thumb|Presentatie van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden in 1954
Het Koninkrijk der Nederlanden, dat bestaat sinds 1815, is een soevereine staat waarbinnen sinds 2010 vier landen worden onderscheiden: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze landen zijn nominaal gelijkwaardige onderdelen van het koninkrijk, maar met verschillende staatkundige posities: de Caribische landen zijn autonoom door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1954 het leidende document voor het koninkrijk, maar ze beslissen ook mee over door het Statuut benoemde koninkrijksaangelegenheden, voor zover die aangelegenheden deze drie gebieden raken.
Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten behoren tot de Bovenwindse Eilanden, zij worden gedrieën ook wel de SSS-eilanden genoemd. Zij behoren tot het werelddeel Noord-Amerika. Saba en Sint Eustatius horen samen met Bonaire tot de bijzondere gemeenten van het Koninkrijk der Nederlanden.
Aruba, Bonaire en Curaçao behoren tot de Benedewindse Eilanden, ook wel de ABC-eilanden genoemd. Zij liggen dichtbij Venezuela en horen bij het werelddeel Zuid-Amerika.
Het koninkrijk wordt bestuurd door de instellingen die in het Statuut worden genoemd en in de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn geregeld. Voor het bestuur over Nederland gelden de bepalingen van de Grondwet. De Grondwet is ouder dan het Statuut en was tot 1954 het leidende document van het koninkrijk. Nog steeds is het echter (volgens artikel 5 van het Statuut) het document dat de in het Statuut genoemde instellingen van het koninkrijk constitueert en regelt behoudens aanvullingen in het Statuut voor Koninkrijksaangelegenheden die Aruba, Sint Maarten of Curaçao raken of worden geacht te raken.
Daarom treedt Nederland, de jurisdictie waar de Grondwet de staatsinrichting bepaalt, als enige van de vier landen, naar binnen en naar buiten op in de hoedanigheid van het Koninkrijk der Nederlanden. Deze unieke regeling maakt dat er wel wordt gesproken over een verband met federale trekken.: Constitutioneel Recht, blz. 33: De vierde bron van Nederlands constitutioneel recht vormt het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. [...] Het is te beschouwen als de grondwet van een samenwerkingsverband dat trekken heeft van een bondsstaat. [...] In de hiërarchie van normen staat het Statuut boven de Grondwet. Volgens artikel 5, tweede lid, Stat. immers neemt de Grondwet de bepalingen van het Statuut in acht. & (red.): Het staatsrecht van de landen van de Europese Unie, blz. 561 e.v.: "Het Koninkrijk der Nederlanden is een verband met federale trekken tussen Nederland (het 'Rijk in Europa'), de Curaçao, Sint Maarten en Aruba. [...] De onderdelen (de 'landen') van het Rijk zijn autonoom, zo kennen ze elk een eigen staatsregeling. [...] De hoogste bronnen van constitutioneel recht zijn het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 1954, en enkele internationale verdragen inzake de mensenrechten." Aruba, Curaçao en Sint Maarten kennen elk een eigen Staatsregeling. Het zwaartepunt in de verhoudingen berust zowel feitelijk als juridisch bij Nederland of beter gezegd de grondwettelijke instellingen., ‘Koninkrijk der Nederlanden’, in: & (red.): Het Staatsrecht van de landen van de Europese Unie, blz. 561 e.v. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 28 oktober 1954 bevat de hoogste staatsregeling van het koninkrijk. & : Inleiding constitutioneel recht, blz. 166 e.v.
Van 1954 tot 1975 was ook Suriname een autonoom land binnen het koninkrijk. De Nederlandse Antillen waren een autonoom land van 1954 tot hun opheffing in 2010.
Geschiedenis
Voorgeschiedenis Voordat het koninkrijk der Nederlanden gevormd werd kende het koninkrijk een voorloper in de vorm van het Koninkrijk Holland. Keizer Napoleon stichtte deze staat in 1806 uit de Bataafse Republiek en stelde zijn broer Lodewijk Napoleon aan als koning in Holland. De Bataafse natie reageerde vervolgens lauw op het einde van de Republiek en de eerste Nederlandse koning sinds de zestiende eeuw., 'Een staat in verbouwing: Van republiek naar constitutioneel koninkrijk 1780-1848’, in: Remieg Aerts e.a. (red.), Land van kleine gebaren: Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990 (Zevende druk; Nijmegen/Amsterdam 2010) 11-95, aldaar 48. Lodewijk paste vervolgens in het koninkrijk de napoleontische politiek van centralisatie en uniformering toe, maar Napoleon besloot in 1810 om alsnog het koninkrijk in te lijven., 'Een staat in verbouwing, 178-1848', 51. Het koninkrijk Holland vormde een belangrijk antecedent voor het Koninkrijk der Nederlanden., 'Een nieuwe staat', in: idem, Een nieuwe staat: Het begin van het Koninkrijk der Nederlanden (Tweede druk; Amsterdam 2014), 9-34, aldaar 23.
Vorming van het Verenigd Koninkrijk Tussen 1810 en 1813 maakte Nederland onderdeel uit van het Eerste Franse Keizerrijk. Nadat Napoleon de volkerenslag bij Leipzig verloor was de opmars van de coalitielegers niet meer te stuiten. Op 15 november 1813 trokken de Franse troepen zich uit Amsterdam terug naar Utrecht en in Den Haag liet het Driemanschap van 1813 op 17 november een proclamatie uitgaan dat begon met de tekst: "Oranje boven. Holland is vrij. (...) Alle de Aanzienlijken komen in de Regeering. De Regeering roept den Prins uit tot Hooge Overheid." Op 30 november arriveerde prins Willem Frederik van Oranje-Nassau in Nederland en op 2 december aanvaardde hij de soevereiniteit onder "waarborging eener wijze constitutie"., 'Een nieuwe staat', 17.
Dit betrof echter aanvankelijk enkel het zogeheten Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden, het gebied van de oude Republiek. Willem I had samen met Gijsbert Karel van Hogendorp de ambitie voor een omvangrijk koninkrijk. Zij wilden de Zuidelijke Nederlanden samen met Luxemburg en het gebied tussen Rijn, Maas en Moezel toevoegen aan zijn rijk. De Britten steunden de ambities van de Oranjevorst, maar ze waren afhankelijk van de andere grote mogendheden., Koning Willem I: 1772-1843 (Amsterdam 2013) 269-270. Op 21 juni 1814 gingen de geallieerden akkoord met de Acht Artikelen van Londen, waarmee de Zuidelijke met de Noordelijke Nederlanden werden samengevoegd., 'Een nieuwe staat', 21. Anderhalve maand later, op 1 augustus 1814 aanvaardde Willem I de soevereiniteit over de Zuidelijke Nederlanden nadat hij goedkeuring had gekregen van de grote Europese staten. (2014): Geschiedenis van Nederland, blz. 212. Op 16 maart 1815 nam de vorst de titel koning der Nederlanden aan. Daarmee was het Koninkrijk der Nederlanden een feit.
In 1816 werden, na onderhandelingen tussen Nederland en Pruisen, de bij Pruisen behorende exclaves van het hertogdom Kleef gelegen in de Liemers en de Over-Betuwe Nederlands. De laatste onderhandelingen over de grenzen tussen Pruisen en Nederland werden in 1817 gevoerd.
Belgische Revolutie en Luxemburg In 1830 scheidde België zich door middel van de Belgische Revolutie af van het Koninkrijk der Nederlanden. (2014): Geschiedenis van Nederland, blz. 215. Dit koninkrijk erkende de onafhankelijkheid van België, waarna een deel van het groothertogdom Luxemburg tot 1890 verder ging als zelfstandige staat in personele unie met Nederland. Het deel van de provincie Limburg dat voor het koninkrijk behouden bleef kreeg als hertogdom Limburg binnen de Duitse Bond in personele unie met Nederland een soortgelijke status als Luxemburg eerder had. Dit gebeurde om de Duitse Bond te compenseren voor die gebiedsdelen van het groothertogdom Luxemburg die aan België waren toegevallen. Daarbij bleven de steden Maastricht en Venlo buiten de Duitse Bond, hoewel ze deel uitmaakten van het hertogdom. Aan deze status van het hertogdom Limburg kwam in 1867 een einde nadat de Duitse Bond was opgeheven. Sindsdien is Limburg een gewone provincie van Nederland, hoewel de Koning de titel hertog van Limburg (eveneens tot 1890) bleef voeren.
Koloniale rijk Het Koninkrijk der Nederlanden bezat koloniën in andere werelddelen. Dit waren Nederlands-Indië, Suriname, de kolonie Curaçao en Onderhorigheden, en kleine gebieden in West-Afrika (tot 1872). In 1922 werden alle verwijzingen naar de koloniën uit de grondwet gehaald en werd er voortaan gesproken over overzeese rijksdelen. Het nieuwe artikel 1 bepaalde voortaan dat het Koninkrijk der Nederlanden bestond uit het grondgebied van Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao. Daarmee werd de term "Nederland" voor het eerst gebruikt voor het gebiedsdeel dat tot dan toe meestal werd aangeduid als het "(Konink)rijk in Europa". De rijksdelen werden hiermee overigens niet gelijkwaardig. Artikel 2 van de grondwet hield de overzeese gebiedsdelen grotendeels buiten het staatsbestel ("De Grondwet is alleen voor het Rijk in Europa verbindende, voor zover niet het tegendeel daaruit blijkt"). Het gebiedsdeel Nederland werd direct door het koninkrijk bestuurd, waardoor "Nederland" en het "Koninkrijk der Nederlanden" in de dagelijkse praktijk synoniemen bleven. Het bestuur van de overzeese rijksdelen werd geregeld in drie wetten op de staatsinrichting die nog altijd veel bevoegdheden aan de gouverneur(-generaal) toekenden; de organen met een volksvertegenwoordigend karakter hadden vooral een adviesfunctie.
Moderne geschiedenis De Tweede Wereldoorlog begon voor Nederland toen het land op 10 mei 1940 werd aangevallen en in de dagen daarna bezet door nazi-Duitsland. Enkele dagen na de eerste aanval vertrok koningin Wilhelmina met de voltallige koninklijke familie per schip uit Hoek van Holland naar Londen. (2014): Geschiedenis van Nederland, blz. 311. Wilhelmina bleef in Londen, samen met de Nederlandse regering in ballingschap, waarvan de meeste ministers diezelfde dag eveneens naar Londen waren gevaren. Er was daar geen parlement. Kroonprinses Juliana en haar dochters Beatrix en Irene reisden een maand later door naar Canada.
Nederlands-Indië werd in januari 1942 bezet door Japan.
In het najaar van 1944 werd het zuiden van Nederland door het Britse, Amerikaanse, Canadese en Poolse leger bevrijd van de nazi-bezetting. Op 5 mei 1945 gaf het Duitse leger zich over en was heel het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden bevrijd, op papier dan. Door de Georgische Opstand te Texel is er nog hevig gevochten op het eiland. Texel is uiteindelijk als laatste deel van Europa bevrijd van de Duitse bezetting, op 20 mei 1945. Nederlands-Indië werd op dat moment nog bezet door het Japanse leger. Japan gaf zich over op 15 augustus 1945.
Na de Tweede Wereldoorlog raakte het dekolonisatieproces in een stroomversnelling. Onder druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten moest het Koninkrijk der Nederlanden toestaan dat Indonesië een zelfstandige staat werd. In Azië bleef alleen Nederlands-Nieuw-Guinea nog tot het koninkrijk behoren.
thumb|340px|Overzicht Koninkrijk der Nederlanden per 2010
In 1954 werd de koloniale relatie tussen Nederland, Suriname, de Nederlandse Antillen beëindigd door de totstandkoming van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Suriname en de Nederlandse Antillen kregen beiden de status van land en daarmee onder andere autonomie op het gebied van binnenlands bestuur. & : Inleiding constitutioneel recht, blz. 165 e.v.
Nederlands-Nieuw-Guinea werd buiten het Statuut gehouden. Het werd een overzees gebiedsdeel van het koninkrijk, ook al kwam het na de inwerkingtreding van het Statuut onder bestuur van het land Nederland. In 1956 werd deze praktijk in de grondwet geregeld met een nieuw derde lid van artikel 2: "De staatsinrichting van Nederlands Nieuw-Guinea wordt bij de wet geregeld." Deze wet was de 'Bewindsregeling Nieuw-Guinea'.
In 1962 kwam Nieuw-Guinea onder VN-bewind, om in 1963 onder bestuur van Indonesië te komen.