanse Burgeroorlog (1936-1939), die door de Asmogendheden wordt aangegrepen om hun luchtmachten te testen De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) De Holocaust (1938-1945) De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en vervolgens de nucleaire wedloop De Koude Oorlog (1945-1989) In de decennia na de Tweede Wereldoorlog wordt bijna elk Duits ontwerp van de wonderwapens verder doorontwikkeld tot verfijnd wapentuig door de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en andere geallieerde machten. Zo ontstaat de wapenwedloop die de Koude Oorlog kenmerkt. Het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur worden de symbolen van een gedeeld Europa. De grootmachten vermijden een rechtstreekse confrontatie en vechten hun conflicten uit in proxy-oorlogen, zoals de Koreaanse Oorlog, de Vietnamoorlog, de Angolese en de Congolese burgeroorlog.
Internationale organen De Volkenbond wordt opgericht na de Eerste Wereldoorlog en moet een permanente ontmoetingsplaats worden waar de internationale conflicten vreedzaam worden opgelost. Maar in de jaren dertig wordt het orgaan vleugellam door de oorlogszuchtige stemming in de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog komen de Verenigde Naties ervoor in de plaats, met meer gezag en meer leden. Na het Permanent Hof van Arbitrage wordt ook het Permanent Hof van Internationale Justitie opgericht en gevestigd in het Vredespaleis te Den Haag.
Amerika De Verenigde Staten nemen de plaats over van het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht. In beide wereldoorlogen geeft hun intrede de doorslag bij de eindoverwinning. Na de Eerste Wereldoorlog trekken ze zich nog terug van het wereldpodium, maar na de Tweede Wereldoorlog worden ze leidend in de Verenigde Naties en de NAVO. Na de Tweede Wereldoorlog komt de Verenigde Staten met het Marshallplan, dat voor de wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa moet zorgen. Door arbeidsschaarste in het noorden komt vanaf 1916 in de VS de Great Migration op gang. Afro-Amerikanen trekken van het platteland in het zuiden naar industriesteden als Chicago, Detroit, New York, Washington en Cleveland (Ohio). Ze zoeken niet alleen meer welvaart, maar ook bevrijding van de segregatie en rassendiscriminatie in het zuiden. Er komen nieuwe groepen immigranten naar Latijns-Amerika: Aziaten vestigen zich in de landen aan de Pacifische kust, Italianen migreren naar Zuidelijk Zuid-Amerika, personen uit het Midden-Oosten verspreiden zich over het hele continent en Duitsers trekken naar de binnenlanden.
Europa Omdat de Balkanoorlogen hebben geleid tot de Eerste Wereldoorlog, wordt in 1919 het Koninkrijk Joegoslavië gesticht. Hierbinnen is Servië de dominante deelstaat. Na de Tweede Wereldoorlog onderdrukt de communistische president Tito elke nationalistische uiting, maar tien jaar na zijn dood leiden de tegenstellingen tot het uiteenvallen van Joegoslavië (1992-1995) De Russische Revolutie (1917) Voornamelijk in de eerste helft van de 20e eeuw worden miljoenen burgers van de Sovjet-Unie tot dwangarbeid gedwongen. Hele volken worden gedeporteerd en ingezet bij grote projecten als het Witte Zeekanaal. Grote werkkampen (Goelags) zijn er bij Magnitogorsk, Vorkoeta en in de beruchte regio Kolyma. Velen (miljoenen) komen hierbij om het leven; bij de aanleg van het Witte Zeekanaal alleen al ongeveer 100.000 mensen. De Europese integratie begint met de Benelux, al snel groeiend naar de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en culminerend in de oprichting van de Europese Unie. Ierland wordt enkele jaren na de Paasopstand een Vrijstaat en later een katholieke republiek. De zes noordelijke graafschappen blijven Brits, en krijgen als Ulster beperkt zelfbestuur. De katholieken zijn er tweederangsburgers; ze komen in 1969 in opstand. Als Britse troepen ingrijpen, komt het slapende Ierse Republikeinse Leger weer tot leven. De gebeurtenissen van volgende decennia worden The troubles genoemd. Het Goede Vrijdag-akkoord van 1998 sluit de burgeroorlog af met een gedeeld zelfbestuur.
Derde wereld Italië probeert zich alsnog te scharen onder de koloniale mogendheden. Na de Turks-Italiaanse oorlog van 1911-1912 sticht het een kolonie in de Osmaanse provincies Cyrenaika en Tripolitanië. In 1936 valt het Abessinië binnen, waar het gifgas nodig heeft om de krijgers van Haile Selassie de baas te worden. De Duitse koloniën worden na de Eerste Wereldoorlog door de Volkenbond uitgegeven als mandaatgebied. Het dekolonisatieproces. Vanaf het begin van de eeuw ontstaan bewegingen in Azië gericht op zelfbeschikking. In het Atlantisch Handvest beloven de geallieerde leiders Franklin D. Roosevelt en Winston Churchill zelfbeschikking na de oorlog aan alle volken. België bezet in 1916 een stuk van Duits-Oost-Afrika dat aan Congo grenst. Dit gebied wordt vanaf 1924 officieel als het mandaatgebied Ruanda-Urundi beheerd, met later de opdracht van de Verenigde Naties om het voor te bereiden op onafhankelijkheid. De Belgen krijgen door de dynamiek van het proces de tijd niet om dit goed voor te bereiden, en de onafhankelijkheid van 1962 is het startpunt van terugkerende onlusten tussen Tutsi's en Hutu's. Zuid-Afrika wordt na de Tweede Boerenoorlog een federale staat. Als in 1948 de Boeren aan de macht komen, wordt de apartheid ingevoerd. De "politiek van gescheiden ontwikkeling" leidt in de praktijk tot ontwikkeling van de blanken en onderontwikkeling van de zwarten. Het Bloedbad van Sharpeville leidt tot uitstoting van het land uit het Britse Gemenebest. Het Afrikaans Nationaal Congres wordt buiten de wet gesteld, en haar leiders worden geïnterneerd op Robbeneiland. Een internationale boycot dwingt de Boeren na 1990 tot een vreedzame overdracht van de macht aan de zwarte meerderheid.
Verre Oosten De Xinhai-revolutie, begin van de Republiek China (1911-1912) De Chinese revolutie (1949) De Koreaanse Oorlog (1950-1953) De Vietnamoorlog (1955-1975)
Midden-Oosten Tijdens de Eerste Wereldoorlog vechten de Arabische landen zich vrij van het Osmaanse Rijk. Ze zijn daartoe aangezet door Groot-Brittannië, dat echter in een geheim verdrag met Frankrijk de invloedssferen al heeft verdeeld. Het Panarabisme bloeit na de Tweede Wereldoorlog weer op, maar leidt niet tot ontwikkeling en welvaart. Het Ottomaanse Rijk verliest de Eerste Wereldoorlog en wordt bezet door de geallieerden, waarna het uiteen valt (1918). Ottomaans officier Mustafa Kemal Atatürk organiseert een succesvolle opstand, waarna de staat Turkije ontstaat (1922). Atatürk schaft het sultanaat en het kalifaat af, waarna onder zijn leiding een moderne samenleving wordt opgebouwd in Turkije. Staat en religie worden gescheiden. De Turken moeten westerse kleding dragen en het Arabische schrift wordt vervangen door het Latijnse. In 1952 wordt het land, dat inmiddels de parlementaire democratie heeft ingevoerd, lid van de NATO. Het land probeert daarna zonder succes lid te worden van de Europese Economische Gemeenschap en de opvolger ervan de Europese Unie. De stichting van de staat Israël (1948), gevolgd door drie oorlogen met de omringende Arabische landen.
Suriname Bauxiet, een belangrijk bestanddeel voor aluminium, vormt vanaf de ontdekking in 1915 een belangrijke pijler onder de economie van Suriname, vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog, als het land uitgroeit tot de grootste aluminiumleverancier voor de Amerikaanse wapenindustrie. Tien jaar nadat in 1948 in het Nassaugebergte bauxiet is ontdekt, wordt de Afobakadam gebouwd. Deze stuwdam zorgt voor het ontstaan van het Brokopondostuwmeer en levert de energie voor de bauxietwinning. In de jaren 1970 is Suriname de grootste leverancier voor aluminium ter wereld. Vanaf 1982 is er een sterke daling van de prijs van aluminiumoxide, waardoor de inkomsten voor de overheid tussen 1980 en 1987 dalen van 28% naar 3%. Sindsdien loopt de productie sterk terug.
Nederland en België De Woningwet maakt de volkshuisvesting tot een werkveld van de overheid. Bouwplannen moeten worden getoetst op eisen van kwaliteit en sloppenwijken worden 'onbewoonbaar verklaard'. Woningbouwverenigingen worden opgericht. Woningen moeten beschikken over stromend water, een WC met afvoer en later ook een douche. Na de Tweede Wereldoorlog heerst een massale woningnood, die de regering dwingt tot een grote inspanning in de woningbouw. Er worden openbare badhuizen gebouwd, omdat er een grotere aandacht komt voor hygiëne, gezondheid en levensstijl. Veel badhuizen zijn een soort openbare badkamers voor de gewone man, daar de arbeiderswoningen vaak zonder sanitaire voorzieningen worden opgeleverd. Wanneer de badhuizen overbodig worden, raken de sauna's in zwang. Opkomst van het maatschappelijk werk in de vorm van woonmaatschappelijk werk, bedrijfsmaatschappelijk werk, armenzorg, jeugdzorg en bejaardenzorg. Vanaf 1898 is Vlaanderen tweetalig, maar de Vlamingen voelen zich behandeld als tweederangsburgers. Na een lange strijd wordt in de taalwet van 1932 het principe van eentaligheid vastgelegd voor Wallonië zowel als Vlaanderen. In 1960 wordt de taalgrens getrokken en vanaf 1970 begint een proces van federalisering van het land. Scheepvaart en handel Het containervervoer wordt ontwikkeld na de Tweede Wereldoorlog en heeft de vervoersmarkt drastisch veranderd. Het is een belangrijk element bij de mondialisering. Transportkosten dalen en transportcapaciteit wordt sterk vergroot. Het handwerk bij de overslag verdwijnt en er is veel minder behoefte aan tussentijdse opslag in pakhuizen. Havenarbeiders worden vervangen door machines. De laadtijd, en dus ook de tijd dat een schip in de haven ligt, vermindert drastisch, wat dan weer zorgt voor minder verkeer in de havens. Hierdoor is er ook minder kans op schade en diefstal.
Innovatie Wetenschap De ontwikkeling van de kwantummechanica sinds het begin van de 20e eeuw kan, samen met die van de relativiteitstheorie, beschouwd worden als de overgang van de klassieke natuurkunde naar de moderne natuurkunde. Ontdekt wordt door Niels Bohr en anderen, dat atomen bestaan uit nog kleinere deeltjes: elektronen, neutronen en protonen. Na de toevallige ontdekking van de kernsplijting door de Duitser Otto Hahn in december 1938 beginnen koortsachtige experimenten om een atoombom te ontwikkelen. Succesvol is het Amerikaanse Manhattanproject. De ontdekking van sterrenstelsels toont de uitdijing van de ruimte aan, de Oerknaltheorie wordt geformuleerd (1948); steeds betere telescopen en ruimtevaart verschaffen inzicht op allerlei niveau. De opheldering van de structuur van het DNA en van het menselijk genoom en de beeldvormende diagnostiek zoals Functionele MRI geven veel inzicht in de biologische kant van het mens zijn; het behaviorisme en andere stromingen geven verdieping van het inzicht in de intrapsychische en sociale dimensie.
Technologie Halfgeleiders en transistoren worden uitgevonden en elektronische schakelingen kunnen op veel kleinere schaal worden gemaakt. De elektriciteit vindt een snelle verbreiding en heeft grote gevolgen. De elektrificatie van spoorlijnen leidt tot snellere verbindingen en elektrisch licht komt beschikbaar in alle vertrekken van de huizen. Apparaten als de stofzuiger, het strijkijzer en later de wasmachine en de koelkast maken het huishouden veel eenvoudiger. Ze nemen de plaats in van de dienstbode, die onbetaalbaar wordt. De opkomst van het computertijdperk en het internet. Fotografie en film worden gemeengoed door de introductie van handzame camera's, van het Kodak "boxje" tot de spiegelreflexcamera en de polaroidcamera.
Gezondheidszorg