In de periode van 1865-1918 ontwikkelden de Verenigde Staten van Amerika zich tot een internationale grootmacht. In deze periode kampten de VS met de nasleep van de Burgeroorlog, terwijl zij zich tegelijkertijd industrialiseerden, overzeese gebiedsdelen alsmede het Panamakanaal verkregen en betrokken raakten bij de Eerste Wereldoorlog.

Reconstruction thumb|Andrew Johnson, president tijdens het begin van de Reconstruction, werd aan een impeachmentprocedure onderworpen. Na de overwinning van de noordelijke Unie-staten in de Burgeroorlog volgde een periode van Reconstruction die van 1865 tot 1877 duurde. De voormalige Geconfedereerde Staten waren economisch en militair volledig verslagen en grote delen van het zuiden lagen in puin. Abraham Lincoln stond een mild beleid voor in de nasleep van de oorlog en wilde de verslagen staten zo snel en soepel mogelijk laten herintegreren in de Unie, maar de moord op de 16e president maakte van de Reconstruction een bitter gevecht. Het Congres, na 1866 voornamelijk in handen van radicale Republikeinen, eiste dat alle staten aan bepaalde voorwaarden moesten voldoen eer zij weer als volledig lid van de Unie konden functioneren. Er werden wetten opgelegd die de, nu in vrijheid levende, zwarte bevolking moest beschermen en die aan alle burgers gelijke rechten schonk. Tevens moesten de zuidelijke staten hun secessie formeel nietig verklaren en de zogenaamde Reconstruction Amendments goedkeuren, 3 amendementen op de grondwet die de slavernij definitief verbood en aan de zwarte bevolking het stemrecht gaf. Geconfedereerde functionarissen werd het stemrecht ontnomen. Ook werd het de vrije zwarte bevolking mogelijk gemaakt om zich verkiesbaar te stellen in de zuidelijke staten. In totaal werden tijdens de Reconstruction zo'n 1500 zwarte functionarissen verkozen op lokaal en staatsniveau. Aanvankelijk waren de tien Geconfedereerde staten (Tennessee was uitgesloten en werd al in 1866 wederom opgenomen in de Unie) opgesplitst in 5 militaire districten, elk met een militair bestuur dat de administratie over de staten uiteindelijk overdroeg aan de nieuw verkozen, Republikeinse, staatsoverheden.

Lincolns opvolger als president, Andrew Johnson, een Democraat uit Tennessee die als Lincolns running mate in 1865 vicepresident werd, stond aanvankelijk de harde lijn voor die door de radicale Republikeinen in het Congres werd bepleit. Maar nadat hij eenmaal president was geworden toonde Johnson zich een voorstander van een gematigd en toegevend beleid ten opzichte van het zuiden. Dit beleid bracht hem in direct conflict met het Congres. De eerste grote politieke confrontatie vond plaats in 1866 toen Johnson, die meerdere geconfedereerde functionarissen een presidentieel pardon had verleend, zijn veto uitsprak over een burgerrechtenwet die door het Congres was aangenomen. Hij deed dit op grond van het feit dat de 11 verslagen staten geen vertegenwoordiging in het Congres hadden en dat de wet intrad op de rechten die aan de staten zelf waren voorbehouden. De Democraten in het Congres, die de belangen van de blanke bevolking in het zuiden beschermden, steunden Johnson. De voorstanders van de wet in het Congres onder leiding van de Republikeinen hadden echter voldoende stemmen om het presidentiële veto ongedaan te maken. Later streed president Johnson ook tegen de aanname van het 14e amendement op de Grondwet die aan de meeste personen die in de VS werden geboren het staatsburgerschap verleende (indianen werden uitgesloten).

In reactie op deze en andere conflicten tussen Johnson en het Congres bespraken enkele leden van het Congres alsmede Johnsons minister van Oorlog Edwin Stanton, die fel tegenstander van de president was, openlijk plannen om een afzettingsprocedure tegen Johnson te beginnen. Het voorwendsel daartoe werd hen uiteindelijk door Johnson zelf in de schoot geworpen toen de president op een onwettelijke manier Stanton trachtte te vervangen door Lorenzo Thomas.

Op 24 februari werden door het Huis van Afgevaardigden met 126 stemmen voor en 47 tegen zogenaamde Impeachment Artikelen aangenomen. Hierdoor werd het in de Grondwet vastgelegde proces voor een afzettingsprocedure van een zittende president (Impeachment) voor de eerste maal in de Amerikaanse geschiedenis in werking gesteld. De formele rechtszaak tegen de president in de Senaat werd voorgezeten door de opperrechter van de Verenigde Staten Salmon P. Chase. De zaak draaide voor een groot deel rond de poging van Johnson om Stanton te vervangen. Volgens Johnsons tegenstanders was dit in strijd met de wet die een president verbiedt zonder reden kabinetsleden te ontslaan zonder goedkeuring door de Senaat. Johnsons verdediging pleitte dat Stanton door Lincoln was aangesteld en daardoor niet onder de provisies van de wet viel. Johnson vond dat hij hem door een door hemzelf aangesteld persoon kon vervangen. Na een slepend proces kwam het uiteindelijk in de Senaat tot een stemming waarbij voor feitelijke afzetting een 2/3 meerderheid is vereist. Deze meerderheid werd echter met één stem te kort niet gehaald en Johnson overleefde de procedure. Johnsons status als president werd door het proces echter danig aangetast en hij zou de rest van zijn termijn relatief weinig invloed meer uit kunnen oefenen.

Het einde van de Reconstruction Voor de presidentsverkiezingen van 1868 nomineerden de Republikeinen de oorlogsheld en generaal U. S. Grant en hij won met gemak het presidentschap. Grant regeerde voor twee volle termijnen dankzij een enorme winst bij de verkiezingen van 1872 en hij leidde de regering tot 1877. In deze periode werd de Republikeinse Partij geplaagd door beschuldigingen van corruptie en Grant werd door velen als zwak beschouwd. Gedurende deze jaren verloren sommige radicale Republikeinen het vertrouwen in de Reconstruction en in het zuiden kregen de Democraten, die fel tegen de Reconstruction waren, steeds meer macht. Voor een deel werd de vooruitgang die de bevrijde zwarten hadden geboekt weer teruggedraaid. De Ku Klux Klan groeide in de zuidelijke staten maar deze beweging werd hard bestreden door de regering van Grant die openlijk geweld tegen zwarten niet tolereerde.

In de drie jaar tussen 1868 tot 1870 waren alle voormalige rebellerende staten weer toegelaten tot de Unie en gematigde Democraten begonnen zich meer op economische zaken te richten dan op hun verzet tegen de Reconstruction. Democraten en gedesillusioneerde Republikeinen begonnen in de zuidelijke staten coalities te vormen en in 1873 waren nog slechts 4 voormalige geconfedereerde staten voorzien van een Republikeins bestuur en in 1875 geen enkele meer. Ook landelijk verging het de Republikeinse Partij slecht nadat de schuld voor een scherpe economische neergang in 1872 bij Grant werd gelegd en de partij bij Congresverkiezingen in 1874 de controle over het Huis van Afgevaardigden verloren had aan de Democratische Partij. Bepleiters van de Reconstruction verloren gaandeweg interesse aangezien alle belangrijke doelen waren bereikt, namelijk de wederopneming van de zuidelijke staten in de Unie, de aanname van de grondwetswijzigingen die de zwarte bevolking burgerrechten verschafte en de ondermijning van geconfedereerd nationalisme in het zuiden. Verdere militaire aanwezigheid in het zuiden werd als onwenselijk en ongrondwettelijk gezien.

Verkiezingen van 1876 Zie voor het hoofdartikel over dit onderwerp Amerikaanse presidentsverkiezingen 1876 thumb|left|200px|Rutherford Birchard Hayes, winnaar van de controversiële verkiezingen van 1876.

Grant stelde zich niet herkiesbaar voor een derde termijn in 1876. Voor de Democraten was Samuel Tilden de kandidaat terwijl de Republikeinen na zeven stemrondes tijdens hun conventie gouverneur Rutherford B. Hayes van Ohio naar voren schoven. Tilden, die in New York naam gekregen had als de man die de machtige en corrupte partijbaas in die staat, Boss Tweed had berecht, stond hervormingen voor in reactie op de corruptie tijdens de regering van Grant terwijl de Republikeinen campagne voerden met de Burgeroorlog in het achterhoofd. De slogan van de Republikeinen die bij velen aansloeg luidde: "Niet elke Democraat was een rebel maar elke rebel was een Democraat". Beide kandidaten stonden een formeel einde van de Reconstruction voor.

De verkiezingen draaiden uit op een politieke en constitutionele crisis en staan te boek als de meest betwiste in de Amerikaanse geschiedenis. Tilden won nipt waar het het aantal uitgebrachte stemmen betrof maar het Amerikaanse systeem, dat aan een kandidaat die in een gegeven staat de meeste stemmen behaalt alle kiesmannen van die staat toegewezen krijgt zorgde ervoor dat de uitslag in het Kiescollege verre van zeker was. Tilden had een voorsprong van 184-165 nadat op 4 na alle staten hun uitslagen hadden gecertificeerd. In Florida, Louisiana en South Carolina echter had iedere partij de overwinning van haar kandidaat geclaimd en in Oregon was de grondwettelijke legaliteit van één kiesman betwist. Samen waren deze vier staten goed voor 20 kiesmannen.

In Florida, Louisiana en South Carolina, samen goed voor 19 kiesmannen, vertoonden de officiële uitslagen een lichte voorsprong voor Tilden maar er was sprake geweest van ernstige verkiezingsfraude en veel Republikeinse aanhangers werden met geweld bedreigd. Een andere complicatie was dat de Democraten hun ticket in veel gevallen hadden voorzien van het portret van Abraham Lincoln, de vermoorde Republikeinse president. Uiteindelijk bepaalde in alle drie de staten een verkiezingscommissie dat de kiesmannen voor de betreffende staat aan Hayes werden toegewezen. De gouverneurs van deze staten verzegelden de uitslag en stuurden die naar Washington, DC waar de officiële telling van de door kiesmannen uitgebrachte stemmen werd gehouden in de Senaat. In Florida en Louisiana werden echter ook door Democratische functionarissen verzegelde uitslagen naar Washington gestuurd terwijl in South Carolina de Democratische kiesmannen uit eigen beweging hun uitslag eveneens verstuurden. In Oregon kwam Hayes als overwinnaar uit de bus maar de Democratische gouverneur betwistte een van Hayes' kiesmannen op grondwettelijke grond en ook vanuit deze staat werden er twee sets van uitslagen gerapporteerd.

De officiële uitslagen gaven aldus een voorsprong van één stem (185-184) in het voordeel van Hayes weer maar de Democraten betwistten dit in hevige mate. Spanningen tussen de twee kampen liepen hoog op en er werden dreigementen geuit dat Hayes nooit geïnaugureerd zou worden. President Grant zag zich zelfs genoodzaakt de militaire aanwezigheid in Washington D.C. in de aanloop naar de inauguratie op te voeren.