miniatuur|De dames van de KNSB-Kernploeg in 1973; Westenbroek eerste van links. miniatuur|Westenbroek in actie tijdens de Nederlandse kampioenschappen schaatsen allround 1974. miniatuur|Westenbroek tijdens de Nederlandse kampioenschappen schaatsen allround 1974. thumb|Westenbroek (links) als eerste Nederlandse kampioene marathonschaatsen op kunstijs 1974, samen met Ton Groot. miniatuur|Westenbroek in de bocht tijdens de Nederlandse kampioenschappen schaatsen allround 1975. thumb|Westenbroek tijdens de Wereldkampioenschappen schaatsen allround 1975, met links achter haar bondscoach Gerard Maarse. miniatuur|Westenbroek (derde van links) in gesprek met de Nederlandse deelneemsters aan de wereldkampioenschappen schaatsen allround 1975, tijdens een bezoek van prins Claus en koningin Beatrix. thumb|Sijtje van der Lende (links) en Westenbroek (rechts) op Luchthaven Schiphol in 1976. miniatuur|Westenbroek tijdens de Nederlandse kampioenschappen schaatsen allround 1981.
Sophia Gezina Westenbroek (later Piest-Westenbroek) (Steggerda, 26 mei 1948 – aldaar, 11 juni 2026) was een Nederlands langebaanschaatsster, marathonschaatsster en kortebaanschaatsster. Ze werd de eerste Nederlandse kampioene marathonschaatsen op kunstijs in 1974. Daarnaast won zij driemaal de IJsselcup (1973, 1974 en 1978) en eenmaal het KNSB-Cup klassement (1974) en nam ze deel aan diverse Wereldkampioenschappen in het langebaanschaatsen. Ze behaalde dertien overwinningen op kunstijs en in 1982 won ze de zilveren medaille tijdens de Nederlandse kampioenschappen kortebaanschaatsen.
Levensloop
Beginjaren Op 21-jarige leeftijd begon Westenbroek met het schaatsen. Ze kwam uit een gezin van veertien kinderen uit Steggerda. Met negen broers en vier zussen. In 1963 begon ze met haar vriendin Sijtje van der Lende deel te nemen aan kortebaanwedstrijden en sloten ze aan bij de Friese-selectie.
In mei 1972 werd Westenbroek opgenomen in de KNSB-Kernploeg. In diezelfde maand was ze op trainingskamp geweest in Overveen met de kernploeg. Vijf maanden later werd zij definitief opgenomen in de ploeg voor het aankomende seizoen, samen met zes andere rijdsters. Dat seizoen ontbrak zij bij een internationale schaatswedstrijd in Heerenveen vanwege een knieblessure. Tijdens haar debuut op een kampioenschap behaalde ze de zesde plaats op het NK allround 1973. Door deze klassering werd zij niet geselecteerd voor het EK allround, waarvoor de beste vijf rijdsters van het NK zich plaatsen; zij werd wel als reserve aangewezen. Hetzelfde gold voor het WK sprint. Er werd nog overwogen om Sijtje van der Lende te vervangen door Westenbroek.
Westenbroek won de IJsselcup van 1973, wat een grote verrassing was. Zij versloeg onder meer Atje Keulen-Deelstra en werd na deze overwinning bestempeld als een groot talent. Hierdoor wilde bondscoach Gerard Maarse haar uit de reserverol halen die ze voorgaande seizoen had. Westenbroek werd geselecteerd bij de beste vier rijdsters van Nederland en mocht internationale wedstrijden gaan rijden. Zelf verklaarde zij haar succes doordat zij, juist omdat zij vaak reserve was, in de zomermaanden extra hard had getraind. Bij de selectiewedstrijden een maand later eindigde zij als derde. Om deel te nemen aan het EK of WK was Westenbroek wel verplicht om bij de beste vier rijdsters te eindigen om zich te plaatsen. Dit kwam mede doordat de ISU het aantal startplaatsen per land had teruggebracht van vijf naar vier. Tijdens het NK allround 1974 wist zij niet bij de beste vier te rijden en eindigde zelfs op de zevende plaats. Daarmee kwam haar seizoen op internationaal niveau ten einde. Zij gaf zelf aan dat zij haar kansen op de 500 meter had verspeeld, mede door zenuwen en een ongunstige loting. Mede hierdoor ging ze de rest van het jaar marathonwedstrijden rijden, waar ze een week na het NK al een overwinning behaalde. Bondscoach Maarse overwoog nog om Westenbroek en Annie Borckink mee te nemen naar het WK sprint 1974 in Innsbruck, maar zag daar uiteindelijk van af. Volgens hem was de sfeer in de ploeg goed en konden zij zich beter richten op wedstrijden in Nederland, zoals de Heineken-wedstrijden.
Marathonsuccesjaar 1974 In 1974 nam Westenbroek deel aan de NK marathonschaatsen op kunstijs. Tijdens de wedstrijd ontsnapte zij meerdere malen uit het peloton, maar werd telkens teruggehaald. Twee ronden voor het einde wist zij opnieuw weg te rijden, waarna zij solo over de finish kwam. Hiermee werd zij de eerste Nederlandse kampioene marathonschaatsen op kunstijs bij de vrouwen. Ze reed 50 ronden in een tijd van 39 minuten en 38 seconden. In 1975 kon zij haar titel niet verdedigen vanwege verplichtingen binnen de kernploeg. In het seizoen 1973/74 won Westenbroek tevens het eindklassement van de Heineken Trofee. Zij was al voor de laatste wedstrijd zeker van de eindoverwinning. In totaal won zij dat seizoen zeven wedstrijden op kunstijs, inclusief het NK. Ook won zij de Alternatieve Elfstedentocht over een afstand van 70 kilometer in Lillehammer. Na afloop van het seizoen gaf zij aan dat het marathonschaatsen een goed alternatief was geweest, nadat zij buiten de kernploeg was gevallen in het verdere verloop van het seizoen. Achteraf was zij hier tevreden over, omdat zij er veel plezier aan had beleefd. Voor het nieuwe seizoen werd Westenbroek opnieuw opgenomen in de kernploeg.
Nationale top en WK-deelname Westenbroek won in 1977 nogmaals de IJsselcup. In datzelfde jaar reed zij voor het eerst de 3000 meter onder de vijf minuten De eerste schaatsmarathon van het nieuwe jaar, nieuwjaarsmarathon verloor zij van Atje Keulen-Deelstra en eindigde op de tweede plaats. Op het NK allround 1975 werd Westenbroek overtuigend tweede, met drie afstandspodiumplaatsen. Door een hevige verkoudheid gaf zij in het eindklassement uiteindelijk elf seconden toe op de winnares. Aanvankelijk was het onzeker of zij mocht deelnemen aan het WK allround 1975, mede vanwege haar resultaten in internationale wedstrijden. Daarom reed zij een beslissingswedstrijd over 3000 meter tegen Sijtje van der Lende om te bepalen wie zich zou plaatsen. Westenbroek was bijna vijf seconden sneller en verdiende daarmee deelname aan het WK. Westenbroek gaf later aan ontevreden te zijn over bondscoach Maarse. Op het WK allround eindigde zij uiteindelijk op de achtste plaats. Daarnaast nam zij deel aan het WK sprint 1975, waar zij als tiende eindigde.
Conflict met bondscoach en terugval Meerdere rijdsters waren niet tevreden met het beleid van bondscoach Maarse. Enkele rijdsters stapten daarom uit de kernploeg en eisten een andere bondscoach. Samen met Annie Borckink en Sijtje van der Lende zette Westenbroek haar loopbaan voort. Zij benadrukten dat het een olympisch seizoen betrof en dat zij anders zouden zijn gestopt. De KNSB verwachtte van deze drie rijdsters een brief waarin zij hun bereidheid om weer onder Maarse te werken zouden bevestigen. Deze brief werd echter niet ingestuurd. Later trokken zij hun bezwaren in onder druk van de KNSB en ondertekenden zij dat zij na het NK onder leiding van Maarse internationale wedstrijden zouden rijden. Uiteindelijk stapte Westenbroek uit de kernploeg en verklaarde zij dat zij na de Nederlandse kampioenschappen weer onder leiding van Maarse zou gaan rijden. Tijdens het NK allround 1976 stelde Westenbroek teleur met een achtste plaats. Daardoor viel zij buiten de selectie van NOC*NSF voor mogelijke deelname aan de Olympische Spelen 1976 en werd zij niet opnieuw opgenomen in de kernploeg. Hierna richtte zij zich opnieuw op het marathonschaatsen. Twee dagen na het NK won zij een wedstrijd in Den Haag. Het NK marathonschaatsen op kunstijs 1976 eindigde echter opnieuw in teleurstelling. Ze kwam in de laatste bocht ten val op een kansrijke positie. "Ik zag mezelf al winnen en dan gebeurt dit." verklaarde zij. Uiteindelijk werd Borckink niet geselecteerd voor de internationale wedstrijd tegen de Sovjet-Unie, waardoor Westenbroek alsnog werd meegenomen. Op de 3000 meter reed zij een persoonlijk record dat zij daarna niet meer zou verbeteren.
Eind 1976 werd Westenbroek Nederlands B-kampioene. Zij won twee afstanden en werd op twee andere afstanden tweede. Hiermee plaatste ze zich voor de NK allround 1977 van dat seizoen. Na haar vertrek uit de kernploeg gold zij voorafgaand aan dit kampioenschap als een bedreiging voor de kernploegrijdsters. Er werd zelfs gespeculeerd over een mogelijke terugkeer in de kernploeg. Op het NK allround 1977 eindigde zij op de derde plaats. Deze klassering kwam mede tot stand doordat klassementsleidster Joke van Rijssel zich na de eerste dag terugtrok wegens het plotseling overlijden van haar vader. Hierdoor waren slechts de beste twee rijdsters zeker van plaatsing voor het WK allround 1977. Westenbroek werd niet opnieuw opgenomen in de kernploeg. Om op het WK te mogen deelnemen was er een afvalwedstrijd met twee andere kernploegleden. De beste twee zouden worden afgevaardigd. Bij de selectiewedstrijden in het Italiaanse Madonna di Campiglio werd zij als derde beste Nederlandse rijdster en dat betekende dat ze weer niet naar het WK zou gaan. Tijdens de NK marathonschaatsen op kunstijs 1977 won ze dat seizoen nog de zilveren plak.
Terugkeer en prestaties eind jaren zeventig Begin 1978 reed Westenbroek op de 500 meter en de 1000 meter baanrecords op IJsbaan Haarlem. Dit kwam mede door de idieale weersomstandigheden. Ze hoopte om van de nieuwe bondscoach Ab Krook een uitnodiging te krijgen voor de kernploeg, maar Krook koos voor de jonge Klaske Meijer. Westenbroek was hierdoor teleurgesteld en kon mede door haar werk niet meer in het buitenland gaan trainen. Daarom richtte zij zich op marathonschaatsen en op klassementswedstrijden in het weekend. Bij de selectievierkamp voor het WK sprint 1978 eindigde zij als derde in het eindklassement, waarmee zij zich plaatste voor het WK. Zij gaf aan blij te zijn weer terug te zijn in de kernploeg. Zij maakte hiermee na twee jaar haar rentree in de kernploeg. Hierdoor kon ze niet deelnemen aan het NK op kunstijs 1978 marathonschaatsen. Het marathonschaatsen gebruikte ze stiekem als training.
Op het WK sprint won ze als enige Nederlandse schaatsster een afstandsmedaille op de laatste 1000 meter. "Dat ik hier nu juist een keer op het podium moet komen, ik snap er eigenlijk niets van" reageerde ze. In het eindklassement eindigde ze op de elfde plaats. Op het NK allround 1978 eindigde zij als vierde, met op iedere afstand een persoonlijk record. Hiermee plaatste zij zich voor het WK allround 1978. Het WK allround verliep voor de Nederlandse ploeg teleurstellend. Westenbroek eindigde als dertiende en was daarmee de tweede Nederlandse achter Sijtje van der Lende, die twaalfde werd. Bondscoach Krook beschouwde Westenbroek als de minst teleurstellende van de Nederlandse ploeg. Door deze prestaties bleef zij opgenomen in de kernploeg voor het volgende seizoen. Dat seizoen begon zij sterk met haar derde overwinning in de IJsselcup.
Op NK allround 1979 won Westenbroek het brons met twee afstandspodiumplaatsen. Ze reed een onverwacht sterke 3000 meter. Bondscoach Krook stelde de eis een plaats bij de beste vier voor kwalificatie aan de Wereldkampioenschappen. Hiermee plaatste ze zich voor het WK allround 1979 en het WK sprint 1979. Op het WK allround behaalde ze een verrassende negende plaats. Dit kwam mede door weer een sterke 3000 meter te rijden, terwijl ze na de eerste dag op de vijfde plaats stond. In tegenstelling tot het WK allround was het een blamage op het WK sprint. Ze eindigde op de tweeëntwintigste plaats. Hierdoor verloor Nederland voor het volgende WK sprint een startplek. Dit kwam mede door de resultaten van de andere Nederlandse rijdsters, die ook niet hoog waren. Desondanks deze teleurstelling mocht Westebroek wel in de kernploeg blijven.
Latere carrière