De Deventer moordzaak is de strafzaak en de daarmee verband houdende verwikkelingen na de moord op de 60-jarige weduwe Jacqueline Wittenberg in september 1999 te Deventer. De zaak heeft in de loop der tijd nationaal en internationaal grote bekendheid en media-aandacht gekregen, vanwege voortdurend nieuwe ontwikkelingen en inzichten en het feit dat er meerdere personen als verdachten in beeld zijn gekomen, waarbij er ondanks een veroordeling bij sommigen altijd twijfels zijn blijven bestaan.
In eerste instantie was er duidelijk sprake van een justitiële dwaling. De hoofdverdachte Ernest Louwes – ten tijde van de moord de fiscaal jurist van Wittenberg – bleek in eerste instantie op grond van onjuist bewijs te zijn veroordeeld. Tijdens de herziening werd echter nieuw belastend bewijs gevonden, op grond waarvan Louwes opnieuw veroordeeld werd. Desalniettemin zijn veel mensen altijd blijven geloven in Louwes' onschuld. Door twee procedures tot en met de Hoge Raad en twee herzieningsverzoeken is dit een van de langstlopende zaken in de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht geworden. Na vrijspraak in eerste aanleg werd Louwes in december 2000 alsnog veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar voor de moord. In 2003 waren ontdekte fouten in het onderzoek reden om de uitspraak te herzien, waardoor hij tijdelijk vrij kwam. Hoewel het oorspronkelijke bewijs werd verworpen, leidde opgedoken DNA-materiaal in februari 2004 tot bekrachtiging van de eerdere uitspraak onder verbetering van gronden. Sindsdien zijn er nog meer onderzoeken uitgevoerd. Deze hebben echter tot op heden geen ontlastend bewijs opgeleverd dat voor de Hoge Raad aanleiding was om een nieuw herzieningsverzoek toe te wijzen.
Bij een aantal mensen bleef echter het vermoeden heersen dat er met Louwes' veroordeling sprake was van een justitiële dwaling. Met name de opiniepeiler Maurice de Hond ging na Louwes' nieuwe veroordeling jarenlang door met de zaak publiekelijk oprakelen. De Hond wees iemand anders aan als de moordenaar. Voor die verdachtmaking heeft justitie echter tot op heden geen enkel bewijs gevonden dat zij overtuigend achtte. Uiteindelijk is De Hond in 2009 zelf veroordeeld wegens smaad, hetgeen waarvoor hij op 23 september 2025 wederom terecht zal staan..
Deze moordzaak staat hierdoor inmiddels te boek als een van de meest omstreden in de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht. Over de zaak zijn inmiddels een aantal boeken verschenen, waaraan bekende publicisten als Ton Derksen en Bas Haan hebben meegewerkt. Daarnaast zijn er meerdere podcasts gemaakt over de zaak. In 2021 kwam er ook een speelfilm uit, De veroordeling.
De moord De weduwe Jacqueline Wittenberg-Willemen werd op 25 september 1999 dood aangetroffen in haar woning aan de Zwolseweg in Deventer. De politie was haar huis binnengegaan na een melding van haar kapster, die ongerust was omdat Wittenberg niet op een afspraak was verschenen. De technische recherche stelde vijf messteken in de borst vast en constateerde ook wurgsporen in de hals.
De precieze datum van overlijden, namelijk op de avond van 23 september 1999, werd achteraf in 2004 vastgesteld door het gerechtshof. Dit werd bepaald door getuigenverklaringen, gemiste andere afspraken en andere aanwijzingen. De schouwarts, die normaal het exacte tijdstip probeert vast te stellen, werd na het vaststellen van de dood weggestuurd door de recherche waardoor deze het exacte tijdstip niet kon vaststellen. Op grond van de positie van de lijkvlekken vermoedden deskundigen bovendien dat het lijk een aantal uur na de moord nog was verplaatst vanuit de gang naar de woonkamer.Dit ging er allemaal mis in de Deventer Moordzaak, de Volkskrant, 14 april 2017
Op 19 november 1999 werd de belastingadviseur van de weduwe, Ernest Louwes, gearresteerd.
Bewijsvoering Motief Als mogelijk motief voor de moord werd aangevoerd dat Louwes uit zou zijn geweest op het geld van Wittenberg. Op 13 september 1999 had de weduwe een nieuw testament opgesteld, waarin ze Louwes aanwees als de executeur-testamentair. Ook bezat Louwes foldertjes van vakantiehuizen en had hij daar met collega's gesprekken over, maar bij de herziening werd dit door de advocaat-generaal als bewijs weggelaten. Het hof oordeelde daarom bij de herziening dat het motief niet vast is komen te staan.
Later werd bekend dat Louwes naast executeur-testamentair ook voorzitter van een nog op te richten stichting voor psychiatrische patiënten zou worden, waar een deel van de erfenis van de weduwe naartoe zou gaan. Aanvankelijk had Louwes in het testament gezet dat hij de enige bestuurder van die stichting hoefde te zijn, maar dit werd tegengehouden door de notaris. De twee medebestuurders die Louwes na de moord uitkoos, zeiden tegen de politie dat hij ze lekker had gemaakt met gelden uit de stichting. Daarnaast had Louwes een deel van de erfenis ten behoeve van de stichting op een nieuwe persoonlijke rekening gezet. Volgens journalist Bas Haan was met deze nieuwe kennis financiën toch een mogelijk motief. Volgens wetenschapsfilosoof Ton Derksen had Louwes juist geen financieel motief en pleegden het OM en de media karaktermoord op hem.
Locatie Louwes heeft altijd beweerd dat hij rond het veronderstelde tijdstip van de moord op de A28 in de buurt van Harderwijk reed. Dit alibi werd door velen echter niet geloofd, omdat hij vlak voor het vermoedelijke tijdstip van de moord belde met Wittenberg waarbij zijn telefoon contact maakte met een zendmast in Deventer. Volgens onderzoekers destijds was contact met deze zendmast onmogelijk vanaf de door Louwes genoemde locatie. Tijdens het onderzoek had de politie de locatie van Louwes echter geïnterpreteerd als 't Harde, acht kilometer verder dan Harderwijk. Toen dit nieuws in 2014 naar buiten kwam, nam een getuige-deskundige van KPN afstand van zijn eerder afgelegde belastende verklaring. In 2017 concludeerde TNO dat de kans "klein is, maar niet onmogelijk" dat Louwes zich rond het tijdstip van de moord inderdaad op de A28 had bevonden. Volgens TNO zouden bijzondere omstandigheden in de atmosfeer het mogelijk maken om contact te maken met een verderop gelegen zendmast. In 2022 stelde een coldcaseteam vast dat langeafstandscontacten wel mogelijk waren (ook zonder bijzondere atmosferische omstandigheden), en dat de politie dat in 1999 ook al wist maar buiten het dossier had gehouden. Volgens journalist Bas Haan was deze nuance ook al bekend in 1999 en vormde het dus geen nieuw ontlastend bewijs voor Louwes. Volgens Derksen was het telefoongesprek juist wel een sterk ontlastend bewijs dat Louwes vrijpleitte. Zijn conclusie op basis van berekeningen luidde dat het voor Louwes feitelijk onmogelijk was geweest om de betreffende antenne van basisstation 14501 aan te klikken als hij op dat moment daadwerkelijk in Deventer was geweest en niet op de A28.
Mes Bij de eerste veroordeling speelde het vermeende moordwapen, een mes, een grote rol. Dit werd twee dagen na de moord gevonden op een kilometer van de plaats delict.
Het mes werd aanvankelijk gekoppeld aan Louwes op basis van een geurproef, die later echter vervalst bleek. Als bewijs kwam dit in latere rechtszaken daarom ook te vervallen. Twee rechercheurs werden daarvoor tot 240 uur dienstverlening veroordeeld. Later zou blijken dat deze problemen in veel meer zaken bij het betreffende politiekorps speelden; 2.685 geurproeven werden ongeldig verklaard, wat tot ongeveer honderd herzieningsverzoeken leidde. Later werd geconcludeerd dat dit mes ook geen lichaamssporen van het slachtoffer bevatte, waarna het mes buiten beschouwing werd gelaten in de rechtszaken.
Kleding Bij de herziening in 2004 ontdekte het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) DNA-materiaal op de blouse van Wittenberg. Het DNA werd vooral gevonden in roodroze vlekken op de blouse, die op make-upvlekken leken. Deze bevonden zich in de buurt van de gebroken ribben. Tevens werd een bloedvlek in de kraag gevonden. Al deze DNA-sporen kwamen overeen met het DNA van Ernest Louwes. Op basis van de plekken van het DNA werd geconcludeerd dat dit niet kon zijn gekomen door 'zakelijk contact'.
In 2006 werd het DNA-bewijs opnieuw onderzocht, ditmaal door de Britse Forensic Science Service (FSS), om te beoordelen of het door zakelijk of gewelddadig contact was overgedragen. Hieruit werd opnieuw geconcludeerd dat de overdracht zeer waarschijnlijk niet door zakelijk contact was gebeurd.
Gaandeweg is echter gebleken dat er met de kleding van het slachtoffer niet zorgvuldig is omgegaan. De blouse was enige tijd zoek, in ieder geval administratief. Een zwart vest dat het slachtoffer ten tijde van de moord over de blouse droeg, is ergens tijdens het politieonderzoek verdwenen. Daarnaast zijn er op foto's van de plaats delict op de blouse minder bloedvlekken zichtbaar dan op latere foto's van het NFI in 2004. Hiervoor is geen verklaring gevonden. Toch had dit geen invloed op het DNA-bewijs, omdat deze vlekken niet overeenkwamen met de plekken waar het DNA van Louwes was gevonden.
DNA-materiaal onder de nagel van de weduwe In 2006 werd een nieuwe DNA-techniek toegepast op het DNA-materiaal (afkomstig van onder de nagel van de weduwe) dat bewaard was gebleven. Dit Y-chromosomaal DNA-onderzoek is veel nauwkeuriger dan normaal DNA-onderzoek. Het profiel dat uit dit onderzoek voortkwam, bleek overeen te komen met dat van Louwes, waardoor hij toch weer als de dader kon worden aangemerkt. De "klusjesman" Michael de Jong, die vrijwillig via een advocaat en notaris een dergelijk onderzoek liet uitvoeren, had dit profiel niet. Hiermee leek het voor 100% uitgesloten dat dit het DNA van De Jong was. Het DNA onder de nagel van het slachtoffer werd als doorslaggevend beschouwd door het Openbaar Ministerie (Justitie). Bij het zware geweld dat bij het begaan van de moord moet zijn toegepast, werd door het OM verwacht dat het DNA van de dader precies op deze plek te vinden zou zijn.
Veroordelingen Louwes en herzieningen Eerste veroordeling, hoger beroep en cassatie De rechtbank te Zwolle achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat Louwes de moord had gepleegd en sprak hem op 9 maart 2000 vrij. In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Arnhem daarentegen in december 2000 dat Louwes wel de dader moest zijn en veroordeelde hem tot twaalf jaar gevangenisstraf. Louwes stelde hiertegen cassatieberoep in, dat werd verworpen.
Eerste herziening, verwijzing en cassatie Er ontstond gaandeweg een steeds grotere groep medestanders van Louwes, die van mening was dat uit het dossier onomstotelijk bleek dat hij de moord op de weduwe Wittenberg niet gepleegd had. De Deventer moordzaak werd voor het eerst landelijk nieuws op 22 mei 2002, toen Bas Haan en Ronald Sistermans er bij Netwerk een uitzending aan wijdden. Hierin werden met name de geurproeven en het moordwapen als bewijsmateriaal in twijfel getrokken. Louwes' advocaat diende vervolgens een herzieningsverzoek in bij de Hoge Raad. In juli 2003 wees de Hoge Raad dit herzieningsverzoek toe. De zaak werd nu voor verdere afhandeling verwezen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. In afwachting van deze afhandeling bij het Hof kwam Louwes per 1 juli 2003 op vrije voeten.