Hendrik Mulderije (Zutphen, 4 januari 1896 - Amsterdam, 18 maart 1970) was een Nederlands politicus.

Biografie Mulderije promoveerde in 1920 in de rechtswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarna vestigde hij zich in Amsterdam als advocaat en procureur. In 1929 werd hij lid van de politieke partij Christelijk-Historische Unie (CHU). Hij was lid van het hoofdbestuur en bekleedde binnen de partij vele functies.

Mulderije was voorzitter van het Interkerkelijk Overleg inzake Radioaangelegenheden (IKOR) en penningmeester van de Oecomenische Raad van Kerken in Nederland. Rond de tweede wereldoorlog was hij actief bij de reorganisatie en wederopbouw van de hervormde kerk. Hij was medeoprichter en secretaris van de Vereniging Hervormd Lyceum te Amsterdam.

Mulderije werd minister van Justitie in het kabinet-Drees I (1951-1952). Hij bracht in de anderhalf jaar dat hij minister was diverse belangrijke wetten in het Staatsblad, zoals de Beginselenwet Gevangeniswezen, de Pleegkinderenwet, de Advocatenwet en de Oorlogsstrafwet.

Hij was de man achter de omzetting van tientallen doodvonnissen voor oorlogsmisdadigers in levenslange gevangenisstraffen, maar weigerde in 1952 de (ministeriële) verantwoordelijkheid te nemen voor de gratiëring van de oorlogsmisdadiger Willy Lages, een van de Vier van Breda. Hij stond bekend als tamelijk eigenzinnig. Hij noemde humanistische geestelijke verzorging van gevangenen 'stenen voor brood'. thumb|left|Hendrik Mulderije in 1951 bij de presentatie van het Kabinet-Drees I.

Categorie:Politicus voor de Christelijk-Historische Unie Categorie:Nederlands politicus in de 20e eeuw Categorie:Nederlands advocaat Categorie:Nederlands minister van Justitie