thumb|Sint-Fredeganduskerk thumb|Kasteel Sterckshof, voormalig zilvermuseum thumb|Kasteel Boekenberg n.o.v. architect J.P. Van Baurscheit de jonge (ca. 1750) thumb|Classicistisch kasteel Rivierenhof uit 1777 thumb|Duitse commandobunker uit WOII aan het Drakenhof nabij het vliegveld van Deurne thumb|Deurne-Noord: Craeybeckxlaan.

Deurne is een plaats in België en een stadsdistrict van de stad Antwerpen. Het is opgedeeld in 20 buurten. District Deurne is het op drie na grootste district en heeft het op een na grootste inwoneraantal van de stad Antwerpen (het district Antwerpen heeft het grootste aantal inwoners). Deurne was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1983.

Deurne wordt vooral gekenmerkt door haar groene omgeving van de parken, Bisschoppenhof, Boekenbergpark en Rivierenhof maar is ook sterk verstedelijkt.

Geschiedenis

Het ontstaan van een nederzetting In Deurne en onmiddellijke omgeving werden sporen van voorhistorische bewoning aangetroffen. De Romeinse bezetting in de streek van Deurne duurde vermoedelijk niet langer dan de 3e eeuw van onze jaartelling.

Er wordt verondersteld dat zich in Deurne een kleine Frankische boerengemeenschap vestigde op de rechteroever van de Schijn, nabij de monding in de Schelde, die toen in de huidige bedding van de Antwerpse Ring stroomde.

Aan de hand van enkele schaarse gegevens weet men dat rond 836 de streek grondig werd verwoest door Noormannen. In die tijd bestond Deurne uit een nederzetting of gehucht op de rechteroever van de Schijn, waar zich nu de wijk Deurne-Noord bevindt. De 12de-eeuwse Eiendijk werd aangelegd in een tijd waarin behoefte was om Antwerpen via de vallei van de Potvliet en van de Schijn behoorlijk te verbinden met de Kempen. In de 12e eeuw behoorde de parochie Deurne tot het land van Rijen, een onderdeel van het hertogdom Brabant dat deel uitmaakte van het Duitse Rijk. De domaniale heer was de prins-bisschop van Luik, die enkel de wereldlijke macht uitoefende. Hoe de Luikse prins-bisschop in het bezit kwam van zijn Deurnse domein is niet duidelijk. Aanvankelijk had hij weinig interesse voor Deurne omdat het een streek betrof die slechts schaars bewoond was door een arme boerenbevolking. Dit verandert in de loop van de 12e eeuw met de opkomst van de steden en een bloeiende landbouw. Het feit dat het aan belang winnende Antwerpen nu vanuit Deurne gemakkelijk te bereiken was en dat de hertog optrad als tolheffer aan de Eiendijk, waren voor de prins-bisschop een aansporing om de domaniale organisatie van zijn bezittingen te organiseren. Zo zien we dat in 1186 op het Bisschoppenhof een schepenbank fungeert, die een vonnis velt bij geschillen.

Vanaf 1288 doen zich in deze streek een aantal belangrijke machtsverschuivingen voor. Jan I, de hertog van Brabant, die door zijn overwinning bij Woeringen de handelsweg naar Rijnland had beveiligd, kreeg gedaan dat de prins-bisschop afzag van zijn immuniteitsrechten op het Deurnse domein. De hertog zou hier voortaan optreden als wereldlijk heer en de Deurnse schepenbank viel dan onder zijn bevoegdheid. De stad Antwerpen kocht de tol van de Eiendijk af. Deze nieuwe toestand blijft, op enkele uitzonderingen na, voortbestaan tot aan de Franse Revolutie.

Belang van Antwerpen neemt toe In de 15e eeuw worden de meeste grondbezitters van Deurne rijk, terwijl de Deurnse boer in regel een pachter was, die zijn akkers mocht bewerken op voorwaarde dat hij regelmatig de huur en de tienden betaalde. De landbouw bracht voldoende op om ten hoogste een bevolking van ca. 850 personen te voeden. Antwerpen kent een enorme bloei tijdens de 16e eeuw, het stadsbestuur zal niet alleen trachten de heerlijke rechten over Deurne-Borgerhout te verwerven, maar zullen Antwerpse kooplieden hier overal lusthoven of kastelen bouwen. Zo’n lusthof gold als een statussymbool dat de nieuwe rijken toegang verschafte tot de adel. Kastelen als te Couwelaer, Rivierenhof en Sterckshof dateren uit die tijd. Het bouwen van deze kastelen had tot gevolg dat Deurne in tegenstelling tot Borgerhout zijn landelijk karakter bewaarde. Voor Deurne waren de godsdienstoorlogen een ramp. In 1593 bestond de gemeente praktisch niet meer en toen er eindelijk betere tijden aanbraken, ging de heropbouw uiterst langzaam. Een gedeelte van de huidige Sint-Fredeganduskerk kwam eerst in 1604 onder dak.

De financiële activiteit in Antwerpen nam toe zodat er voldoende rijkelui waren die zich de weelde van een kasteel in Deurne konden veroorloven. Het Rivierenhof in zijn huidige vorm, het kasteel Boekenberg en het Bisschoppenhof dateren uit die tijd. Zo bleef Deurne leven onder archaïsche verhoudingen tot aan de Franse Revolutie, waardoor alle feodale rechten werden afgeschaft.

Tijdens de Franse bezetting in 1800 werden de oude parochiale organisaties opgeheven en vervangen door municipaliteiten. Van dan treedt in Deurne-Borgerhout een eerste burgemeester (maire) op. Er wordt een eerste basale organisatie van openbare diensten doorgevoerd en er wordt een gemeenteschool gesticht.

In de 19e eeuw breekt een nieuwe bloeiperiode voor Antwerpen aan, diverse inwijkelingen uit de Kempen vinden de weg naar de opkomende grootstad en vestigen zich in Borgerhout en Deurne. Een eerste verbindingsweg tussen de wijken Noord-Centrum en Zuid wordt in de tweede helft van de 19e eeuw aangelegd. De belangrijkste geografische factor, die in de sociale en economische ontwikkeling van Deurne een rol speelt, is dan ook de strategische ligging naast Antwerpen.

Onder het Nederlands bewind (1814-1830) zal het verschil tussen het meer op industrie en handel georiënteerde Borgerhout en het landelijke Deurne zo groot worden dat ten slotte in 1836 beide gemeenten worden gescheiden. Inmiddels telde Deurne 2089 inwoners.

Deurne werkt eigen beleid uit De eerste Deurnse gemeenteraad werd verkozen op 13 september 1836. Georges Cogels, burgemeester van 1839 tot 1885, was mede-eigenaar van het Rivierenhof en afstammeling van een bankiersfamilie. Hij deed zijn uiterste best bij de bestrijding van de cholera-epidemieën tussen 1859 en 1866. Cogels stond toe dat men door zijn gronden een verbindingsweg met Deurne-Zuid aanlegde. Hij trachtte de inwijking van vreemde arbeiders af te remmen, door het heffen van een taks op volkswoningen. Ook verzette hij zich tegen het inrichten van een bibliotheek en tegen het oprichten van een avondschool. Hij bleef bij zijn standpunt tijdens de schoolstrijd van 1879-1884. De aangroei van de bevolking stelde problemen van sociale aard. Het inwijkingsproces was niet meer te stuiten. Onder het mandaat van burgemeester Florent Pauwels (1885-1908) overschreed het aantal inwoners de 10.000.

Na 1918 verbeterden de sociale toestanden, waarbij ook minder welgestelden een eigen woning konden bouwen. Anderzijds bleek ook dat de grootgrondbezitters van Deurne hun gronden op veel voordeligere wijze konden exploiteren, wanneer zij ze omvormden tot bouwgrond en er nieuwe straten lieten doortrekken.

Tot dan was Deurne een landelijke gemeente en waren de belangrijkste posten voorbehouden aan adellijke en invloedrijke families. De aanstelling van August Van de Wiele (1919-1932) na de Eerste Wereldoorlog wees op een gewijzigde levensopvatting. Onder het burgemeesterschap August Van de Wiele kende Deurne zijn eerste grote expansie ingevolge de talrijke nieuwe woonwijken. De voortdurende uitbreiding van de gemeenten, de moderne verkeersaders, de verbindingsmogelijkheden, de aanzienlijke toename van bevoegdheden en activiteiten hebben een nauwere samenwerking tussen de toenmalige gemeenten onderling in het leven geroepen. In 1920 groeide de bevolking tot 15.432. Na de Eerste Wereldoorlog werd deze beweging nog gestimuleerd door een inwijking uit Antwerpen naar de randgemeenten. In 1932 telde Deurne 49.349 inwoners.

Tweede Wereldoorlog De gemeente werd rond 20 mei 1940 bezet door het Duitse leger en bevrijd op 4 september 1944.

Wegvoeren van de Joodse burgers Uit Deurne werden minstens 195 Joden weggevoerd naar concentratiekampen in Duitsland, waar de overgrote meerderheid vermoord werd.https://www.cegesoma.be/docs/media/chtp_beg/chtp_17/chtp17_006_Chronique_Saerens.pdf Lieven Saerens, De Jodenvervolging in België in cijfers. Gearchiveerd op 15 april 2023.

Slachtoffers De V-bommen (V-1 en V-2), die Deurne teisterden, richtten grote schade aan en maakten tal van slachtoffers. Het totale aantal slachtoffers is onbekend en ligt allicht hoger dan het Belgische gemiddelde van 1,02% van de bevolking. De site bel-memorial.org meldt o.a. een monument voor 24 gesneuvelden van de tweede wereldoorlog bij het Bosuilstadion (afgebroken in 1980)https://bel-memorial.org/cities/antwerpen/deurne/deurne_memorial_Antwerp_FC.htm Gedenkteken voor de gesneuvelde spelers van Royal Antwerp F.C. Gearchiveerd op 8 december 2022. en een oorlogsmonument aan het Kasteel Sterckshof.https://bel-memorial.org/cities/antwerpen/deurne/deurne_mom.htm Gemeente DEURNE Oorlogsgedenkteken. Gearchiveerd op 26 november 2022.

Naoorlogse geschiedenis In 1948 was de geleden schade hersteld. In de jaren zestig werden omvangrijke initiatieven gerealiseerd: de sociale woningbouw, modernisering en uitbreiding van de onderwijsinrichtingen, oprichting van een diagnostisch centrum, bouw van een nieuwe bibliotheek, verwezenlijking van verscheidene sportcomplexen en er wordt meer aandacht geschonken aan groenvoorziening. De brutalistische Arenawijk werd in de jaren zestig gebouwd naar een ontwerp van Renaat Braem.

Aantal inwoners neemt stilaan af Van 1972 af verminderde het aantal inwoners ten voordele van de verder van de stad gelegen landelijke gemeenten. Vanaf 1976 vertraagde de nood aan geldmiddelen heel wat realisaties en zette vanzelfsprekend ook een domper op te nemen initiatieven. In 1981 werd onder meer het pomp- en zuiveringsstation, op de linker Schijnoever, eindelijk in bedrijf genomen. Het Deurnse OCMW opende in 1981 zijn serviceflats en op 12 juni van datzelfde jaar werd een geriatrische kliniek ingehuldigd. Het cultureel centrum Rix, waarvan de tentoonstellingszaal reeds sinds 1979 ter beschikking stond, kon op 12 maart 1982 officieel in gebruik worden genomen.

Fusie Op 1 januari 1983 werd Deurne met zeven andere gemeenten - Antwerpen, Berchem, Borgerhout, Ekeren, Hoboken, Merksem en Wilrijk - gefusioneerd tot de stad Antwerpen. Hierdoor ontstond een stad met meer dan 500.000 inwoners. Iedere vroegere gemeente werd omgevormd tot "district" met elk een districtshuis, het vroegere gemeentehuis. Vele diensten werden gecentraliseerd. Per district bleef een dienstencentrum bestaan, waar de inwoners voor tal van zaken terechtkunnen: informatie, bevolking, burgerlijke stand, sociale zaken, bouwkundige vergunningen enz.

Geografie Kernen en wijken De geografie van Deurne wordt gekenmerkt door de centrale ligging van het Rivierenhof in het grondgebied van het district. Dit valt samen met de vallei van de rivier Schijn. De buurten ten noorden van de Schijn worden gegroepeerd als Deurne-Noord (Deurne Dorp, Bosuil, Ruggeveld,...); de buurten ten zuiden van de rivier als Deurne-Zuid (Morkhoven, Muggenberg, Kriekenhof, Driekoningen, Eksterlaar, Boekenberg,...). Deurne-Zuid is rijker en heeft een sterk verschillende demografie ten opzichte van Deurne-Noord. Het dorp Deurne ontstond aan de noordelijke rand van de Schijnvallei, rond de Turnhoutsebaan. Deze wijk staat vandaag nog steeds bekend als Deurne Dorp. In het uiterste zuiden van het district ligt een deel van de Luchthaven Deurne.

Demografische ontwikkeling

Bronnen:NIS, Opm:1831 tot en met 1981=volkstellingen 1846: Afsplitsing van Borgerhout in 1836

Bezienswaardigheden thumb|Het wit bepleisterde huis n.o.v. architect en schilder Flor Van Reeth en het woonhuis in art-decostijl, genaamd De Liana-Halle n.o.v. architect Jef Huygh (1923) gelegen op de Boekenberglei. thumb|Postkaart van de luchthaven van Deurne, afgestempeld op de eerste dag van de lijn Antwerpen-Berlijn.