Dit is een overzicht van rellen en opstanden in Brussel door de eeuwen heen.

Chronologisch overzicht 1303-06: Ambachtenopstand

In mei 1303 kwamen de naties van Brussel in opstand tegen de patriciërs. Voor het eerst moest de adel hen een plaats in het stadsbestuur en in de lakengilde gunnen. Het verwonden van een knecht door een heer was eind 1305 aanleiding tot hernieuwde onlusten. De ambachten verwierven kortstondig de controle over de stad, maar werden in de Vilvoordse beemden verslagen door een coalitie van de patriciërs en de hertog. De verworvenheden werden teruggedraaid en de patricische leiding over de stad werd herijkt via de Zeven Geslachten.

1356: Verzet tegen Vlaamse bezetting

Na de Brabantse nederlaag op Kwade Woensdag, 17 augustus 1356, was de Vlaamse graaf Lodewijk van Male Brussel binnengetrokken en had hij zich laten erkennen als hertog van Brabant. Hij had de steun van een goed deel patriciërs, maar niet van het gemeen. Na een tweetal maanden bezetting deden de hertogsgezinde Brusselaars onder de patriciër Everaard t'Serclaes een nachtelijke aanval op het Vlaamse garnizoen. Ze klommen over de stadswallen en haalden de Vlaamse banier van het huis De Sterre, waarna het garnizoen met de hulp van de bevolking buiten de stadsmuren werd gejaagd. Zo kozen de Brusselaars voor Wencelijn en Johanna als hertogen, en voor de constitutie die ze bij hun Blijde Inkomst hadden toegestaan.

1360: Ambachtenopstand Een nieuwe poging van de ambachten om het machtsmonopolie van de stedelijke oligarchen te doorbreken, volgde op 22 juli 1360.Sergio Boffa, Réflexions sur la révolte des métiers bruxellois (22 juillet 1360), in F. Daelemans en A. Vanrie (red.), Bruxelles et la vie urbaine. Archives, art, histoire. Recueil d’articles dédiés à la mémoire d’Arlette Smolar-Meynart, 2001, p. 163-186 De avond voordien waren de Leuvense handwerklieden in opstand gekomen onder Pieter Coutereel. In Brussel had het stadsbestuur lucht gekregen van het complot en was het enigszins voorbereid toen wevers, volders, vleeshouwers en inwoners van de Kapellewijk de wapens opnamen. De vleeshouwers werden aangevallen en uiteengeslagen terwijl ze nog door de oude omwalling gescheiden waren van hun medestanders, die de Steenpoort belegerden. De ervaren ridder Gerard van Rotselaar verdeelde zijn patriciërs over vier groepen, waarvan er een brand ging stichten in de wijk van de volders (Raamstraat). In de algehele verwarring konden de overige groepen de ambachten insluiten en verslaan. Net als in 1306 volgde een stevige repressie, met terechtstellingen en verbanningen. Bij politiereglement mochten de wevers, volders en vleeshouwers geen messen meer dragen.

Met doortastend ingrijpen voorkwam het Brusselse patriciaat zo dat de twee belangrijkste Brabantse steden in handen vielen van het gemeen. Maar de ambachten waren niet beslissend uitgeschakeld en waagden al in 1364 een nieuwe poging onder Jacob de Meyere.

1421: Ambachtenopstand Onder de zwakke hertog Jan IV kende Brabant een bijzonder woelige periode. Allerlei rivaliteiten liepen door elkaar, onder meer tussen hertogin Jacoba van Beieren en haar oom Jan en binnen het geslacht Sweerts tussen de clans Van den Heetvelde en Van Lombeke. De Staten van Brabant verwijderden de hertog door zijn jongere broer Filips van Sint-Pol aan te stellen tot ruwaard van Brabant. In Brussel genoot hij de steun van de clan Van den Heetvelde en van de ambachten, die op enkele maanden tijd drie keer de wapens opnamen.Roel Jacobs, Een kleine geschiedenis van Brussel, 2004, p. 102-110 Een eerste episode vond plaats eind januari. Sint-Pol was uit Brussel moeten vertrekken en de hertog was terug binnengelaten, maar zijn soldaten uit Overmaas zorgden voor overlast. Op 27 januari bezetten de ambachten de Grote Markt. Aanvoerder Heinsberg werd gearresteerd en de hertog moest weer plaats ruimen voor de ruwaard. Sint-Pol beloonde de ambachten door hen op voet van gelijkheid in het stadsbestuur te laten deelnemen (statuut van 11 februari 1421). In maart dwongen ze Sint-Pol na nieuw oproer tot de terechtstelling van de patricische voormannen die in 1420 hadden samengezworen. Het Privilege van de Ruwaard herstelde de hertog op 4 mei in zijn ambt, maar Filips bleef zich nog enkele maanden ruwaard noemen. Een toenadering tussen de hertog en zijn broer werd begin juni opgeschrikt door nieuwe acties van de ambachten. Ze vroegen en bekwamen de uitlevering van de patriciërs die in Leuven hun toevlucht hadden gezocht. Op 7 juni 1421 rolden hun dertien hoofden over de Grote Markt. De ambachten zagen hun verbeterde positie uiteindelijk bezegeld doordat hertog Jan IV op 15 juli 1422 zijn goedkeuring hechtte aan het Nieuw Regiment.

1477: Ambachtenopstand Hertog Karel de Stoute was een centraliserende vorst die Mechelen begunstigde. Na zijn dood kwam het in Brussel tot een uitbarsting. In maart 1477 bestormde een menigte de Grote Markt en het stadhuis. Hun aanvoerder was honderdman Willem van Marbais, een vleeshouwer/visverkoper die zich opwierp tot een echte volksmenner. Hij werd bijgestaan door handschoenmaker Jan Bogaert en steenhouwer Willem van Ruysbroeck, de zoon van de vermaarde architect. Drossaart Hendrik van Horne kon een bloedbad vermijden, maar inhoudelijk haalden de ambachten hun slag thuis. Twee schepenen werden terechtgesteld, andere patriciërs werden verbannen of ontslagen, en het stadsbestuur werd gereorganiseerd (met onder meer een nieuw college van zestien politiemeesters). Maria van Bourgondië bekrachtigde deze maatregelen tijdens haar Blijde Inkomst op 4 juni, inclusief het graven van een Scheldekanaal.

Na Maria's huwelijk met aartshertog Maximiliaan gingen deze verworvenheden geleidelijk teloor. Het breekpunt deed zich voor in Den Haag, waar Marbais en Bogaert een onderhoud met Maximiliaan hadden gevraagd. Ze werden gemarteld en op 24 maart 1480 onthoofd. Op 22 juni kwam Maximiliaan naar Brussel om het oude regime te herstellen.

1486-1489: Verzet tegen keizer Maximiliaan De Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan zorgde ook in Brussel voor een gespannen situatie.Bart Willems, "Militaire organisatie en staatsvorming aan de vooravond van de Nieuwe Tijd. Een analyse van het conflict tussen Brabant en Maximiliaan van Oostenrijk (1488–1489)", in: Jaarboek voor middeleeuwse geschiedenis, 1998, nr. 1., p. 261–286 Na zijn keizerskroning kwam Maximiliaan op 22 juli 1486 vieren in de Zennestad. 's Anderendaags vielen stadsmilities de Duitse soldaten aan, uit argwaan over een complot. Ondanks verschillende slachtoffers werd de situatie ontmijnd.

Erger werd het in 1488.Valerie Vrancken, Opstand en dialoog in laatmiddeleeuws Brabant. Vier documenten uit de Brusselse opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk (1488-1489), in: Bulletin de la Commission royale d'Histoire, 2015, p. 209-266 Brussel opende in september de poorten voor Filips van Kleef, Maximiliaans voormalige bevelvoerder die vanwege het niet-nageleefde vredesverdrag leider was geworden van het Vlaamse kamp. Benoemingen van Maximiliaan werden ongedaan gemaakt en de zestien politiemeesters verschenen terug op het toneel. De keizer en zijn vader naderden met een fors leger. De Brusselaars deden op 12 oktober een onbesuisde uitval tegen de voorhoede en verloren honderden manschappen, waaronder burgemeester Willem T'Serclaes. Na een extreem bloedige oorlog wist Albrecht van Saksen de opstandige Brabanders te bedwingen. Brussel capituleerde tegen de voorwaarden van de keizer en zag in augustus 1489 Filips van Kleef vertrekken.

1531-1532: Ambachtenopstand Terwijl de ambachten nog zwaar in hun maag zaten met het reglement van 1528, dat hun inspraak inperkte ten voordele van de patriciërs, stelden de ontvangers nieuwe belastingen in op graan, brood en bier.Alexandre Henne, Histoire du règne de Charles-Quint en Belgique, vol. 6, 1859, p. 23-35 Uit protest blokkeerden de naties op 29 september 1531 de Sint-Michielsprocessie. Ze zetten zich pas weer in beweging toen een onderzoek werd toegezegd, dat de belastingen afzwakte. Op 5 augustus 1532 veroorzaakten de hoge graanprijzen nieuwe onlusten aan het Korenhuis. De Mechelse hamsteraar Jan Morre werd gemolesteerd en huizen werden beschadigd, waaronder dat van meester Berthout. Het tumult duurde de hele nacht, tot amman Hendrik van Wittem 's anderendaags de orde herstelde. Toen regentes Maria van Hongarije de plunderaars wilde onttrekken aan de magistraat en zelf berechten, kwam een gewapende bende geleid door Bertel Beeckmans hen uit het stadhuis bevrijden. Onder druk van verder straatgeweld moest Maria van Hongarije ingaan op de eisen van de naties: ordonnanties van 7 augustus en 5 september 1532 versterkten hun positie aanzienlijk. De excessen werden niettemin bestraft. De volgende dag werd de rebellenleider Louis Coppens onthoofd en nog tot 4 oktober volgden ophangingen. Daar stopte het echter niet. De geraadpleegde keizer Karel V beval alle toegevingen in te trekken. Maria van Hongarije maakte zich uit de voeten naar haar Paleis van Binche en stuurde de markies van Aarschot met twee ordonnantiebenden af op Brussel. Het duurde nog enige tijd alvorens de gemeente inbond tegenover deze overmacht. Op 27 december werd een pacificatie overeengekomen en op 31 december gingen de gemeentenaren in Bergen op de knieën voor de regentes. Haar toegevende ordonnanties werden verscheurd en op 8 januari 1533 trok ze Brussel binnen in het gezelschap van patriciërs wier verbanning ze had opgeheven. Op 20 januari verklaarde keizer Karel zich akkoord met deze maatregelen, maar de vervolgingen en terechtstellingen gingen nog voort tot mei 1535.

1566-1567: Geuzenrevolte Brussel stond in 1566 aan de wieg van de Geuzenrevolte. Na decennia van kettervervolgingen besliste een deel van de (vooral lagere) adel om actie te ondernemen. Ze sloten het eedverbond der edelen en overhandigden op 5 april 1566 hun smeekschrift aan landvoogdes Margaretha. Daarin eisten ze onder meer de afschaffing van de inquisitie, maar ze vingen bot en werden uitgemaakt voor bedelaars. In juni verschenen de eerste hagenprekers rond de Zennestad en in augustus brak in West-Vlaanderen de Beeldenstorm uit. Het Spaanse gezag intensiveerde de repressie en stuurde de hertog van Alva naar de Nederlanden. Hij verscheen op 22 augustus 1567 voor de poorten van Brussel met een leger van 12.000 man. Kort voordien hadden Willem van Oranje en vele protestanten de stad verlaten. Alva's hardhandige intenties waren voor Margaretha reden om ontslag te nemen. Op 30 augustus verliet ze de stad en was de weg vrij voor de nieuwe landvoogd.

Alva stelde een Bloedraad in (eerste zitting op 30 september 1567) en liet tientallen onthoofdingen uitvoeren. Zelfs gebouwen kon schuld treffen: het Hof van Culemborg, waar het eedverbond was gesloten, werd gesloopt en de grond met zout bestrooid. Het Paleis van Nassau werd geconfisqueerd.

1572: Verzet tegen Tiende Penning Om het neerslaan van de opstand te bekostigen, voerde Alva een belastinghervorming door die een einde maakte aan de beden. Vooral zijn Tiende Penning leidde tot nieuw oproer in de stad. Veel middenstanders sloten de deuren. Door het protest is de belasting nooit geheven. Ze werd gedurende twee jaar "afgekocht".

1576: Orangistische machtsgreep