Koetaisi (Georgisch: ; Russisch: ; oude namen: Aea/Aia, Rhodopolis, Koetatisi, Koetaïssi, Koetais) is de derde stad van Georgië met ongeveer 161.000 inwoners (2024). Ze is de hoofdstad van de regio (mchare) Imereti.

De stad ligt op 220 kilometer ten westen van Tbilisi aan de rivier de Rioni, de grootste rivier van West-Georgië. Koetaisi is een van de vijf steden in Georgië met zogeheten zelfbestuur, een stadsgemeente en was van 2012 tot en met 2018 zetel van het Georgisch parlement.

Koetaisi is een van de oudste continu bewoonde steden ter wereld. Historisch gezien was ze een van de belangrijkste steden van Georgië, als centrum van West-Georgië, het politieke centrum van Colchis, hoofdstad van het Koninkrijk Georgië en later de hoofdstad van Koninkrijk Imeretië.

Geschiedenis miniatuur|Colchis fontein gemodelleerd naar archeologische vondsten van de Colchiscultuur De plaats waar nu Koetaisi ligt wordt al duizenden jaren bewoond, zo blijkt uit archeologische vondsten uit de bronstijd. Veelal in de geschiedenis was de plaats het politiek centrum van verschillende Georgische koninkrijken. Het speelde een belangrijke rol in Colchis, was de hoofdstad van Egrisi (Lazika), voor ruim een eeuw de eerste hoofdstad van het verenigde koninkrijk Georgië, en daarna het koninkrijk Imeretië. Er wordt aangenomen dat Koetaisi (als Aia) in het epos Argonautica van de Griekse dichter Apollonius Rhodius de eindbestemming is van de zoektocht door Jason en de Argonauten naar het Gulden Vlies in Colchis en dat het tevens de residentie is van koning Aietes.

Middeleeuwen Van 1008 tot 1122 was Koetaisi de eerste hoofdstad van het verenigde Koninkrijk Georgië, waarna de hoofdstad werd verplaatst naar Tbilisi. In de 13e en vanaf de 15e eeuw was het de hoofdstad van het West-Georgische koninkrijk Imeretië, dat na de Vrede van Amasya in 1555 onder Ottomaanse controle kwam te staan. Eerder in 1512 had de Turkse sultan Selim I de stad al vernietigd bij een invasie.

Russische overheersing In 1770 werd de stad door het Russische leger ontzet uit de Turkse overheersing, maar pas in 1810 werd Imeretië en daarmee Koetaisi geannexeerd door het Russische Rijk. De stad was tot 1840 de hoofdstad van het Oblast Imeretië en vanaf 1846 van het Gouvernement Koetais dat eind 19e eeuw ook Abchazië en Adzjarië omvatte. Tevens was het binnen dat gouvernement het centrum van het oejezd (provincie) Koetais.(, ). In 1872 werd acht kilometer ten zuiden van de stad aan de spoorweg Tiflis - Poti het station Rioni geopend, en in 1877 werd een aftakking naar het centrum van de stad met het station Koetaisi geopend. De stad groeide in deze periode snel als Russisch bestuurlijk centrum van West-Georgië, het werd ook een Georgisch sociaal-cultureel centrum en het had de grootste Joodse gemeenschap in Georgië.

In 1878 stonden negen Joodse kooplui uit Satsjchere in Koetaisi terecht in een bloedwraak zaak die door de Russische autoriteiten aangespannen was. De kooplui werden beschuldigd van moord op een christelijk meisje en het gebruik van haar bloed om matse mee te bakken. De zaak werd breed uitgemeten in de Joods-Russische media en ondanks de vrijspraak voor de verdachten bevestigde het onder de Joodse gemeenschap de antisemitische tendensen van de Russische heersers. De Joodse gemeenschap werd gesteund door Georgische intellectuelen als Ilia Tsjavtsjavadze en de uit Satsjchere afkomstige Akaki Tsereteli.

Tijdens de invasie in 1921 van het Rode Leger van de Democratische Republiek Georgië was Koetaisi voor 14 dagen de zetel van de mensjewistische regering, nadat deze uit Tbilisi was verdreven. Op 11 maart 1921 werd Koetaisi veroverd door het Rode Leger, waarna het onderdeel werd van de Georgische sovjetrepubliek, dat tot 1936 onderdeel was van de Trans-Kaukasische Federatie. In de Sovjet-Unie werd Koetaisi een van de belangrijkste industriële centra van de Georgische SSR en vervijfvoudigde de bevolking in ruim 60 jaar tijd, naar bijna 235.000 inwoners in 1989.

Na 1991 De ingestorte economie, de politieke instabiliteit, corruptie en oorlogen na de val van de Sovjet-Unie en de herwonnen onafhankelijkheid in 1991 trok een zware wissel op de stad en veel inwoners vertrokken. In de nasleep van de Georgische Burgeroorlog brak op 19 oktober 1998 een opstand uit van de zviadisten, aanhangers van ex-president Zviad Gamsachoerdia, onder leiding van Akaki Eliava gericht tegen Edoeard Sjevardnadze. Ongeveer 200 soldaten trokken met tanks en pantservoertuigen van Senaki naar Koetaisi. Deze werd snel neergeslagen.

In een poging Koetaisi weer een tweede centrum van het land te maken en om de macht te decentraliseren en dichterbij Abchazië te brengen werd in 2009 door president Micheil Saakasjvili besloten het parlement naar Koetaisi te verplaatsen. Eind van dat jaar kwamen twee mensen om bij het controversiële opblazen van het 46-meter hoge monument ter herinnering aan de Grote Vaderlandse Oorlog (Tweede Wereldoorlog) dat plaats moest maken voor het nieuwe Georgische parlement. Het ongeveer 150 miljoen euro kostende hypermoderne parlementsgebouw aan de westrand van de stad werd op 26 mei 2012 door Saakasjvili ingehuldigd. Nadat in datzelfde jaar de oppositiepartij Georgische Droom de verkiezingen won werd al snel begonnen met het terugverplaatsen van het parlement naar Tbilisi, wat uiteindelijk eind 2018 geformaliseerd werd.

Geografie miniatuur|Rioni door de stad De stad Koetaisi heeft een totale oppervlakte van 67,7 km², en ligt aan beide zijden van de rivier de Rioni op een hoogte van 100-235 meter boven zeeniveau. Het ligt op de rand van het Colchis Laagland en het Noordelijke Imereti Heuvelland, waar loofbossen te vinden zijn. De Rioni stroomt vanuit noordelijke richting door kalksteenkloven door dit heuvelland, met kalksteenkliffen van de Samgoerali heuvelrug tot 160 meter hoogte direct ten noorden van de stad, alvorens de rivier de Colchisvlakte bereikt. In het centrum van de stad stroomt de rivier door uitgesleten kalksteen bij de Dzjatsjvibrug. Rond de zuidelijke lager gelegen uitlopers van de stad liggen landbouwgebieden.

Klimaat Het klimaat in Koetaisi is zacht subtropisch met een warme, vochtige luchtstroming uit de Zwarte Zee, die karakteristiek is voor West-Georgië en het Colchis Laagland. De zomers zijn heet met gemiddelde maxima van ruim 28 °C en de winters nat en koel. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur in de stad bedraagt 15,8 °C. De koudste maand is januari met gemiddeld 6,5 °C en de warmste maand is augustus met een daggemiddelde van 24,0 °C. De laagste temperatuur ooit was -17 °C en de hoogste 42 °C. Regen valt het hele jaar door, met een jaarlijkse neerslag van gemiddeld 1330 mm. De droogste maand is augustus (61,2 mm) en de natste is oktober (148,1 mm).

Demografie miniatuur|Derde grote stad van Georgië Koetaisi telde 160.971 inwoners bij de volkstelling van 2024, een toename van negen procent sinds de volkstelling in 2014, waarmee de trend van aanhoudende krimp sinds de onafhankelijkheid werd gekeerd.

In de 20e eeuw groeide Koetaisi snel door de Sovjet-industrialisatie, die van de stad een industriecentrum in de Georgische sovjetrepubliek maakte. In ruim zestig jaar tijd vervijfvoudigde de bevolking van de stad, van 48.000 in 1926 naar bijna 235.000 inwoners in 1989, waarmee ze ruimschoots de tweede grote stad van Georgië was.

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en de diepe economische en staatkundige crises in het onafhankelijke Georgië trokken een zware wissel op Koetasi. Veel werkloos geworden inwoners verhuisden of emigreerden. + Historische (etnische) bevolkingssamenstelling Koetaisi Jaar 1886 1897 1926 1939 1959 1970 1979 1989 2002 2014 2024 Koetaisi 22.643 32.476 48.196 77.515 128.203 162.787 194.297 234.870 185.965 147.635 160.971 Georgiërs 67,1% 67,8% 82,7% 76,9% 75,4% 83,3% 88,2% 90,1% 97,6% 99,0% 97,5% Joden 12,3% 10,5% 9,8% 8,9% n.b. n.b. 2,1% n.b. n.b. 0,04% 0,03% Russen 6,7% 11,3% 1,8% 11,3% 12,6% 7,4% 6,7% 4,4% 1,2% 0,3% 0,5% Armeniërs 10,2% 3,9% 1,7% 1,3% 1,3% 0,9% 0,7% 0,5% 0,3% 0,1% 0,1%Verantwoording data: Bevolkingsstatistiek Georgië 1886 tot heden, met etnisch 1886-1959, 1970, 1979, 1989, 2002, 2014.Opmerking census 2002. Etniciteit en religie miniatuur|Synagoge in Koetaisi uit 1886 De bevolking van Koetaisi was volgens de volkstelling van 2024 vrijwel geheel Georgisch (97,5 procent). De grootste etnische minderheden waren Indiërs (0,7 procent), gevolgd door Russen (0,5 procent) en kleinere aantallen Oekraïners en Armeniërs. De Indiërs zijn een nieuwe bevolkingsgroep in met name de grote steden van Georgië. De meeste van hen zijn studenten aan een van de universiteiten. De religieuze samenstelling volgt de etnische: ruim 98 procent is Oosters-Orthodox. Kleine religieuze groepen zijn Jehova's getuigen (0,2 procent) en moslims (0,2 procent).

Joodse gemeenschap Koetaisi had in de 19e eeuw de grootste Joodse gemeenschap in Georgië, en kende onder het tsaristisch Rusland naast een relatief grote Armeense bevolking ook veel Russische inwoners, mede doordat het in de 19e eeuw de zetel van het Gouvernement Koetais was. Na de Russische Revolutie van 1917 en de kortstondige vorming van de Democratische Republiek Georgië kromp de Russische populatie, maar deze kwam snel weer terug nadat Georgië deel werd van de Sovjet-Unie. Eind jaren 1960 en begin jaren 1970 kromp de Joodse bevolking snel door het toestaan van emigratie en uitreisvisa. Ook in latere jaren ging deze emigratie door. In 1959 had Koetaisi nog bijna 7000 Joodse inwoners, toen de tweede grote gemeenschap na Tbilisi. In 1979 waren dit er ruim 4000 en anno 2014 waren dit er nog slechts 60. In Koetaisi zijn drie synagogen, gebouwd in de 19e eeuw, waarvan de jongste uit 1886 nog actief is.

Administratieve onderverdeling miniatuur|Zicht op het district Dzelkviani, langs de rechteroever van de Rioni De stad is administratief onderverdeeld in 12 districten:

Bestuur miniatuur|Stadhuis van Koetaisi. De gemeenteraad van Koetaisi (Georgisch: , ) wordt elke vier jaar gekozen in een gemengd kiesstelsel. Een deel wordt via enkelvoudige kiesdistricten gekozen en een deel via evenredige vertegenwoordiging van gesloten partijlijsten. + Samenstelling Sakreboelo (zetels per partij) Partij 2014 2017 2021 2025   Georgische Droom (GD) 18 19 18 22   Verenigde Nationale Beweging (UNM) 4 4 14   Overige partijen 3 2 3 3 Totaal 25 25 35 25

Economie miniatuur|Goemati-2 waterkrachtcentrale bij de stad Koetaisi is van oudsher een belangrijk industrieel centrum in Georgië, maar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie stopten de meeste oude fabrieken of moesten ze hun activiteiten sterk verminderen. Niettemin blijft de stad een belangrijk regionaal centrum voor het grotere Imereti-gebied en fungeert het als een commercieel centrum voor het omliggende platteland. Een van de grote fabrieken uit de Sovjetperiode, de in 1945 geopende Koetaisi Automechanische Fabriek, is nog steeds een belangrijke werkgever in de stad. De afgelopen jaren is de stad meer investeringen gaan aantrekken van verschillende multinationals, en zijn er een tweetal 'Industriële Vrije Zones', de Kutaisi Free Zone sinds 2009 en de Hualing Kutaisi Free Zone sinds 2015 met belastingvrijstellingen en gereduceerde handelsbelemmeringen.

In 2019 opende de Duitse zonnepanelenfabrikant AE Solar een nieuwe volledig geautomatiseerde productielijn in Koetaisi met een jaarlijkse productiecapaciteit van 500 MW, de grootste zonnepanelenfabriek in Europa op dat moment. In 2021 is deze fabriek in Georgisch-Amerikaanse handen overgegaan. In 2019 kondigde de regering groots plannen aan van het Chinese Chang'an Motors voor de bouw van een fabriek voor de productie van elektrische auto's in Koetaisi, met een jaarlijkse productiecapaciteit van maximaal 40.000 voertuigen en werkgelegenheid voor circa 3000 mensen. Anno 2022 was deze fabriek er echter nog steeds niet. Volgens autoriteiten vanwege de coronapandemie.