Jeromba de Griek is het zevenenzestigste stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven en ook deels getekend door Willy Vandersteen. Het werd gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 11 oktober 1965 tot en met 21 februari 1966.

De eerste albumuitgave was in 1966, als twaalfde en voorlaatste deel in de gezamenlijke tweekleurenreeks, hier met volgnummer 63.Suske en Wiske Overzichtscatalogus Al snel daarna, op 1 juni 1967, verscheen het verhaal opnieuw in de toen net gestarte Vierkleurenreeks, nu met albumnummer 72.

De geheel oorspronkelijke versie kwam in 1999 nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek.

Locaties Turkije, Istanboel met gewelven vol water (Basilica Cisterne), Aya Sophia (nu museum, vroeger kerk en moskee; vanaf 2020 weer moskee), kasteel van Anadoluhisari aan de Bosporus

Personages Professor Barabas, Suske, Wiske, tante Sidonia, Lambik, Jerom, Kemal, Borus en andere Bulgaren, Stantijn (kruisvaarder), Lasido (zigeuner)

Het verhaal

Professor Barabas heeft een kasteel gekocht waar hij tegenwoordig woont, en hij nodigt de vrienden hier uit. De professor heeft ook kleine elektronische poppen gemaakt die in uiterlijk perfecte imitaties van de vrienden zijn. Door wat gestuntel van Lambik slaat de Sidonia-pop op hol en rent naar buiten. Jerom probeert de pop terug te halen, maar de pop is weg. Onderweg terug ziet Jerom hoe een Turk wordt bedreigd door een groep mannen. Jerom redt de Turk en de man stelt zich voor als Kemal. In zijn hotel vraagt Kemal aan Jerom om voor hem een gouden kromzwaard uit de Aya Sofia-moskee te verstoppen. Een Bulgaarse boevenbende onder leiding van ene Boris wil dit zwaard in handen krijgen. In het zwaard staan onduidelijke letters gegraveerd.

Jerom vertelt alles aan zijn vrienden, maar krijgt ruzie met de jaloerse Lambik. Jerom loopt met het zwaard in zijn hand naar buiten en raakt dan door een blikseminslag tijdelijk zijn geheugen kwijt. Hierna verdwijnt hij spoorloos; enkele weken later blijkt hij in Istanbul aan land te zijn gegaan. De anderen willen niet alleen Jerom terugvinden, maar ook meer te weten komen over het gouden zwaard. Sidonia heeft een droom gehad waarin ook dit zwaard voorkwam en een onbekend huis. De vrienden reizen vervolgens af naar Turkije en huren daar een huisje dat Sidonia herkent als dat uit haar droom. Ze ontdekken dat hier in de cisterne al sinds vele eeuwen oude Byzantijnse kruisvaarder leeft, genaamd Stantijn, wiens ziel is vervloekt.

Stantijn vertelt hoe hij ooit het kamp van de sultan Ali Salami overviel, waarna hij diens leven spaarde. Als dank daarvoor schonk de sultan hem het gouden zwaard. De bedoeling was dat Stantijn het zwaard aan de hoogste lamp in de Aya Sophia-moskee zou hangen, maar dit mislukte doordat het zwaard uit de schede gleed. Sindsdien leeft Stantijn als kluizenaar in de gewelven die gebouwd zijn door keizer Justinianus. Het zwaard is hij nu kwijt; een voorouder van Kemal kreeg het in handen, vandaar dat Kemal het zwaard eerder in zijn bezit had. Als de vrienden vragen de schede (die Stantijn in zijn baard heeft verborgen) te mogen zien, valt hij hen ineens aan omdat hij hen nu aanziet voor rovers. De vrienden kunnen hem uiteindelijk overtuigen van hun goede bedoelingen als ze vertellen dat ze het zwaard intussen zelf hebben gekregen van Kemal. Stantijn verzoekt hen om in zijn plaats het gouden zwaard terug te brengen naar de Aya Sophia. Boris weet het kromzwaard echter te stelen.

Tijdens een bezoek aan een Turks café aan de haven komt Lambik plotseling Jerom tegen, maar die herkent hem op dat moment niet. Jerom verklaart dat hij nu Jeromba de Griek heet. Lambik informeert naar het gouden kromzwaard, maar Jerom herinnert zich ook daarvan niets meer. Als Lambik even later wordt bedreigd door de bende van Boris, komt Jerom tussenbeide en hij werkt de bende het café uit. Niet veel later komen Kemal en Jerom elkaar opnieuw tegen. Kemal is eerst dolblij om zijn "Belgische broeder" weer te ontmoeten en ze gebruiken samen een Turkse maaltijd. Maar als Jerom zegt dat hij Jeromba de Griek is, slaat Kemal ineens 180 graden om; Turken en Grieken zijn namelijk elkaars aartsvijanden. Alle vriendschap is ineens weg en Kemal gaat Jerom te lijf.

Tante Sidonia ziet in het zigeunerkamp een oude bekende, Lasido.Een van de tegenstanders uit De zwarte zwaan. Het blijkt dat de zigeuners nu het kromzwaard hebben. De Bulgaren vallen het kamp aan en ondanks enkele trucs van Sidonia lukt het hun om het kromzwaard te bemachtigen. Een man vraagt aan Jerom om met het Turks worstelen mee te doen. Jeroms tegenstander blijkt Kemal te zijn, wat het gevecht extra veel lading geeft. Suske en Wiske volgen intussen een Bulgaar naar het kasteel van Anadoluhisari. Ze krijgen het zwaard in handen en brengen het naar het gehuurde huis. Boris is hier ook, maar hij wordt verslagen door Stantijn. Lambik komt Kemal tegen en wordt dronken, hij geeft Kemal in een verstrooide bui het zwaard. Kemal wordt even later in het nauw gedreven door de Bulgaren die het zwaard terug willen hebben, maar dan komt Jerom hem te hulp (ondanks hun vijandschap).

Kemal wil nog steeds geen hulp van een Griek en gaat naar de Aya Sofia-moskee wat tegenwoordig een museum is. Hij verbergt zich tussen de bezoekers en ’s nachts sturen Suske en Wiske de kleine poppetjes van henzelf naar binnen. Jerom vindt Kemal in de moskee, maar Kemal valt hem opnieuw aan. Dan ziet Kemal letters op het zwaard; er staat "Weest allen broeders! Getekend Ali Sa Lami! De Grote Turk". Hierdoor komt Kemal volledig tot inkeer en hij valt Jerom in de armen. Sidonia zegt de mannen dat ze het kromzwaard aan de hoogste lamp moeten hangen. Ze klimmen op elkaars schouders, maar dan valt Jerom en hierdoor krijgt hij zijn geheugen eindelijk terug. Als Suske en Wiske ook binnenkomen en meehelpen, lukt het de vrienden eindelijk om het zwaard op de juiste plek te hangen. Stantijn vindt hierdoor nu eindelijk de eeuwige rust en verdwijnt. Kemal neemt afscheid van de vrienden op het vliegveld en danst voortaan de Sirtaki.

Achtergronden Het verhaal is deels een parodiërende bewerking van de film Zorba de Griek (1964) van Michael Cacoyannis. Deze film is weer gebaseerd op een roman uit 1952 van Nikos Kazantzakis. Voor enkele passages, zoals de tocht door de cisterne en de aanval van de Bulgaren op het zigeunerkamp, is inspiratie geput uit de James Bond-film From Russia With Love (1963). Stantijn roept "Godfried van Vleesnat ende Bouillon". Hiermee wordt een verwijzing gemaakt naar Godfried van Bouillon, die in de 11e eeuw hertog was van Neder-Lotharingen.

Trivia Hoewel Sidonia in het zigeunerkamp Lasido meteen herkent, is dit eigenlijk onmogelijk want deze twee hadden elkaar in De zwarte zwaan nooit ontmoet (Sidonia ging hier niet met de rest mee naar Spanje).

Uitgaven

Externe link Jeromba de Griek, Suske en Wiske op het WWW

Categorie:Stripverhaal van Suske en Wiske Categorie:Stripverhaal uit 1966