De Seltsjoeken (Turks: ) waren een tak van de Oghuz-Turken, die oorspronkelijk uit Centraal-Azië kwamen en uiteindelijk het Grote Seltsjoekenrijk stichtten in het Midden-Oosten dat stand hield tot de 13e eeuw. Opeenvolgende hoofdsteden waren Merv, Nisjapoer, Ray, Isfahan, Hamadan. Het Grote Seltsjoekenrijk viel in 1092 uiteen in meerdere staten, o.a. het sultanaat Rûm in Anatolië met als hoofdstad Konya of Ikonion.

Oorsprong en komst naar Midden-Oosten De dynastie van Seltsjoek komt voort uit de Qynyk, een van de takken van de Oğuz-Turken, die in de 9e eeuw aan de rand van de moslimwereld leefden, ten noorden van de Kaspische Zee en het Aralmeer. Van daar migreerde dit volk naar Anatolië, waar het Seltsjoekenrijk tot stand kwam.

De Turkse migraties naar het Midden-Oosten vonden plaats in twee grote golven. Tijdens de eerste migratiegolf rond 985 trok een deel van de nomadische Oğuzen uit hun thuisland tussen het Aralmeer en de Syr Darja rivier (Transoxanië). Hier hadden ze in 766 de staat Oğuz Yabgu opgericht, die bestond uit een confederatie van tweeëntwintig Oğuzstammen. Dukak, de vader van Selçuk (Seltsjoek), de stichter van de dynastie, was een subasi (legeraanvoerder) in deze Yabgu staat. Zijn vader stierf, waarna Selçuk werd aangesteld als de nieuwe subasi. Maar de Yabgu-heerser was ontstemd door Selçuk's groeiende prestige. Toen Selçuk vreesde voor zijn leven vanwege de interne conflicten, verliet hij omstreeks 985 zijn vaderland met zijn stam en trok naar het islamitische Nabije Oosten.Peter B. Golden, An Introduction to the History of the Turkic Peoples, 188-94, 205-11. Op deze manier leidde Selçuk (Seltsjoek) de eerste migratiegolf van de Turkse nomaden en bouwde zijn yurt (nomadentent) in Jend in de provincie Buchara. De Seltsjoeken stamden af van de Kınık-stam van de Oguzen.Faruk Sümer, ‘Oğuzlar’, Islam Ansiklopedisi, vol. 9, 380-81 Afstammelingen van deze Oğuz-nomaden raakten onder de invloed van het Huis van Selçuk betrokken in de politieke machtsstrijd in de islamitische wereld in Eurazië en creëerden een machtig rijk, het Grote Seltjoekenrijk.

De moslimwereld voor de Seltsjoeken In de 10e eeuw, voor de komst van de Seltsjoeken, was het Kalifaat van de Abbasiden uiteengevallen. Het soennitische kalifaat was eerst omsingeld en daarna bezet door sjiitische staten zoals de Boejiden in Irak en IranB. Spuler, “The disintegration of the caliphate in the East” in: The Cambridge History of Islam, vol.1, ed. P.M. Holt, Ann Lambron, Bernard Lewis (London, 1977) 149, 152. en de Fatimiden, die de autoriteit van de Abbasidische kalief hadden verworpen, in Egypte, Syrië en Noord-Afrika.Bernard Lewis, “Egypt and Syria”, The Cambridge History of Islam, vol.1, 184 De kaliefs waren niet meer dan marionetten in de handen van de strijdende militaire en sektarische klieken.

Byzantium had Cyprus en Kreta heroverd, en nadat een Byzantijns leger Syrië innam trok zij verder tot aan Jeruzalem.Spuler, “The disintegration of the caliphate, 194. In de Kaukasus en Centraal-Azië ontstond een nieuw machtig rijk, de Koeman-Kiptsjak confederatie, die het bestuur overnamen van de Zijderoute. In Spanje begon de Reconquista en de Noormannen namen het Emiraat Sicilië in.

Precies rond deze tijd - terwijl de moslimwereld een politieke, culturele en economische crisis doormaakte - transformeerde de komst van de Turkse Oğuz nomaden uit de Centraal-Aziatische steppen het lot en de toekomst van de moslimlanden. Binnen enkele generaties verwierven de nomadische Seltsjoeken macht over een agrarische samenleving met een sedentaire cultuur en vestigden zij het Grote Seltsjoek Rijk (ca. 1040-1194). De Grote Seltsjoek-dynastie vertegenwoordigde de eerste Turkse dynastie die heerste in de islamitische wereld. De oprichting van het Grote Seltsjoekrijk bracht nieuwe politieke stabiliteit in de islamitische wereld die grotendeels opnieuw was verenigd onder één enkele staat - voor het eerst sinds de vroege jaren van de Abbasiden. Met zijn centrum in Iran controleerde het Grote Seltjoekenrijk aan het einde van de elfde eeuw een uitgestrekt gebied, dat zich uitstrekte van de Hindu Kush bergen tot in Anatolië en van Centraal-Azië tot de Perzische Golf.Claude Cahen, Pre-Ottoman Turkey: a general survey of the material and spiritual culture and history, c. 1071-1330 (California, 1968); George Makdisi, History and Politics in 11th-Century Baghdad (Aldershot, 1991); Aziz Başan, The Great Seljuqs: A History (New York, 2010); Andrew C.S. Peacock, Early Seljuq History: A New Interpretation (New York, 2010); Christian Lange and Songül Mecit ed., The Seljuqs: Politics, Society and Culture (Edinburgh, 2011); Songül Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty (New York, 2013).

Vroege periode Tuğrul Beg (1040-1063)

De stamvader van de dynastie was Selçuk, maar als de eigenlijke grondlegger van de staatsmacht geldt diens kleinzoon Togrul Beg (Tuğrul Beg). De vroege Seltsjoeken waren aanvankelijk betrokken als hulptroepen in het politieke conflict tussen de tanende regionale staten van de Samaniden, Ghaznaviden en de Karahaniden.Erdoğan Merçil, Müslüman-Türk Devletleri Tarihi (Ankara, 1991) 45-48. Na hun overwinning op de Ghaznaviden in de slag bij Dandanaqan in 1040, maakte hij samen met zijn broer Çağrı Beg een eind aan de Ghaznaviden, die ca. 1000 de eerste Turkse staat in Khorassan hadden opgericht. Aldus kwam het Grote Seltsjoek Rijk tot stand. In 1040 werd Tuğrul Beg uitgeroepen tot sultan van het prille Seltsjoekenrijk. Maar zijn positie was niet veilig. Hij streed met de andere dynastie-leden om de steun van de tribale nomaden te winnen.Osman Turan, Selçuklular Tarihi ve Türk-Islam Medeniyeti (Ankara, 1965), 66-68.

Onder Çağrı en Tuğrul Beg, werd het Grote Seltsjoekenrijk bestuurd volgens de oude Turkse politieke traditie. Çağrı en Tuğrul verdeelden de landen die zij hadden veroverden onder elkaar maar er was één overkoepelend soeverein. Çağrı Beg bleef in het oosten, waar hij zijn basis vestigde in Merv en werd na zijn dood in 1060 opgevolgd door zijn zoon Alp Arslan. Tuğrul Beg trok verder naar het westen en nam in 1055 Bagdad, de hoofdzetel van de Abbasidische kalief. De kalief in Bagdad wilde zich bevrijden van de heerschappij van de sjiitische Boejidische emir. Door Bagdad te veroveren maakte Tuğrul een eind aan de Boejidische heerschappij. Als wederdienst verleende de kalief in 1058 aan Tuğrul Beg de titel van 'Sultan van het Oosten en Westen'. Door het verlenen van de titel van Sultan, gaf de kalief hem volle macht als soeverein. Omgekeerd erkende Tuğrul het geestelijke gezag van de kalief. De titel 'Sultan van Oost en West' was eerder nooit gebruikt door moslimvorst. Deze nieuwe titel had zijn wortels in de nomadische steppe-concept van de universele heerschappij; als een symbool van soevereiniteit dat zich uitstrekt van waar de zon opkwam tot waar deze onderging.Nicola Di Cosmo, Warfare in Inner Asian History (Leiden, 2002) 112.

Sultan Tuğrul Beg begon vervolgens een nauwe samenwerking met de kalief in Bagdad om de hegemonie van de Seltsjoeken te legitimeren in de moslimwereld. Om de samenwerking tussen de Seltsjoeken- en Abbasidische dynastieën te verzegelen, trouwde de kalief met een nicht van de sultan en Tuğrul trouwde met de dochter van de kalief.Turan, Selçuklular Tarihi, 92-93.

Alp Arslan (1063-1072)

De tweede sultan van de dynastie van de Seltsjoeken in het Midden-Oosten, en achterkleinzoon van Seltsjoek, de stichter van de dynastie koos voor de naam Mehmed (= Mohammed) toen hij zich bekeerde tot de islam. Wegens zijn militaire dapperheid verkreeg hij de bijnaam Alp Arslan, wat „moedige leeuw“ betekent.

Toen Tuğrul Beg in 1063 stierf, liet hij geen erfgenamen achter. Daarop volgde zijn neef Alp Arslan hem op als sultan van de verenigde Seltsjoekse territoria. Tijdens het bewind van sultan Alp Arslan en zijn zoon en opvolger, Sultan Malik Shah I, werd het Grote Seltsjoek Rijk stevig gevestigd en het groeide uit tot een dominante macht in de moslimwereld. De consolidatie van staatsmacht ging gepaard met de oprichting van een staand leger en een bureaucratie.

De architect van deze centrale instellingen was de beroemde Seltsjoek grootvizier, Nizam al-Moelk, die diende onder sultan Alp Arslan en Malik Shah. Nizam-ul Mülk, een van de eminente staatsmannen in de moslimgeschiedenis, was lid van de Perzische bureaucratie, die uit Ghaznavidische in Seltjoekse dienst was gekomen. Hij voerde de Perzische-islamitische concepten van het bestuur en het koningschap in, die onder de Ghaznaviden waren ontwikkeld en verfijnd onder de Grote Seltsjoeken.Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty, 4. Op vraag van Sultan Malik Shah, formuleerde Nizam-ul Mülk zijn politieke en bestuurlijke ideeën in zijn beroemde Siyaset-name (Boek van Bestuur). Dit 'Boek van Bestuur' - een mengeling van politieke traktaat en vorstenspiegels - weerspiegelde tegelijk de Grote Seltsjoek-ideologie van koningschap. De officiële Seltsjoekse staatsideologie ontwikkelde zich als een mix van Turkse politieke concepten, de islamitische principes en Perzische idealen. Het presenteerde de Grote Seltsjoeken als de hoeders van de islamitische wereld en als verdedigers van de soennitische islam tegenover de sjiitisch Fatimidische rivalen in Syrië en Egypte.Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty, 5. De ideologische en politieke tegenstanders van de Grote Seltsjoeken waren de sjiitische Boejiden in Irak en de sjiitische Fatimiden in Egypte. Daarom probeerden zij hun claim op macht en hun snelle expansie naar Syrië en Egypte te legitimeren met het argument dat zij de hoeders van de islam waren.Ibidem, 65.

In de geschiedenis van de islam leidde de Groot-Seltsjoekse periode ook een nieuw tijdperk in. Het was onder de Groot-Seltsjoeken dat de soennitische islam een nieuw leven werd ingeblazen. De eminente geleerde al-Ghazali verzoende het soefisme met het soennisme en de medrese of islamitische universiteiten werden voor het eerst opgericht. Het religieuze beleid van de Groot-Seltsjoeken verschilde naargelang de tijd en plaats en paste zich aan de veranderingen van de politieke omstandigheden.Peacock, Early Seljuq History, 100-120. Hun religieuze visie werd door bestuurders geconsolideerd in plaatsen die door de staat werden gesponsord, zoals de medreses, wat de complexe relatie aantoont tussen politieke macht en religieuze kennis. De Groot-Seltsjoeken probeerden om een duurzame politieke aanwezigheid te vestigen door de krachten te bundelen met wetenschappers en bekende Soefi leiders die gebruik maakten van de patronage van de staat.Omid Safi, The Politics of Knowledge in Premodern Islam. Negotiating Ideology and Religious Inquiry (Chapel Hill, 2006).

Slag bij Manzikert (1071) De prioriteit van sultan Alp Arslan was de eliminatie van zijn grootste rivaal in Syrië en Egypte, de Fatimiden. Hij veroverde gemakkelijk Aleppo op de lokale heersers, nam Jeruzalem in 1071 en Damascus in 1076. Tijdens zijn campagnes tegen de Fatimiden, bouwde Alp Arslan tegelijk een netwerk van allianties uit in de Kaukasus. Hij wilde al zijn krachten inzetten tegen de Fatimiden. Om overbodige vijandelijkheden met de Byzantijnen te vermijden en zijn noordelijke flank tegen Byzantijnse aanvallen te beveiligen, sloot sultan Alp Arslan in 1069 een vredesverdrag met het Byzantijnse Rijk. Dit ondanks een eerdere aanval van een Byzantijns leger die hij had moeten neerslaan.Turan, Selçuklular Tarihi, 125-27.