De Alpen vormen een bergketen in Europa, die zich uitstrekt van de Franse Middellandse Zeekust in het zuidwesten tot de Pannonische vlakte in het oosten. De oppervlakte van het gebergte is meer dan 200.000 km². De Alpen spreiden zich over acht landen: Oostenrijk (29%), Italië (27%), Frankrijk (21%), Zwitserland (13%), Duitsland (5,8%), Slovenië (3,6%), Liechtenstein (0,08%) en Monaco (0,001%). Er kan gesteld worden dat Hongarije hier ook toe behoort, aangezien bijvoorbeeld het op zijn grens gelegen Ödenburgergebergte tot de Alpen wordt gerekend. De oostrand van de Alpen, wordt ook wel Alpokalja genoemd en betekent in het Hongaars letterlijk "Voet van de Alpen" . In totaal wonen er circa 13 miljoen mensen in de gehele Alpen.
De Alpen worden begrensd door de Povlakte, de Golf van Genua, de Rhônevlakte, de Jura, de Zwitserse Hoogvlakte, het Alpenvoorland van Beieren en de Kleine Hongaarse Laagvlakte. De boog van de Alpen begint bij de Golf van Genua, waar het gebergte oostwaarts overgaat in de Apennijnen. Vanaf hier loopt het gebergte naar het noorden, om dan oostwaarts rond de Povlakte te buigen. In deze ombuiging komen de Alpen tegen de Jura aan om dan verder naar het oosten geleidelijk lager te worden. Bij Wenen zijn de Alpen gescheiden van de geologisch verwante Karpaten door het Bekken van Wenen.
Slechts in het westen van de Alpen liggen toppen boven de 4000 meter. De hoogste top is de Mont Blanc (4808 m) en daarnaast zijn er 82 toppen hoger dan 4000 meter. De Alpen is een relatief jong gebergte, gevormd tijdens de Alpiene orogenese in het Tertiair. In de Alpen ontspringen vele grote rivieren van Europa, zoals de Rhône, de Rijn, de Po en de Inn. Bovendien wordt de Donau voor een belangrijk deel gevoed door Alpenrivieren, waarvan de Inn de voornaamste is.
De Alpen vormen een belangrijke geografische barrière in Europa. Sinds de prehistorie vormen de Alpenpassen belangrijke verbindingen tussen Zuid- en Noord-Europa. Ook in de 21e eeuw is een selectie bergpassen (en tunnels) van internationaal belang.
Geografie De Alpen zijn het grootste en hoogste gebergte van Europa naast de Kaukasus (grens met Azië). De naam heeft oorspronkelijk betrekking gehad op de veeweiden op de niet te steile en rotsige berghellingen. Men spreekt in de Duitstalige alpine gebieden trouwens nog van Ätzalpen (zomerweiden) en Heualpen (schralere graslanden die uitsluitend of hoofdzakelijk als hooiland worden gebruikt). Daarnaast kent men onder meer Sennalpen (bergweiden voor melkvee dat gehouden wordt ten behoeve van de bergkaasbereiding) en Galtalpen.
Het hoogste punt van de Alpen is de 4808 meter hoge Mont Blanc, letterlijk ‘witte berg’ dankzij de eeuwige sneeuw op de top van de berg. Andere bekende bergen zijn de Matterhorn, Zugspitze, Eiger en Großglockner. Vele grote rivieren ontspringen in de Alpen waaronder de Rhône, de Rijn en de Po. Bovendien wordt de Donau voor een belangrijk deel gevoed door Alpenrivieren, waarvan de Inn de voornaamste is. Daarnaast zijn er in de Alpen en in de directe nabijheid daarvan vele meren, de grootste zijn: het Meer van Genève, het Bodenmeer, het Gardameer en het Lago Maggiore.
Indeling en begrenzing thumb|Matterhorn, Walliser Alpen thumb|Het uitzicht vanaf Grigne, Barzio, Italië thumb|Piz Bernina, Berninamassief De Alpen worden verdeeld in oostelijke en westelijke Alpen, waarbij de grens op de lijn Bodenmeer-Chur-Splügenpas-Comomeer ligt. Daarnaast worden de oostelijke Alpen van noord naar zuid in drie groepen ingedeeld: de Noordelijke Kalkalpen, de Centrale Alpen en de Zuidelijke Kalkalpen. Rond de 'echte' Alpen liggen verschillende uitlopers en lagere bergmassieven die men kent als de Voor-Alpen. Afhankelijk van de definitie van de Alpen worden deze Voor-Alpen al dan niet tot de Alpen gerekend.
Als meest zuidwestelijke pas van de 'echte' Alpen wordt de Tendapas genomen.1911 Encyclopædia Britannica/Alps. Gearchiveerd op 28 december 2021. De grens tussen Alpen en Apennijnen ligt bij de Cadibonapas. Tussen beide liggen de Ligurische Alpen.
Het oostelijke einde van de 'echte' Alpen op de kam van de Niedere Tauern wordt soms bij de Radstädter Tauernpas, de Schoberpas (849 m) of op de Leopoldsberg bij Wenen gelegd. De Schoberpas markeert het oostelijke einde van de Niedere Tauern. Aan de oostzijde van de Alpen wordt naast de hoofdkam over de Hohe en Niedere Tauern soms een tweede hoofdkam naar de Julische Alpen onderscheiden. Deze laatste verloopt vanaf het Toblachzadel en de Camporossopas naar de Julische en Kamnische Alpen.
Westelijke Alpen Ligurische Alpen Zee-Alpen Alpen en Voor-Alpen van de Provence Massif des Trois-Évêchés Cottische Alpen Alpen van de Dauphiné Écrinsmassief Belledonne Voor-Alpen van de Dauphiné Dévoluymassief Vercors Grajische Alpen Vanoisemassief Gran Paradiso Mont Blancmassief Voor-Alpen van de Savoye Aiguilles Rouges Walliser Alpen of Penninische Alpen Lepontische Alpen Vooralpen rond Lugano Berner Alpen Glarner Alpen Zwitserse Vooralpen
Oostelijke Alpen Noordelijke Kalkalpen Rätikon Wettersteingebergte Karwendel Centrale Alpen Rätische Alpen Albula Alpen Berninamassief Ötztaler Alpen Zillertaler Alpen Hohe Tauern Gurktaler Alpen Lavanttaler Alpen Sarntaler Alpen Zuidelijke Kalkalpen Ortler Alpen Bergamasker Alpen Adamellomassief Prealpi Gardesane Gailtaler Alpen Dolomieten Julische Alpen Karawanken Kamnische Alpen Karnische Alpen
Hoge Alpentoppen
Volgens de conventies van de UIAA zijn er in totaal 82 toppen in de Alpen boven de 4000 meter, zogeheten vierduizenders. De hoogste Alpentop is de Mont Blanc, waarvan de eerste meting in 1775 een hoogte van 4775 meter aangaf. Sinds de nieuwste metingen in 2021 is de berg officieel 4807,81 meter hoog.De Mont Blanc is 1 meter minder hoog dan in 2017: is de hoogste berg van West-Europa echt gekrompen?. De Mont Blanc ligt op de Frans-Italiaanse grens, vlakbij Chamonix-Mont-Blanc in de Franse Alpen. De Mont Blanc werd lange tijd beschouwd als hoogste berg van Europa, maar wanneer de Kaukasus tot Europa gerekend wordt, valt die eer ten deel aan de Elbroes (5642 m).
Landen (deels) in de Alpen en de hoogste berg Duitsland, hoogste berg: Zugspitze (2962 m) Liechtenstein, hoogste berg: Grauspitz (2599 m) Oostenrijk, hoogste berg: Großglockner (3798 m) Slovenië, hoogste berg: Triglav (2864 m) Frankrijk, hoogste berg: Mont Blanc (4808 m) Italië, hoogste berg is ook de Mont Blanc. Op kaarten uitgegeven door de Frankrijk ligt de Frans-Italiaanse grens ten zuiden van de top; hierdoor zou niet de Mont Blanc, maar de Mont Blanc de Courmayeur (4748 m) de hoogste bergtop van Italië zijn. Tijdens de conventie van 7 maart 1861 is de grens over de top van de Mont Blanc getrokken. Zwitserland, hoogste berg : Dufourspitze (4634 m) in het Monte Rosamassief Monaco, hoogste berg: Chemin des Révoires (162 m) Hongarije, hoogste berg: Magas-Bérc (557 m) in het Ödenburgergebergte (dat ook tot de Alpen wordt gerekend)
Hydrografie De hoofdkam van de Alpen loopt gelijk met de waterscheiding tussen verschillende stroomgebieden. Dit zijn voornamelijk de stroomgebieden van vier grote Europese rivieren: de Rhône, Rijn en Donau aan de "noordzijde" en de Po aan de "zuidzijde". Een aantal zijrivieren van deze stromen die in de Alpen ontspringen zijn de Durance, Drac, Isère, Voor-Rijn, Achter-Rijn, Ticino, Inn, Drau, Salzach, Enns en Mur. Andere stroomgebieden van rivieren die rechtstreeks in de Middellandse Zee uitmonden zijn die van de Roya en de Var in het zuidoosten van Frankrijk en dat van de Adige en de Piave in het noordoosten van Italië.
Tussen de Pizzo Pesciora en de Lunghinpas vormt de hoofdkam van de Alpen eveneens de Europese waterscheiding tussen de Atlantische Oceaan (Rijn) in het noorden en de Middellandse Zee (Rhône, Po en Donau) in het zuiden. De Pizzo Pesciora (in feite een wat lagere top even ten noorden ervan) vormt het tripelpunt tussen de stroomgebieden van de Rhône, Rijn en Po. De Lunghinpas vormt een drievoudige waterscheiding tussen Rijn, Donau en Po. Ten westen van de Pizzo Pesciora en ten oosten van de Lunghinpas stromen beide zijden van de Alpen af naar de Middellandse Zee. Ten westen van de Pizzo Pesciora loopt de hoofdkam over de waterscheiding tussen Rhône, Var en Roya aan de westzijde van de Alpen en de Po aan de oostzijde.
Geologie 300px|thumb|Intense plooien in een schist uit de centrale zone van de Alpen (Lukmanierpas). 300px|thumb|Een ammoniet (een uitgestorven soort inktvis) uit de Noordelijke Kalkalpen. Dit deel van de Alpen bestaat uit sedimenten uit de ondiepe binnenzeeën die ooit de zuidelijke rand van Europa bedekten.
De Alpen vormen een onderdeel van een Tertiaire gordel van gebergtes die langs de zuidelijke grens van de continenten Europa en Azië loopt. Deze gordel van gebergtes werd gevormd tijdens de Alpiene orogenese. De gordel lijkt niet continu door te lopen, er zitten gaten tussen bijvoorbeeld de Alpen en de Karpaten. Gebergtevorming heeft wel degelijk overal plaatsgevonden, maar latere tektonische daling van de tussengelegen stukken lithosfeer heeft ervoor gezorgd dat de bergen niet continu doorlopen.
De Alpen zijn ontstaan als gevolg van platentektoniek, om precies te zijn het naar elkaar bewegen van de Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen, waardoor het stuk van de lithosfeer dat Italië bevat als het ware in Europa gedrukt werd. Dit gebeurde in een aantal fasen, te beginnen in het Krijt (rond 110 miljoen jaar geleden) en met het hoogtepunt tijdens het Paleogeen, zo'n 50 tot 35 miljoen jaar geleden. Ook tegenwoordig gaat het naar elkaar toe bewegen van de platen nog door.
Tijdens gebergtevorming worden delen van de aardkorst omhoog gestuwd, geplooid en over elkaar geschoven. In de centrale zone van het gebergte, waar de twee platen aan elkaar grenzen, bewegen stukken lithosfeer diep de aardmantel in (dit proces noemt men subductie). Sommige van deze delen komen daarna weer omhoog, maar hebben bij hun reis door de diepte metamorfose ondergaan, verandering van de mineralen waaruit het gesteente bestaat.
Net als andere gebergten hebben de Alpen een opbouw met een centrale zone in het midden en aan weerszijden een voorland en een achterland. De centrale zone bestaat uit metamorfe gesteenten uit de diepere delen van de continenten en fragmenten van de aardmantel of van de ooit tussen de twee continenten gelegen oceaankorst. Dit zijn voornamelijk gneisen en schisten.
De randen van de continenten werden voor de gebergtevorming, in het Jura en Krijt, bedekt met warme ondiepe binnenzeeën, waar veel organismen leefden die skeletjes uit kalk opbouwden. De randen van de continenten waren daarom bedekt met dikke lagen kalksteen. Tijdens de vorming van de Alpen werd deze kalksteen omhoog gestuwd, geplooid en over elkaar geschoven. Tegenwoordig vormen de dikke lagen kalksteen de Noordelijke en Zuidelijke Kalkalpen aan weerszijden van de centrale zone.
Ten slotte liggen aan zowel de zuidelijke als noordelijke flank van de Alpen grote bekkens, waar de aardkorst onder het gewicht van het gebergte naar beneden beweegt. Hier verzamelde zich veel erosiemateriaal uit het gebergte in de vorm van sediment. In het zuiden is dit het Pobekken, in het noorden het Molassebekken in Zwitserland en Zuid-Beieren.
Het reliëf van bergen en dalen is vergeleken met deze processen relatief nieuw. Het werd voornamelijk gevormd in het Kwartair (de laatste 2,5 miljoen jaar), tijdens diverse perioden van flinke vergletsjering (glacialen), waarbij niet alleen de Alpen, maar ook omliggende gebieden bedekt waren met gletsjers. In het gebergte hebben de gletsjers diepe trogdalen uitgesleten en materiaal uit het gebergte meegevoerd naar de vlakkere gebieden in het voor- en achterland. Voorbeelden van door gletsjers gevormde dalen zijn de grote meren van Noord-Italië.
Klimaat