Brown & Root was een aannemer, wegenbouwer en ingenieursbureau dat in 1919 werd begonnen door Herman Brown en zijn zwager Dan Root. In 1962 werd het overgenomen door Halliburton, maar bleef onder eigen naam werken tot Halliburton het in 1998 samenvoegde met M.W. Kellogg tot Kellogg Brown & Root. In 2002 werd de naam KBR en in 2007 verkocht Halliburton het bedrijf.

Beginjaren Texas was rond 1900 een arme staat met een sterk groeiende bevolking. Ondanks de sterke bevolkingsgroei was het nog voornamelijk een agrarische samenleving waar de infrastructuur veel te wensen overliet, zeker na de komst van betaalbare auto's. Roy Stone, hoofd van de Office of Road Inquiry, noemde Texas in 1895 de staat met de slechtste wegen. Het was op dit vlak dat Brown & Root de eerste stappen zette.

Herman Brown begon in 1914 in de wegenbouw bij Carl Swinford. Nadat Swinford eind dat jaar failliet gegaan was, kreeg hij ter compensatie van niet-uitbetaald loon de beschikking over de ezels en scraper van het bedrijf. In 1919 kwam hij in de problemen met zijn financiering en vroeg hij zijn zwager om te investeren in zijn bedrijf, dat vanaf dan Brown & Root zou heten. In 1922 voegde George Brown, de jongere broer van Herman, zich bij het bedrijf. Root was nauwelijks betrokken bij de leiding van het bedrijf, maar zijn naam bleef onderdeel van de bedrijfsnaam, ook na zijn overlijden in 1929. Veel werk werd uitbetaald met wissels met een vervaltermijn van vijf jaar. In 1929 drongen financiële adviseurs aan om de wissels van de hand te doen, maar Herman Brown weigerde deze voor de vervaldatum te verkopen. Uiteindelijk deed George dit toch met een verlies van zo'n tien procent, enkele maanden voor de beurskrach van 1929. Hiermee kon ternauwernood de Grote Depressie en de Dust Bowl overleefd worden.

Met de Grote Depressie stokte de wegenbouw en zocht Brown & Root andere werkzaamheden. De nood was hoog en zo begon het als Houston Public Service Corporation zelfs een vuilnisophaaldienst in Houston. Andere werkzaamheden waren het ombouwen van surplusmateriaal uit de Eerste Wereldoorlog en onderhoud aan spoorwegen met de Texas Railway Equipment Company.

De New Deal van president Roosevelt moest via instellingen als de Public Works Administration verlichting brengen.

Marshall Forddam Corruptie was alom vertegenwoordigd in Texas, vooral bij openbare werken. De Texas Highway Department moest werken openbaar aanbieden, maar in veel gevallen werd dit onderhands vergeven. James Edward Ferguson, gouverneur van Texas van 1915 tot 1917, werd afgezet vanwege corruptie, maar zijn vrouw Miriam Ferguson werd gekozen en zette deze praktijken voort. In deze omgeving groeide Brown & Root. Aanvankelijk te klein om hieraan mee te doen, werkten zij aanvankelijk aan de kleinere, minder interessante opdrachten. Naarmate het bedrijf verder groeide, kwam het steeds meer in de positie om dit spel mee te spelen, wat het dan ook deed.

Brown & Root had een advocaat en adviseur gevonden in Alvin Wirtz. Deze voormalige senator voor Guadalupe County in de Senaat van Texas speelde een centrale rol in de Texaanse politiek en bedrijfsleven. Als partner in Powell, Wirtz, Rauhut and Gideon werkte hij buiten het democratische bestel, maar zijn invloed reikte ver daarin.

Wirtz zag de New Deal als grote kans om geld te verdienen en had al voor meerdere stuwdammen in de rivier de Guadalupe de overheidsfinanciering geregeld en land aangekocht. Voor Central Texas Hydro-Electric Company van Insull uit Chicago werkte hij aan een veel grotere dam in de Colorado. Deze George W. Hamiltondam moest als waterkrachtcentrale elektriciteit leveren aan Texas Hill Country. In 1932 ging Insull echter halverwege het project failliet en Wirtz moest een andere weg vinden.

Wirtz wilde aanspraak maken op kapitaal uit de Emergency Relief Appropriation Act dat 3,3 miljard dollar omvatte. Dit kon echter alleen als de dammen niet primair als waterkrachtcentrale zouden worden gebouwd, maar voor overstromingsbescherming. Wirtz wist de Texas Legislature te overtuigen dat dit het geval was en zo werd in 1934 de Lower Colorado River Authority (LCRA) opgericht. Wirtz werd aangesteld als belangrijkste adviseur en ging naar Washington om financiering voor de dam te regelen bij de Public Works Administration (PWA). Hier leerde hij Lyndon Johnson kennen die een goede vriend van hem zou worden.

Aanvankelijk verliep dit niet gunstig, maar door redistricting kreeg Wirtz het voor elkaar dat de dam – die hij nu Buchanandam noemde – in het congresdistrict kwam te liggen van James P. Buchanan. Deze was ook voorzitter van de House Committee on Appropriations dat de begrotingswetten vaststelde en zo wist Wirtz de dam op de begroting te krijgen.

thumb|De Marshall Forddam, later Mansfielddam genoemd In werkelijkheid was de dam echter niet ontworpen voor overstromingsbescherming, iets wat eigenlijk algemeen bekend was. De oplossing hiervoor was de Marshall Forddam. Brown & Root besloot hierop te bieden, hoewel het bedrijf geen enkele ervaring had met dammen en nog nooit een project van deze omvang had uitgevoerd. Het ging daartoe een joint venture aan met McKenzie Construction Company. Zoals George Brown later stelde: Joint ventures in the early days not only spread the risk for us, it also permitted us to acquire a lot of know-how we didn’t have much of. When we’d take on a big one, we wanted some company up in that dark alley with us. De offerte van Brown & Root-McKenzie lag lager dan die van de twee andere bedrijven en zo gaf de LCRA de opdracht aan Brown & Root-McKenzie. Dit was de doorbraak waar de ambitieuze Herman Brown al jaren voor aan het vechten was en het bracht het bedrijf op een nieuw niveau.

De financiering bleek echter niet rond. Niet de PWA, maar het Bureau of Reclamation beheerde de gelden met de House Committee on Rivers and Harbors met als voorzitter Joseph J. Mansfield. Deze had echter nog geen toestemming gegeven en kon dat ook niet doen omdat het alleen projecten op federaal grondgebied mocht financieren. De Texaanse rivieren waren staatsbezit en de staat was vastbesloten om deze rechten niet weg te geven. Buchanan wist de Comptroller General nog over te halen om de eerste termijn van vijf miljoen dollar te betalen, maar voor de tweede moest toestemming verkregen worden van het Congres. Brown & Root was echter al begonnen met de bouw en had grote investeringen moeten doen. Toen bekend werd dat de betalingen tot dan feitelijk illegaal waren gedaan, stond het bedrijf voor de keuze om te stoppen of door te gaan. Met de grote investeringen al achter de rug vertrouwde Brown & Root op Buchanan en zette de bouw voort. Op 22 februari 1937 overleed Buchanan voordat hij de financiering door het Congres had kunnen loodsen. Dit bracht Brown & Root en Wirtz in een lastig parket.

Nadat Buchanan overleden was, besloot Lyndon Johnson om zich verkiesbaar te stellen als afgevaardigde. Hij werd daarbij gesteund door Wirtz die Johnson nodig had om de dam door het Congres te loodsen. Wirtz wist Magnolia en Humble Oil bij te laten dragen aan de verkiezingscampagne. Johnson won overtuigend en wist daarna Mansfield te overtuigen van de noodzaak van de dam. Uiteindelijk wist Johnson ook president Roosevelt te overtuigen met behulp van diens assistent Corcoran. Onder invloed van het Report on Economic Conditions of the South en Howard W. Odum was Roosevelt van mening dat het achtergebleven zuiden ontwikkeld moest worden. Zo wist Mansfield de dam door het Congres te loodsen.

Hiermee leek de episode afgesloten, maar Herman Brown zette in op meer. Zonder Wirtz en Johnson in te lichten, liet hij tijdens een vergadering van de lokale Rotary Club in het Driskill Hotel in Austin een reeks sprekers betogen dat de dam niet hoog genoeg was voor overstromingsbescherming. Dit was inderdaad het geval en bekend bij Wirtz en Johnson. Om de dam te verhogen was een aanvullende 17 miljoen dollar nodig.

Wirtz en Johnson stonden voor het blok en besloten het spel mee te spelen. Volgens een ingewikkelde argumentatie veranderde het onderste deel van de dam in een waterkrachtcentrale en het bovenste deel in overstromingsbescherming. Daarmee werd financiering van het tweede deel mogelijk door het Bureau of Reclamation dat echter niet meer dan 14.850.000 dollar bij kon dragen. Voor de aanvullende financiering richtte men zich tot de PWA die echter niet bij mocht dragen aan zowel waterkrachtcentrales als overstromingsbescherming. De argumentatie werd nu het geen van beide te noemen, omdat het beide was. Dit was nauwelijks door het Congres te loodsen, maar met de hulp van afgevaardige en meerderheidsleider Sam Rayburn slaagde Johnson hier toch in.

Brown & Root won de daaropvolgende aanbesteding en had dus nu een project van 27 miljoen dollar. Herman Brown wist dit nog op te krikken door het nodige meerwerk er met de hulp van Johnson doorheen te krijgen. De relatie tussen Herman Brown en Johnson was aanvankelijk een koele zakelijke, vooral van de kant van Herman Brown, die zelfs gestemd had op de tegenstander van Johnson. Harde botsingen waren voorgevallen, maar uiteindelijk ontstond er een wederzijds respect. Brown & Root wist zo de crisisjaren te overleven en er zelfs groter dan ooit uit te komen met een netwerk dat het bedrijf een ongekende invloed gaf. De Marshall Forddam werd uiteindelijk de Mansfielddam genoemd naar de man die zo'n belangrijke rol had gespeeld bij de totstandkoming.

Na deze dam werden nog de Marble Fallsdam en de Granite Shoalsdam gebouwd, wat Brown & Root tot een van de grootste aannemers in het land maakte. De dammen bleken van grote waarde doordat er een einde kwam aan de overstromingen van de Colorado en door de elektriciteit die het opleverde. Van Pedernales Electric Cooperative – opgericht op initiatief van Johnson om het platteland van Texas van elektriciteit te voorzien – kreeg Brown & Root de opdracht om bijna 3000 km elektriciteitsnet aan te leggen. Met het platteland voorzien van elektriciteit en vrij van overstromingen had Johnson enkele verkiezingsbeloftes in kunnen lossen.

De lessen uit de crisis waren voor Brown & Root dat ze alles aanpakten wat ze maar voor handen kwam en dat het meeste werk zat in het verkrijgen van opdrachten, waar dan ook alles op werd ingezet. Het zou de toekomst van het bedrijf tekenen.

Tweede Wereldoorlog Herman Brown was geen voorstander geweest van de New Deal, dat hij een verspilling van zijn belastinggeld vond, maar was wel groot geworden door de federale programma's. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het grote geld in defensiecontracten en Brown & Root maakte deze overgang zonder problemen.

Naval Air Stations De eerste poging hiertoe mislukte. Brown & Root bood met het ervaren Bellows op Naval Air Station Isla Grande, maar kreeg de opdracht niet. Admiraal Ben Moreell stelde dat het gebrek aan ervaring op dit vlak de achterliggende reden was. Dat Johnson lid was van de Naval Affairs Committee mocht niet baten, buiten Texas was zijn macht nog beperkt.

In de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 1940 werd Johnson een belangrijke steun voor Roosevelt die een derde termijn nastreefde. Diens vicepresident, de Texaan Garner, nam het in deze verkiezingen tegen hem op en had veel steun in zijn thuisstaat, waaronder van de Browns. Johnson wist de Browns aan de kant van Roosevelt te krijgen en met hun steun kozen veel Texaanse politici uiteindelijk toch voor Roosevelt. Roosevelt won en stelde Wirtz aan als staatssecretaris van het Department of the Interior onder Harold Ickes. Roosevelt gaf de marine ook opdracht om bij Johnson te rade te gaan over alle contracten in Texas.

thumb|Naval Air Station Corpus Christi