thumb|Verkiezingsposter uit 2018 thumb|In 2012 verhuisde het landelijk partijbureau van de SP van Rotterdam naar een voormalig bankkantoor in Amersfoort De Socialistische Partij (afgekort: SP) is een Nederlandse politieke partij met een democratisch-socialistische signatuur.

De SP komt voort uit de maoïstische beweging van de jaren 1970. Sindsdien heeft de partij een geleidelijke ideologische verandering ondergaan. Het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) beschrijft deze ontwikkeling als een overgang naar een hoofdzakelijk sociaaldemocratische partij. De SP bleef zichzelf echter als socialistisch positioneren en formuleert in haar huidige, in 2023 verschenen beginselprogramma fundamentele kritiek op het kapitalisme en pleit voor democratisering van de economie. Daarnaast onderscheidt de SP zich van andere Nederlandse linkse partijen door een eurosceptische houding.

De SP is sinds 1994 vertegenwoordigd in de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2006 behaalde zij met 25 zetels haar beste landelijke verkiezingsresultaat. Sinds de Tweede Kamerverkiezingen 2025 heeft de partij drie zetels. In de Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft de SP eveneens drie zetels. Sinds de Europese Parlementsverkiezingen 2019 is de partij niet meer vertegenwoordigd in het Europees Parlement.

Geschiedenis Wortels In Onze Partij (1974) beschrijft de SP hoe in 1963 twee Rotterdamse CPN'ers, de pijpfitter Daan Monjé en de zakenman Nico Schrevel, in De Waarheid, het partijblad van de CPN, lazen dat er een scheuring had plaatsgevonden in de internationale communistische beweging tussen de Sovjet-Unie en China.Letterlijk: "De wieg van de Socialistische Partij stond in 1963 in afdeling 33 van de CPN te Rotterdam. Zoals gebruikelijk verzamelden de leden van de afdeling zich op vrijdagavond om met De Waarheid te gaan colporteren. Logisch dat ze eerst een blik op de krant sloegen. Wat ze daar lazen, benam hun de adem van schrik. Er was een scheuring de internationale communistische beweging -- Tussen Moskou en Peking! Tot op dat moment had De Waarheid alle berichten over het diepgaande conflict als 'imperialistische' leugens van de hand gewezen. Nu werd de juistheid van die 'leugens' bevestigd en bovendien onvervaard partij gekozen voor Moskou." Omdat de CPN weigerde partij te kiezen voor Peking, traden de twee dissidente communisten in 1964 naar buiten met het op de ideeën van de Chinese leider Mao Zedong georiënteerde Marxistisch-Leninistisch Centrum (MLC). Een jaar later werd het MLC omgedoopt tot Marxistisch-Leninistisch Centrum Nederland (MLCN). In de wandeling door diverse partijen 'De groep Schrevel' genoemd.Deze aanduiding werd gebezigd door de CPN en door de BVD. Nico Schrevel was in de jaren zestig voorzitter en onbetwist ideologisch leider van de Rotterdamse maoïsten. Zie o.a. www.stichtingargus.nl Door verzet binnen de Rotterdamse CPN-afdeling werd het tweetal pas begin 1966 uit de CPN gezet. Schrevel en Monjé stonden in deze periode in contact met de Chinese ambassade in Nederland, waardoor het MLC(N) vanaf het begin financieel gesteund werd door China.Frontdienst: De BVD in de Koude Oorlog, D. Engelen, 2007Moreel Defect, HP/De Tijd, augustus 2012, p. 28-29 Monjé en Schrevel reisden vanaf 1965 beiden meermaals naar China. Monjé werd er uitgeroepen tot Rode Gardist, vervolgens tot erelid.

Ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst hielp, door middel van een infiltrant (Peter Boeve) mee om de partij groter te maken. De bedoeling van de inlichtingendienst was Nederlandse contacten met communistisch China onder controle te houden.De populaire theorie dat de BVD zo probeerde de CPN wind uit de zeilen te nemen, wordt door geen enkel feit ondersteund. Niet door BVD-documenten(zie o.a. Dick Engelen, Frontdienst), niet door CPN-documenten (CPN-archief, IISG) en ook niet door het gedrag van de betreffende infiltranten. Hans Schoots, Maoïstische memoires, Amsterdam 2018, hoofdstuk 4. Boeve werd echter in de loop van 1968 ontmaskerd. Een tweede infiltrant was grotendeels verantwoordelijk voor de afdeling Amsterdam en drong door tot het bestuur, maar vertrok in 1971.Schoots, Maoïstische memoires, hoofdstuk 4. Wat hebben SP en BVD met elkaar te maken?, Tribune, 17 december 2004.

Met de in 1968 uit het MLCN verwijderde infiltrant Boeve als leider, organiseerde de Binnenlandse Veiligheidsdienst rond 1970 de Marxistisch-Leninistische Partij Nederland (MLPN). Die dus – zoals de BVD en Boeve zelf later onthulden – een schijnorganisatie was van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.

Het MLCN zelf ging in 1970 verder als Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (officieel: Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland-marxistisch-leninistisch). Schrevel en Monjé behoorden tot de leiding van de KEN(ml). De partij kreeg meteen bekendheid door een succesvolle wilde staking van havenarbeiders in Rotterdam te ondersteunen. De vakbonden en de CPN hadden eerder geweigerd de staking te erkennen. Schrevel en Monjé reisden in 1970 opnieuw naar China, waar ze een aanzienlijke financiële injectie overeenkwamen.Kameraden onder elkaar ; Hoe de BVD de weg bereidde voor de Socialistiese Partij, NRC Handelsblad, 20 februari 1999, p. 31. Schoots, Maoïstische memoires, hoofdstuk 3 en 4.Moreel Defect, HP/De Tijd, augustus 2012, p. 29 Een deel van dit geld werd direct gebruikt om een drukpers aan te schaffen.

Nadat Monjé en Schrevel gebrouilleerd waren geraakt, splitste Monjé zich met een aantal getrouwen in 1971 af van de KEN(ml). In oktober 1971 werd hierop de Kommunistiese Partij Nederland/Marxisties Leninisties (KPN/ML) opgericht. De reden voor de scheuring was een meningsverschil over de rol van intellectuelen in de communistische strijd. Monjé was, evenals onder andere de afdeling Nijmegen, van mening dat de 'hoofdarbeiders' (intellectuelen) niet 'de voorhoede van het proletariaat' vormden, maar de 'achterhoede', zoals in het allereerste nummer van het partijblad Tribune werd uitgelegd. De intellectuelen zouden verplicht in de fabriek moeten gaan werken, zoals velen al deden. Schrevel, gesteund door onder andere de afdeling Tilburg, zag niets in deze verplichting. Na de afsplitsing bleef zijn organisatie tegen de afspraken in de naam KEN(ml) gebruiken, terwijl Monjé van zijn kant een aanzienlijk bedrag aan Chinees geld buiten de te verdelen boedel hield.

Beginjaren SP De leiding van de KPN/ML kwam in handen van Monjé en de Nijmegenaren Hans van Hooft sr. en Koos van Zomeren. Van Hooft werd partijvoorzitter en was naar buiten de leider, intern deelde Monjé de lakens uit. Hij bleek daarbij ook het financiële brein van de partij te zijn. Vlugschriften werden niet uitgedeeld, maar verkocht, hetgeen zowel een vaste kring van lezers als inkomsten voor de partijkas inhield. Nog lang gold binnen de partij het adagium dat "een actie zichzelf moet bedruipen", bijvoorbeeld door vrijwillige bijdragen van omstanders, een unicum binnen de actiewereld. Monjé had daarbij nog een spaarpotje achter de hand, namelijk het geld dat hij in 1971 in China had gekregen. Door de relatief goede financiële situatie kon de partij in 1976 een eigen partijpand in Rotterdam aanschaffen, dat tot juni 2012 dienst bleef doen als partijhoofdkwartier.

De naam KPN/ML werd op het oprichtingscongres op 22 oktober 1972 veranderd in Socialistiese Partij (SP), geschreven in de alternatieve, fonetische spelling. Als reden voor de naamswijziging wordt wel genoemd dat het de partij minder vastpinde op één bepaalde ideologie. Een andere reden was dat een naam met drie 'ismen' erin te moeilijk zou zijn om te begrijpen voor het arbeiderselectoraat van de partij. Door een populistische inslag en het gebruik van diverse mantelorganisaties (in jargon "massaorganisaties") werd de SP de meest succesvolle van de vele maoïstische partijtjes: tegen het eind van de jaren 1970 had de partij enkele duizenden leden.Antoine Verbij (2005). Tien rode jaren: links radicalisme in Nederland 1970-1980. Amsterdam: Ambo. Reden voor het gebruik van de massaorganisaties was de mogelijk afschrikkende werking van het etiket "socialistisch", vooral in het conservatieve Noord-Brabant waar de partij haar basis had. Onder de mantelorganisaties bevonden zich de eigen vakbond Arbeidersmacht, de gezondheidsorganisatie Voorkomen is Beter, de Bond van Huurders en Woningzoekenden (BHW) en het Milieu Aktiecentrum Nederland (MAN). Ook was er in Oss een huisartsenpost, Ons Medies Centrum. Het gebruik van geweld als middel in de klassenstrijd werd afgezworen.Kees Slager (2001). Het geheim van Oss. Een geschiedenis van de SP. Atlas.

Demaoïsatie In de tweede helft van de jaren 1970 transformeerde de SP zowel ideologisch als organisatorisch in de richting van een sociaaldemocratische partij. De historicus Gerrit Voerman spreekt over een proces van "demaoïsatie"''' dat in 1975 ingezet werd, toen de SP tegenover de Chinese ambassadeur in Nederland haar ongerustheid uitte over de Chinese buitenlandse politiek.Gerrit Voerman (1986). De "rode jehova's": een geschiedenis van de Socialistiese Partij. In Jaarboek 1986 DNPP. Groningen: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Wel werden Mao's geschriften, samen met die van Stalin, tot juni 1977 als scholingsmateriaal te koop aangeboden in het partijblad De Tribune. De aan Mao's Rode Boekje ontleende leus 'Durf te strijden, durf te winnen!' werd in 1980 van de voorpagina verwijderd.

China richtte zich steeds openlijker tegen de Sovjet-Unie in plaats van tegen het kapitalisme.De breuk tussen China en de USSR wordt wel aangeduid als het rode schisma. Het warme onthaal van de Amerikaanse president Nixon in Peking was al reden voor flinke ergernis, maar de oproep aan westerse maoïstische partijen om de NAVO te steunen was het breekpunt voor de SP.

Gedurende de jaren 1980 nam de invloed van Monjé binnen de partij af.Daan en zijn onderdanen. Een portret van de grondlegger van de SP, Andere Tijden, 11 september 2001. Hij overleed in 1986. Het zwaartepunt van de beweging was inmiddels verschoven naar de industriestad Oss, waar de partij sinds 1974 in de gemeenteraad vertegenwoordigd was. De voormalige lasser Jan Marijnissen was een van de drijvende krachten achter dat succes. Na het overlijden van Monjé in 1986 nam hij de dagelijkse leiding van de partij over. Anders dan Schrevel en Monjé destijds, was Marijnissen weinig geïnteresseerd in de vraag welke socialistische ideologie nu precies de meest correcte was. Het etiket maoïstisch verdween onder zijn leiding definitief uit beeld: politicoloog Ruud Koole schaarde de SP in 1995 nog slechts om historische redenen onder de communistische partijen.Ruud Koole (1995). Politieke partijen in Nederland: ontstaan en ontwikkeling van partijen en partijstelsel. Utrecht: Het Spectrum.

Gastarbeid en kapitaal In 1983 publiceerde de SP het rapport Gastarbeid en kapitaal, waarin de rol van gastarbeiders binnen de klassenstrijd en het gevaar van de islam in Nederland uiteen werd gezet. Conclusie van het rapport was dat opeenvolgende kabinetten hebben nagelaten een duidelijk immigratiebeleid te voeren ten aanzien van gastarbeiders en 'het kapitaal' geen strobreed in de weg hebben gelegd bij hun 'manipulaties' met gastarbeiders. Dit leidde volgens de SP enerzijds tot slechte woon- en werkomstandigheden en aanpassingsproblemen voor immigranten en anderzijds tot onbegrip tegenover nieuwkomers bij autochtone Nederlanders.

De SP was met name bang dat het bestaan van gastarbeiders 'het kapitaal' de mogelijkheid gaf via een verdeel-en-heersprincipe arbeiders af te houden van "de strijd die zij werkelijk moeten voeren".Brochure Gastarbeid en kapitaal (1983), uitgegeven door de Socialistiese Partij, beschikbaar via website De Vrije Gedachte (gearchiveerd)