Het metabolisme (Japans: メタボリズム)) was een avantgardistische beweging gevormd in Japan in het begin van de jaren 60 van de twintigste eeuw, die zich bezighield met het uitwerken van een utopisch systeem voor architectuur en ruimtelijke ordening.
Deze stroming ontstond tijdens de voorbereidingswerken voor de Tokyo World Design Conference van 1960 onder invloed van Kenzo Tange en zijn belangrijkste medewerker Takashi Asada.Lampugnani (ed.) (2006), p. 321 De metabolistische groep omvatte de architectuurcriticus Noboru Kawazoe, de architecten Kisho Kurokawa, Masato Otaka, Fumihiko Maki en Kiyonori Kikutake en de designers Kenji Ekuan en Kiyoshi Awazu, die samen in hetzelfde jaar het Metabolistisch Handvest opstelden.Henket & Heynen (ed.) (2002), p. 155
De metabolisten hadden een aanzienlijke invloed op de Japanse architectuur van de jaren zestig, met als hoogtepunt de Expo 70 in Osaka.
Oorsprong van het metabolisme Metabolisme geplaatst in de culturele, economische en politieke context van Japan Politieke achtergrond Architecturale ideeën kunnen het makkelijkst uitgewerkt worden wanneer men niet teruggehouden wordt door plaatsgebrek. Voor Japan, dat een beperkte bewoonbare oppervlakte heeft, viel het oog op buitenlandse gronden. Tijdens de midden jaren 30 ontstond in Japan het imperialistische concept van de Groot Oost-Aziatische Welvaartssfeer (大東亜共栄圏, Dai-tō-a Kyōeiken). Dit concept had tot doel de culturele en economische eenheid van het Oost-Aziatische 'ras' te bevorderen. Men verkondigde bovendien het voornemen om een zelfvoorzienend blok van Aziatische landen te creëren onder leiding van de Japanse staat en vrij van westerse mogendheden. Het territorium groeide met reuzenstappen en al dit nieuw beschikbaar land was de perfecte bouwgrond voor frisse ideeën en projecten. Maar door de bombardementen van Hiroshima en Nagasaki werd Japan nu geconfronteerd met gigantische open ruimtes die opgevuld moesten worden in het thuisland. thumb|Kaart van de Groot Oost-Aziatische welvaartssfeer, vooral in Mantsjoerije waren er veel vlaktes
In de nasleep van de nederlaag van 1945 waren de meeste Japanse steden zeer zwaar beschadigd en in sommige gevallen volledig verwoest door de branden en bommen van de oorlog. Miljoenen mensen bevonden zich zonder onderdak, de behoefte aan architectonische reconstructie werd net zo urgent als de politieke regeneratie van het land. Als antwoord op de vraag naar een dringende urbanistische oplossing voorzag Japan, helemaal wedergeboren als een democratische maatschappij, architecten met de kans om een Westerse herbebouwing strategie te volgen. Het traditionele en inheemse werd afgewezen als obsoleet. De massale vernietiging van het Japans stedelijk weefsel gaf de gelegenheid aan architecten om gebieden volledig opnieuw te definiëren.
De naoorlogse periode werd een groot keerpunt voor de ontwikkeling van de architectuur in Japan, moderne bouwkunst werd geaccepteerd en diverse modernistische experimenten werden uitgevoerd. De eerste architectuurwedstrijd gehouden na de oorlog was in 1948 voor de World Peace Memorial Cathedral in Hiroshima, snel gevolgd door de wedstrijd voor het Hiroshima Peace Centre. Kenzo Tange was een van de ontwerpers en zou een van de toonaangevende architecten van het naoorlogse Japan worden.p Henket & Heynen (ed.) (2002), p. 155
Culturele achtergrond De avantgardistische metabolistische groep werd gevormd in 1960. Het onttrok uit de traditie van de Japanse architectuur niet een esthetische bewustzijn van ruimtelijke compositie of vorm, maar een systeem. Metabolisme is een biologische term die verwijst naar de werkwijze waardoor stoffen geproduceerd, onderhouden en vernietigd worden om energie vrij te laten in een organisme. De metabolisten gebruikten het om een architectonisch beeld van cyclische vernieuwing te suggereren. Japan wordt gekenmerkt door verschillende scherp afgelijnde seizoenen. De jaarlijkse cyclus is daardoor duidelijk voelbaar. Andere voorbeelden van de cycluscultuur in Japan is de productie van rijst dat sterk verbonden is met de terugkerende seizoenen. Vele gebeurtenissen van het shinto-geloof zijn ook nauw gerelateerd aan de jaarlijkse cyclus. De metabolisten abstraheerden van de traditionele Japanse cultuur deze cyclische kwaliteit en pasten deze toe in hun bouwethiek.
Deze benadering kon zich alleen ontwikkelen zodra het verdwijnen van externe druk de Japanners de kans voorzag om hun eigen nationale traditie vrijelijk te interpreteren. In het verleden deed men een poging om overeenkomsten te vinden tussen de Japanse architectuur en moderne (westerse) architectuur, nu was de Japanse architectuur voor de eerste keer bij machte om zich te profileren in de wereld van de bouwkunst op grond van een eigen methode.
In Japan werd modernisme simpelweg opgevat als het tegenovergesteld concept traditionalisme. Het was Tange die tussenbeide kwam en een nieuwe stijl van Japans modernisme wilde creëren door het assimileren van traditie. Deze assimilatie leidde tot experimenteren en een zoektocht naar het nieuwe, in plaats van simpelweg de recombinatie en de heropleving van het oude. thumb|Deze houten structuur wordt elke 20 jaar ritueel vervangen
Een andere heel belangrijke hoeksteen van de Japanse cultuur is de vergankelijkheid, dat gelinkt kan worden met de cycluscultuur. Er is een sterke Japanse traditie van het maken van gebouwen en steden als tijdelijke constructies. Kurokawa en Kawazoe, enkele belangrijke spilfiguren van het metabolisme, schenken bijzonderlijk veel aandacht voor het grote schrijn van Ise, dat om de 20 jaar herbouwd wordt sinds 690. Dit voorbeeld is het Japanse archetype voor het metabolistische ethos van vergankelijkheid.Koolhaas e.a. (2011), p. 19
Economische achtergrond De periode van het metabolisme, beginnend bij de publicatie van het Metabolistisch Handvest van 1960 en eindigend met de Expo ’70 in Osaka, was een decennium van immens optimisme in de economie en ook in de architectuur. De metabolisten hadden het ambitieuze geloof in een versnelde stedenbouw en het gebruik van geavanceerde technologie dat vorm moest geven aan een tot dan toe nog onbestaande natuur- en techno-utopie.
Het moment van het metabolisme is onlosmakelijk verbonden met de enorme veranderingen in Japan tijdens de jaren 50 en 60. De ruïnes van de Tweede Wereldoorlog en de onverwachte economische stimulans van de door de VS geleid conflict in Korea van 1950 tot 1953, waren fundamenteel voor de visies van vernieuwing en verandering dat we in het metabolisme terugvinden. Het was een tijd waarin productie en de geldstroom in een versnelling geraakten.
Het optimisme dat Japan voortduwde op de tweede plaats in de wereldranglijst van het BBP in het midden van de jaren 60, en dat ervoor zorgde dat inschrijvingen aan de universiteiten van 20% naar 40% stegen, was een geschikte voedingsbodem voor de enorme ambities van de metabolistische architecten.Koolhaas e.a. (2011), p. 18
Het oprichten van de beweging De sleutelfiguur Kenzo Tange Kenzo Tange was een Japanse architect en tevens een van de meest invloedrijkste van de 20e eeuw zowel binnen als buiten Japan. Hij was een meester in het combineren van moderne architectuur met traditionele Japanse elementen. Hij begon met zijn architectuurstudies aan de universiteit van Tokyo in 1935 waar hij vervolgens werd tewerkgesteld vanaf 1946, hij stichtte toen ook het Tange Lab.Lampugnani (ed.) (2006), p. 467 Door zijn lesgeven en het stichten van het Tange Lab hielp hij de volgende generatie van jonge architecten te vormen, waaronder Kisho Kurokawa, Fumihiko Maki en Arata Isozakai. Veel van zijn studenten zouden later belangrijke figuren worden in de metabolistsche groep en ook op wereldvlak.
thumb|left|Hiroshima Peace Memorial Museum Het eerste belangrijke uitgevoerde project van Tange was het Hiroshima Peace Centre (1949-1956). Daarbij werd het stadscentrum van Hiroshima, dat op 6 augustus 1945 door een atoombom was weggevaagd, omgevormd tot een vredesmonument. Het museum, het belangrijkste bouwwerk, bestaat uit piloten en zonweringen die schatplichtig zijn aan de westerse Internationale Stijl, vooral aan Le Corbusier, maar de constructie van de ruimte verwijst ook naar de traditionele Japanse architectuur. Tange bracht het ontwerp in tijdens CIAM VIII (1951), dat "Het stadscentrum" als thema had, en maakte daarmee zijn internationale debuut.Lampugnani (ed.) (2006), p. 467-468
De splintergroep, Team X, bestaande uit jonge architecten die de aanpak van CIAM te paternalistisch, star en niet meer hedendaags vonden aanvoelen hielden vanaf 1959 hun eigen bijeenkomsten waar zij stadsplanning en architectuur besproken. Dit jaar was tevens de laatste samenkomst van CIAM. Tange werd ook hier uitgenodigd en de concepten van "menselijke vereniging", "clusters" en "mobiliteit" werden besproken.Mumford (2000), p. 6-7 Met deze nieuwe impulsen in het achterhoofd verwijderde hij zich van zijn oorspronkelijke ideeën en schoof hij op in de richting van het metabolisme. Zijn programmatische ontwerp voor Tokio (1960) was een model van de toekomstige informatiemaatschappij, gericht op oneindige groei. Tange wilde het concentrische stedelijke centrum van Tokio openbreken door middel van een stedelijke as dwars door de Baai van Tokio, over het water dus, van Tokio naar Kisarazu. Niets van het ontwerp werd uitgevoerd. Toch bleef stedenbouw een van de belangrijkste interesses van Tange, wat onder meer blijkt uit zijn masterplan voor de wederopbouw van Skopje (1965-1966) dat hevig geraakt was na een verwoestende aardbeving in 1963.Lampugnani (ed.) (2006), p. 468
Tange speelde een belangrijke rol in het debat over de nieuwe vorm van de architectuur in de naoorlogse Japanse democratie.
Tokyo World Design Conference, 1960 Vanaf 11 tot en met 16 mei 1960 leidde een zelfverzekerd Japan een World Design Conference (WoDeCo) als een podium waar de eigen opkomende talenten geconfronteerd konden worden met de internationale avant-garde.
Na de laatste CIAM bijeenkomst gehouden in Otterloo in 1959, geleid door Team X, vertrok Tange naar de VS om enkele maanden les te geven aan het Massachusetts Institute of Technology en nieuwe ideeën te ontwikkelen met de studenten daar. Thuis in Japan begonnen de metabolisten in wording zich te vormen in zijn afwezigheid, wel altijd volgens zijn instructies achter de schermen. Volgens Tange had het internationaal platform van de WoDeCo 1960 in Tokio de formatie van een nieuwe Japanse architectonische beweging nodig. Hij gaf Takashi Asada -zijn partner in het Tange Lab en secretaris-generaal van de WoDeCo- de opdracht om jonge architecten en designers te zoeken om in de conferentie te laten meedoen. Asada schaarde zich samen met zijn vrienden Noboru Kawazoe, een architectuur criticus, en Kisho Kurokawa, een student van Tange, die hem moesten helpen bij deze zoektocht. Dit was het startsein voor de geboorte van een beweging. Samen hielden ze nachtelijke bijeenkomsten waar veelbelovende jonge talenten deelnamen aan intense en uiteenlopende debatten. Deze groep zou de metabolistische groep worden.
Tokyo’s World Design Conference (WoDeCo) had zijn wortels in het International Design Conference in Aspen (IDCA). Isamu Kenmochi en Sori Yanaga bezochten Aspen als vertegenwoordigers van het Japanse comité van internationaal design (waaronder ook Tange deel van uitmaakte) en stelden voor om de volgende editie van 1958 te houden in Tokyo in plaats van Aspen. Will Burtin, de grafische vormgever en medestichter van IDCA, was een voorstander van dit idee omdat het evenement dan eindelijk echt een "internationaal" gegeven zou worden.