thumb|260px|Replica van de Duyfken thumb|260px|Kaart van Nieuw-Nederland door Melchisédech Thévenot (1663), gebaseerd op gegevens van Willem Jansz. en Abel Tasman; aangekocht door Eugenius van Savoye Willem Jansz. (ook wel Janssen en Janszoon) (?, ca. 1570 – ca. 1636) was een Nederlandse schipper, gouverneur op Solor, gouverneur van de Banda-eilanden, raad van Indië, admiraal en ontdekkingsreiziger, die vanuit Europees perspectief als de officiële ontdekker van Australië geldt.
Biografie
Naar Indië Over Jansz.' jonge jaren is bijna niets bekend. Hij had een broer, Volckert Jansz., die begin 1616 de gage in ontvangst nam die Willem als schipper op de Orangie had verdiend en die door zijn moeder was opgevraagd. Ook over zijn vroege loopbaan bestaat vanwege zijn veel voorkomende naam onduidelijkheid. Hij trad waarschijnlijk in dienst van een van de zogenaamde voorcompagnieën van de VOC en reisde in 1598 naar Indië met een vloot onder Jacob van Neck, de succesvolle tweede schipvaart. Jansz. was vermoedelijk stuurman op het schip Hollandia. Minder waarschijnlijk is dat hij de Willem Jansz. was die in mei 1601 onder Joris van Spilbergen schipper was op het jacht Lam, en later stuurman op de Ram, aangezien Van Spilbergen in maart 1604 terugkwam in Nederland,Met alleen het Schaap. Het Lam had hij in Atjeh verhuurd aan de Engelsen en het Ram had hij verkocht aan de VOC. terwijl in december 1603 de eerste VOC-tocht onder Steven van der Hagen vertrok. Op deze vloot van twaalf schepen was Jansz. schipper op de Duyfken, het jacht waarmee hij later naar Australië voer. Voor de Duyfken was het de tweede reis naar Indië. Het had eerder deelgenomen aan de vloot van april 1601 onder Wolfert Harmensz., die weer deel uitmaakte van de grotere vloot van Jacob van Heemskerck. Eind 1603 was het door de VOC gekocht. Jansz. nam met de Duyfken deel aan de gevechten van de vloot met de Portugezen in Mozambique in de zomer van 1604, en later dat jaar voor Goa en de Malabarkust. In december kwam de vloot aan in Bantam. In januari 1605 kreeg men op Ambon het Portugese fort daar in handen en hernoemde het in Kasteel Victoria. Bij de terugkeer van de vloot bleef Jansz. in Bantam achter, samen met drie andere jachten, de Delft, de Enckhuizen en de Medemblick. Vermoedelijk was het al Van der Hagens bedoeling dat de Duyfken op exploratie naar het zuiden zou gaan. Jansz. kreeg opdracht om op zoek te gaan naar goudIJzerman, J.W. (1923) Cornelis Buijsero te Bantam. 1616-1618. Zijn brieven en journaal, met inleiding en bijlagen en zijn reis naar het onbekende Zuidland in kaart te brengen.
Op ontdekkingsreis In 1605 gaf de president van de VOC-factorij in Bantam Jan Willemsz. Verschoor opdracht 'tot het ontdecken van het groote land van Nova-Guinea en andere onbekende Oost- en Suyderlanden' met het jacht Duyfken. Er gingen al sinds de 16e eeuw geruchten dat daar goud gevonden werd. De leiding van de tocht werd opgedragen aan schipper Willem Jansz., samen met de koopman Jan Lodewijksz. van Rosengeyn. Op 18 november 1605 verliet de Duyfken de haven. Jansz. zeilde via Ceram, Banda-, Kei- en Aru-eilanden richting Nieuw-Guinea. Hij voerde verscheidene landingen op de kust uit om meer te weten te komen over het land en de bewoners. Bij een van deze landingen werden acht matrozen door de inwoners overvallen en vermoord. De bemanning van de Duyfken werd hiermee bijna gehalveerd. Hij volgde de kust tot aan Kaap Vals. Van daaruit zeilde hij zuidwaarts over de Arafurazee, en toen hij eind februari 1606 weer land zag bevond hij zich voor de kust van Australië, bij het Kaap York-schiereiland, waarvan hij de kust volgde tot aan Kaap Keerweer, op ongeveer 13 graden en 45 minuten zuiderbreedte. Bij het verkennen van een rivier met behulp van een sloep werd nog een matroos gedood door een speer geworpen vanaf de oever. Jansz. bracht zo'n 320 kilometer van dit continent in kaart, denkend dat het zuidelijke uitlopers van Nieuw-Guinea betrof. Wel meende hij 'een open' gezien te hebben maar heeft dat niet verder geëxploreerd. Zes maanden later zeilde de Spanjaard Luiz Váes de Torres er door, zonder te beseffen dat het een straat was (de later naar hem genoemde Straat Torres) en zonder zuidwaarts vasteland te zien. In mei keerden Jansz. en Rosengeyn na het opraken van drinkwater en proviand terug naar de dichtstbijzijnde VOC-vestiging, Banda, en vandaar via Ambon naar Bantam, ruwweg via dezelfde route.
Carrière miniatuur|De route van de Duyfken naar Australië. Kopie uit 1670 van de originele kaart. Jansz. maakte vervolgens carrière in de VOC.Jan Willem IJzerman waarschuwt in Cornelis Buijsero te Bantam. 1616-1618. voor verwarring met de naamgenoten, Willem Jansz van Amsterdam en met Willem Jansz van Amersfoort. Volgens andere bronnen was Jansz. hierna schipper op het retourschip Westvriesland dat samen met een door Van Warwijck op de Portugezen veroverde kraak bij Mauritius verging. Een deel van de bemanning, waaronder Jansz., voer hierna terug naar Bantam in een jacht met de naam Madagascar. Ook het jacht waarmee Jansz. in 1607 naar Banda voer heette Madagascar. Het is dus aannemelijk dat het hier om onze Willem Jansz. gaat, ware het niet dat de Westvriesland op 25 augustus 1605 van Bantam was vertrokken, toen onze Willem Jansz. zich nog voor de kust van Australië bevond. Dus óf het gaat hier toch om een andere Willem Jansz., óf de vertrekdatum van de Westvriesland in de archieven klopt niet. - Marit van Huystee (1995), On the yacht Duyfken (1601): The first European Ship known to explore the Australian coast, Maritime Archaeology Department Western Australian Maritime Museum No. 105, blz. 13. Cornelis Matelieff de Jonge zond hem in 1607 als schipper van het jacht MadagascarDe Madagaskar was in 1606 gebouwd op Madagaskar uit het hout van een niet zeewaardig gebleken Portugese kraak, de San Antonio, die in 1605 door Claes Simonsz. Meebael en Wybrand van Warwijck in de rivier van Patani was gekaapt. Van Warwijck had het voor- en achterkasteel eraf laten slopen om het hanteerbaarder in het zeilen te maken, maar het strandde in Madagaskar. De lading werd daar veilig gesteld en de bemanning voer in hun zelfgemaakte jacht terug naar Bantam. naar Ambon en Banda, om daar contanten te brengen en te waarschuwen dat er twee Engelse schepen in aantocht waren om wapens voor nootmuskaat te ruilen. In juni 1608 nam hij als schipper van het jacht Delft (een van de jachten van Van der Hagens vloot) onder admiraal Paulus van Caerden deel aan de verovering op de Spanjaarden van het eiland Makian in de Molukken. Ook Jan Lodewijksz. van Rosengeyn was aan boord. Naar aanleiding van Jansz' verrichtingen schreef Van Caerden over hem: 'heeft hem seer wel bij ons gedragen, seer naerstich ende sorchvuldich geweest dewijle bij ons geweest is, soo dat ick hem seer daer over bedancke'.
Vanaf oktober 1609 maakte hij als schipper van de Eendracht, met Arent Martensz. op de Cleyne Sonne en nog het jacht Cleyn Middelburg, een reis naar Atjeh, maar daar bleek dat de sultan geen zaken meer wilde doen met de VOC. Vervolgens zeilde men door naar de Coromandelkust om daar toestemming te verkrijgen voor het vestigen van factorijen in onder andere Paliacatte. Hier zou een paar jaar later Kasteel Geldria gebouwd worden. Bij Batticaloa aan de oostkust van Ceylon wist Jansz. in februari 1610 een met Bengaalse suiker geladen Portugees schip te veroveren. De onderkoopman Carolus de Lannoye werd in maart als gezant naar het hof van Kandy in het binnenland gezonden. Koning Wimaladharmasuriya I, die in 1603 Sebald de Weert had laten vermoorden, was opgevolgd door zijn neef Senarat, zodat de VOC nieuwe hoop had op een verbond. Het resultaat was een op 13 april gesloten akkoord door 'Carolus de Lannoye, gecommitteert van capteyn Willem Jansz., uytt cracht van Sijne Princelijke Excellentie Mauritius, prince van Orangien, enz. enz.... ter eenre, en den Doorluchtigen, Hoochgeboren Kayser van Ceylon, Coninck van Candy, genaempt Seneratadazyn, ten andre'. Op 23 november 1610 keerde Jansz. op de Cleyn Middelburg met het akkoord terug naar Bantam. De Eendracht was lek achtergebleven in de rivier bij Paliacatte om daar gerepareerd te worden. Kort na aankomst in Bantam keerde Jansz. als opperkoopman op de Orangie van de VOC-Kamer Zeeland terug naar Nederland, waar hij in augustus 1611 aankwam. miniatuur|Het weer herbouwde fort Henricus op Solor. De bewindhebbers in Zeeland waren zeer tevreden over hem. Zij noemden hem 'een seer bequaem ende nuchteren man, die ons groot contentement heeft gegeven van zijn relaes over den handel in de Oost Indien, en het waer te wenschen dat de Compe velen sulcken dienaers in India hadden; souden vertrouwen daer beter gouvernement soude weesen als wij somwijlen wel hooren'. Zij stelden hem aan als schipper op de Orangie, dat samen met de Zeelandia voor de kamer Zeeland in de grote vloot van Adriaan Maertensz. Block eind december alweer naar Indië vertrok. In november 1612 kwam de vloot in Bantam aan, en zeilde daarna door naar de Molukken. Jansz. was met de Orangie tot begin 1614 betrokken bij gevechten met de Spanjaarden en het vervoer van specerijen naar Bantam. In september zond gouverneur-generaal Pieter Both hem met het jacht Hazewind naar Solor, waar de gouverneur Adriaen van de Velde en een aantal kooplieden op instigatie van een tweetal Portugese monniken door de eilandbewoners waren vermoord. Jansz. was vervolgens een jaar gouverneur van Solor. Hij was door Both benoemd omdat er zo snel geen ander beschikbaar was, maar Both schreef: 'dese voorschr. Willem Jansz. is van natueren goetaerdich, modest, ende zedich, die hem geduijrende zijnen tijdt op 't schip Orangie naer behooren heeft gequeten, ende in 't minste geen fastidien met zijn volck gehadt ende altijdt goede ordre op sijn schip geobserveert; alsoo dat ik niet en twijffele, sullen van den voorschreven gouverneur goeden dienst hebben te verwachten'. In december 1615 werd het kantoor door Jan Pieterszoon Coen, toen boekhouder-generaal in Bantam, opgeheven. Jansz. liet fort Henricus afbreken en leverde het garnizoen af aan het schip Engel van de vloot van Jan Dircksz. Lam. Deze was onderweg naar Pulau Ai om dat eiland voor de VOC te veroveren ten einde de Engelsen te 'prevenieren'. (Fort Henricus werd in 1618 alweer herbouwd). In november 1616 keerde Jansz. vanaf Bantam als opperkoopman op de Zeelandia weer terug naar Nederland, waar hij in juni 1617 aankwam en in Middelburg uit dienst van de VOC trad.
Oorlog Twee maanden later werd hij alweer aangenomen, met een aanzienlijke salarisverhoging en om in Indië als vicegouverneur of als commandeur van een vloot aangesteld te worden. Zo was hij in januari 1618 weer op weg naar Indië op het schip Mauritius, en kwam op 31 juli voor de tweede keer in aanraking met Australië, ditmaal aan de westkust, op wat later het door Dirk Hartog ontdekte Eendrachtsland bleek te zijn. De schipper Lenaert Jacobsz. tekende aan: 'Een eylandt ontdeckt ende aen lant geweest; bevonden voetstappen van volck'. Er werd een rivier ontdekt die Jansz. de Willemsrivier noemde (tegenwoordig de Ashburton rivier). Deze werd daarna aangegeven op kaarten uit die tijd. miniatuur|De Red Dragon.