De schone slaper is het vijfenzestigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 23 januari 1965 tot en met 1 juni 1965.
De eerste albumuitgave was in 1965, als zevende deel in de gezamenlijke tweekleurenreeks met nummer 57. In 1968 verscheen het verhaal in de Vierkleurenreeks met albumnummer 85. De oorspronkelijke versie kwam in 1999 nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek.
Personages Jerom, Lambik, tante Sidonia, Wiske met Schabolleke / Schanulleke, Suske, Lili Feriteel, Theofiel Boemerang, Janus en andere boeven, dokter en oogarts, verschillende collectanten.
Locaties Sprookjesland vlak bij Zevenbeek met het kasteel van Doornroosje en andere bekende gebouwen.
Het verhaal
Terwijl Jerom een boswandeling maakt, wordt hij afgeleid door een geheimzinnig bewegend wolkje. De toverfee Lili Feriteel, een oude bekende, blijkt op dit wolkje te zitten. Zij brengt Jerom naar een wereld waar allerlei bekende sprookjes realiteit worden, zodat Jerom indruk kan maken als drakendoder. Jerom krijgt een historisch kostuum. Hij verslaat inderdaad een draak, maar Lili's toverstaf raakt daarbij zoek. Lili moet intussen snel terugkeren naar haar eigen wereld. Theofiel Boemerang, de buurman, komt Jerom even later op straat tegen en brengt hem terug bij de anderen. Niemand gelooft Jeroms verhaal aanvankelijk.
Een inbreker steelt Jeroms drakendoderkostuum ’s nachts. De vrienden gaan op zoek naar de wegwijzer van Zevenbeek, waar Theofiel en Jerom elkaar de vorige avond tegenkwamen. Suske en Wiske zien enkele mannen en volgen hen. De mannen zijn bezig met een apparaat waarmee de ouderdom van iets kan worden vastgesteld door het meten van de radioactiviteit. Het sprookjesland wordt echter op dat moment niet gevonden. Wiske loopt in het bos een bijensteek aan haar rechteroog op. Hierdoor wordt haar zicht snel slechter en na enkele dagen is ze zelfs volledig blind. Volgens de arts is dit ongeneeslijk. De wanhopige Wiske wil de rest nu niet langer tot last zijn, en ze loopt weg van huis met het plan om elders een eind aan haar leven te maken. De anderen vinden haar nog op tijd terug.
Jerom bedenkt dat Wiske waarschijnlijk kan worden genezen met de toverstaf van Lili. De vrienden gaan opnieuw op zoek naar het sprookjesland, wat nu Wiskes laatste hoop is. Ze worden onder een grote paddenstoel wakker in sprookjeskleding. In het kasteel van Doornroosje prikt Lambik zich aan een spinnewiel. Bij het peperkoekhuisje van Hans en Grietje komen de vrienden de draak weer tegen. Lambik ziet ook de toverstaf en valt in de Zevenmijlslaars van de reus uit Klein Duimpje. Voordat Lambik aan de anderen kan vertellen waar de toverstaf is, valt hij in diepe slaap (hem overkomt hiermee hetzelfde als Doornroosje).
Als Suske en Jerom zelf op zoek gaan naar de toverstaf, zien ze bij de toren van Repelsteeltje de boeven. De aanvoerder wordt door de anderen opgesloten in de toren, en wordt bijna bedolven onder het goud dat gesponnen wordt door het spinnewiel. Jerom redt deze persoon, het blijkt Theofiel te zijn. Suske vecht met de wolf van Roodkapje. De andere boeven komen in de problemen door de draak, maar halen snel een pantserwagen van het leger. De draak sluipt het kasteel van Doornroosje binnen, en tante Sidonia beschermt Lambik en Wiske. Ze weet de draak te verjagen. Tante Sidonia kust Lambik wakker en Jerom komt met Theofiel naar het kasteel. Theofiel bekent dat hij de toverstaf zelf wilde gebruiken. Jerom vindt de toverstaf uiteindelijk, zodat Wiske haar zicht toch nog terugkrijgt.
Het lijkt een mooi idee om de wereld te verbeteren door de toverkracht, maar Lili mag van de grote fee de toverstaf niet achterlaten op aarde. Als de vrienden later wakker worden, is het sprookjesland verdwenen. Als ze teruglopen naar huis, besluiten ze dat het beter is om voor gehandicapten te zorgen en bijvoorbeeld te geven aan collectanten voor de blinden, nu ze zelf ook weten hoe blindheid is. Eerder werden nog deze door Sidonia en Lambik weggestuurd.
Trivia Wiske geeft haar popje Schabolleke in dit verhaal een nieuwe naam: Schanulleke. De hier voorgestelde sprookjeswereld is een mengelmoes van allerlei sprookjes van de gebroeders Grimm, Charles Perrault en Hans Christian Andersen, zoals Roodkapje, Blauwbaard, het tinnen soldaatje, Klein Duimpje, Hans en Grietje, Repelsteeltje en Doornroosje. Er wordt vooral verwezen naar het sprookje De schone slaapster (een andere naam voor Doornroosje). Ook de titel van het album verwijst naar dit sprookje. Tante Sidonia weigert iets te geven aan een collectant (voor T.B.C.) die aan de deur komt. Ook Lambik weigert later in de stad twee collectanten geld te geven. Later komt er nog een vrouw aan de deur voor geld voor de blinden, maar ook zij wordt weggestuurd. Pas als een geliefde (Wiske) gehandicapt raakt, zien de vrienden in dat de zwakkeren in de samenleving moeten worden geholpen. Suske, Wiske, Lambik en Jerom keren terug naar Sprookjesland in Het omgekeerde land.
Uitgaven
Externe link Samenvatting op suskeenwiske.ophetwww.net
Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1965