Trompettakmos (Ramalina fastigiata, synoniem: Ramalina fraxinea var. fastigiata) is een korstmossoort uit de familie Ramalinaceae.
Determinatie Uiterlijke kenmerken Trompettakmos is een struikvormig korstmos. Het bestaat uit een innige mutualistische symbiose van de schimmel Ramalina farinacea en een groenwier van het geslacht Trebouxia. Het thallus is onregelmatig vertakt. De afgeplatte, holle, gestreepte, onregelmatig gevormde lobben zijn 2–3 cm lang. De thalli zijn grijs of als ze nat zijn groen en bedekt met kleine lichte vlekjes (fenestrae = venstertjes). De onder- en bovenkant hebben dezelfde kleur. Ze hebben geen soralen.
De apotheciën komen veel voor. Ze zitten aan het uiteinde van de lobben. De crèmewitte, platte tot iets komvormige apotheciën zijn 2–5 mm groot.Consortium of North American Lichen Herbaria
Dit korstmos heeft geen kenmerkende kleurreacties die kunnen helpen bij determinatie.
Microscopische kenmerken De 10–16 × 4,5–7,0 µm grote ascosporen zijn niervormig.
Ecologie Trompettakmos komt voor op de bast van bomen, zoals eik, iep, populier, es, wilg, esdoorn en linde.Natuurfront. Substraten Het korstmos kan slecht tegen luchtvervuiling en is daarom in verschillende wetenschappelijke onderzoeken gebruikt als biomonitor. Trompettakmos zit met een centrale voet vast aan de bast, meestal aan de zonzijde, van de boom.
Syntaxonomie thumb|Veel vruchtzettende exemplaren van trompettakmos, hier in epifytische vegetatie van de trompettakmos-associatie op een gesteltak van gewone es. In de syntaxonomie staat trompettakmos te boek als kensoort voor de naar deze soort vernoemde trompettakmos-associatie (Ramalinetum fastigiatae).
Verspreiding Trompettakmos kent een bijna kosmopolitische verspreiding; de soort komt met uitzondering van Antarctica op alle continenten op Aarde voor. De meest talrijke beschreven vindplaatsen liggen op het noordelijk halfrond, vooral in Europa. In Nederland is het een vrij algemeen voorkomende soort.
Fotogalerij
Externe links
Categorie:Ramalinaceae Categorie:Korstmossoort