thumb|Middeleeuws liedhandschrift het Lochamer-Liederbuch (rond 1450). thumb|Standbeeld van minnezanger Otto van Botenlauben. Het woord 'volkslied' (Duits: Volkslied) werd in het Duitse taalgebied voor het eerst gebruikt door Johann Gottfried Herder in 1773.Johann Gottfried Herder, 'Auszug aus einem Briefwechsel über Oßian und die Lieder alter Völker'. In: Von deutscher Art und Kunst. Einige fliegende Blätter (Bey Bode, Hamburg 1773). In de loop van de tijd ging het begrip in het bijzonder verwijzen naar liederen die eenvoudig te zingen zijn, door het volk gezongen en doorgegeven worden, en anoniem worden overgeleverd.
Een volksliedje is een lied dat zich breed heeft verspreid in een bepaalde sociale groep. Volksliedjes kunnen worden onderscheiden op basis van muzikale, taalkundige, sociale en historische kenmerken. Ze komen overeen wat betreft het gebruik van gewone spreektaal, cultuur en traditie. De liedjes kennen, door de mondelinge overlevering, streekgebonden en tijdgebonden varianten in tekst en melodie.
Duitse volksliedjes zijn door hun taal en muzikale traditie herkenbaar afkomstig uit het Duitstalige gebied. Er was veel aandacht voor volksliedjes ten tijde van de Romantiek (eind achttiende en negentiende eeuw), in het bijzonder voor historische liedjes met geïdealiseerde natuurbeelden en een sterke vaderlandsliefde.Michael Fischer, Eine kurze Geschichte der Volkslied-Idee: Volkslieder. Bijvoorbeeld Ludwig Erk verzamelde voor het liedboek Deutscher Liederhort (1856, 1893–94) ongeveer 20.000 Duitse volksliedjes.
Na het misbruik van volksliedjes door de nationaalsocialisten is zo'n romantiserende kijk erop in Duitsland grotendeels in onbruik geraakt. Tegenwoordig vallen ook nieuwere vormen van populaire muziek onder het volkslied, hoewel het volksliedje nog steeds wordt onderscheiden van popmuziek.Johannes Moser, Ansätze zu einer neueren Volksliedforschung (PDF; 1,0 MB), 1989, blz. 69. Het Duitse Volksliedarchief (Freiburg) verzamelt sinds 1914 Duitse volksliedjesDeutsches Volksliedarchiv, universiteit Freiburg. en beheert momenteel een archief van 250.000 Duitse liedjes, van volkliedjes tot populaire liedjes.
Betekenis en afbakening van het begrip 'volkslied' thumb|Johann Gottfried Herder, schilderij van Anton Graff (1785). Johann Gottfried Herder bedacht het woord 'volkslied' in 1773. Hij gebruikte het voor het eerst in de Briefwechsel über Oßian und die Lieder alter Völker, als vertaling van Thomas Percy's begrip popular song.Thomas Percy, Reliquies of Ancient English Poetry (1765). Het begrip 'volkslied' had toentertijd een ruimere betekenis dan tegenwoordig. Het verwees in het algemeen naar een destijds nieuwe opvatting over lyrische dichtkunst die dicht bij het volk moest staan en die zich afzette tegen de gekunsteldheid van de poëzie uit de Barok en Rococo.
Tijdens het verzamelen van volksliedjes in de achttiende en negentiende eeuw werden door de Duitse onderzoekers de volgende kenmerken vastgesteld:Wolfgang Suppan, Volkslied: seine Sammlung und Erforschung (1968, 2e vermeerderde druk 1978). het lied vindt zijn oorsprong in het volk of een deel van een volk (een groepering, een zuil) die wordt gekenmerkt door een gemeenschappelijke moedertaal, afkomst en culturele identiteit; het lied is anoniem overgeleverd, de liedschrijver of de tekstdichter en componist zijn niet meer bekend (bij degenen die het lied zingen); het lied is eenvoudig voor iedereen mee te zingen, wat het gemeenschapsgevoel bevordert; het lied kent een grote verspreiding dankzij mondelinge overlevering; het lied kent (vaak vele) varianten in tekst en melodie: doordat het mondeling wordt doorgegeven, ontstaan er plaatselijke, culturele en tijdgebonden varianten, die soms de aard van de betreffende cultuur weerspiegelen.
Volksliedjes gaan vaak over bekende, terugkerende of alledaagse omstandigheden, gebeurtenissen en stemmingen uit het dagelijkse leven. De liedteksten kunnen zich echter ook verwijderen van de gewone, rauwe werkelijkheid (van vrede en vreugde, liefde en dood, afscheid en reizen, van huis zijn en heimwee) en een geïdealiseerd beeld tonen, bijvoorbeeld door middel van idyllische natuurbeelden of een tragische liefde tussen een prins en een prinses. Volksliedjes kunnen verschillende functies hebben, bijvoorbeeld een werklied begeleidt de arbeid, een huwelijkslied wenst bruid en bruidegom geluk.
Het volkslied ken vele genres, die de inhoudelijke en thematische verscheidenheid van volksliedjes weerspiegelen: liefdesliederen, bruiloftsliederen, drinkliederen, kinderliederen, wiegeliederen, werkliederen, dansliederen, studentenliederen, soldatenliederen, zeemansliederen, religieuze liederen, heiligenliederen, vaderlandse liederen, reisliederen, wandelliederen, ochtendliederen, avondliederen, seizoensliederen, afscheidsliederen, kluchtliederen, spotliederen enzovoort.
Titels van volksliedjes thumb|Liedboek Deutsche Volkslieder, samengesteld door Kretzschmer en Von Zuccalmaglio (1838). Volksliedjes die uit de volksmond zijn opgetekend, kennen, net als in Nederland, geen vaste titel. Het verschijnsel van het geven van een titel, stamt immers uit de boekdrukkunst. Bij het optekenen van de liedjes uit de volksmond en het uitgeven ervan in liedbundels, wordt er wel vaak een titel aan een liedje gegeven. Deze kan per bundel verschillen en bovendien soms in een streektaal, soms in het Hoogduits zijn geschreven.
Vaak wordt er als titel simpelweg de beginzin (het incipit) gekozen, bijvoorbeeld 'Jetzt kommen die lustigen Tage'. Soms wordt er gekozen voor een beschrijvende titel, bijvoorbeeld 'Die Vogelhochzeit' bij het lied 'Ein Vogel wollte Hochzeit machen in dem grünen Walde'; of 'Dunkle Wolken' bij het lied 'Es geht ein dunkle Wolk herein'. Liedboeken hebben daarom meestal twee inhoudsopgaven: één met een lijst met incipits en één met een lijst met titels.
In het liedonderzoek wordt de titel van een volksliedje niet tot het lied gerekend. Omdat een lied een combinatie is van tekst en muziek, is de beginregel onderdeel van het lied, maar een titel niet. Bovendien zijn de titels gewoonlijk pas later toegevoegd, kunnen ze per liedbundel verschillen en zijn ze vaak weinig onderscheidend (er zijn vele liedjes met titels als 'Lentelied', 'Herderslied' of 'Avondlied'). Een volksliedje wordt daarom altijd aangeduid met het incipit: de eerste regel (of de eerste twee regels) van het lied. (Meer hierover bij Incipit - Volksliedjes).
Herkomst thumb|Portret van A.H. Hoffmann von Fallersleben, door Karl Georg Schumacher (1819). thumb|Das Lied der Deutschen, handschrift van Hoffmann von Fallersleben (kunstlied, 1841). Er is geen antwoord mogelijk op de vraag wat de herkomst is van een volksliedje en wie de tekst en de wijs hebben gemaakt. Doordat volksliedjes voortdurend tijdens de actieve zangbeoefening (dus door gehoor en nadoen) doorgegeven worden, verkeert het liedje onophoudelijk in een proces van variëren en herscheppen. Belangrijker dan de vraag naar de herkomst is volgens BraunHartmut Braun, Volksmusik: eine Einführung in die musikalische Volkskunde (Kassel 1999). de mate van opname en verspreiding - en daarmee de omarming en inbedding in de culturele uitingen van een te onderscheiden gemeenschap.
Afbakening met het kunstlied Een belangrijk onderscheid tussen het volkslied (anoniem overgeleverd door een orale traditie) en het kunstlied (van een bekende tekstdichter en toondichter), is dat de tekst en de muziek van een volksliedje niet vastliggen.
De scheidslijnen zijn niet altijd duidelijk te trekken. Een kunstlied kon bijvoorbeeld een volksliedje worden. In de negentiende en begin twintigste eeuw werden er veel liederen geschreven voor de actieve zangcultuur. Deze konden bij populariteit verspreid raken onder het volk en zo als volksliedje doorgegeven worden, waarbij de tekstdichter en de oorspronkelijke vorm in de vergetelheid raakten.
Onderlinge beïnvloeding Binnen Europa zijn veel overeenkomsten in volksmuziek vast te stellen, bijvoorbeeld in tekst, klank en formele vormen.Walter Wiora, Europäischer Volksgesang. Wetenschappelijk gezien is het onmogelijk om als land of gebied aanspraak te maken op bepaalde vormen van volksmuziek, of daar vergelijkingen in te maken op basis van kwaliteit of puurheid. Teksten en melodieën maken omzwervingen door verschillende streken.
Hierbij worden ook landgrenzen overschreden. Bijvoorbeeld het Nederlandse taalgebied kent volksliedjes die ook in Duitsland of Frankrijk voorkomen (waarbij de oorsprong vaak niet meer is te achterhalen). Voorbeelden zijn:
'Advocaatje ging op reis' - 'Petit homme avocat' 'Adieu mijn schat en ik moet voort' - 'Adje, mein Schatz, jetzt reis' ich fort' 'Altijd is Kortjakje ziek' - 'Twinkle, twinkle, little star' - 'Ah! vous dirai-je, maman' (oorspr. Fr.) 'Die winter is vergangen' - 'Der Winter ist vergangen' (naar het Nl.) 'Daar was een sneeuwwit vogeltje' - 'Es saß ein schneeweiß’ Vögelein' 'Daar zou er een maagdje vroeg opstaan' - 'Es wollt ein Mädchen früh aufstehn' 'Drie schuintamboers die kwamen uit het oosten' - 'Trois jeunes tambours s'en revenaient de guerre' (oorspr. Fr.) ' 'k Heb mijn wagen volgeladen' - 'Hab’ mein’ Wage vollgelade' 'Het waren twee koningskinderen' - 'Es waren zwei Königskinder' 'Ik stond op hoge bergen' - 'Ich stand auf hohem Berge' 'Klein, klein kleutertje, wat doe je in mijn hof?' - 'Puthöneken! Puthöneken! wat deist'u in usen Goren?' 'Komt een vogel gevlogen' - 'Kommt ein Vogel geflogen' 'Meiregen, maak dat ik groter word' - 'Mairegen macht, daß man größer wird' (kunstliedje van Hoffmann von Fallersleben, 1845) 'Mijn man kwam door de Lombardstraat' - 'Jan Hinnerk wahnt up de Lammer-Lammerstraat' 'Een oud pastoor die had een koe' - 'Herrn Pastor sien Kauh' 'Slaap, kindje, slaap' - 'Schlaf, Kindche, schlaf' (wiegelied) 'Vader Jacob' - 'Are you sleeping' - 'Martinillo' - 'Frère Jacques' (Fr. canon uit 1860)
Geschiedenis Middeleeuwen tot en met 17e eeuw thumb|Minnesänger Walther von der Vogelweide (Große Heidelberger Liederhandschrift, rond 1300). De oudste bronnen met Duitstalige liedjes stammen uit de 12e eeuw, de tijd van de Minnesänger (minnezangers) en Meistersinger (meesterzangers). Naast de kunstliederen van bekende tekstdichters en liedschrijvers ontstonden er volksliedjes en moordliederen, die hun bekendheid en verspreiding dankten aan kermiszangers ('Bänkelsänger') of straatzangers.
Sinds de Reformatie, eind 15e eeuw, werden deze liederen vastgelegd in handgeschreven liedboeken, zoals het Lochamer-Liederbuch (rond 1460) en het Glogauer Liederbuch (rond 1480) of afgedrukt in verzamelwerken zoals het liedboek Frische teutsche Liedlein (1536–1556), samengesteld door Georg Forster.
In de 17e eeuw nam de belangstelling voor volksliedjes af. Oorzaken waren de afstand die was ontstaan tussen de ontwikkelde bovenlaag en het volk sinds de Renaissance; en het in zwang raken van meerstemmige Franse en Italiaanse liederen (zoals villanellen, laat-middeleeuwse chansons en madrigalen). In de lijn van deze ontwikkeling bedeelt Bach in zijn Boerencantate (1742) de aria toe aan de ontwikkelde stadmensen en het volksliedje aan de nationalistische plattelandsbevolking.
Romantiek (eind 18e en de 19e eeuw) thumb|Titelblad Des Knaben Wunderhorn, deel 1 (1e druk, 1806). thumb|Titelblad Des Knaben Wunderhorn, deel 3 (1e druk, 1806). Tijdens de Sturm und Drang (rond 1767-1785) en de daarop volgende Romantiek, die zich verzetten tegen het rationalisme van de Verlichting, groeide met name onder dichters, schrijvers en musici een heimweeachtig verlangen naar eenvoud, de nabijheid van de natuur, nostalgie naar het verleden, het kennen van het eigene van de cultuur, oorspronkelijkheid (authenticiteit) en echtheid. De zoektocht naar de wortels van de cultuur leidde onder meer tot het verzamelen van mondeling overgeleverde volksliedjes.