miniatuur|Bier Brouwerij De Gekroonde Bel, Bredaseweg Oosterhout, Glasplaatnegatieven van rond 1905-1910 miniatuur|Rulstraat 1 Oosterhout, Glasplaatnegatieven rond 1905-1910 Oosterhout () is een stadANWB Topografische Atlas Noord-Brabant (2005) - kaart 41 118-408 . in de Nederlandse provincie Noord-Brabant en de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente. Op telde de stad inwoners.

Ligging Oosterhout ligt ten noorden van Breda en ten noordwesten van Tilburg. Nabijgelegen kernen zijn Oosteind, Dongen, Rijen, Teteringen, Dorst, Den Hout, Raamsdonksveer

Aangrenzende gemeenten

Toponymie De naam Oosterhout zou verwijzen naar het feit dat de plaats ten oosten ligt van het nog bestaande kerkdorp Den Hout.Nederlandse plaatsnamen, herkomst en historie, G. van Berkel en K. Samplonius, Prisma, 2006,

Bovenstaande verklaring is zeer twijfelachtig. De naam verwijst eenvoudig naar het feit dat de plaats ten Oosten van een bos is gelegen. Te vergelijken met de namen van de diverse plaatsen Oosterhout en vergelijkbare gevallen als Oosterwolde, Westerwolde etc.

Geschiedenis Oosterhout wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1277 maar het is veel ouder. Reeds in de prehistorie lag er een keten van kleine nederzettingen op de noordrand van de Brabantse zandgronden. Veel verder naar het zuiden lag het door heide omgeven dorp Dorst. Een van deze nederzettingen, Middelwijk genaamd, groeide uit tot de kern van de huidige gemeente die bestuurd werd door een schepenbank met de schout als voorzitter. In Middelwijk stond ook de aan Sint-Jan de Doper gewijde parochiekerk die in het bezit was van de geestelijke ridderorde van de Tempeliers, later de Johannieters. De romaanse kerk werd in de 15e en begin 16e eeuw vervangen door de huidige laatgotische kerk met niet-afgebouwde toren. In 1625 werd de kerk in brand gestoken tijdens het beleg van Breda. Den Hout had een voor reizigers bestemd gasthuis dat ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog verdween. De kapellen van Dorst en Den Hout kregen aan het eind van de 18e eeuw de status van parochiekerk.

Vanaf 1321 verwierf Willem van Duivenvoorde in fasen Oosterhout. Hij heeft mogelijk gewoond op de burcht Kasteel Strijen. Dit kasteel is in 1573 door Spaanse soldaten in puin geschoten tijdens de Tachtigjarige Oorlog en daarna gesloopt. Van het kasteel rest nog een deel van een hoektoren: de Slotbossche toren. Behalve Willem en zijn nakomelingen hadden ook de heer van Breda, Hadewych van Strijen en haar nageslacht en de johannieters heerlijke rechten in Oosterhout. De kerkelijke parochie Oosterhout omvatte ook het westen van het dorp Dongen.

Rond 1580 riepen de plaatselijke bestuurders Oosterhout uit tot vrijheid. Dit had geen rechtsgevolgen maar was wel een uiting van groeiende zelfbewustzijn onder de Oosterhoutse elite.

Het Oosterhoutse Broek ten noorden van Middelwijk bestond uit beemden waar vee gevetweid werd en 's zomers werd gehooid. Boeren uit meer zuidelijk gelegen dorpen als Gilze en Alphen kochten of pachtten hier ook percelen land.

In het begin van de 17e eeuw ontstond, vanwege de aanwezigheid van geschikte leem in de grond, een uitgebreide pottenbakkersindustrie die voor de export naar Holland en Zeeland werkte. Deze bedrijfstak bloeide tot diep in de 19e eeuw. De haven maakte een goede en snelle verbinding met de steden in Holland en Zeeland mogelijk. In de zeventiende en 18e eeuw werden er verscheidene ambachtsgilden opgericht van bakkers, molenaars, schippers, slagers en bijenhouders. Er waren jaarmarkten en een weekmarkt. Bij de haven was veel vertier. Wie geen land en dus onvoldoende inkomen had ging uit werken aan de dijken in Zeeland en Zuid-Holland.

Oosterhout is bekend wegens zijn 'slotjes', kasteeltjes waarvan er nu nog vijf bestaan. In een van deze slotjes, De Blauwe Camer, wonen sinds 1647 de zusters norbertinessen van Sint-Catharinadal, nadat de zusters gedwongen waren hun klooster in Breda te verlaten. Dankzij een speciale bescherming door de prinsen van Oranje mocht Sint-Catharinadal in de Republiek blijven bestaan. Rond 1900 kwamen er twee kloosters bij waarvan de monniken en monialen uit Frankrijk de wijk hadden genomen vanwege de Franse politiek van secularisering. Het waren de benedictinessen met de Onze-Lieve-Vrouweabdij en de benedictijnen met de Sint-Paulusabdij. Deze laatste werd in 2006 gesloten waarna de gebouwen in gebruik werden genomen door de lekengemeenschap Chemin Neuf. Het gebied waarin deze drie kloosters zich bevinden wordt De Heilige Driehoek genoemd.

In 1809Website Oosterhout kreeg Oosterhout stadsrechten van koning Lodewijk Napoleon.

In het begin van de 19e eeuw woonden er een aantal Joodse gezinnen in Oosterhout. In 1822 werd een Joodse begraafplaats ingericht op de Vrachelse Heide. Hier werden ook de gemeenteleden uit Breda en Geertruidenberg ter aarde besteld. Omstreeks 1850 had de gemeente ongeveer 45 lidmaten. In 1866 werd aan de Sint-Janstraat een synagoge ingewijd. Het aantal lidmaten nam echter zo sterk af dat de synagoge in 1899 verkocht moest worden. De gemeente werd in 1910 opgeheven en bij Geertruidenberg gevoegd. De begraafplaats is nog in gebruik door de gemeente Breda.

Economie Vanouds was de rundveehouderij voor Oosterhout van belang. Er was veehandel, vooral naar het huidige Belgische Brabant en Antwerpen. Ook was er handel in boter. In 1857 was er sprake van boterhandel Verschure. Dit bedrijf ontwikkelde zich tot een aanzienlijke margarinefabriek, die echter in 1906 werd opgekocht door Jurgens. In 1920 was er een staking bij dit bedrijf voor loonsverhoging. In 1928 sloot Verschure: de productie ging naar Rotterdam.

Andere landbouwgerelateerde bedrijven waren een boekweitpellerij (1768). In 1861 kwam er, in de fabriek van Jan Oomen bij de haven, een hooipers. Aldus kon veel meer hooi in een schip of op een wagen worden geladen. In deze fabriek werden ook lijnkoeken gebroken. In 1889 werd een strohulzenfabriek opgericht. Niet alleen hulzen voor mandflessen werden er vervaardigd, maar later ook strotouw en stroplaten. Ook gerelateerd aan de landbouw waren de bietsuikerfabrieken. Het betrof de fabriek van Campenhout & Cie. te Groenendijk, opgericht in 1867, en de fabriek van Heere & Co., ofwel de Statendam, op het grondgebied van Oosterhout, nabij Geertruidenberg. De fabrieken sloten in 1902 respectievelijk 1916.

In 1868 startte een bedrijfje met het vervaardigen van kunstguano uit secreetmest, zwavelzuur en kalksteen. Deze kunstmest werd geen succes. In 1875 werd in de haven de eerste guano en chilisalpeter aangevoerd. In 1893 werd door de boeren voor het eerst op enige schaal kunstmest toegepast: Dit was kalimest.

Daarnaast kende Oosterhout lakennijverheid, en daaronder ook blauw- en zwartververs. Ongeveer halverwege de 18e eeuw werd deze nijverheid overvleugeld door die van Tilburg. Toch bleef hete textielbedrijf aanwezig: Zo werd in 1777 een katoenspinnerij opgericht waar armen te werk werden gesteld. Toen de aanvoer van katoen stokte, werd er nog koehaar gesponnen. In 1785 sloot deze spinnerij alweer, maar in 1856 werd het spinnen van koehaar opnieuw beoefend. Begin 19e eeuw is er nog steeds sprake van lakennijverheid, wollenstoffen- en hoedenfabriekjes.

Van groot belang was de pottenbakkerij. De pottenschepen voeren naar Rotterdam. Door allerlei oorzaken, waaronder de opkomst van geëmailleerd vaatwerk, en vaatwerk uit zink, verdween de pottenbakkerij geleidelijk. Men ging onder meer over op het fabriceren van rioolbuizen. In 1891 waren er nog drie bedrijven over, in 1910 nog twee, en na 1919 nog een. Dit bedrijf, van Sjef van Loon, stond na 1924 bekend als: Fabriek van aardewerk en buizen, machinale bloempotten en groothandel. Uiteindelijk vervaardigde men nog slechts bloempotten. De fabriek sloot in 1935, de groothandel in 1941. Het aanwezige leem werd ook voor de fabricage van bakstenen gebruikt, aanvankelijk met behulp van veldovens. Een moderne steenfabriek werd in 1899 geopend te Dorst.

Leerlooierijen bevonden zich vooral in Oosteind. In de gemeente Oosterhout bevonden zich in 1880 bovendien 532 schoenmakers. Een echte schoenfabriek was Schenkel, die in 1900 startte.

Oosterhout kende ook sigarenfabrieken. In 1811 waren dat er vier, waaronder die van S. Fick ("Lombok") en die van Rombouts. In 1931 waren er vijf sigarenfabrieken: "Lombok", "De Postduif", "De Olifant", en bedrijven van P. Tempelaars en J. van Bragt. Fick was een groothandel in koloniale waren, en hij bezat ook specerijmolens en begon in 1878 een machinale koffiebranderij.

Andere bedrijven waren een scheepstimmerwerf, in 1716 opgezet door Gijsbert Otten, en een lijnbaan die van 1773-1783 heeft bestaan. In 1860 werd een gasfabriek opgericht en in 1870 een biljartfabriek.

In de loop van de 19e eeuw, breidde de stad zich enigszins uit, maar door gebrek aan werkgelegenheid was er veel armoede. Een spoorlijn kwam er niet.

In 1874 kwam de ijzer- en kopergieterij Van der Pol, die later als van Emden verder zou gaan. Hier werden onderdelen voor stoommachines en scheepslieren en -schroeven vervaardigd. In 1889 kwam een tweede ijzergieterij, die van Hagenaars.

In 1901 werd brouwerij De Gekroonde Bel opgericht aan de Bredaseweg. Deze sloot in 1930, maar het gebouw is nog aanwezig en is geklasseerd als rijksmonument.

Op het gebied van voedingsmiddelen kan Koekbakkerij Bernard de Hoog worden genoemd, die in 1873 startte als ambachtelijk bedrijf, en spoedig daarna uitgroeide tot een Stoomkoekfabriek. Deze fabriek ging in 1929 de NV Brabantse Koekfabriek heten. Er werd ook noga vervaardigd. In dezelfde sfeer lag de Suikerbakkerij Smits-Van Gils, opgezet door André Smits, die vanaf 1890 startte met fabrieksmatige productie van snoepjes. De fabriek maakte veel gebruik van huisarbeid. In 1916 werd een suikerwerkfabriek door dezelfde firma geopend. In 1957 kwam Jamin naar Oosterhout. In 1985 ging Jamin failliet. De fabriek maakte een doorstart als O.Z.F. (Oosterhoutse Zoetwarenfabriek), die in 1993 overgenomen werd door Ahold. Ook vindt men Leaf Holland in Oosterhout. Leaf en Jamin hebben er nog steeds hun hoofdkantoren. Dan is er Rens Joosen confectionery, een bedrijf dat onder meer kaneelstokjes vervaardigt.

Verdere bedrijvigheid ontstond uit de kuiperij van Simons, opgericht in 1886 en in 1893 reeds vermeld als Emballagebedrijven & Houthandel. Men vervaardigde houten vaten, kratten en dergelijke. In 1910 ging men ook houtwol produceren. Het bedrijf heeft lang bestaan. In 1992 werd het overgenomen door Opstalan BV uit Oisterwijk, een fabrikant van dakplaten. Er volgde een reorganisatie. Het ontstane fusiebedrijf ging het Simfa heten. De schoorsteen werd opgeblazen en in 1997 verdween het bedrijf uit Oosterhout.

In 1921 vestigde zich de Zuid-Nederlandse Zeemlederfabriek, in de volksmond De Zeem geheten, in Oosterhout. Men vervaardigde zeemleder uit lamshuiden. De fabriek bracht in 1993 de complete productie over naar Mexico, zodat enkel de verkooporganisatie in Oosterhout bleef. De fabriek werd gesloopt in 1994. In 2004 volgde faillissement van het bedrijf.

Het Wilhelminakanaal, voltooid in 1924, maakte verdere industrialisatie mogelijk. In 1919 werd reeds een haven in gebruik genomen. Deze lag ten westen van het centrum. Er kwamen enkele betonfabrieken. Zo startte Andries Struyk een handel in bouwmaterialen, een natuursteenbewerkingsbedrijf en een betonwarenfabriek. In 1992 werd dit bedrijf overgenomen door CRH Nederland. Andere betongerelateerde bedrijven zijn: Koninklijke H.H. Martens, Lodewikus, De Hoop Pekso en Calderys.