miniatuur|350x350px|MUG | SMUR Sint-Lucas Sint-Stevens-Woluwe De Noodcentrales 112 oftewel NC 112 (in het Frans: Centrales d'urgences 112 oftewel CU 112) zijn in België de meldkamers oftewel noodcentrales die de oproepen naar de noodnummers 100 en 112 voor de brandweer en de medische hulpdiensten aannemen. Er is een Noodcentrale 112 voor elke provincie en het arrondissement Brussel-Hoofdstad (behalve voor Waals-Brabant). De Noodcentrales 112 maken als de zogenaamde 'eenvormige oproepcentra' deel uit van de keten van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening, naast de interventiediensten (gewone ambulances, PIT-diensten en MUG-diensten) en de spoedgevallendiensten van ziekenhuizen. Noodoproepen voor de politie naar het noodnummer 101 worden niet in de Noodcentrales 112 maar in de Communicatie- en Informatiecentra (CIC's) van de politie aangenomen.

Tot voor mei 2018 hadden de Noodcentrales 112 de naam Hulpcentra 100/112, vaak afgekort tot HC-100/112 of een variant daarvan (in het Frans: Centres de Secours 100/112 oftewel CS-100/112). Omdat het nummer 100 al lang niet meer werd gepromoot als noodnummer en het aantal oproepen ernaar gevoelig afnam de afgelopen jaren, stelde de FOD Binnenlandse Zaken in mei 2018 de naamswijziging officieel voor.

Geschiedenis

Het Verenigd Koninkrijk voerde in 1937 in Londen voor het eerst een alarmnummer in (namelijk 999) na een brand waarbij 5 vrouwen om het leven kwamen. Een nationaal noodnummer voor dringende medische hulpverlening werd in België geïntroduceerd in 1958 door de Hasseltse politicus Paul Meyers na in 1958 moeilijk dringende hulp bij een verkeersongeval te hebben gekregen. Men koos voor het nummer 900 dat gratis diende te zijn en ook vanuit openbare telefooncellen gebeld zou kunnen worden. Er werd een Hulpcentrum 900 opgericht voor telkens één of meerdere telefoonzones. Men koos ervoor de (toen 16) Hulpcentra 900 bij de al bestaande meldkamers van de brandweer onder te brengen omdat dit de enige dienst was die hiervoor een permanentie kon verzekeren. In 1959 werd het eerste Hulpcentrum 900 in Antwerpen geïnstalleerd en in 1963 trad het Hulpcentrum 900 van Kortrijk als laatste in werking. België was hiermee het eerste land met een nationaal dekkend noodnummer. Omdat de Hulpcentra 900 bij de brandweer waren geïnstalleerd begon de bevolking na verloop van tijd het noodnummer 900 ook voor brandweeroproepen te gebruiken, hoewel dit niet de oorspronkelijke bedoeling was.

Begin de jaren 80 werd de verouderde apparatuur in de Hulpcentra 900 vervangen door geïntegreerde meldtafels, die ook pagers konden activeren. In 1987 werd het nummer 900 vervangen door 100. Eind jaren 90 werden de 16 Hulpcentra 100/112 gereduceerd tot 10; één per provincie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (behalve Waals-Brabant). Besluit 91/396/EEG van de Raad van de Europese Unie van 29 juli 1991 bepaalde dat 112 het Europese noodnummer was dat in elke lidstaat moest kunnen gebeld worden. In België koos men om het nummer gelijk te stellen met het noodnummer 100; beide nummers verbinden de beller met een Hulpcentrum 100/112. Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 maart 2002 stelde de invoering van het nummer 112 verplicht. In 2005 is besloten het nummer 112 uit te bouwen tot het centrale alarmnummer voor alle noodoproepen. De Hulpcentra 100/112 en de Communicatie- en Informatiecentra zouden samengevoegd worden tot geïntegreerde 112-centra en het nummer 112 zal in de toekomst de nummers 100 en 101 vervangen.

In mei 2018 besloot de FOD Binnenlandse Zaken de officiële naam van de centra te veranderen tot 'Noodcentrales 112'. Het noodnummer 100 werd namelijk al jaren niet meer gepromoot door de overheid; het aantal oproepen naar het nummer 100 nam dan ook stelselmatig af terwijl de oproepen naar het nummer 112 toenamen. Het noodnummer 100 blijft evenwel nog steeds actief en zal de beller nog steeds doorverbinden met de Noodcentrale 112.

Werking Noodoproepen Verbinding Wanneer iemand het noodnummer 100 of 112 belt, wordt hij doorverbonden met de Noodcentrale 112 van de provincie waarin hij zich bevindt. Dit wordt "origin-based routing" genoemd en is complexer dan de procedures voor een standaard oproep (destination-based routing). Bovendien moet het oproepend nummer steeds naar de noodcentrale meegegeven worden, ook als de beller zijn toestel op "anoniem bellen" heeft ingesteld. De noodcentrale zelf heeft een dubbele aansluiting op het telefoonnet, bij voorkeur via 2 verschillende operatoren. Als er één toegang uitvalt, dan blijft de noodcentrale nog steeds bereikbaar via de tweede toegang. Bij overbelasting van het telefoonnet hebben noodoproepen voorrang.

Iedere provincie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zijn eigen Noodcentrale 112 dat bij elke provincie gelegen is in de provinciehoofdstad. Als enige uitzondering heeft Waals-Brabant sinds de opdeling van de oude provincie Brabant in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant nog steeds geen eigen Noodcentrale 112. De noodoproepen uit Waals-Brabant worden aangenomen door de Noodcentrales 112 uit de naburige provincies. Met welk Noodcentrale 112 de beller doorverbonden wordt hangt af van de locatie van de gsm-mast of de telefoonzone van waaruit de beller belt. Zo is het mogelijk dat een mobiele beller in het grensgebied van een provincie met de Noodcentrale 112 van een andere provincie wordt doorverbonden.

Bij het bellen naar de Noodcentrale 112 kan het tot 15 seconden duren eer men de beltoon hoort. Indien een noodoproep niet binnen een aantal seconden wordt aangenomen, krijgt de beller een bandopname te horen die duidelijk maakt dat de beller verbonden is met de noodcentrale en die de beller vraagt nog even te wachten en niet in te haken. Het bellen van de noodnummers is gratis en kan via een vaste telefoonverbinding, een mobiele telefoon (met geldige simkaart) of een openbare telefooncel. De noodnummers zijn 24 uur op 24 uur bereikbaar. Oproepen naar de noodnummers worden opgenomen en kunnen herbeluisterd worden, bijvoorbeeld wanneer de operator niet alle informatie in één keer heeft kunnen verwerken. In de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie is bepaald dat deze opnames tot een jaar lang bewaard mogen worden. Als men de noodcentrales zonder geldige reden opbelt, kunnen de operatoren in de noodcentrales de oproepen van mensen die echt in nood zijn niet aannemen. Deze mensen moeten dus langer wachten op een antwoord en dus ook op de hulpdiensten. Het misbruik maken van noodnummers is daarom strafbaar.

Toegankelijkheid Doven, slechthorenden of mensen met een spraakstoornis kunnen zich laten registreren waarna zij twee nummers ontvangen waar zij een noodfax naartoe kunnen sturen. Sinds 15 februari 2015 kunnen zij zich ook registreren via de website van het noodnummer 112 om twee nummers (één voor brandweer- en medische hulp, een voor politiehulp) te ontvangen waar zij een nood-sms naartoe kunnen sturen; dit in plaats van een gesproken oproep. In een latere fase zou voorzien worden dat ook de nummers 100, 101 en 112 via sms bereikbaar worden. Sms-berichten kunnen net als spraakoproepen tot een jaar bewaard worden. Omdat grote evenementen zoals festivals vaak geen duidelijk adres hebben werden in mei 2016 RVP-borden ('rendez-vous points') ingevoerd. Deze borden zijn rood met witte tekens en hebben een unieke code waardoor de operator onmiddellijk weet waar de beller zich bevindt. Het is de bedoeling dat de beller bij het bord de hulpdiensten dan opwacht.

Eind juni 2017 werd tevens de mobiele applicatie '112 BE' gelanceerd voor Android- en iOS-toestellen waarmee men de noodcentrales kan bereiken. Bij een noodoproep geeft de app de GPS locatie van de oproeper door aan de Noodcentrale 112 of het Communicatie- en Informatiecentrum. Ook biedt de app de mogelijkheid om medische gegevens of ICE-contacten op te slaan, die bij een noodoproep eveneens aan de noodcentrale worden doorgegeven. Ook kan de operator bij een noodoproep een chatfunctie activeren waarmee met de beller kan worden gecommuniceerd indien deze niet kan praten. Verder kan de noodcentrale de smartphone van de beller via de app laten rinkelen indien de hulpdiensten hem moeilijk kunnen vinden. De app werkt wel enkel in België. Enkele weken na de lancering was de app al meer dan 100.000 keren geïnstalleerd.

Telefooncentrales [deze paragraaf moet geactualiseerd worden] Sinds december 2015 worden de oproepen naar de Noodcentrales 112 in Antwerpen, Hasselt en Aarlen gerouteerd via twee nationale telefooncentrales in datacenters van Proximus in Evere en Mechelen. Als de ene uitvalt kan de andere zo als back-up dienen. Deze Noodcentrales 112 werkten tot dan, zoals alle andere nog steeds, met een eigen telefooncentrale. De bedoeling is om alle Noodcentrales 112 op deze telefooncentrales aan te sluiten en zo in één netwerk te laten werken waarbij oproepen gemakkelijk naar andere Noodcentrales 112 kunnen doorgestuurd worden (bij bijvoorbeeld overbelasting) en ze allemaal van gemeenschappelijke databanken kunnen gebruik maken. Deze overschakelingen worden wel enkel doorgevoerd voor de Hulpcentra die met de CAD-software (computer-aided dispatching) van CityGIS werken. De Noodcentrales 112 van Brussel, Luik en Henegouwen zullen in de nabije toekomst op de nationale telefooncentrales aangesloten worden.

Operatoren Behandeling oproep Een operator (officieel genaamd 'aangestelde') van de Noodcentrale 112 neemt de noodoproep aan volgens bepaalde procedures. De Noodcentrales 112 streven ernaar van elke oproep binnen 10 seconden aan te nemen. De belangrijkste informatie de operator probeert te verkrijgen is wat er precies aan de hand is, de plaats van de noodsituatie en hoeveel mensen er gewond of in gevaar zijn. De operator kan ook al eerste hulpinstructies geven in afwachting van de hulpdiensten. De operatoren kunnen bij medische oproepen hiervoor de Belgische Handleiding voor Medische Regulatie (BHMR) gebruiken. 'Medische regulatie' verwijst naar het geheel van protocollen hoe de oproepen voor medische hulp moeten worden behandeld. Zo wordt bijvoorbeeld het 'Phone CPR-protocol' toegepast bij noodoproepen voor een hartstilstand waarbij de operator de beller uitlegt hoe hij of zij moet reanimeren. Eind 2015 werd ook de eerste versie van de Belgische Handleiding voor Brandweerregulatie uitgebracht die de operatoren kan helpen met het behandelen van de noodoproepen voor brandweerhulp. Wanneer iemand belt vanaf een vaste telefoonlijn verschijnt het adres van de verbinding automatisch op het scherm. Bij een oproep met een mobiele telefoon wordt geprobeerd de locatie vast te stellen aan de hand van de gsm-masten in de buurt van de oproeper. In steden is dit tot enkele honderden meters nauwkeurig; in landelijke gebieden tot drie kilometer. De operatoren hebben een specifieke opleiding gevolgd en moeten minstens de taal spreken van de provincie waarin ze werken. In de nabije toekomst moeten in elke Noodcentrale 112 alle noodoproepen in het Nederlands, Frans, Engels en Duits kunnen beantwoord worden. Er zijn in België in totaal ongeveer 700 operatoren werkzaam (burgerpersoneel; politieagenten niet meegerekend).

Alarmering hulpdiensten thumb|De Noodcentrale 112 kan ook een MUG-helikopter ter plaatse sturen.