thumb|Interpersoonlijk circumplex Het interpersoonlijk circumplex of de interpersoonlijke cirkel is een model dat het gedrag ten opzichte van andere mensen beschrijft. Het gedrag wordt uitgedrukt in twee dimensies, veelal agency of dominantie enerzijds en verbondenheid of affectie anderzijds. De combinatie hiervan leidt tot een cirkelvorm. Het is echter geen dichotoom model, maar een continuüm, zodat gedrag in de meeste gevallen binnen de uiterste cirkel van extreem gedrag zal vallen. Het model kreeg zijn grootste bekendheid door Timothy Leary en door cirkelvorm met mogelijke punten daarbinnen waardoor het gezien kan worden als schietschijf, is het ook bekend als de roos van Leary. Leary gebruikte deze term zelf echter niet en sindsdien is het model verder geëvolueerd.
Hoewel de hoek van de vector belangrijk is om het soort gedrag te bepalen, geeft de lengte de mate van gedrag weer. Hoe verder naar de buitenkant, hoe onaangepaster het gedrag en hoe groter de weerstand of sociale allergie blijkt te zijn die opgewekt wordt. (2010): 'Social allergens' in ; Handbook of Interpersonal Psychology. Theory, Research, Assessment, and Therapeutic Interventions, John Wiley & Sons
Er zijn vele verschillende vormen waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de zwakke en sterke variant. De zwakke variant is de interpersoonlijke cirkel waarbij de persoonlijkheidstrekken weliswaar cirkelvormig zijn uitgezet, maar waarbij de onderlinge positie daarbij weinig betekent. De sterke variant is de circumplex waarbij de onderlinge posities aan strikte geometrische voorwaarden op basis van een interpersoonlijke theorie voldoen.The properties of the Interpersonal Circle just described may be viewed as simply a convenient pictorial representation of concepts associated with an interpersonal theory of personality. [...][The circumplex] may also be taken to be a formal geometric model of the interrelations among indicants of constructs derived from an interpersonal theory of personality. ; ; (1989): 'Circular reasoning about interpersonal behavior: Evidence concerning some untested assumptions underlying diagnostic classification' in Journal of Personality and Social Psychology, Volume 56, Issue 2, p. 296-305
Het model moet niet gezien worden als een simpel stimulus-respons-behaviorisme waarbij gedrag slechts volgt uit de signalen van de omgeving. Het zelfbeeld, de eigen motieven en behoeften spelen ook een belangrijke rol. Het model kan echter wel dienen om een beeld te krijgen van de mate van iemands socialisatie.Although complementarity is neither the only reciprocal interpersonal pattern that can be described by the IPC nor proposed as a universal law of interaction, empirical studies consistently find support for its probabilistic predictions (e.g., Locke & Sadler, 2007). However, complementarity should not be conceived of as simply a behavioral stimulus—response chain of events. Rather, mediating internal psychological processes (e.g., each interactant’s self–other schemas, the motives and needs embedded in these schemas, and their effects on subjective experience) influence the likelihood of complementary patterns, and thus complementarity is most helpful if it is considered a common baseline for the field-regulatory pulls and invitations of interpersonal behavior associated with healthy socialization. ; (2010): 'Evidence-based interpersonal psychotherapy with personality disorders: Theory, components, and strategies' in (ed.) Evidence-Based Treatment of Personality Dysfunction. Principles, Methods, and Processes, American Psychological Association, p. 113-166
Afwijkingen kunnen het gevolg zijn van een beperkte sociale vaardigheid met weinig begrip van wat interpersoonlijke situaties vereisen, moeite om de eigen behoeften en motieven te communiceren en moeite om de behoeften en intenties van anderen te begrijpen.
Model Het interpersoonlijk circumplex is een grafiek in de vorm van een cirkel met sectoren met daarin persoonlijkheidstrekken of gedrag die van toepassing zijn in interpersoonlijke situaties.; (1997): 'When is a circumplex an "interpersonal circumplex"? The case of supportive actions' in ; (eds.) Circumplex Models of Personality and Emotions, American Psychological Association, p. 57-80 Er zijn vele verschillende soorten cirkels, variërend van 4, 8 tot 16 sectoren. De horizontale as is veelal de mate van verbondenheid of affectie – ook wel weergegeven als afstand-nabijheid – terwijl de verticale as meestal de mate van dominantie en volgzaamheid weergeeft, ook wel weergegeven als boven-onder.
thumb|Cirkelvormig profiel met resultante Aan de binnenzijde is veelal normaal gematigd gedrag te vinden, terwijl richting de buitenzijde het gedrag extremer wordt en meer weerstand oproept. Met behulp van deze methode kunnen gedragspatronen geanalyseerd worden waarbij de twee bepalende aspecten van het interpersoonlijk gedrag worden uitgezet in een spreidingsdiagram, resulterend in een hoek die aangeeft welk gedrag het betreft en een vector die de intensiteit daarvan aangeeft. Een andere mogelijkheid met meer detail is er met het radardiagram waarbij elk van de vier, acht of zestien sectoren apart gescoord wordt. Bij een strikt geometrische circumplex zou het spreidingsdiagram hiervan de resultante zijn. (1994): 'The circumplex as a tool for studying normal and abnormal personality: A methodological primer' in ; (eds.) Differentiating Normal and Abnormal Personality. Covert Internal Processes, Springer, p. 243–263
Goed aangepaste mensen variëren hun gedrag over de cirkel afhankelijk van wie ze tegenover zich treffen, waarbij hun gedrag zich meer naar het midden bevindt. Zeer onaangepaste mensen kenmerken zich door hun gedragsintensiteit richting de buitenkant van de cirkel en hebben veelal een beperkt gebied van reacties: Abnormality consists of the rigid reliance on a limited class of interpersonal behaviors regardless of situational influences or norms, that often are enacted at an inappropriate level of intensity. Normality, then, is simply the flexible and adaptive deployment, within moderate ranges of intensity, of behaviors encompassing the entire circle, as varied interpersonal situations dictate. (1991): 'The social-interactional viewpoint' in ; ; (eds.) The Clinical Psychology Handbook, Pergamon, p. 185–199
Interactie tussen mensen Hoe iemand zich gedraagt, lokt gedrag uit bij een ander, al is dit veelal onbewust: Interpersonal behaviors, in a relatively unaware, automatic, and unintended fashion tend to invite, elicit, pull, draw, or entice from interactants restricted classes of reactions that are reinforcing of, and consistent with, a person's proffered self-definition. If complementary reactions are not forthcoming from interactants, the relationship will either not endure or it will be altered in such a manner that complementarity is established. Als het gedrag van beide bij elkaar aansluit, is dit complementair gedrag. Bij twee mensen die zich verticaal in tegenoverliggende sectoren bevinden – complementaire sectoren, bijvoorbeeld linksboven en linksonder – treedt veelal toenadering op. Mensen in horizontaal tegenoverliggende sectoren – symmetrisch of anticomplementair – vermijden elkaar vaak. Mensen in dezelfde sector of diagonaal tegenovergesteld – acomplementair – zullen elkaar afwisselend aantrekken en afstoten.
Om deze reden veranderen de meeste tweetallen vanzelf naar een interactie vanuit twee verticaal tegenovergestelde posities. Dit gedrag houden ze vervolgens vaak lang zelf in stand. De interactie kan ook veranderen waarbij twee mensen verticaal wel in dezelfde posities blijven – de een blijft dominant, de andere volgzaam – maar samen schuiven ze wel naar andere horizontale posities. Een conflict kan ontstaan doordat twee mensen van helpend en meewerkend naar aanvallend en opstandig bewegen. Tijdens het oplossen bewegen ze weer terug.
Gedragsbeïnvloeding Een conflict hoeft niet slecht te zijn en kan zelfs constructief zijn, maar het mag niet te lang duren. Vooral omdat het gevaar bestaat dat het conflict uit de hand loopt en steeds meer richting de buitenkant van de roos gaat. Daar treedt extremer gedrag op, zoals schreeuwen en wantrouwen.
Het model kan gebruikt worden om iemands gedrag bewust te beïnvloeden. Afhankelijk van de situatie en de fase kan bepaald worden welk kwadrant van gedrag toepasselijk is om een opstandig persoon (tegen) tot samenwerking te krijgen. Eerst zal bepaald moeten worden in welk kwadrant deze persoon zich bevindt, waarna positie gekozen kan worden in het kwadrant dat zich hier rechts van bevindt. Gedrag uit hetzelfde kwadrant of diagonaal tegengesteld gedrag moet voorkomen worden, aangezien dit averechts werkt. Als iemand defensief gedrag (linksonder, volgend-tegen) vertoont, betekent dat helpend gedrag (rechtsonder, volgend-samen). De persoon zal dan geneigd zijn zich aan te passen door leidend gedrag (rechtsboven, dominant-helpend) te gaan vertonen. Hetzelfde geldt voor iemand die aanvallend gedrag (linksboven, dominant-tegen) vertoont. Hier tegenover past leidend (rechtsboven, dominant-helpend) gedrag. De andere persoon zal zich dan waarschijnlijk in het kwadrant rechtsonder schikken.YouTube - Roos van Leary- voorbeeld leraar & leerling (korte uitleg). Gearchiveerd op 13 januari 2019.
De hiërarchische posities zijn bij de toepassing niet relevant. Het vasthouden aan de hiërarchische posities kan er juist voor zorgen dat diagonale posities ten opzichte van elkaar blijven bestaan, waardoor afstoting en conflicten in stand blijven.
Uiteraard kan het model ook op een negatieve wijze worden toegepast om iemand naar een kwadrant aan de linkerzijde te bewegen en zo conflicten te creëren.
Theorievorming Henry Murray ontwikkelde met Christiana Morgan in de jaren 1930 methodes om behoeften te meten, waaronder de thematische apperceptietest (TAT), en kwam zo in 1938 tot een theorie van 20 behoeften die het menselijk gedrag bepalen. (1938): Explorations in Personality, Oxford University Press In de behoeftetheorie van Murray bleken secundaire of psychogene behoeftes vooral interpersoonlijk te zijn. Kurt Lewin had dit al vastgelegd in de formule van Lewin: G = ƒ(P, O), waarbij G gedrag is, P persoon en O sociale omgeving. (1936): Principles of Topological Psychology, McGraw-Hill
Harry Stack Sullivan stelde in het postuum verschenen The Interpersonal Theory of Psychiatry dat persoonlijkheid groeit door interpersoonlijk contact, daarbij afstand nemend van Sigmund Freud die de nadruk legde op intrapsychische conflicten: I had come to feel over the years that there was an acute need for a discipline that was determined to study not the individual organism or the social heritage, but the interpersonal situations through which persons manifest mental health or mental disorder. (1953): The Interpersonal Theory of Psychiatry, Norton
Sullivan ging daarbij zelfs zover te stellen dat persoonlijkheid vooral door interpersoonlijk contact wordt bepaald: Personality is the relatively enduring pattern of recurrent interpersonal situations which characterize a human life. Daarbij is de gereflecteerde beoordeling (reflected appraisal) – iemands beleving van de beoordeling door anderen – van invloed op het zelfbeeld en ontstaat een representatie van het zelf en anderen.
Dat betekent niet dat interne processen geen rol spelen. Zo is er sprake van een cognitieve ontwikkeling, waarbij aanvankelijk voor zeer jonge kinderen iets niet bestaat buiten de directe waarneming, de prototaxische ervaring. De volgende fase is de parataxische ervaring waarbij de werkelijkheid nog niet goed begrepen wordt. Pas bij de syntaxische ervaring is er een goed begrip van de situatie. Volgens Sullivan valt ook bij volwassenen nog een flink deel binnen de parataxische ervaring, wat bijdraagt aan misverstanden in communicatie: