thumb|Schepenhuis en Belfort thumb|De zetmeelfabriek Tereos Syral aan de Dender in het hart van Aalst. Aalst (Frans: Alost) is de op een na grootste centrumstad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en de naar inwonertal vijfde stad van Vlaanderen en de tiende stad van België. De stad telt ruim 93000 inwoners,VRT Taal. Gearchiveerd op 5 mei 2021. die Aalstenaren/Aalstenaars worden genoemd. De plaatselijke benaming van Aalst klinkt als Oilsjt. De stad kreeg stadsrechten in 1174. Sint-Maarten is de patroonheilige van de stad. Aalst is gelegen aan de rivier de Dender en behoort toe tot de Denderstreek en de Denderregio. De stad is onder meer gekend voor haar Aalsterse vlaai en carnaval. Aalst is ongeveer 25km verwijderd van Brussel en ongeveer 30km van Gent. Naast de Dender, stroomt ook de Molenbeek-Ter Erpenbeek door de gemeente Aalst.

De stad bevindt zich binnen het bestuurlijk arrondissement Aalst, is onderdeel van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen en behoort tot de brandweerzone Zuid-Oost.

Naam De naam Aalst werd eerst aangetroffen in de akten van de abdij van Lobbes (bij Thuin). Een monnik genaamd Ursmaar van dit klooster verkondigde zijn geloof omstreeks 700 nabij een moerasachtig terrein. Deze plaats werd het Sint-Ursmaarsmeers genoemd, met een locatie die overeenkomt alwaar het statieplein zich bevindt. Aldaar had hij een bidplaats gesticht.

Naamsvermeldingen door de geschiedenis heen Alost, 866, kopie in 18e eeuw (Descriptio villarum Lobbes) Alosta, 868-869 kopie 18e eeuw (Goederenlijst van de abdij van Lobbes) Hlost, 870 Alost, 995, 1070 Alost, Alst: 1088 Alst: 1162, 1282, 1287

De betekenis van de stadsnaam De herkomst van de naam Aalst is uiterst onzeker en onderwerp van speculatie en academisch debat.

Volgens Dr. Jan De Vries dacht men aan het woord alisa (els) en dus elzenbos. Er werd ook een verband gebracht met alohs (wild alsemkruid). Volgens Gysseling is de naam afkomstig van het Germaanse alhusta ("boerderij"), dat op zijn beurt afkomstig is van een hypothetische pre-Germaanse (zogenaamd "Belgisch") plaatsnaam *alkustom uit het woord *alkus ("heiligdom").

Professor Jozef Vercoullie zag in de stadsnaam els of alsem.

Dr. Jan Lindemans vond dat er een verband zou kunnen zijn tussen alosa (els), alisa (Frankisch). Een plaats waar elzen groeien. Alosa zou behoren tot een ander Frankisch dialect.

Kenmerken Aalst is het meest bekend om zijn jaarlijks carnaval en zijn carnavaleske vete met de stad Dendermonde over de rechten op het Ros Beiaard en ook wel om zijn 'Zwarte Man', het standbeeld van Dirk Martens in het midden van de Grote Markt. Dirk Martens drukte het eerste boek met losse letters in de Nederlanden; hij was bevriend met Erasmus.

Een al even beroemde telg is de romanschrijver Louis Paul Boon. Aalst maakte in het begin van de 20e eeuw ook een stukje van de Belgische politieke geschiedenis met als centrale figuur priester Adolf Daens (broer van Pieter Daens), over wie Louis Paul Boon overigens zijn beroemdste boek "Pieter Daens of hoe in de 19e eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht" (1971) schreef. Het belichaamt de sociale geschiedenis van een stad, streek, volk en tijdperk.

Aalst dankte vroeger zijn welvaart onder andere aan de hopteelt. Typische Aalsterse hopsoorten zijn Groene Belle, Coigneau, Witte Rank en Loeren. De kathedraal van Amiens was het voorbeeld voor de Aalsterse Sint-Martinuskerk, die onvoltooid bleef. Het oorspronkelijk belfort van Aalst stamt uit de 13e eeuw. Het huidige belfort is grotendeels uit de 15e eeuw. miniatuur|De Grote markt van Aalst. Het stadsdialect: Aalsters is een opmerkelijk en befaamd dialect dat behoort tot het Kleinbrabants. Het Aalsters heeft zowel Brabantse als Oost-Vlaamse kenmerken. Carnaval draagt in hoge mate bij aan het in leven houden van het dialect. De 'nies'-klank, zoals in 'Oilsjt', noemt men mouillering. Tegenwoordig worden er ook boeken uitgegeven in het Aalsterse dialect, zoals De Kleine Prins. Ook in de boeken van Louis Paul Boon vind je Aalsterse woorden terug.

Geschiedenis

De oudste kern van Aalst is waarschijnlijk op de plaats waar tegenwoordig nog het Oud-Hospitaal staat. Daar werd tussen 750 en 800 het Zelhof gesticht. Het Zelhof is een Karolingisch bedrijfstype. Wel is zeker dat Aalst ontstaan is op het eiland "Chipka", een eiland in de Dender. De ligging aan de Dender en de ligging aan de handelsweg Brugge-Keulen maar ook de bescherming van de Burcht, zorgden er later voor dat er een omwalde nederzetting gevormd kon worden.

Land van Aalst

Vanaf de Frankische tijd lag het graafschap Aalst in de Brabantgouw. Nadat het deel van deze gouw tussen Schelde en Dender in de 11e eeuw veroverd werd door de (Franse) graven van Vlaanderen kon het Land van Aalst toch nog een eeuw van een zekere zelfstandigheid binnen Rijks-Vlaanderen genieten. De hertogen van Brabant-Lotharingen probeerden nog twee eeuwen de fictie van hun opperleenrecht over Aalst te doen gelden. De graaf van Vlaanderen koos ervoor Aalst tot hoofdplaats van zijn nieuwe gebied te maken door de nabijheid van de Schelde. Dendermonde lag op de rechteroever van de Dender. Vanuit Aalst liep noordwaarts de brede handelsweg door Hofstade en Wichelen naar de Aalsterse aanlegplaatsen aan de Schelde. Boudewijn I van Gent (1030-1084) werd de eerste graaf van Aalst en peer van de graaf van Vlaanderen. Midden deze handelsweg lag het Hof ten Bos, kasteel en neerhof. De wapenkleuren van de stad Aalst bevatten nog altijd die van Lotharingen: wit en rood.

Iwein van Aalst (°ca. 1105, + 1145) volgde in 1127 zijn overleden broer Boudewijn III op als heer van Aalst, Waas en Drongen. Hij speelde een belangrijke rol bij de opvolging van Karel de Goede, de graaf van Vlaanderen die in 1127 vermoord werd. Iwein keerde zich in een gedreven speech tegen Willem Clito, de kandidaat van de Franse koning. Daarin stelde hij dat de graaf de rechten en vrijheden van de onderdanen moet respecteren (1ste pleidooi voor constitutionalisme in West-Europa). Hij koos de kant van Diederik van de Elzas als nieuwe graaf van Vlaanderen. Toen deze op de vlucht gedreven werd, vond hij een onderkomen in de burcht van Aalst. Deze werd belegerd en bij toeval werd Willem ClitoVan der Spiegel W. De antagonist van Iwein van Aalst: graaf Willem Clito. - Het Land van Aalst, LXXVIII, 2026, 1, p. 2 - 13.https://www.hetlandvanaalst.be/wordpress/tijdschrift/ geraakt door een projectiel en overleed aan zijn verwonding. Dit staat bekend als de slag bij Hertshaag (27-28 juli 1128). Als dank gaf graaf Diederik van de Elzas het leenheerschap over het graafschap Aalst aan graaf Iwein, die trouwde met diens dochter, Laureta van Vlaanderen. Aalst werd in de periode 1380-1385 belegerd en verwoest door de Gentenaars.

Tachtigjarige oorlog Ook tijdens de Nederlandse Opstand, ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd, kreeg Aalst het hard te verduren.

Kerkelijk ressorteerde de stad Aalst eerst nog onder het aartsdiaconaat Brabant, en later onder het aartsdiaconaat Brussel van het bisdom Kamerijk. Na de herindeling van de bisdommen in de 16e eeuw hoorde het dan bij het (aarts)bisdom Mechelen. thumb|Aalst in 1651 door J. Blaeu|geen

Aalst lag strategisch op de handelsweg Brugge-Keulen, ter hoogte van de Brabants-Vlaamse grens. De Bourgondische eenmaking maakte een einde aan de militaire grenssituatie.

Baardegem en Meldert lagen tot 1795 in de Vrijheid van Asse, in het Hertogdom Brabant.

Industriestad geen|miniatuur|269x269px|Aalst, 1830 Vanaf de opening van de spoorweg, in 1856, groeide Aalst uit tot een industriestad. Hier droegen de kanalisatie van de Dender en de uitbreiding van het spoorwegnet (1865) nog aan bij. Er ontstond textielindustrie (linnenweverijen, katoennijverheid, tricotage), lederverwerking en schoenindustrie, mouterijen, brouwerijen, stokerijen en dergelijke.Willems, C.,De Dender en zijn Vlaamse steden - Geraardsbergen, Ninove, Aalst, Dendermonde, Brussel, Uitgeverij Artis Historia, 1984. Dit alles leidde tot de opkomst van een arm proletariaat dat zeer ongezond gehuisvest werd. Vaak werd binnen woonblokken nog gebouwd. Een en ander leidde tot een harde sociale strijd waar onder andere Louis Paul Boon naar refereerde in zijn roman: Pieter Daens.

Wapenschild van Aalst

geen|miniatuur|Het wapenschild in 1394 Het wapenschild van Aalst is een ontwerp van de zilversmid Nicolaas Colijn. Hij ontwierp het in 1394 als stadszegel voor poorterszaken voor de stad. Het wapenschild toont in het midden een zwaard; het symboliseert de autonome rechtsmacht en militaire weerstand van de stad. Als symbool voor de horigheid aan de Duitse keizer en de Graaf van Vlaanderen staan respectievelijk de Duitse adelaar en de Vlaamse Leeuw ook afgebeeld.

Tweede Wereldoorlog In de jaren voor Wereldoorlog II had het rechts-radicale Vlaams Nationaal Verbond een aanzienlijke aanhang in Aalst. De stad vormde samen met Brussel en Antwerpen een bolwerk van deze partij. Aalst werd tijdens beide wereldoorlogen door het Duitse leger bezet.

De gemeente werd rond 21 mei 1940 bezet door het Duitse leger en bevrijd op 3 september 1944. Minstens 2 weerstanders werden naar het Auffanglager van Breendonk getransporteerd.Breendonkgevangenen per gemeente, De Wereld Morgen, 8 september 2014 In de speciale Nacht und Nebel-concentratiekampen werden 7 weerstanders uit de gemeente ter dood gebracht door onthoofding.BuG 366 – Bericht uit het Gewisse – 25 augustus 2017, npdata.be. Gearchiveerd op 5 mei 2021. De site bel-memorial.org meldt ook herdenkingen van 6 verzetslieden uit de gemeente.Bidprent voor zes terechtgestelde verzetsleden van W.O. II, bel-memorial.org. Gearchiveerd op 28 september 2020. Er is verder een gedenkteken der oud-pupillen gesneuveld voor het vaderland, het Nationaal oorlogsmonument Eerste en Tweede Wereldoorlog.Gedenkteken der oud-pupillen gesneuveld voor het vaderland, bel-memorial.org. Gearchiveerd op 5 mei 2021. geen|miniatuur|De slag om Aalst

Het gewapend verzet bestond ook hier uit verschillende groepjes naargelang de ideologische overtuiging of naar de specialisatie. Het Geheim Leger o.l.v. Basiel De Grève (VTI-leraar), de broers De Schaepdrijver, e.a., was eerder royalistisch-conservatief en o.a. ingeschakeld bij het droppen van spionnen, wapens en munitie. Het BVL (Belgisch Vrijwilligerslegioen) werd in Aalst vrij vlug opgerold door de aanhouding van meerdere leden (eind september 1942). Onderwijzer Henri Matthieu en 5 van zijn kompanen werden in Duitsland terechtgesteld (22/11/1943, onthoofding). Een van de grootste verzetsgroepen was het linkse OF (Onafhankelijkheidsfront) dat in Aalst geleid werd door o.a. Leon Bocken, Bert Van Hoorick, Mevr. C.Pletsier-De Groot. De Witte Brigade of groep Fidelio, met o.a. Robert Kiekens, legde zich vooral toe op het helpen ontsnappen van neergehaalde Engelse piloten. Het Bevrijdingsleger had zijn wortels in christendemocratische milieus. In Aalst werd de kern gevormd door politieagenten en rijkswachters (o.a. Hugo Lefevre, doodgemarteld in een Duits concentratiekamp). Rijkswachtcommandant Fernand Bouckenaere werd nog net voor de bevrijding (25/8/44) door de Duitsers gefusilleerd in het kamp van Oostakker omdat hij Aalsterse weerstanders gewaarschuwd had voor nakende Duitse razzia’s. In totaal werden 40 Aalstenaars terecht gesteld wegens verzetsdaden, 80 anderen zijn kortere of langere tijd opgesloten en/of gemarteld geweest door de Duitsers.

Tijdens WO II vonden zeker 40 Joden gedurende een kortere of langere periode een veilig onderduikadres in Aalst. Maar waarschijnlijk ligt dit getal nog hoger.

Archeologische opgravingen