Het neolithicum of de jonge of nieuwe steentijd is een prehistorische periode waarin stenen werktuigen werden gebruikt en die ca. 11.000 v.Chr. begon en duurde tot de bronstijd (circa 3.000 v.Chr.).In het Midden-Oosten en Anatolië was het Neolithicum al in 10.900 v.Chr. stevig gevestigd. (2007): 'Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe' in Quaternary Science Reviews, Volume 26, p. 2036-2041 Deze periode wordt gekenmerkt door technische en sociale veranderingen die voortkwamen uit de overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een agrarische samenleving van mensen die in nederzettingen woonden (sedentarisme) en aan landbouw en veeteelt deden, de neolithische revolutie. Zij legden voorraden aan voor slechte tijden.
Definitie De voornaamste neolithische vernieuwingen waren landbouw en veeteelt, het gebruik van werktuigen van gepolijste steen en aardewerk (gebakken potten).
In het late neolithicum werd ook het wiel en het schrift uitgevonden en uiteindelijk de metaalbewerking (Kopertijd), waarmee de overgang naar de bronstijd begon.
Een van de eersten om de term te gebruiken was Sir John Lubbock in 1865,(Pre-historic Times, Londen – Edinburgh, 1865, p. 60 (= 18692, p. 74)) hoewel de term neolithic al eerder was geïntroduceerd.(, Finding Time for the Old Stone Age. A History of Palaeolithic Archaeology and Quaternary Geology in Britain, 1860-1960, Oxford, 2007, p. 102)
De twee voornaamste innovaties van het neolithicum, landbouw en aardewerk, werden niet tegelijk uitgevonden. In West-Azië kwam eerst de landbouw (pre-keramisch neolithicum), in Oost-Azië en Europa eerst de keramiek (vroeg-neolithicum).
De Nieuwe Wereld maakte een geheel eigen ontwikkeling door, de formatieve periode.
Ontstaan van landbouw
miniatuur|Verspreiding van de landbouw De landbouw schijnt in meerdere plaatsen op de wereld onafhankelijk van elkaar in ongeveer dezelfde tijd begonnen te zijn en zich vervolgens van daaruit over heel de wereld verspreid te hebben. De aanvang en de snelheid waarmee deze zich ontwikkelde verschilt van regio tot regio en wordt dan ook per regio behandeld.
De landbouw begon eerst op die plaatsen die daar het gunstigst voor waren wat betreft klimaat en voedselbronnen. In zeer koude, zeer hete of droge gebieden bleef jager-verzamelaar langer de bestaansvorm.
De belangrijkste kerngebieden waren:
Zuidwest-Azië: de Vruchtbare Sikkel en Zuid-Anatolië, zich uitbreidend naar de Indusvallei Oost-Azië: China in de bekkens van de Jangtsekiang en Gele Rivier het huidige Peru in het Andes-gebergte Midden-Amerika in het huidige Mexico
Mogelijk zijn er nog meer kernen geweest: Nieuw-Guinea, Centraal-Afrika en oostelijk Noord-Amerika worden genoemd.Research in recent decades has confirmed that agriculture arose independently during the Holocene in at least seven different regions of the world – Southwest Asia [Fertile Crescent, 9000 BC], East Asia [Yangzi and Yellow River basins 7000 BC], New Guinea highlands [7000-4000 BC] (vindplaats Kuk), sub-Saharan Africa [3000-2000 BC], Andean South America [3000-2000 BC], central Mexico [3000-2000 BC] and the eastern United States [2000-1000 BC]. (2005): ‘The World Transformed: From Foragers and Farmers to States and Empires’ in (ed.), The Human Past: World Prehistory & the Development of Human Societies, Londen – New York, p. 186 Ook het Amazonebekken in Zuid-Amerika (3000-2000 v.Chr.) is geopperd.Available data suggest that farming of some sort dates back as far as 5,000-4,000 years ago, or c.3000-2000 BC, in Amazonia, well before terra preta deposits have been identified (see Oliver, this volume).29 (2001): Unknown Amazon: culture in nature in ancient Brazil, Londen, p. 92
Aanvang en verspreiding De aanvang van het neolithicum en de snelheid van de ontwikkelingen, verschilt van regio tot regio. In sommige regio's zijn deze veranderingen relatief snel gegaan en sommige auteurs menen dan ook te kunnen spreken van een neolithische revolutie. Aangezien het proces millennia heeft geduurd wordt ook wel gesproken van een neolithische evolutie.think more in terms of Neolithic "evolution" than "revolution" (1964): 'The Origins of New World Civilization' in Scientific American, Volume 211, p. 37
Zuidwest-Azië
miniatuur|Vruchtbare Sikkel 7500 v.Chr. Volgens de huidige inzichten hebben de mensen in de Vruchtbare Sikkel en Zuid-Anatolië zich al in het late Epipaleolithicum gevestigd in nederzettingen (Natufien). Dit begon al tijdens het einde van het Weichselien (de laatste ijstijd) ca. 11.000 v.Chr. De nederzettingen werden in het algemeen steeds groter en werden ze ook steeds meer beveiligd. Uiteindelijk evolueerden ze tot stadstaten.
De in deze nederzettingen wonende mensen verzamelden in eerste instantie nog wilde gewassen voor hun levensonderhoud. Ze begonnen de velden met deze wilde gewassen enigszins te beschermen tegen wilde dieren.Göbekli Tepe, Klaus Schmidt Later werd steeds meer aandacht geschonken aan deze velden.
Mogelijk heeft de landbouw in het vroege neolithicum een impuls gekregen naar aanleiding van een klimatologische verandering., The Natufian Culture in the Levant, Threshold to the Origins of Agriculture, in Evolutionary Anthropology 6 (1998), pp. 159-177 De Jonge Dryas (ca. 10.700 – 9560 v.Chr.) was een koudeperiode waardoor het klimaat in Zuidwest-Azië veel droger werd. Door te wieden en van elders verkregen zaad te planten begonnen de mensen met het beoefenen van landbouw.Deze theorie is evenwel niet onomstreden. Zie: , Small game, the younger dryas, and the transition to agriculture in the southern levant, in Mitteilungen der Gesellschaft für Urgeschichte 12 (2003), pp. 47-71.
Volgens nieuwe inzichten werd al rond 20.000 v.Chr. geëxperimenteerd met de veredeling van graansoorten., Research pushes back history of crop development 10,000 years, www2.warwick.ac.uk (19/09/2008-20/07/2009).
Nog later werd ook begonnen aan veeteelt. Tot dan toe werd voornamelijk op wilde dieren gejaagd om zo in de behoefte aan vlees te voorzien. Toen de kuddes wilde dieren geleidelijk aan begonnen te verdwijnen, werd ter compensatie aan veeteelt begonnen met de domesticatie van dieren als schapen, geiten, runderen en varkens.
Rond 6200 v.Chr. vond de 8k2-gebeurtenis plaats., Investigating the Early Pottery Neolithic of Northern Syria: New Evidence from Tell Sabi Abyad, in AJA 110 (2006), p. 123-156 Dit was een door klimatologen zo genoemde ontwikkeling, waarbij de temperatuur over de hele wereld enkele graden daalde. Deze gebeurtenis markeerde in de Levant het einde van het pre-keramische tijdperk.
Afrika
In de Nijlvallei waren er al vroeg voorlopers van landbouw. Bij de Qadancultuur (13.000-9000 v.Chr.) werden al systematische inspanningen gedaan om lokale wilde planten te verzorgen, irrigeren en oogsten, zonder echter op geordende wijze te zaaien.
Vanaf het 10e millennium v.Chr. werd er bij de Khartoemculturen in de Nijlvallei het oudste keramiek van Afrika gemaakt, het golfpatroon-keramiek (Wavy Line Pottery).World History Encyclopedia, Volume 10 Dit verspreidde zich ver over de Sahara, tot bij de Kiffian-cultuur (7700 tot 6200 v.Chr.) in de Ténéré.
Vanaf 6000 v.Chr. vormen zich onder invloed van de Levant nederzettingen met een volledig neolithische levenswijze in het huidige Egypte. De Fajoemcultuur (4000-3000 v.Chr.) toont duidelijke banden met de Jordaanvallei en het daar gevonden Yarmukian.
in de Sahara bloeide van ongeveer 5200–2500 v.Chr. het subneolithische Tenerian. Dit was tijdens het Holoceen subpluviaal, een vochtige periode van de Sahara. De Teneriërs waren naast vissers en jagers ook de eerste veeherders in de Sahara. Ze introduceerden de eerste schapen en runderen in de Sahara, die zij afbeelden in rotstekeningen. Bewijzen voor het verbouwen van graan zijn ook gevonden.
Europa
In Europa verspreidde het neolithicum zich later dan in de Levant en is daar waarschijnlijk een afgeleide van. Er zijn twee belangrijke stromingen te onderscheiden. miniatuur|Sesklocultuur en cardiaal-impressoculturen De Sesklocultuur in Griekenland (±6800 v.Chr.) en de cardiaal-impressoculturen van het Middellandse Zeegebied vertegenwoordigen een vroege verspreiding, waarschijnlijk door migratie over zee naar de kusten en via eilanden zoals Cyprus.
Een tweede, iets latere verspreiding vond waarschijnlijk over land plaats, via de toen nog niet doorgebroken Bosporus naar het huidige Bulgarije. Hier ontstond de Starčevo-Köröscultuur (6200-5600 v.Chr.). De immigranten bouwden huizen en deden aan landbouw en veeteelt. Niet veel later konden zij ook potten bakken.
Vanuit het Balkangebied verspreidde het Neolithicum zich, mogelijk in verband met overstromingen rond de Zwarte Zee rond 6000 v.Chr.,, Catastrophic early Holocene sea level rise, human migration and the Neolithic transition in Europe, in Quaternary Science Reviews 26 (2007), pp. 2036–2041. deels door migratie en deels door overname, over Midden-Europa. De belangrijkste vertegenwoordigers hiervan zijn de bandkeramische culturen.
miniatuur| Limburg-aardewerk, een plaatselijke variant op de bandkeramiek In Noordwest-Europa begon het neolithicum ca. 6000-5500 v.Chr. voornamelijk door imitatie., Nederlander stamt af van jager-verzamelaars, in de Volkskrant (17/10/2008). De hier aanwezige volkeren keken de kunst van huizen bouwen, landbouw, veeteelt en pottenbakken van de Midden-Europese bandkeramiekvolkeren af. In Limburg voltrok deze overgang zich rond 5500 v.Chr. zeer snel omdat huizen bouwen, landbouw, veeteelt en pottenbakken werden geïmiteerd., De Aanvang van het neolithicum (ca. 9000 – 4700 v.C.), in (ed.), Gisteren voorbij. Een archeologische kijk op de geschiedenis van de oudste tijden, Leuven – Apeldoorn, 1991, p. 84 In Engeland en Denemarken begon het Neolithicum pas rond 3700 v.Chr.
In Zuid-Rusland lijkt het Neolithicum zich vanuit de Kaukasus of mogelijk Centraal-Azië verspreid te hebben (Beneden-Wolgagebied. Uit de subneolithische Seroglazovocultuur ontstond de Samaracultuur) van de Midden-Wolga, die gezien kan worden als de vroegste Indo-Europese culturen. Onder invloed van de vroege metaalbewerkende culturen van de Kaukasus zouden hier de eerste bronstijdculturen van Europa ontstaan, met daaropvolgend de verspreiding van de Indo-Europese talen en cultuur over Europa.
Ötzi Een van de bekendste recente vondsten uit het neolithicum is Ötzi, een ijsmummie die ca. 3300 v.Chr. leefde. Zijn lichaam werd in ontdooiend ijs op een berg tussen Italië en Oostenrijk aangetroffen. Hij had typische steentijdartefacten bij zich, zoals lederen kleren, pijl-en-boog en ook een koperen bijl.
Azië
Gevolgen Vernieuwingen en veranderingen thumb|Gepolijste stenen vuistbijl, Archeologisch Museum van Thessaloniki De stenen werktuigen in het mesolithicum werden gemaakt door met andere stenen stukken af te slaan van een stuk vuursteen. In het neolithicum begon men werktuigen te maken van geslepen stenen. Pottenbakken. De uitvinding van het pottenbakken en het pottenbakkerswiel verlopen per regio anders. In het Midden-Oosten duurde het erg lang na de aanvang van het neolithicum (ca. 11.000 v.Chr.) voordat het pottenbakken werd uitgevonden (ca. 6200 v.Chr.). In Centraal- en Noordwest-Europa begon rond 5500 v.Chr. het neolithicum met de bandkeramische cultuur, mensen die tegelijkertijd huizen gingen bouwen, aan landbouw en aan veeteelt deden en ook al konden pottenbakken.