Het Spaanse spook is het tiende stripverhaal uit de Suske en Wiske-reeks. Het is geschreven en getekend door Willy Vandersteen en werd voor het eerst gepubliceerd in het striptijdschrift Kuifje van 16 september 1948 tot en met 2 februari 1950.

In 1952 was de eerste albumuitgave, op dat moment alleen in de blauwe reeks; hierin kreeg het verhaal albumnummer 0. In 1974 werd het – als laatste van de oorspronkelijk in de blauwe reeks uitgebrachte verhalen – uitgebracht in de Vierkleurenreeks, met nummer 150. In 1993 verscheen de geheel oorspronkelijke versie nog eens in Suske en Wiske Klassiek.

Tijdperk Het grootste deel van dit verhaal speelt zich af in het jaar 1565, aan de vooravond van de Beeldenstorm en de Tachtigjarige Oorlog

Locaties België, een museum (met het schilderij De Boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oude), Brabant, Kriekebeekblog waarin wordt beweerd dat Bierbeek model heeft gestaan voor Kriekebeek]. Gearchiveerd op 24 juni 2018. met hut van Alwina (in het bos), herberg, Gaasbeek met kasteel van Gaasbeek, Anderlecht met Luizenmolen en herberg, Brussel met Hallepoort en Schaarbeekse poort, woning van Pieter Bruegel de Oude in de Hoogstraat, boekhandel Meyers, het stadhuis van Brussel

Personages Suske, Wiske met Schanulleke, Lambik, zaalwachter van het museum, Don Persilos Y Vigoramba (het Spaanse spook), de personen op het schilderij “Boerenbruiloft”, Spaanse nachtwacht, Alwina (heks), rover, Spaanse ruiters, kapitein, garnizoen van Gaasbeek, molenaar, Pieter Bruegel de Oude, Roodrokken, Spaanse edellieden, schildwachten, burgemeester Van de Molenburg, Meyers (boekhandelaar), herderin, Don Alvarez de Toledo (hertog van Alva), herbergier en zijn baby, Spaanse sappeurs, rebellen, piekeniers, musketiers, kanonniers, commandant, officier van het geniekorps, gezant, heraut

Het verhaal thumb|Antagonist Don Fernando Álvarez de Toledo, schilderij door Titiaan

In een museum bekijken Suske, Wiske en Lambik het schilderij De Boerenbruiloft van Pieter Bruegel de Oude uit de zestiende eeuw. Lambik vindt dit schilderij niet bijzonder. Het volgende moment wordt hij op zijn hoofd geraakt door een bord met pap, dat de vrouw op het doek naar hem lijkt te hebben gegooid. De zaalwachter vertelt dat hij al vijfentwintig jaar in het museum werkt en dat er elke nacht om twaalf uur een schim door de zaal dwaalt, die daarna in het schilderij van Pieter Bruegel verdwijnt. De vrienden geloven dit niet. Ze mogen ’s nachts in het museum blijven om het zelf mee te maken. Het spook verschijnt inderdaad en schrikt als Wiske een foto van hem maakt, waarna hij zich voorstelt als Don Persilos Y Vigoramba. Elke nacht wekt hij de scène van het schilderij tot leven.

Don Persilos neemt de vrienden mee naar het verleden. Ze worden door het gezelschap dat op het schilderij was uitgebeeld eerst aangezien voor Spaanse spionnen. Suske kan de menigte verjagen. Don Persilos vertelt nu zijn levensverhaal: in 1564 zat hij als edelman in het Spaanse bezettingsleger van de hertog van Alva in Brabant. De hertog hief zware belastingen en iedereen die niet wilde betalen, kwam op de brandstapel of werd opgehangen. Op zekere dag wilde de hertog de rijke gemeente Kriekebeek plunderen. Hij zond een leger naar deze plaats, maar de Brabanders hielden stand. Don Persilos verafschuwde deze handelwijze van de hertog. Hij ging aan boord van de Sancta Caramella, om koning Philips II te vragen de Kriekenaren genade te schenken. De koning gaf bevel de plaats met rust te laten. Spionnen van Alva hadden de hertog echter al op de hoogte gebracht, waarna Don Persilos in een herberg werd aangevallen. Hij wist zijn belagers te verslaan, maar werd ook dronken. Even later kwam hij door deze stommiteit om het leven; doordat hij vergat te schuilen tijdens een onweer, werd hij vol door de bliksem geraakt op het moment dat hij net even zijn helm had afgezet. De geest van Don Persilos steeg op naar het Geestenrijk, maar hij werd gestraft voor zowel zijn dronkenschap als het verzaken van zijn plicht. Het Syndicaat van de Verenigde Spoken en Geesten veroordeelde hem: hij moest als spook op Aarde blijven ronddwalen totdat Kriekebeek bevrijd zou worden. Maar Don Persilos kwam pas na driehonderd jaar terug op Aarde, toen alles al was veranderd. Alleen door de scène op het schilderij steeds tot leven te brengen kan Don Persilos proberen zijn fout in het verleden alsnog goed te maken.

Suske, Wiske en Lambik zijn na het aanhoren van dit verhaal bereid om Don Persilos te helpen. Ze worden naar de heks Alwina gestuurd, die in het bos achter het dorp woont. Don Persilos zal hen van adellijke kleding voorzien, zodat ze naar Brussel kunnen reizen. Ze moeten proberen in de gunst te komen van de hertog van Alva, zodat ze de genadebrief van de koning in handen kunnen krijgen. Als het één uur ’s nachts is (het einde van het spookuur), moet Don Persilos verdwijnen. Een Spaanse nachtwacht heeft intussen alles gehoord. De vrienden gaan naar het bos en komen bij de hut van Alwina. De heks spreekt een formule uit en Suske en Wiske krijgen allebei adellijke kleding. Lambik krijgt boerenkleding en een doedelzak. De kinderen krijgen een paard, Lambik een ezel en ze gaan op weg naar Brussel. Lambik kan door een list aan een rover ontsnappen en als de vrienden Spaanse ruiters treffen doen ze alsof ze zelf ook Spanjaarden zijn. De vrienden gaan met de ruiters naar een herberg en worden daar herkend door de Spaanse nachtwacht, maar kunnen na een gevecht ontkomen.

Lambik blijft achter in het bos. Lambiks ezel wil niet meer verder, waarna hij even besluit uit te rusten. Daarna wil hij de Cavalleria Rusticana spelen om weer op weg te gaan. Suske en Wiske worden intussen door de Spanjaarden in een val gelokt in Gaasbeek en gevangen gezet, in afwachting van hun executie. Het Spaanse spook waarschuwt Lambik en deze kan door een truc met de “Steen der Sterren” het kasteel binnenkomen. Door een truc met een lans kunnen ze de kamer van de wacht bereiken en de kinderen bevrijden. De vrienden overnachten in de Luizenmolen van Anderlecht, maar zijn algauw ontdekt. De molen wordt ’s nachts door het garnizoen van Gaasbeek in brand geschoten. De molenaar redt hen via een geheime gang die hij heeft laten graven, omdat hij al bang was voor de oorlog. Ze gaan naar een herberg en zien een man die een gevecht schildert. Wiske herkent hem als Pieter Bruegel de Oude. Ze weet dat hij als knecht in dienst was bij Pieter Coecke in Antwerpen en liever het plattelandsleven van het volk schilderde dan de Italiaanse werkwijze van zijn meesters te volgen. Ook weet ze dat hij de Spaanse bezetter in zijn schilderijen hekelde. Pieter vraagt Wiske stil te zijn, omdat hij om die reden uit Antwerpen is gevlucht. Dan arriveren de Roodrokken, helpers van Alva, en de mensen vluchten weg; de vrienden vertrekken met de wagen van Pieter en zullen hem in zijn woning aan de Hoogstraat opzoeken.

De vrienden merken dat ze worden gevolgd. Ze kunnen zich verstoppen voor de Roodrokken, maar worden in het bos aangezien voor stropers. Lambik kan de jachthonden van de Spaanse edellieden met een klontje suiker temmen en de vrienden binden de Spanjaarden vast. Met de kleding van de edelmannen kan Lambik langs de schildwachten rijden, Suske en Wiske hebben zich in korven verstopt. Als Lambik op zoek gaat naar de woning van Pieter Bruegel, wordt hij herkend. Hij kan met hulp van de burgemeester aan de Spanjaarden ontsnappen. De burgemeester brengt de vrienden naar een van zijn spionnen, de boekhandelaar Meyers. Maar de Spanjaarden vallen ook Meyers' huis binnen en de burgemeester verstopt zich met de vrienden in een geheime ruimte achter de boekenkast. Het Spaanse spook vertelt de vrienden dat de hertog van Alva een vergadering over Kriekebeek heeft belegd, die diezelfde nacht al zal plaatsvinden in het stadhuis.

Meyers weet dat er veel troepen naar de Schaarbeekse poort zijn gestuurd. Suske en Wiske klimmen ’s nachts het stadhuis op en luisteren de krijgsraad van de hertog van Alva af. Hertog don Alvarez de Toledo vertelt dat er in Gaasbeek en Anderlecht samenzweerders rondzwerven en de volgende nacht zal een konvooi zware mortieren naar Kriekebeek worden gebracht. Piekeniers en musketiers zullen het konvooi beschermen tegen de rebellen. De kinderen worden ontdekt en klimmen in doodsangst tot aan het bovenste puntje van de stadhuistoren om aan de Spanjaarden te ontkomen. Ze zitten in de val bij het beeld van Sint Michiel (aartsengel Michaël). Het Spaanse spook komt net op tijd aanvliegen en kan de kinderen van de toren bevrijden. Hij wil nu gaan kaarten met andere spoken op het galgenveld. Suske en Wiske vertellen wat ze hebben gehoord en Lambik gaat met de burgemeester op weg om het plan van de Spanjaarden te verijdelen. De Spanjaarden zijn ’s nachts al vertrokken en de mannen mogen zich verstoppen in de kudde van een herderin, zodat ze de stad kunnen verlaten.

Lambik wordt in het bos gezien door de Spanjaarden. Hij kan door een list ontkomen, samen met de burgemeester kan hij de wagen met kruit ’s nachts laten ontploffen. Maar er zijn nog enkele wagens over met zware wapens om Kriekebeek te beschieten en de karavaan reist de volgende dag ondanks de aanslag verder. De burgemeester hakt de palen van een brug kapot, terwijl Lambik de Spanjaarden tegenhoudt. Als de karavaan over de brug wil rijden, stort deze in en Lambik zegt tegen de burgemeester dat Jan Breydel en Pieter de Coninck niets zijn in vergelijking met hen. Lambik en de burgemeester overnachten in een herberg en het Spaanse spook zoekt hen om twaalf uur op, hij vertelt dat de volgende dag in het stadhuis van Brussel een bal zal worden gegeven door de hertog van Alva.

Meyers zal Suske en Wiske toegangskaarten bezorgen, de kinderen zullen tijdens het bal proberen de genadebrief te vinden in het stadhuis. Lambik en de burgemeester arriveren intussen bij Kriekebeek. Daar zien ze hoe een man op een doedelzak speelt tijdens het beleg. Suske en Wiske gaan naar de woning van Pieter Bruegel en vragen daar om de kaarten voor het bal. De vrouw van de schilder brengt de kinderen naar de kelder, waar een illegale drukkerij blijkt te zijn. Het stadhuis is versierd met brandende pektonnen en het bal vindt plaats in de gotische zaal, de kinderen komen ongezien in het kabinet van de hertog van Alva. De kinderen vinden de genadebrief, maar worden dan ontdekt door de hertog. Hij gooit het document in de open haard, maar het vuur wordt net op tijd gedoofd door het Spaanse spook.

Suske wordt neergeschoten door de hertog, maar als deze het document wil verscheuren wordt hij tegengehouden door het Spaanse spook, dat het schot heeft gehoord. Met het document gaan Suske, Wiske en het Spaanse spook naar Kriekebeek. Om één uur verdwijnt het spook met het document, omdat zijn spooktijd is afgelopen. De Spanjaarden laten een lading springstof in een mijngang ontploffen en de wallen van Kriekebeek breken. Lambik heeft net een flesje KriekebierLambik verbaast zich over de sterkte van het bier, zie Kriekenlambiek en Lambiek ontkurkt en verbaast zich over de sterkte van dit bier. De burgemeester verdedigt de stad met zijn mannen en de Spanjaarden trekken zich terug. De burgemeester blijft met de vlag van Kriekebeek op het slagveld achter. Lambik kan voorkomen dat een Spanjaard de vlag steelt, maar vergeet de burgemeester mee te nemen naar de stad. Burgemeester Van de Molenburg wordt gevangengenomen, achter de vijandelijke linies gebracht, en als gijzelaar aan een kanon gebonden.