thumb|Bioscoopjournaal uit september 1963: Het 50-jarig bestaan van het Vredespaleis te Den Haag. Met archiefmateriaal: de rechtszitting in 1948 over het conflict Corfu tussen Albanië en Groot-Brittannië, de rechtszitting over de schending van de mensenrechten in Bulgarije, Hongarije en Roemenië in 1950 en de rechtszitting over het olie-geschil tussen Groot-Brittannië en Iran in 1951.
Het Vredespaleis is de zetel van het Permanent Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties. Het paleis werd tussen 1907 en 1913 gebouwd als zetel voor het in 1899 opgerichte Permanent Hof van Arbitrage.
Naast zijn functie als zetel van het Permanent Hof van Arbitrage (sinds 1913) en van het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties (sinds 1946), vinden in het Vredespaleis jaarlijks tientallen hoorzittingen van deze twee gerechtshoven plaats. Het ligt in het noordwesten van de wijk Zeeheldenkwartier in het stadsdeel Centrum van de gemeente Den Haag.Gemeente Den Haag: Wijken in Den Haag - Zoek uw stadsdeel en wijk (Carnegieplein 2, 2517 KJ Den Haag)
Geschiedenis In de tweede helft van de 19e eeuw werd door Europese naties steeds meer geld uitgegeven aan leger en marine. Vanwege deze wapenwedloop zond de Russische tsaar Nicolaas II op 24 augustus 1898 aan de regeringen van alle belangrijke naties een uitnodiging voor een internationale conferentie om vreedzame mechanismen voor de beslechting van internationale geschillen te ontwikkelen.
In 1899 kwamen afgevaardigden van 26 staten, waaronder verschillende Europese landen, het Ottomaanse Rijk, de Verenigde Staten, Mexico, China, Japan, het toenmalige Koninkrijk Siam en Perzië, bijeen op Huis ten Bosch in Den Haag voor wat bekend is geworden als de eerste Vredesconferentie van Den Haag.
De belangrijkste verwezenlijking van de Conferentie was het Verdrag van 1899 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen. In dit Verdrag werd arbitrage erkend als „het meest doeltreffende en tegelijkertijd het meest billijke middel tot regeling van geschillen die langs diplomatieke weg niet konden worden beslecht”. Daartoe werd het Permanent Hof van Arbitrage opgericht, dat „voor allen toegankelijk” en „te allen tijde beschikbaar” zou zijn. Het Permanent Hof van Arbitrage was de eerste permanente intergouvernementele organisatie die een forum bood voor de beslechting van internationale geschillen door middel van arbitrage en andere vreedzame middelen.
Ter ondersteuning van de missie van het Hof besloten de oprichtende staten een speciaal gerechtsgebouw te bouwen om staten aan te moedigen hun geschillen vreedzaam op te lossen: het Vredespaleis van het Permanent Hof van Arbitrage.
Het uiteindelijke idee van het Vredespaleis kwam voort uit een discussie in 1900 tussen de Russische diplomaat Friedrich Martens en de Amerikaanse diplomaat Andrew Dickson White, over de noodzaak van passende huisvesting voor het Permanent Hof van Arbitrage, dat opgericht was tijdens de eerste Vredesconferentie van Den Haag in 1899. White nam hierover contact op met zijn vriend, de weldoener Andrew Carnegie. Carnegie wilde in eerste instantie alleen een bijdrage leveren voor het oprichten van een bibliotheek voor internationaal recht. White wist hem echter over te halen, en in 1903 ging Carnegie akkoord met een donatie van 1,5 miljoen dollar (3,7 miljoen gulden) voor de bouw van het Paleis van het Arbitragehof, en waarbij ook een bibliotheek zou worden ingericht. In eerste instantie wilde Carnegie het bedrag rechtstreeks aan koningin Wilhelmina schenken, maar wettelijke beperkingen verhinderden dit, en in november 1903 werd de Carnegie stichting opgericht "tot het bouwen, inrichten en onderhouden van een rechtsgebouw, en een boekerij ten behoeve van het Permanente Hof van Arbitrage".
In 1907 werd symbolisch de eerste steen geplaatst tijdens de tweede Vredesconferentie van Den Haag. Tijdens de Tweede Vredesconferentie stelde de Franse afgevaardigde baron d’Estournelles de Constant voor dat alle deelnemende staten middelen zouden bijdragen aan de bouw van het Vredespaleis:“Het nieuwe gebouw zal het paleis zijn van alle volkeren van de aarde. Is het niet passend dat het wordt gebouwd met materialen uit alle landen? Het zal zo zowel in zijn oorsprong als in zijn doel passend zijn. Het zal worden gevormd uit de substantie van allen voor het gebruik van allen. […]
Griekenland en Italië zouden hun marmer kunnen leveren, Amerika en Azië hun hout en edele metalen, Duitsland, Engeland, Rusland, Frankrijk, Japan, Spanje en alle landen van de aarde hun meesterwerken van nationale kunst. De individuele kosten voor elk land zouden vrijwel niets bedragen, terwijl zulke objecten een van de meest unieke collecties ter wereld zouden vormen, zeer waardig voor ons Internationaal Hof van Arbitrage.”Het voorstel werd positief ontvangen en tijdens de plenaire zitting van 16 oktober 1907 sprak de Conferentie formeel de hoop uit dat elke ondertekenende regering van de Haagse Conventie zou bijdragen aan de bouw van het Paleis van het Permanent Hof van Arbitrage door, in overleg met de architect, materialen voor de constructie en decoratie te leveren, evenals kunstwerken die de beste voorbeelden van nationale ambachtelijkheid tonen. Het doel was dat de zetel van het Hof—het symbool van universele goede wil en hoop—zou worden gebouwd uit bijdragen van alle naties.
De bouw begon enige tijd later en het paleis werd in 1913 opgeleverd.
Op 28 augustus 1913 werd het gebouw officieel geopend tijdens een plechtige ceremonie, bijgewoond door de Nederlandse Koninklijke Familie, leden van het Permanent Hof van Arbitrage, politici, en vertegenwoordigers van internationale pacifistische groeperingen. Tijdens de ceremonie werd de sleutel van het Vredespaleis overhandigd aan de Secretaris-Generaal van het Permanent Hof van Arbitrage.
Bouw thumb|Entreehal thumb|Detail van het hekwerk: Justitia, vervaardigd door Wilhelm Widemann (1856–1915) thumb|Door Denemarken geschonken fontein met beren en zeehonden, vervaardigd van Kopenhaags porselein thumb|Luchtfoto van het Vredespaleis, Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 1920-1940 Ten behoeve van de benodigde bouwgrond voor het Vredespaleis, werden door de Staat der Nederlanden en de Gemeente Den Haag twee landgoederen aangekocht, Rustenburg en Buitenrust, gelegen langs de Scheveningseweg, iets meer dan een halve kilometer ten noordoosten van de Haagse grachtengordel. De achttiende-eeuwse buitenplaatsen, ooit bewoond door koningin Anna Paulowna, werden afgebroken. Om tot een goed ontwerp te komen, werd een internationale prijsvraag uitgeschreven. Het winnende ontwerp, in de neorenaissancestijl, kwam van de hand van de Franse architect Louis Cordonnier. Om het gebouw binnen het budget te kunnen opleveren, diende het ontwerp echter wel aangepast te worden. Dit gebeurde door Cordonnier en zijn Nederlandse associé Johan van der Steur. Het paleis was ontworpen met twee grote torens en twee kleinere torens aan de achterzijde. Een grote toren, een zogenaamde Praagse toren,Thema vrede en recht, geraadpleegd op 2019-05-22. en een kleine toren bleven over in het uiteindelijke gebouw. Tevens werd het oorspronkelijk aparte bibliotheekgebouw in het paleis zelf geïntegreerd. De tuinen zijn ontworpen door de Engelse tuinarchitect Thomas Hayton Mawson, die ook enkele beelden en fonteinen uit zijn ontwerp moest nemen om aan de budgettaire eisen te kunnen voldoen.
In de fundering en onderbouw (met een bekleding van Noors graniet) verwerkte men twee en een half miljoen waalstenen. In 1909 startte aannemer Boersma het opgaande werk. Ter voorbereiding daarvan was op 3 april 1908 al bij Steenfabriek Ouderzorg in Leiderdorp begonnen met het bakken van de benodigde baksteen. Vervaardigd werden handvormstenen in groot formaat voor de buitengevels en in waalformaat voor de binnenplaatsgevels. In totaal 3 miljoen stuks. Voor het bakken van de grote baksteen van het formaat 24×11,8×6 cm, gebruikte men vormen van 28,1×14,8×6,7 cm. In 1908 leverden ze naast 860 000 aldus gevormde stenen ook 64 000 persstenen in dezelfde grootte, 14 000 profielstenen en 63 000 waalstenen van 21×10,3×5,5 cm. In het jaar 1909 volgden nog eens 716 000 grote, 96 000 profielstenen en 439 000 waalstenen.
De grote toren is door de hoogte van 80 meterpagina 20 van de nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline., geraadpleegd op 2015-05-22. en door de vorm van de bovenkant – met een gedeelte dat breder is dan de stam – gemakkelijk te herkennen in de skyline van Den Haag. Het silhouet is zeer kenmerkend met kleine erkertorens die er op twee niveaus voorkomen.
Het paleis staat vol met geschenken van de deelnemers van de Haagsche Conventie ten teken van hun steun aan het Permanent Hof van Arbitrage. Onder de geschenken zijn: een jaspisvaas van 3200 kilogram uit Rusland, gietijzeren en koperen deuren uit België, marmer uit Italië, een fontein uit Denemarken, het uurwerk in de toren uit Zwitserland en hout uit Indonesië en de Verenigde Staten van Amerika.
Een van deze geschenken is een set verfijnde zijden wandtapijten die de muren van de Kamer van de Administratieve Raad van de Permanent Hof van Arbitrage sieren. De tapijten, getiteld “Honderd bloemen en honderd vogels in de late lente en vroege zomer”, werden geschonken door Japan en met de hand vervaardigd met behulp van de Tsuzure Nishiki-techniek, waarbij kleine zijden lussen worden geweven. Aan de totstandkoming werkten 48.600 Japanse ambachtslieden, verspreid over een periode van vier jaar, wat de uitzonderlijke schaal en precisie van het project onderstreept.Het rijk versierde hek dat het hele perceel omringt, is een geschenk van Duitsland. Het werd ontworpen door de Berlijnse Jugendstilarchitect Bruno Möhring (1863-1929) en vervaardigd door de firma Schulz & Holdefleiss, die smeedwerk leverde voor vele prestigieuze bouwwerken. De zes pijlers en het muurwerk naast de twee toegangen bestaan uit Oberkirchner zandsteen met gebeeldhouwde bekroningen en een basement van Beiers graniet. De reliëfs van brons in de pijlers van het hek zijn van de hand van beeldhouwer Wilhelm Widemann (1856–1915).Peter Meijer: Hekken in Nederland, p. 196, Waanders Uitgevers, Zwolle, Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 2002,
Begin 2007 is nieuwbouw achter het Vredespaleis geopend. Hierin zijn de bibliotheek, een conferentiezaal en de Haagsche Academie voor Internationaal Recht ondergebracht. In 2012 werd bij de hoofdingang aan het Carnegieplein een bezoekerscentrum toegevoegd. De nieuwe gebouwen werden ontworpen door de Britse architect Michael Wilford.https://www.vredespaleis.nl/designs-of-visitor-centre-of-the-peace-palace-presented/ In 2014 is het Vredespaleis geplaatst op de lijst van Europees erfgoed, wegens haar belang voor de geschiedenis en cultuur van Europa.Vredespaleis: Europees Erfgoedlabel, webpagina bezocht: 2021-03-28
Gerechtshoven Twee gerechtshoven hebben hun zetel in het Vredespaleis: Het Permanent Hof van Arbitrage (PCA, 1913), waarvoor het paleis is gebouwd. Het Hof telde in april 2026 128 leden. Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) (1946), en zijn voorganger, het Permanent Hof van Internationale Justitie (1922-1946). Met de oprichting van de Verenigde Naties in 1946 werd het ICJ ingesteld als het rechterlijk orgaan. De volgende instituties zijn ook in het Vredespaleis gehuisvest: De Bibliotheek van het Vredespaleis (1913). Het oorspronkelijk plan van Carnegie was de financiering van een bibliotheek voor internationaal recht ten behoeve van het Permanent Hof van Arbitrage. De Haagsche Academie voor Internationaal Recht (1914, 1923). Opgericht in 1914 en sterk gepropageerd door Tobias Asser functioneert de Academie sinds 1923.
De hoven werken onafhankelijk van elkaar, hoewel ze gebruik kunnen maken van dezelfde internationale rechters.
Gebruik in de Tweede Wereldoorlog