thumb|260px|Kaart van Abraham Ortelius uit 1573, een van de oudste kaarten met daarop de Nederlanden
De Zeventien Provinciën was een term waarmee de Habsburgse Nederlanden tussen circa 1543 en 1585 werden aangeduid. Nadat keizer Karel V in 1543 het hertogdom Gelre had ingelijfd, was er een min of meer aaneengesloten en afgerond geheel van landsheerlijkheden ontstaan.
In het zuidelijke deel vormden het prinsbisdom Luik en het abdijvorstendom Stavelot-Malmedy nog twee grote enclaves. Verder waren er talrijke kleinere enclaves zoals Ravenstein en Culemborg en grensstreken zoals het Kamerijkse en de heerlijkheid Borculo. Deze gebieden hoorden bij de Nederrijns-Westfaalse Kreits.
Middels de Transactie van Augsburg (1548) en de Pragmatieke Sanctie (1549) werden dus de Habsburgse territoria gesmeed tot een politieke eenheid binnen de Bourgondische Kreits met een gemeenschappelijke erfopvolging onder het huis Habsburg. Dit geheel van Nederlandse gewesten werd sindsdien ook wel aangeduid als 'de Zeventien Provinciën' of als pars pro toto ook wel 'Vlaanderen (Flandes)'.
Grondgebied thumb|Wapens van de Zeventien Provinciën, 1582 Op 25 oktober 1555, tijdens de troonafstand van Karel V als heer der Nederlandse gewesten, waren dit de provinciën: WapenNaamLatijnse NaamOntwikkelingenZeventien Provinciën30px graafschap HollandHolandia Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581.30px graafschap ZeelandZelandia Gekoppeld aan het graafschap Holland. Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581.30px graafschap VlaanderenFlandriaInclusief Rijsels-Vlaanderen (de kasselrijen Rijsel, Dowaai en Orchies). Doornik en het Doornikse (sinds 1521) nominaal bij Vlaanderen.30px graafschap ArtesiëArtesia Definitief afgestaan aan Frankrijk in 1659 door de Vrede van de Pyreneeën. Behalve Aire en Sint-Omaars, afgestaan met de Vrede van Nijmegen.30px graafschap HenegouwenHannonia30px graafschap NamenNamurcum30px graafschap ZutphenZutphania Sinds 1543. Gekoppeld aan het hertogdom Gelre. Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581 en opnieuw geïntegreerd in 1591.30px hertogdom Brabant Brabantia Een deel van het grondgebied ging over naar de Verenigde Provinciën.30px hertogdom LuxemburgLutzenburgum30px hertogdom Limburg en de landen van OvermaasLimburgum Gekoppeld aan het hertogdom Brabant.30px hertogdom Gelre Gheldria Sinds 1543. Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581; behalve een deel.30px heerlijkheid OverijsselTransisulana In het Latijn, Transisulania. Inclusief Drente (kaart van 1658). Lingen, Wedde en Westwoldingerland (sinds 1528). Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1591.30px heerlijkheid Groningen en Ommelanden Gruninga Sinds 1536. Grondgebied volledig geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1594.30px heerlijkheid FrieslandFrislandia Sinds 1524. Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581.30px heerlijkheid Utrecht Traiectum Sinds 1528. Grondgebied geïntegreerd in de Verenigde Provinciën in 1581.30px heerlijkheid MechelenMechlinia Grondgebied van de Verenigde Provinciën tussen 1581-1585.30px markgraafschap AntwerpenAntwerpia Gekoppeld aan het hertogdom Brabant. Verloren door de Verenigde Provinciën in 1585.
Herkomst van de naam Zeventien Provinciën thumb|Engelse kaart van de Zeventien Provinciën der Nederlanden (Low Germanie) Tot dit gebied behoorden aanvankelijk vier hertogdommen, zeven graafschappen en tien heerlijkheden. en (redactie) Geschiedenis van de Nederlanden HBuitgerevers, Baarn, 20033, p. 97 De in de inleiding genoemde opsomming stond bovendien niet geheel vast. Zeventien was op een zeker moment het aantal statenvertegenwoordigers bij de Staten-Generaal in Brussel en dat getal zou mede vanwege het symbolische karakter ervan gehandhaafd zijn. Maar het aantal vertegenwoordigingen van de Provinciën was niet stabiel, omdat een bepaalde heerlijkheid soms afhing van een andere. Zo hoorde Zutphen bij Gelre en Limburg bij Brabant, hoewel Karel V de titel van graaf van Zutphen apart voerde. Het markiezaat Antwerpen, Doornik of Rijsels-Vlaanderen had bovendien bij tijd en wijle een eigen delegatie.
Over de exacte betekenis van het getal zeventien bestaat geen brede wetenschappelijke consensus. Wim Blockmans noemt het in een bijdrage aan Geschiedenis van de Nederlanden onduidelijk waar het getal zeventien op ziet. Hij voert aan dat het woord Provinciën veel belangrijker is: het zou een toespeling zijn op de provincies in het Romeinse Rijk. De wens bestond om de oude vorstendommen als provincies in een eenheidsstaat te laten opgaan.
Het ontstaan van de Zeventien Provinciën De politiek van het bijeenvoegen van gebieden in de Nederlanden was begonnen onder de Bourgondische hertogen door middel van vererving, huwelijken en verovering. Via het huwelijk tussen Maria van Bourgondië en keizer Maximiliaan I in 1477 gingen de landen over naar het huis Habsburg en werd het proces voortgezet. In 1506 erfde de minderjarige Karel V de Habsburgse Nederlanden. Zijn tante Margaretha van Oostenrijk (1506-1530) werd de landvoogdes van de Nederlanden.
In 1528 onderwierp het sticht Utrecht (ruwweg de huidige provincies Utrecht en Overijssel omvattend) zich aan Karel V ter bescherming tegen invallen van de hertog van Gelre. Acht jaar later volgde de heerlijkheid Groningen en de landschap Drenthe. Ten slotte wist Karel V na afloop van de Gelderse Oorlogen in 1543 ook het hertogdom Gelre onderdeel te maken van de Habsburgse Nederlanden.
Door middel van de Transactie van Augsburg in 1548 werden de Zeventien Provinciën in de Bourgondische Kreits tot één staatkundig geheel geconsolideerd en werden nagenoeg geheel losgemaakt uit het Heilige Roomse Rijk. Een versterking van de dynastieke positie van het huis Habsburg in de Habsburgse Nederlanden.
Het stedelijk particularisme in de Nederlanden thumb|In groen: het Habsburgse Rijk onder Karel V.
In de 15e eeuw ondervonden de Bourgondische hertogen al weerstand van het stedelijk particularisme tegen de centralisatiepolitiek. Vooral in het graafschap Vlaanderen leidde dit tot opstanden, zoals de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan van 1482 tot 1492. De vader van Maximiliaan, keizer Frederik III, stuurde Duitse troepen naar Gent en Brugge. Als reactie hierop sloten Brabant en de Hoeken zich aan bij de Vlamingen. Jan III van Egmont dwong echter in juni 1489 Rotterdam tot overgave en in juli 1492 gaf Gent zich over aan Albrecht van Saksen.
Naast landsheer van de Habsburgse Nederlanden was keizer Karel V echter ook keizer van het Heilige Roomse Rijk. Zijn expansiepolitiek, de Italiaanse Oorlogen (1494-1559), bracht hem in conflict met Frans I van Frankrijk. Deze oorlogen zorgden voor een toenemende belastingdruk op de rijke Nederlanden, vooral in Vlaanderen; in de periode 1552-1556 steeg de rente in Antwerpen tot 48,8%, wat de economie ondermijnde. In 1554 kwam het tot onlusten in Antwerpen.De brouwerijenonderneming van Gilbert van Schoonbeke (1552-1562) (1ste Deel), H. Soly, 1968 De druk van het imperium leidde in Gent al tot opstand in 1540, maar Karel V wist de Gentse Opstand neer te slaan, waarna de privileges van de stad ontnomen werden, een duidelijke waarschuwing voor andere steden.
Tijdens de Gelderse Oorlogen (1502-1543) kreeg de hertog van Gelre Karel steun van de Fransen. Hollandse schepen moesten constant gekonvooieerd worden doordat Karel van Gelre samenwerkte met de Friese kaper en krijgsheer Grote Pier. Deze methode van kaapvaart werd later voortgezet door de watergeuzen tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).
Religieuze reformatie en contrareformatie 155px165pxLutherCalvijn
Aan het eind van de 14e eeuw kwam de Moderne Devotie op. Dit was een spirituele beweging binnen de middeleeuwse Kerk die de nadruk legde op de innerlijke ontwikkeling van het individu. De beweging ontstond door ontevredenheid over de misstanden in de Kerk. De beweging begon in de IJsselstreek, van daaruit verspreidde ze zich via handelssteden als Deventer en Zwolle over de hele wereld van de Hanze, met name in het noorden en oosten van Duitsland. De Moderne Devotie zorgde voor een verandering in denken. Dit creëerde een voedingsbodem voor het Bijbels humanisme – in navolging van de humanisten uit Italië – en de Reformatie, die allereerst vaste voet aan de grond kreeg in Duitsland (Saksen). Als reactie op de Reformatie ontstond de Contrareformatie.
Het gedachtegoed van de Reformatie verspreidde zich aanvankelijk vanuit de meest verstedelijkte delen van de Nederlanden, waaronder Doornik en Valencijn, vanwaaruit het al snel Antwerpen bereikte. In 1521 werd Luther in de kerkelijke ban gedaan en vervolgens tijdens de Rijksdag van Worms in de rijksban gedaan. Al in 1523 vonden de eerste ketterverbrandingen in de Nederlanden plaats en werden de augustijner monniken, Jan van Essen en Hendrik Voes, op de Grote Markt van Brussel terechtgesteld. Zij hadden in Antwerpen het woord van Luther verspreid.
Ook in Duitsland vonden naar aanleiding van de Reformatie schermutselingen plaats. Dit leidde tot de oprichting van het Schmalkaldisch Verbond in 1531, waarin Duitse protestantse vorsten ijveren voor de erkenning van de nieuwe Duitse godsdienst, het lutheranisme. Hoewel dit aanvankelijk succesvol leek, wist de keizer Karel V in 1541 landgraaf Filips I van Hessen voor zich te winnen en later ook hertog Maurits van Saksen. Omdat het Verbond nu verlamd was, besloot de keizer het religievraagstuk met geweld op te lossen en voerde van 1546 tot 1547, geallieerd met paus Paulus III, het hertogdom Beieren en dus enkele overgelopen protestantse vorsten, de Schmalkaldische Oorlog. Het Schmalkaldisch Verbond verloor de strijd maar toch werd in 1555 de Godsdienstvrede van Augsburg getekend, die uitging van het principe cuius regio, eius religio: van wie het land is, is ook de godsdienst. Dit hield in dat iedere rijksvorst besliste welke godsdienst in zijn gebied opgelegd werd en hij daardoor ook de beheerder van de kerkgoederen was. De godsdienstvrede maakte definitief en officieel een einde aan de geloofseenheid in het Heilige Roomse Rijk, waarvan feitelijk al enige tijd geen sprake meer was.
Hoewel de oorlog en de daaropvolgende vrede niet direct te maken hadden met de Nederlanden, werd hierdoor wel heel duidelijk dat het mogelijk was om af te wijken van het rooms-katholieke geloof. Vooral in de Zuidelijke Nederlanden kreeg het protestantisme naar de leer van Frans-Zwitserse theoloog Johannes Calvijn (calvinisme) een grote aanhang. Het lutheranisme, dat aanvankelijk sterker stond in het noorden en vooral het oosten van de Nederlanden, werd er in de tweede helft van de 16e eeuw door verdrongen.
In 1550 vaardigde Karel V in de Nederlanden het Bloedplakkaat uit. Hiermee werd het drukken, schrijven, verspreiden en bezitten van ketterse boeken en afbeeldingen, het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het prediken van een tegendraadse religie en het huisvesten van ketters, met de doodstraf en inbeslagname van alle goederen bestraft. Een derde van de vervolgden waren de wederdopers of anabaptisten. Omdat ze zo sterk aan hun geloof vasthielden, wachtte hen de brandstapel.
De lokale machthebbers, de adel en de stadsbesturen, bleven overwegend katholiek, maar stonden voor een veel gematigder religieus beleid om ongeregeldheden met de grote protestantse minderheid te voorkomen. Vooral in de gewesten ver van Brussel, sinds 1531 het regeringscentrum, werd de anti-ketterijwetgeving vrijwel niet uitgevoerd. Dit was bijvoorbeeld het geval in Friesland, waar na 1559 de wetgeving zelfs helemaal niet meer werd toegepast. In Groningen werd het Bloedplakkaat van 1550 niet eens afgekondigd. Maar ook in Amsterdam werd tussen 1553 en 1567 geen enkel doodvonnis uitgevoerd. In Vlaanderen echter wist de inquisiteur Pieter Titelmans vele ketters op te pakken om deze tot de doodstraf te laten veroordelen.