Berthold Konrad Hermann Albert Speer (Mannheim, 19 maart 1905 – Londen, 1 september 1981) was een Duits ingenieur-architect en stedenbouwkundige. Tijdens de naziheerschappij over Duitsland (1933-1945) was hij vanaf 1937 rijksarchitect en vanaf 1942 rijksminister van Bewapening en Munitie. Door zijn vriendschap met Adolf Hitler en zijn ministerschap gold hij als een van de machtigste mannen van het Derde Rijk.Conne Island - CEE IEH #109, dokumentation: Eine ganz normale Deutsche Familie. Gearchiveerd op 15 mei 2021. Na de oorlog werd Speer in Neurenberg veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf.
Voor 1933 Het gezin waarin Speer werd geboren behoorde tot de gegoede burgerij. Zijn vader en grootvader waren beiden architecten. Om financiële redenen studeerde Speer aanvankelijk in Karlsruhe. Van de lente van 1924 tot de zomer van 1925 zette hij zijn studie vervolgens voort aan de technische hogeschool van München. In de herfst van 1925 verhuisde hij naar Berlijn en probeerde hij vergeefs aan de Technische Hogeschool in Berlijn-Charlottenburg tot studiebijeenkomsten van Hans Poelzig toegelaten te worden. In 1926 ontving Heinrich Tessenow, een architect van de behoudende school met een zeer bescheiden en niet megalomane stijl, een leerstoel. Speer werd in dat jaar een van zijn studenten. Na zijn diploma te hebben behaald in 1927 bleef Speer nog meerdere jaren, als Tessenows assistent, aan de hogeschool verbonden.
Architect in dienst van Hitler thumb|260px|Speer en Hitler gebogen over een architectonische tekening miniatuur|260px|right|Hitler met de architecten Albert Speer en Ludwig Ruff met bouwplannen en maquettes van het Reichsparteitagsgelände in Neurenberg ca. 1933–1934 Speer was niet bijzonder geïnteresseerd in politiek. Hij werd echter reeds in januari 1931 lid van de NSDAP nadat hij in december 1930 een toespraak van Adolf Hitler had bijgewoond in de Berlijnse Hasenheide. Deze toespraak had een diepe indruk gemaakt op Speer. Zelf schreef hij dat hij een maand had getwijfeld, maar dat hij uiteindelijk toch besloten had om lid te worden, omdat Hitler helemaal niet stereotiep was overgekomen in de toespraak. Het was een zeer rustige toespraak waarin het woord "Jood" niet één keer was gevallen.
In 1932 verliet Speer Berlijn en ging terug naar Mannheim. Hij vestigde zich daar als architect, maar hij kreeg geen opdrachten. In 1934 werd hem gevraagd de meivieringen van de partij vorm te geven. Speers originele idee was om rond het veld in Neurenberg waar de parades werden afgenomen een reeks zoeklichten recht omhoog te laten schijnen. Hierdoor ontstond een mooi lichtspel wat een koepel van licht boven het paradeveld veroorzaakte. Hitler was hierover zeer enthousiast en zo werd Speer Hitlers huisarchitect.
Toen Hitlers toenmalige Hofarchitekt, de uit München afkomstige Paul Ludwig Troost, in 1934 overleed, nam Speer diens taken over, waarmee hij zijn formele leidinggevende Rudolf Hess feitelijk snel overschaduwde in macht en ook in aanzien bij Hitler. Speer ontwierp talrijke gebouwen in klassieke stijl, die als doel hadden de pracht en de macht van het Derde Rijk te tonen en te onderstrepen. In het Deutsche Arbeitsfront (DAF) leidde hij de afdeling Schönheit der Arbeit. Verder werd hij de chef van de onderafdeling van de Rijkspropagandaleiding en verantwoordelijk voor de stedenbouw in de staf van Rudolf Hess.
Voor de wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs ontwierp hij het Duitse paviljoen. Het hoofdbestanddeel bestond uit een enorme toren in classicistische stijl met een grote Duitse adelaar erop. Speer kreeg er de Grand Prix met een gouden medaille voor. miniatuur|Paviljoen van nazi-Duitsland op de wereldtentoonstelling 1937 in Parijs De belangrijkste gebouwen en de aanleg van urbane ruimten voor het Derde Rijk ontwierp Speer echter in Berlijn en Neurenberg. Berlijn als rijkshoofdstad en bestuurscentrum lag voor de hand. In Neurenberg werden voor de machtsovername al diverse zogenaamde partijdagen gehouden, propagandistische massabijeenkomsten georganiseerd door de NSDAP, om het nationaalsocialisme te etaleren aan de Duitse kiezers. Deze Beierse stad lag niet ver van München, de bakermat van de nazipartij, en was daarbij goed bereikbaar via een uitgebreid verkeersnetwerk en bezat als toeristische trekpleister voldoende hotels om veel volk onderdak te bieden. Neurenberg kozen de nazi's ook meer symbolisch als zijnde een belangrijke vroegere rijksstad van het Heilige Roomse Rijk, de plek waar men destijds de rituele symbolen van de keizerlijke macht bewaarde zoals de rijksappel, de scepter en de kroon. De nazi's zetten met de keuze van Neurenberg een eeuwenoude traditie van jaarmarkten, machtige keizers en kastelen voort door daar de nazipartijdagen te laten plaatsvinden. Na de verkiezingsoverwinning in 1933 ging het terrein van de partijdagen grondig op de schop en werd in opdracht van Hitler flink uitgebreid.
Berlijn miniatuur|260px|right| Schaalmodel van de Welthauptstadt Germania, 1939 thumb|260px|Marmeren galerij van 146 m lengte van de nieuwe rijkskanselarij thumb|260px|Schwerbelastungskörper, Berlijn, 1941 In 1937 werd hij benoemd tot regeringscommissaris voor de bouw in de staf van de Führer en inspecteur-generaal voor de bouwnijverheid in Berlijn. Zijn ontwerpen waren naar de smaak van Hitler die hield van gebouwen in een neoclassicistische stijl met een minimalistische uitstraling maar dan vergroot tot buitensporige afmetingen. Voor de spaarzame aankleding wilde Hitler het liefst de klassieke Arische beelden gebruiken van de hand van de door Hitler bewonderde Arno Breker. Vooral voor Berlijn had Hitler grootse plannen. Deze stad zou na de Endsieg herdoopt worden in Germania (overigens is Speer de enige bron die dit beweerde). Met talloze statige bouwwerken en brede boulevards wilde Hitler aan zijn hoofdstad een enorme grandeur geven. Hitlers en Speers megalomane motto was: "hoe groter hoe beter". Speer ordonneerde stabiliteitstesten in de moerassige grond van Berlijn om na te gaan of deze het enorme gewicht van de geplande gebouwen kon dragen. Daartoe bouwde de firma Dyckerhoff & Widmann AG in 1941 tegen de prijs van 400.000 Reichsmark aan de rand van Berlijn het Schwerbelastungskörper. Het betrof een betonnen, 12.360 ton wegende cilinder met een diameter van 21 m. De nog intact zijnde kolos veroorzaakte volgens Speers metingen een verzakking van 19 cm. De Berlijnse ondergrond was bijgevolg geschikt voor het bouwen van dergelijke grootschalige bouwwerken. Tevens werd een begin gemaakt met het aanleggen van de weids opgezette boulevards. In 1938 en 1939 werd in recordtijd de bouw van de nieuwe Rijkskanselarij aan de Wilhelmstrasse en de Voßstraße voltooid. Speer toonde zich hier al als een goede bouworganisator. Het bouwwerk met gigantische afmetingen (het geheel mat 200 ha) was voor Hitler een representatieve plaats om de buitenlandse gasten en diplomaten te ontvangen. Zij moesten op deze wijze onder de indruk raken van de grootsheid van het Duitse Rijk. Het merkwaardigste onderdeel van het geheel betrof een lange rechte galerij van 146 m lengte, twee maal zo lang als de spiegelzaal in Versailles van 73 meter, met een spiegelgladde vloer die leidde naar de persoonlijke ontvangstruimten van Hitler; deze "straat" werd "der lange Marsch der Diplomaten" genoemd. Sommigen maakten de opmerking dat de gladde vloer eigenlijk wel gevaarlijk was om op te lopen. Hitler wimpelde deze bezwaren weg met de woorden: “Diplomaten zijn wel gewend om zich op glad ijs te begeven”. Door het uitbreken van de oorlog moesten verdere plannen echter opgeschort worden. Gereed kwam wel het vliegveld Tempelhof, dat in 2008 werd gesloten. Ook het nog steeds gebruikte Olympisch Stadion van 1936 was een onderdeel van de herbouw van Berlijn. Hitlers nieuwe kanselarij werd tijdens de eindstrijd in 1945 zwaar beschadigd en kort na de oorlog afgebroken.
Neurenberg miniatuur|260px|Algemeen plan van het Reichsparteitagsgelände, Neurenberg, 1940 260px|miniatuur|Parade op het Zeppelinveld met 38.000 Arbeitsdienstmänner, Rijkspartijdag van 1937 thumb|upright=1.3|260px|De lichtkathedraal boven de Zeppelintribune in Nürnberg thumb|260px|Arno Breker portretteert Speer (1940) In de vroegere Rijksstad Neurenberg (Nürnberg) ontwierp Speer vanaf 1934 een aantal gebouwen op het Reichsparteitagsgelände (de terreinen van de rijkspartijdagen) vertrekkende van het masterplan van architect-urbanist Paul Ludwig Troost. Troost kreeg van de partij opdracht om een recreatiegebied aan de stadsrand om te vormen tot een geschikte locatie voor een massa-evenement het zogenoemde Reichtsparteigelände, een gebied van 11 km². Men verplaatste daartoe de dierentuin, en de vuurtoren brak men af. Men voorzag in een Große Straße van 1,5 km lengte en 50 m breed die visueel aansloot op de middeleeuwse keizerlijke burcht van Nürnberg. Gevangenen van het concentratiekamp Flossenbürg en Mauthausen kapten het graniet voor de 6 000 tegels waarover de soldaten zouden marcheren.Zie EOS-geschiedenis, nr. 1, blz. 107, najaar 2016. Gearchiveerd op 16 november 2016. Langs deze lange straatas plande men de Luitpoldarena, het Zeppelinveld, het Deutsches Stadion, een Hitlerjugendstadion, een Marsveld en twee treinstations. Slechts het Zeppelinveld met dito tribune naar een ontwerp van Speer werd afgewerkt. De kosten van de oorlogsindustrie beletten de verdere uitbouw van al deze megalomane plannen. Voor de tribune met een lengte van 360 m stond het antieke kleinschaligere Pergamonaltaar model. 320.000 toeschouwers konden de parades op het Zeppelinfeld volgen. Bij nacht schenen 250 grote spots de lucht in als een van ver te ziene lichtkathedraal. Nu is de plek herschapen tot een ruïne en op eigen risico te betreden. Via Google Earth kan men inzoomen op het Zeppelinveld en krijgt men een beeld van de huidige vervallen toestand.
Op deze plek filmde Leni Riefenstahl Hitlers propagandafilm Triumph des Willens over de aldaar gehouden Rijkspartijdag van 5 september 1934. Neurenberg is ook bekend van de Rassenwetten van Neurenberg en het ontnemen van burgerrechten aan de Joden. In deze stad vonden ook de naoorlogse processen van Neurenberg plaats. Door misleiding van het tribunaal wist Speer aan de doodstraf te ontkomen.
Speer als organisator en minister van bewapening vanaf 1942 upright|thumb|Speer inspecteert in 1944 de tank Panzerkampfwagen V Toen Hitler later meer en meer door de oorlog werd opgeslokt, verminderde zijn aandacht voor Speer maar hij verloor hem omwille van diens bewezen managerskwaliteiten niet uit het oog. Op 8 februari 1942 werd Speer door Hitler benoemd tot opvolger van de bij een vliegtuigongeluk omgekomen rijksminister voor Bewapening en Munitie, Fritz Todt. Speer, een overtuigd nationaalsocialist, zette zijn uitzonderlijk organisatietalent in om de productie van wapens en munitie in stand te houden en te maximaliseren, gebruikmakend van massale dwangarbeid en in eensgezinde samenwerking met de SS als leverancier van arbeidskrachten. Samen met Goebbels behoorde hij tot de belangrijkste aanjagers van een even alomvattende ("totale") als uitzichtloze oorlogvoering die tot ontzaglijk verlies van mensenlevens en een almaar toenemende verwoesting van Duitse steden heeft geleid.
Het Endspiel Hitlers laatste bevelen aan Speer