Het Hertogelijk Paleis van Genua (Italiaans: Palazzo Ducale) is een van de belangrijkste historische en museale gebouwen van Genua. In het verleden was het de zetel van de doge (hertog) van de republiek Genua.

Na een periode van leegstand werden er in de 19e eeuw kantoren van de rechtbank in ondergebracht. In de jaren 70 van de twintigste eeuw werd het nieuwe Paleis van Justitie van Genua in gebruik genomen en kwam het paleis weer leeg te staan. Er vond toen een uitgebreide restauratie plaats die precies op tijd klaar was voor de Expo van 1992, die in het teken stond van Columbus en de ontdekking van Amerika 500 jaar eerder.

Anno 2017 bevinden zich musea in het paleis en worden er bijeenkomsten en congressen gehouden. In de binnenplaatsen en zuilengalerijen zijn winkels en horecagelegenheden ondergebracht. Het Paleis wordt uitgebaat door de stichting “Genova Palazzo Ducale Fondazione per la Cultura”, die de ruimtes voor verschillende doeleinden gebruikt. In het paleis zijn verder diverse culturele instellingen gevestigd. In 2001 vergaderden de leiders van de landen van de G8 in het paleis.

Geschiedenis Ontstaan thumb|De bogen van de loggia van het paleis van de volksabten De bouw van het paleis begon aan het eind van de 13e eeuw toen na de overwinning op Pisa (1284, Slag bij Meloria) en Venetië (1298, Slag bij Korčula) de militaire en economische macht van Genua snel groter werd. In die tijd werd de stad bestuurd volgens het systeem van de Compagna Communis, waarbij vertegenwoordigers uit de verschillende districten van de stad (de Capitani del popolo – Kapiteins van het volk) gezamenlijk het bestuur uitoefenden. Tot 1291 beschikten de bestuurders niet over een eigen vergadergebouw, maar kwamen ze samen in het aartsbisschoppelijk paleis of in de huizen van de in de buurt wonende families Doria en Fieschi.

In 1291 kregen de capitani Corrado Doria en Oberto Spinola de gebouwen van de familie Doria in hun bezit die aan de Salita dell’Arcivescovado en de Via Tommaso Reggio lagen. Drie jaar later kochten ze ook het aanpalende grote huis van Alberto Fieschi. Dit gebouw had een toren die de Grimaldi-toren werd genoemd. Al vanaf 1272 werd dit gebouw door de capitani gebruikt vanwege de verbanning van Fieschi. Deze samenvoeging zorgde ook voor het ontstaan van het paleis van de volksabten (een hoge bestuursfunctie in Genua), waarvan aan de Via Tommaso Reggio nu nog een deel van een loggia zichtbaar is.

Er zijn geen duidelijke afbeeldingen bekend waaruit valt af te leiden hoe het gebouw er toen uitzag, maar volgens een reconstructie van Orlando Grosso, die in de jaren 1930 de leiding had over een restauratie, moet het een trapeziumvormige plattegrond gehad hebben. Aan de zuidkant (Via Tommaso Reggio) was het gebouw 44 meter lang en aan de noordkant 50 meter. De westkant (Salita dell’Arcivescovado) bedroeg 20 meter en de oostkant 36 meter. Het moet een hoogte gehad hebben van ongeveer 25 meter, verdeeld over drie bouwlagen, waarvan de onderste een binnenplaats met zuilengalerij had en de andere twee verdiepingen telkens vier bogen erboven. In het midden van de zuidgevel stond de Grimaldi-toren met zijn zes verdiepingen.

Veertiende en vijftiende eeuw Toen in 1339 Simone Boccanegra werd verheven tot de eerste doge van Genua, werd het gebouw al snel dogeplaleis of hertogelijk paleis genoemd. In de tweede helft van de 14e eeuw onderging het gebouw op bevel van doge Antoniotto Adorno een aantal veranderingen. Het gebouw werd vergroot met enkele nieuwe gedeelten aan de noordkant, zodat het oppervlak dat het huidige centrale gedeelte vormt er ook bij getrokken werd, en ook aan de oostkant, waardoor het aan drie kanten Piazza Matteotti omsloot. De hoofdingang werd door deze ingrepen van Adorno niet veranderd. Die bleef aan de kant van de Via Tommaso Reggio.

Een nieuwe grote verandering vond plaats halverwege de 15e eeuw, toen de zogeheten cortina werd gebouwd, een vleugel die het garnizoen moest huisvesten. Deze verbond de oost- en westvleugel met elkaar. Piazza Matteotti werd zo in feite een soort versterkte binnenplaats en het paleis een machtige citadel die afgesloten was van de rest van de stad. Het is niet precies bekend wanneer deze cortina gebouwd werd, maar in 1470 werd een Capitano della porta di palazzo (kapitein van de paleispoort) benoemd. Dit is een aanwijzing dat de bouw toen al afgerond was. Met deze nieuwe vleugel werd de toegang aan de Via Tommaso Reggio afgesloten. De nieuwe ingang kwam in het midden van het nieuwe gedeelte.

De bouwwerkzaamheden van Vannone thumb|Plattegrond van het paleis. 1 salon van de Kleine Raad; 2 salon van de Grote Raad; 3 vertrekken van de Doge; 4 kapel Door de hervormingen van Andrea Doria in de 16e eeuw werd de politieke structuur van de stad anders. Er kwam nu een Grote Raad van vierhonderd niet-edelen en een Kleine Raad van edelen. De doge werd niet meer voor het leven gekozen, maar slechts voor een periode van twee jaar. Hierbij kwam het verlangen om te kunnen beschikken over een locatie die het prestige en de hiërarchische organisatie van de stad kon weerspiegelen. Tegelijkertijd wilde men dat het paleis een fortachtig karakter bleef behouden om beschermd te kunnen zijn tegen aanslagen of staatsgrepen. Daarom gaven de senatoren in 1595 aan de architect Andrea Ceresola (meestal Vannone genoemd) een opdracht om het paleis volledig te verbouwen.

Vannone veranderde het allegaartje van gebouwen uit de middeleeuwen in de jaren daarna tot een fortachtig paleis in maniëristische stijl. Hij zorgde voor het grote atrium, dat met een kloostergewelf werd overdekt. Deze ruimte gaf aan de zijkanten toegang tot twee binnenplaatsen met zuilengalerijen. Ook bouwde hij de imposante trap die leidt naar de bovenverdieping waar zich de representatieve ruimtes bevinden: de salon van de Grote Raad, de salon van de Kleine Raad en de vertrekken van de doge. Hij vergrootte ook de cortina die Piazza Matteotti afsloot en versterkte de toegang tot het paleis. Deze vleugel werd drie verdiepingen hoog en werd aan de binnenkant voorzien van een loggia. Deze had een dubbele functie: enerzijds was het een ontspanningsruimte voor de garnizoenssoldaten, maar ook was het een tribune voor toeschouwers die zo aanwezig konden zijn bij ceremonies en andere activiteiten op de binnenplaats.

De brand van 1777 Op 3 november 1777 verwoestte een hevige brand een groot deel van het centrale gedeelte van het gebouw. Alleen het atrium op de begane grond en de grote trap bleven gespaard. Er waren dus uitgebreide herstelwerkzaamheden nodig. Daartoe werd een aanbesteding uitgeschreven, waarvoor Giacomo Maria Gaggini, Gregorio Petondi en Emanuele Andrea Tagliafichi werden uitgenodigd. Zij hoorden in die tijd bij de bekendste architecten van Genua. Toch werd de aanbesteding gewonnen door de Zwitserse architect Simone Cantoni. Op aandringen van zijn broer Gaetano had hij meegedaan met een plan voor een marmeren gevel, die een van de eerste voorbeelden van het neoclassicisme in Genua zou moeten worden.

Het project duurde tot 1783 en stond onder leiding van Gaetano Cantoni. Behalve de voorgevel werden ook de salons van de Grote Raad en de Kleine Raad in neoclassicistische stijl uitgevoerd. De houten plafonds van deze ruimtes waren ook beschadigd door het vuur. De nieuwe overspanningen werden vervolgens in baksteen uitgevoerd om meer bescherming tegen brand te kunnen bieden.

Negentiende en twintigste eeuw thumb|De oostelijke vleugel aan Piazza Matteotti Toen Genua en Ligurië in 1815 deel uit gingen maken van het koninkrijk Sardinië, hield de republiek Genua op te bestaan. Het paleis verloor zijn functie als regeringsgebouw. De ruimtes werden daarna gebruikt als rechtszalen, kantoren en archiefruimtes van de rechtbank. Dit zou zo blijven tot het jaar 1975, toen er een nieuw paleis van justitie werd opgeleverd.

In de jaren 1840 werd vanwege bouwwerkzaamheden in de Via Lorenzo de cortina gesloopt die het exercitieterrein afsloot. Daardoor werd de gevel van Simone Cantoni weer zichtbaar vanaf de straat. Enkele jaren later in 1861 werkte Ignazio Gardella, een civiel ingenieur, aan een verbouwing van de zijvleugels rond de Piazza Matteotti. Hij vergrootte de westvleugel en trok die recht. Ook veranderde hij de gevels van de korte kant van deze twee vleugels. In de eerste decennia van de 20e eeuw vond onder leiding van Orlando Grosso een nieuwe restauratie plaats. De belangrijkste ingreep hierbij was het maken van een doorkijk naar de Via Tommaso Reggio.

In het verlangen om terug te grijpen op de Middeleeuwen, dat toen in de mode was, werden de loggia van het paleis van de volksabten en enkele andere resten van de middeleeuwse bouwelementen weer aan het licht gebracht. Vannone had hier een maniëristische gevel voorgeplaatst. De gevel aan de Piazza De Ferrari werd volledig gerestaureerd en werd in nieuwe kleuren geschilderd.

In 1942 werd het paleis voor een deel beschadigd, voornamelijk in het centrale gedeelte en de westvleugel, door een bombardement van de geallieerden op de stad.

Na de restauratie van 1992 Ter gelegenheid van de Columbus-herdenking in 1992 was het gebouw in de jaren ervoor volledig gerestaureerd onder leiding van de Genuese architect Giovanni Spalla. Deze restauratie moest ervoor zorgen dat de zestiende-eeuwse bouwelementen van Vannone weer voor het voetlicht kwamen, zoals het gewelf van het atrium. Tegelijkertijd wilde men ook de andere ingrepen zichtbaar houden. Die maken immers ook deel uit van de geschiedenis van het gebouw. Hierbij ging het bijvoorbeeld om het aanzicht vanaf Piazza De Ferrari en de middeleeuwse bouwelementen die door Orlando Grosso achter de ingrepen van Vannone vandaan waren gehaald.

Na de restauratie werd het paleis voor het publiek geopend en ingericht als museum en cultureel centrum. Sinds 8 februari 2008 wordt het paleis beheerd door de culturele stichting ‘Genova Palazzo Ducale Fondazione per la Cultura’. Naast ook enkele commerciële activiteiten worden er nu bijeenkomsten, congressen en tentoonstellingen gehouden.

In 2001 werden in het paleis de vergaderingen van de G8-top gehouden.

Beschrijving Exterieur Omdat het paleis is ontstaan uit de samenvoeging van een aantal middeleeuwse gebouwen en in de loop der eeuwen is uitgebreid met nieuwe gedeelten, heeft het gebouw een nogal onregelmatige plattegrond. In totaal beslaat het een oppervlak van ongeveer 35.000 m². Het gebouw heeft door de verschillende gevels ook een afwisselend karakter. Het paleis ligt aan de rand van het oude stadscentrum aan de voet van de San Domenicoheuvel, vlak bij de San Lorenzokathedraal en het gebouw van de aartsbisschoppelijke curie. Het is toegankelijk via de hoofdingang met de neoclassicistische ingangspartij aan Piazza Matteotti of via de ingang aan de oostkant aan Piazza De Ferrari.

De middeleeuwse paleizen thumb|Luchtbrug in de Via Tommaso Reggio ter hoogte van de Salita all’Arcivescovado thumb|upright|Deel van de maniëristische gevel aan de Salita del Fondaco