Karel de Stoute (Dijon, 10 november 1433 – Nancy, 5 januari 1477) was hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg, graaf van Vlaanderen, Artesië, Bourgondië, Henegouwen, Holland, Zeeland en Namen, heer van Mechelen. In 1472 werd hij bovendien hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was de zoon van Filips de Goede en Isabella van Portugal.
De bijnaam, de Stoute (in het Frans: le Téméraire of le Hardi), werd in België en Frankrijk pas gangbaar sinds de periode van de romantiek, betekent "de stoutmoedige" of "de roekeloze". Door de kroniekschrijvers van zijn tijd werd deze bijnaam nog niet systematisch gebruikt. In de kronieken van zijn tijdgenoten heette hij meestal gewoon Karel van Bourgondië. Zijn tijdgenoten noemden hem soms ook "le guerrier" (de krijger), of "le Terrible" (de verschrikkelijke).
Karel werd in 1433 in Dijon geboren als derde kind (de eerste twee, Anton en Jodocus, stierven op jonge leeftijd) uit het huwelijk tussen hertog Filips de Goede en Isabella van Portugal.
Persoonlijkheid, cultuur en huwelijken Karel werd opgevoed onder leiding van Jean d'Auxy, een adviseur van zijn vader, afkomstig uit Artesië. Al vroeg toonde Karel een grote interesse voor wetenschappelijke studies en oefeningen in het hanteren van wapens. Hij had ook belangstelling voor literatuur en voor de kruistochten. Hij las de Griekse schrijver Xenophon en in zijn jeugd een biografie van Alexander de Grote. Net als Filips de Goede bewonderde hij deze Macedonische veldheer en koning. Hij sprak meerdere talen, met name Frans, Diets (de oude benaming voor de volkstaal in Vlaanderen en Brabant), Italiaans, Latijn en Engels. Karel had alle belangrijke historische en politieke teksten in het Latijn gelezen die toen beschikbaar waren. Hij waardeerde muziek, schreef liederen en speelde harp.
Karel trouwde drie keer: Op 19 mei 1440 met Catharina van Valois, dochter van koning van Frankrijk, Karel VII Op 30 oktober 1454 met Isabella van Bourbon, dochter van hertog Karel I van Bourbon. Met haar had hij een dochter: Maria van Bourgondië. Op 3 juli 1468 met Margaretha van York, zus van de Engelse koning Eduard IV van Engeland, te Damme in het huis van baljuw Eustachius Wyts. Het huwelijksfeest te Brugge is beschreven in Die Excellente Cronicke van Vlaenderen door Anthonis de Roovere (uitgave Vorsterman, 1532).
Nadat Karel de Stoute het stadje Neuss van juli 1474 tot juni 1475 had belegerd, trad keizer Frederik III in onderhandeling met Karel. Tijdens deze onderhandelingen werd het huwelijk van Maria met Maximiliaan gepland.
Binnenlandse politiek en ambitie om koning te worden thumb|right|300px|Dubbel vuurijzer, geslagen onder Karel de Stoute, Brugge, 1475 thumb|Karel als negenjarige (16e-eeuwse kopie naar een verloren tekening uit 1442) thumb|Bourgondische bezittingen in 1477 - de tijdelijke aanwinsten van Karel de Stoute zijn roze of gestreept paars thumb|Het kamp van Karel de Stoute bij het beleg van Neuss (1475) thumb|Portret van Karel de Stoute in de Flandria Illustrata (1641). Antonius Sanderus gebruikt de Latijnse benaming Carolus Secundus Bellicosus (Karel II de Oorlogszuchtige) thumb|right|Votiefportret van Karel de Stoute met Sint-Joris op een reliekschrijn (1471) gemaakt door Gérard Loyet in de schatkamer van de kathedraal van Luik thumb|Praalgraf van Karel de Stoute in het koor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge
In 1452, toen hij nog maar 19 jaar oud was, sloeg Karel, graaf van Charolais, met geweld een opstand in de Bourgondische Nederlanden neer. In 1473 vestigde hij in Mechelen de rekenkamer (een middeleeuws ministerie van Financiën) en zijn parlement (de Grote Raad van Mechelen) dat in feite het opperste gerechtshof van de toenmalige Nederlanden was. Al sinds de tijd van zijn vader lag het economische zwaartepunt van het Bourgondische rijk in de Lage Landen en werden bijna alle belangrijke staatszaken van de rondreizende hofraad aldaar beslist.
Karel de Stoute breidde de Bourgondische Nederlanden uit naar het oosten door in 1468 voorgoed af te rekenen met de Luikenaars, die al sinds 1465 opstandig waren (zie Luikse Oorlogen). De opstanden van Luik en Dinant verwijderden hem tijdelijk van zijn Franse belangen. Het prinsbisdom Luik scheidde zijn bezittingen geografisch af in de vallei van de Maas. Op 25 augustus 1466 nam Karel met geweld Dinant in, dat werd geplunderd en vernietigd. Na de dood van Filips de Goede (15 juni 1467) hervatte Luik de vijandelijkheden, maar Karel de Stoute versloeg hen bij Sint Truiden en na de aanval van 600 Franchimontezen nam hij Luik in.
In 1471 viel hij het hertogdom Gelre binnen om hertog Arnold te steunen tegen zijn zoon Adolf van Egmond. Adolf werd gevangengezet en om hem te onterven duidde Arnold Karel aan als wettige erfgenaam van Gelre en het bijhorende graafschap Zutphen. Deze twee titels zouden hem door keizer Frederik III zelf worden toegekend in Trier.
Op 30 september 1473 trok Karel de Stoute met zijn gevolg Trier binnen voor een gesprek met de keizer, gekleed in een kostuum met tientallen diamanten. Zijn doel was dat de titel koning van Lotharingen opnieuw ingevoerd zou worden (deze titel was in 900 afgeschaft), doordat de keizer Karel tot koning zou kronen. Keizer Frederik bedacht zich echter en de nacht voor de kroning ontvluchtte hij de stad per schip over de Moezel, zodat Karel zijn onverwachte vertrek niet tijdig opmerkte. Waarom de onderhandelingen met de keizer mislukten is onduidelijk, maar de rol van de keurvorsten lijkt beslissend geweest te zijn. Karel wenste hun toestemming voor de kroning, terwijl de keizer van mening was dat deze beslissing hem alleen toekwam. Bovendien vervreemdde de hertog de keurvorsten en de omgeving van de keizer van zich door de luxe die hij tentoonspreidde; zo was zijn hermelijnkraag langer dan die van de keurvorsten.
Buitenlandse politiek, oorlogen en overlijden Karel was een verwoed krijgsheer, bijna constant was hij bezig met oorlogen in buurlanden of het (wreedaardig) neerslaan van opstandige vazallen. Zijn roekeloze gedrag, vooral naar het einde van zijn leven toe, werd door sommigen dan ook gezien als een geestelijke afwijking. Karel ambieerde een rijk dat zich uitstrekte van de Noordzee tot de Middellandse Zee, gebaseerd op het oude koninkrijk van Lotharius. Naast de gebieden die hij zelf in bezit had, waren tal van vazallen leenhulde aan hem verplicht: Picardië het prinsbisdom Luik het hertogdom Kleef het graafschap Rethel het graafschap Nevers de drie bisdommen (Metz, Toul en Verdun) het hertogdom Bar het hertogdom Lotharingen (1475-1477) het graafschap Montbéliard het prinsbisdom Bazel het landgraafschap Opper-Elzas de Sundgouw Freiburg-Brisgau het graafschap Bouillon het Sticht Utrecht
Om de twee verschillende delen van het rijk te verbinden keek hij reikhalzend uit naar de Elzas en Lotharingen en kwam hij op die manier in conflict met de Habsburgers en het Heilige Roomse Rijk. Anderzijds wilde koning Lodewijk XI van Frankrijk, die nog maar pas de Honderdjarige Oorlog tegen Engeland succesrijk had beëindigd, zijn werk nu vervolledigen door de op Bourgondië verloren gebieden opnieuw in te lijven. Hij ondersteunde daartoe elke vorm van verzet tegen de hertog. Zijn sluwe diplomatie wierp al snel vruchten af; toen Karel de Stoute op het slagveld van Nancy stierf (1477) en zijn rijk weerloos achterliet, restte hem enkel nog de gebieden te annexeren (zie groene lijn op de kaart).
Ligue du Bien Public en oorlog in Frankrijk Karel de Stoute was de voortrekker van de Ligue du Bien Public (Liga voor het Algemeen Welzijn), een verzameling van hertogen en graven die zich verzette tegen de centralisatieplannen van Lodewijk XI. Nochtans spande zijn achterneef, Jan van Bourgondië (of Nevers) samen met de Franse koning tegen de onafhankelijkheidsplannen van het hertogdom. Deze had samen met Filips de Goede gestreden in Noord-Frankrijk, tijdens de Honderdjarige Oorlog, maar kon het blijkbaar minder vinden met Karel de Stoute. Het kwam op 16 juli 1465 tot een confrontatie in de buurt van Parijs, de Slag bij Montlhéry, waar beide partijen onbeslist uitkwamen en de overwinning claimden. Karel de Stoute belegerde Parijs en dwong Lodewijk XI tot het teruggeven van de Bourgondische bezittingen in Boulogne, Guînes en Picardië en hij plaatste Vlaanderen uit de leen van Frankrijk. Dit werd vastgelegd in de Vrede van Conflans, waarin Lodewijk XI ook de hand van zijn dochter Anne beloofde, met als bruidsschat Champagne en Ponthieu, hoewel hij zich nooit aan deze afspraken zou houden.
Lodewijk XI begon opnieuw met zijn politiek gespin en paaide rebellerende vazallen met titels en privileges, zodat Karel steeds meer tegenstand ondervond tegen zijn plannen voor de 'bevrijding van het Franse volk'. Uiteindelijk dreigde Karel ermee om het bondgenootschap met koninkrijk Engeland weer aan te halen, onder andere door een huwelijk met Margaretha van York, en dit joeg Lodewijk XI duidelijk genoeg schrik aan om aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Tijdens het opstellen van het Verdrag van Péronne brak echter een opstand uit in Luik. Niet geheel onterecht verdacht Karel de Franse koning ervan de stad te hebben opgezet tegen zijn bewind, en dwong hij Lodewijk XI deel te nemen aan de strafexpeditie tegen Luik. Bij het vervallen van het bestand in 1471 probeerde Lodewijk XI nogmaals de hand te leggen op de steden aan de Somme, door Karel te beschuldigen van verraad, en hem voor het parlement te dagen. Karel de Stoute viel Frankrijk binnen met een groot leger, maar kwam niet verder dan een plundertocht in het noorden van het land.
Veroveringen in Elzas-Lotharingen Zijn openlijke conflict met de Franse koning Lodewijk XI zou leiden tot de Bourgondische Oorlogen. In 1467 kocht Karel een leengebied van Sigismund van Tirol, Opper-Elzas en Graafschap Ferrette. Deze wilde het gebied beter beschermen tegen de Zwitserse Confederatie of Eidgenossenschaft. In 1474 veranderde Sigismund echter van kamp, en wilde hij de gebieden terugkopen, een aanbod dat Karel uiteraard zou afslaan. Sigismund wilde het daarbij niet laten en sloot een verbond met de Zwitsers, en samen richtten ze een plundertocht aan in Franche-Comté en Savoye, dat geallieerd was met de hertog van Bourgondië. Karel de Stoute had ondertussen het hertogdom Lotharingen aan zijn rijk toegevoegd en trok erop uit om zijn vijanden af te straffen, maar incasseerde een smadelijke nederlaag tijdens de Slag bij Grandson.
Karel bracht een nieuw leger van 30.000 man op de been, dat hij aanvoerde in de Slag bij Morat op 22 Juni 1476. Hij werd opnieuw verslagen door de Zwitsers, die werden bijgestaan door de ruiterij van de hertog van Lotharingen, zodat hij gedwongen werd zich terug te trekken. De hoge belastingdruk en de afschaffing van privileges leidden tot gemor bij de bevolking van Lotharingen en de pogingen van hertog René II van Lotharingen om zijn steden een voor een te heroveren kregen steun van binnenuit. In een poging om Nancy te heroveren op de rebellen werd Karel definitief verslagen in de Slag bij Nancy door een coalitie van Zwitsers, de hertog van Lotharingen en de rijksstad Straatsburg (ondersteund door de Franse koning).
Overlijden Adviseurs verwittigden Karel dat hij van alle kanten dreigde ingesloten te geraken, maar niets kon hem ertoe bewegen om het beleg van Nancy op te geven. Karel sneuvelde op 5 januari 1477 tijdens de Slag bij Nancy. Hij vluchtte naar een bevroren vijver, toen bleek dat zijn leger aan de verliezende hand was. Het ijs kon het gewicht van de ruiter en het paard niet dragen en brak. Karel riep naar een soldaat op de oever: Red de hertog van Bourgondië! Deze soldaat echter (volgens de overlevering de Lotharinger Claude Bausmont), interpreteerde de uitroep als leve de hertog van Bourgondië, nam Karel voor een gewone Bourgondiër en sloeg hem neer met een slag van zijn zwaard.