thumb|Pauluskerk Baarn () is een stadANWB Topografische Atlas Utrecht/Flevoland (2004) - kaart 66 147-469 en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht, gelegen aan de rivier de Eem. De gemeente telt inwoners en heeft een totale oppervlakte van , waarvan land en water (, Bron: CBSCSB StatLine - Opendata databank van het CBS). Een inwoner van Baarn wordt een Baarnaar genoemd en iemand die geboren en getogen is in Baarn een Barinees.VRTtaal.net – Baarn (gearchiveerd)Groenegraf.nl. Gearchiveerd op 6 april 2022. Een Baarnaar behoeft niet in Baarn geboren of opgegroeid te zijn. De Nederlandse koning of koningin voert de titel Heer (respectievelijk Vrouwe) van Soest, Baarn en Ter Eem.
Geschiedenis Baarn ligt in het midden van Nederland aan de Utrechtse zijde van de grens van de provincies Utrecht en Noord-Holland, aan een van de weinige rivieren die van bron tot monding op Nederlands gebied liggen, de Eem. Al vanaf 8000 tot 4500 v.Chr. heeft de mens zich in de omgeving van de rivier opgehouden. Het bewijs hiervoor is geleverd door enkele duizenden stuks vuursteen, haardplaatsen en paalkuilen die bij een viertal archeologische onderzoeken zijn gevonden. Deze vondsten van een bivakplaats uit de oude en Middensteentijd werden in 1988 aangetroffen bij de aanleg van bedrijventerrein De Drie Eiken.Frits Booy & Gerard Brouwer (red.), Duizend jaar Baarn – Geschiedenis van een Eemlands dorp, Historische Kring Baerne: Baarn 2014, jubileumuitgave bij 40-jarig bestaan
De eerste permanente bewoning vond plaats in de bossen bij Lage Vuursche. Het betrof scherven aardewerk uit de Jonge Steentijd en een twintigtal grafheuvels. De oorsprong van het dorp Baarn ligt in de twaalfde eeuw. In die tijd werden de bestaande dorpen te klein, mede door de kruistochten, de handelsbetrekkingen met andere regio's en de groei van de bevolking. Doordat elk dorp in grote mate in eigen behoefte voorzag, moest men over een omliggend gebied van voldoende grootte beschikken, bijvoorbeeld om in de behoefte aan brandstof te voorzien of om het vee te kunnen weiden. In en rond de twaalfde eeuw ontstonden daardoor vele nieuwe nederzettingen, waaronder waarschijnlijk ook het huidige Baarn. De eerste nederzetting, die in de omgeving van de Leestraat lag, zal uit maximaal een twintigtal boerderijen hebben bestaan. Pas in de veertiende eeuw verplaatst de kern van het dorp zich in de richting van de Brink, waar in de eerste helft van diezelfde veertiende eeuw de Pauluskerk is gebouwd.
De oorsprong van de naam 'Baarn' geeft nog steeds veel stof tot discussie. Tot een bevredigend antwoord heeft deze nog niet geleid. Het meest voor de hand liggend lijkt dat de naam een verwijzing is naar 'een gebied waar veel brandstof te halen of te delven is', (vergelijk 'Barneveld': veld waar brandstof te halen valt). Klinkermetathesis zorgt voor omdraaiing van de r en de a: branden wordt barnen. De naam wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1280. Hierin wordt vermeld dat de grondbelasting van stukken grond van de abdij van Elten voortaan betaald werd aan de Graaf van Holland.
Stadsrechten Waarschijnlijk verleende Jan van Arkel, de bisschop van Utrecht, in 1350 de inwoners van Baarn stadsrechten, het recht van zelfbestuur. De bisschop verleende dit recht vermoedelijk omdat Baarn in omstreden gebied lag. Zowel 't Sticht als het graafschap Holland maakte aanspraak op dit gebied. Het voorheen moerassige gebied was economisch aantrekkelijker geworden door de mogelijkheid om er turf af te graven. De rechten van de 'Stat van Baerne' werden vastgelegd in 22 artikelen. Artikel 1 bepaalde dat er zeven schepenen zouden zijn die gekozen werden uit de bewoners van Baarn. Er was dus een eigen rechtbank. Veel artikelen gaan over het handhaven van orde en veiligheid. Wie bij een opgelegde straf niet gehoorzaamde kon in gijzeling worden gesteld op Huis Ter Eem, dat eigendom was van de bisschop. In 1426 werden de rechten bevestigd door Zweder van Culemborg. In 1457 werden de stadsrechten opnieuw bevestigd (en beperkt uitgebreid) door bisschop David van Bourgondië. Tot 1674 werd er recht gesproken op Huis ter Eem of in het Schoutenhuis, in 1674 kwam er een rechthuis. – Beknopte geschiedenis van de Baarnse rechtspraak, in Baerne, Historische Kring Baerne, 7e jaargang 1983, pag. 3
Het recht van ommuring heeft Baarn nooit gekregen. Baarn heeft daarom nooit een muur of wal om het dorp heen gehad. Maar omdat Baarn bijdroeg aan de kosten van de omwalling rond Amersfoort verwierven de inwoners het recht om zich in oorlogstijd binnen de muren van Amersfoort in veiligheid te brengen.
Kerstbrand van 1481 In december 1481 lopen de grensincidenten uit op een strafexpeditie van de plaatsvervanger van de Graaf van Holland Joost van Lalaing, die de plaatsen Eemnes, Soest en Baarn plunderde en platbrandde tussen 21 en 25 december 1481. In Baarn bleven alleen de kerk en enkele huizen gespaard. Vele burgers konden nog vluchten naar de stad Amersfoort, waarmee ze een verdrag hadden. Baarn zou mede door de brand nog lang een boerendorp met een brink en een kerk blijven.Tijdschrift Historische Kring "Baerne", Deel II. juni 1992. 1481: De grote Brand van Baarn. blz 2-9 Deze verwoesting maakte dat de groei van het dorp werd belemmerd, ondanks de stadsrechten en privileges.
Bevolkingsgroei Rond 1500 had Baarn negenhonderd inwoners. Een daling is te zien in 1633 toen na telling ongeveer 650 inwoners Baarn bevolkten. Echte groei ontstond tussen het einde van de achttiende eeuw en circa 1830. Toen telde Baarn zo'n 1800 inwoners. Fabrieken werden gevestigd en men bouwde bijbehorende arbeiderswoningen. Zo vestigde zich in 1802, aan de Hoofdstraat, de tapijtfabriek van Scheerenberg. In 1807 had de fabriek zo'n driehonderd werknemers in dienst. Ook vestigden zich spinscholen in Baarn en Soest. In een latere periode begon patisserie De Ruijter aan de Brinkstraat 25-27 met de fabricage van haar vermaarde gestampte muisjes.
Buitenplaatsen In de middeleeuwen stond een aantal kastelen in de omgeving van Baarn. Aan de Eem stonden Huis Ter Eem bij Eembrugge en kasteel Hamelenberg bij de Oude Melm in Soest. In het noordwesten stond ridderhofstad Drakenburg en bij Lage Vuursche kasteel Drakensteyn. Deze kastelen hadden een verdedigingsfunctie.
In de Gouden Eeuw, van 1600 tot 1672, stond Amsterdam centraal in de ontwikkeling van Baarn. Baarn was vergeleken bij het grote Amsterdam slechts een dorp, maar wel een aantrekkelijk dorp voor de hoofdstedelijke kooplieden en patriciërs. Stedelijke regenten lieten tot ver in de achttiende eeuw weelderige zomerverblijven en jachthuizen bouwen op grote stukken land in Baarn. Zoals het lustslot 'Soestdijk' (thans paleis Soestdijk), tussen 1674 en 1678 gebouwd door de Amsterdamse burgemeester Cornelis de Graeff, de buitenplaats Groeneveld en ook hofstede De Eult, omstreeks 1640 gebouwd door de Amsterdamse burgemeester Johan Bicker op een stuk grond aan de dijk naar Soest. Vermeldenswaard is ook de buitenplaats Pijnenburg, met Huis Pijnenburg, een ontwerp van architect Philips Vingboons, gebouwd in 1647 voor de rijke weduwe Sara de Wael. Voorts is de buitenplaats Rusthoek een bijzondere locatie. De buitenplaats werd in 1771 gesticht door Hendrik Rietveld en heette Zeezicht naar het toen onbelemmerde uitzicht op de voormalige Zuiderzee. Oorspronkelijk was Zeezicht een blokvormig buitenhuis met ervoor een groot gazon en een oprijlaan. In de as achter het huis lag een kruisvijver met zichtlijn op de kerktoren van Blaricum. In 1902 werd het huis afgebroken en in 1905 werd er een nieuw huis gebouwd, ontworpen door de architecten Th. G. Schill en D.H. Haverkamp. Andere buitenplaatsen uit de achttiende eeuw waren de Hooge Vuursche, Huis Schoonoord, Heuveloord, Villa Nova, Klein Drakenstein en de villa's Peking en Canton. Invloed op het landschap Onder invloed van de mode in die tijd werden bij de buitenplaatsen bossen, tuinen en lanen aangelegd in de Fransbarokke stijl. De oprijlanen waren ten minste 45 meter breed met twee rijen bomen aan weerszijden. Deze lanen dienden ook als zichtlijn. Zo werd bij Paleis Soestdijk de Koningslaan aangelegd. De Amsterdamse burgemeester Willem Gideon Deutz liet bij zijn buitenhuis De Eult zelfs drie lanen aanleggen of verbreden: de Postweg (tussen kasteel Groeneveld en Soestdijk), de Oranjeboomschenstraatweg (naar de brink) en de Torenlaan die in op de Pauluskerk was gericht.
De buitens lagen door de eeuwenlange beweiding, houtkap en turfsteken in een open heidelandschap met zandverstuivingen. Van Deutz liet de open omgeving van De Eult bebossen tot een sterrenbos, het huidige Baarnse Bos. Het strekte zich uit van de Koningslaan tot aan de huidige Molenweg. Later in de achttiende eeuw werden ook de landgoederen Pijnenburg, De Hooge Vuursche, Soestdijk en Groeneveld bebost. De mode schreef toen niet langer Franse geometrische vormen voor, maar Engelse landschapstuinen. De bebossing werd in de negentiende eeuw steeds grootschaliger door de aanleg van productiebossen. Zo werden enerzijds de zandverstuivingen tegengegaan, terwijl het hout verkocht kon worden voor gebruik bij de mijnbouw in Limburg. Door deze steeds verdergaande bebossing was er steeds minder grond beschikbaar voor landbouw. Alleen op de noordelijke eng van Baarn werd in de negentiende eeuw nog rogge en boekweit verbouwd. De lager liggende gronden richting de Eem werden als weide en hooiland voor de veehouderij gebruikt. – Baarn in Vogelvlucht in: Baerne Historische Kring Baerne, juni 2014
Negentiende eeuw De plaatselijke middenstand breidde fors uit. Kruideniers, meubelmakers, bloemisten, kledingontwerpers en schoenmakers stelden hun diensten ter beschikking. Zij etaleerden hun producten en zo ontstond een nieuw verschijnsel: de winkelstraat. Oude woonstraten als de Laanstraat, Brinkstraat, Nieuwstraat en Nieuw Baarnstraat kregen een winkelfunctie en niet voor niets kreeg de Laanstraat als bijnaam Baarnse Kalverstraat. De Laanstraat is in 1876 genoemd naar een van de eerste burgemeesters van Baarn, mr. J.C.G.C. Laan. thumb|Buitenzorg Overige buitenplaatsen:Utrechtse buitenplaatsen
Aanleg spoorlijn thumb|Station Baarn De buitenhuizen boden ook werkgelegenheid, waardoor Baarn in 1850 meer dan 2000 inwoners telde. Deze woonden rondom het centrum en langs reeds bestaande wegen en paden. Bij de aanleg van de spoorlijn van spoorlijn Amsterdam - Amersfoort in 1874 door de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij liep het tracé over de domeinen van prins Hendrik van Oranje-Nassau, die op paleis Soestdijk woonde. Het lukte de prins niet om een eigen station bij zijn buitenhuis te krijgen, maar Baarn kreeg wel een station. Het stond ten zuidwesten van het brinkdorp. Hiervoor moest de natuurlijke stuwwal doorgraven worden, waardoor het 'spoorravijn' ontstond. Het vrijkomende zand werd gebruikt voor het spoortracé door het stroomgebied van de Eem, richting Amersfoort. De wijk bij het station werd dan ook Prins Hendrikpark genoemd. De bouw van het station bood projectontwikkelaars de kans om rond het station villawijken aan te leggen voor met name rijke inwoners uit Amsterdam die er 's zomers woonden.
Villawijken thumb|Torentjesbouw