Thomas Nagel (Belgrado, 4 juli 1937) is een Amerikaans filosoof. Hij is hoogleraar rechten en filosofie aan de New York University. Zijn publicaties gaan vooral over de filosofie van de geest, politieke filosofie en de ethiek. Nagel is ook betrokken bij de redactie van de Encyclopædia Britannica. Hij is vooral bekend in de filosofie vanwege zijn kritiek op het reductionisme, met name in zijn artikel What is it like to be a bat? (1974). Hij betoogt dat de subjectieve ervaring of het bewustzijn niet kan worden gemeten door middel van de objectieve methoden van de moderne wetenschap. Daarnaast is hij ook bekend voor zijn bijdragen aan discussies rond deontologische en liberale morele en politieke theorieën. Dit komt met name naar voor in zijn werk The Possibility of Altruism (1970). Het hoofdthema in zijn gehele werk is de confrontatie tussen enerzijds het objectieve standpunt (onpersoonlijk en extern) en anderzijds het subjectieve standpunt (persoonlijk en intern), en de problemen die hieruit voortvloeien in de filosofie.

Biografie thumb|Thomas Nagel kreeg de Balzan Prijs, samen met Maurizio Calvesi, Ian Frazer en Wallace Broecker. Nagel werd geboren op 4 juli, 1937 in Belgrado in het huidige Servië als kind van een Joodse familie. Hij kreeg zijn Bachelor of Arts aan de Cornell Universiteit in 1958 en behaalde daarnaast nog een Bachelor in de filosofie aan de Universiteit van Oxford. Zijn PhD kreeg hij uiteindelijk in 1963 aan de Harvard-universiteit onder de supervisie van John Rawls. Alvorens zich in New York te vestigen, gaf Nagel nog een tijd les aan de Universiteit van Californië - Berkeley (van 1963 tot 1966) en aan de Princeton-universiteit (van 1966 tot 1980), waar hij een enkele bekende filosofen bij zijn studenten had, zoals onder andere Susan Wolf, Shelly Kagan en Samuel Scheffler, waarvan de laatste ook zijn collega zou worden aan de New York University. In 2006 werd hij een lid van de American Philosophical Society.Biografische gegevens van Nagels CV aan de New York University (PDF).

Nagel is tevens lid van de American Academy of Arts and Sciences en ook verbonden met de British Academy. Daarnaast was hij ook nog verbonden met de Guggenheim Foundation, National Science Foundation, en de National Endowment for the Humanities.Van Nagels faculteitspagina aan de New York University.. In 2008 kreeg hij de Rolf Schock prijs voor zijn werk in de filosofie en in 2009 kreeg hij de Balzan Prijs voor moraalfilosofie. en kreeg hij ook het eredoctoraat in de letteren van de Universiteit van Oxford.Professor Thomas Nagel, FBA in Oxford University Gazette

Filosofie Het nut van de filosofie is volgens Nagel dat het ons toelaat reflexief te leven in het licht van de waarheid. Er is echter volgens Nagel een aspect in de menselijke natuur dat ons aanzet om van dit ideaal af te wijken. We hebben een innerlijke aantrekking tot foute conclusies in de filosofie, voortkomend uit een intern conflict in de menselijke natuur. Nagel beschrijft dit conflict als volgt: "What really happens in the pursuit of objectivity is that a certain element of oneself, the impersonal or objective self, which can escape from the specific contingencies of one's creaturely point of view, is allowed to predominate. Withdrawing into this element one detaches from the rest and develops an impersonal conception of the world and, so far as possible, of the elements of self from which one has detached. That creates the new problems of reintegration, the problem of how to incorporate these results into the life and self-knowledge of an ordinary human being. One has to be the creature whom one has subjected to detached examination, and one has in one's entirety to live in the world that has been revealed to an extremely distilled fraction of oneself."Nagel, T., The View from Nowhere, p. 9. Uit dit citaat blijkt al het centrale probleem van Nagel: de dichotomie van enerzijds het subjectieve en anderzijds het objectieve standpunt (point of view). De eerder genoemde neiging om fouten te maken, komt voort uit het feit dat een deel van ons, het rationele deel, van nature zoekt naar een (onmogelijk) totaalbeeld van de wereld. Deze idee vloeit voort uit de intuïtieve connectie die we leggen tussen rede en eenheid. De verbinding is er vooral omdat men - om de dingen te verstaan - een objectief begrip ervan wil hebben. Objectiviteit wordt intuïtief verstaan als een standpunt dat met zo veel mogelijke standpunten in overeenstemming of verzoenbaar is. Het hangt dus samen met onze drang om perspectivisme te overstijgen. Een wereld die volledig bestaat uit een reeks perspectieven zou door ons als een verdeelde, meervoudige realiteit worden ervaren. We willen echter dat de realiteit eenvoudig en eenduidig is. Dat Nagel stelt dat dit naar fouten leidt, wil niet zeggen dat hij niet gelooft dat de realiteit uit één geheel bestaat, want hij gelooft dit wel.Thomas, A., Thomas Nagel, p. 3 Nagel betoogt dat onze manieren om de wereld te begrijpen dit ons echter niet toelaten te denken. thumb|250px|Nagel betoogt dat de hedendaagse reductionistische theorieën van het mentale er niet in slagen om alle aspecten van de mens te vatten.

Het conflict komt dus voort uit enerzijds onze drang naar een totaalbeeld, en anderzijds de theoretische onmogelijkheid daarvan. Nagel stelt dat een vaak voorkomende reactie op dit conflict er een van zelfbedrog is. Zelfbedrog in de zin dat we onszelf wijsmaken dat we toch in deze opzet slagen, hoewel dit eigenlijk niet het geval is. Dit zelfbedrog of deze ontwijking van het conflict komt volgens Nagel in drie vormen voor: reductie, eliminatie of annexatie."Subjective and Objective" in Nagel, T., Mortal Questions, p. 210-211. Het voorbeeld bij uitstek hierbij is dat van het bewustzijn in de filosofie van de geest, waar theorieën als eliminatief materialisme, identiteitstheorie of behaviorisme een sterke aanhang hebben. Hij beschrijft de taak van zijn filosofie dan ook als volgt: The book [The View From Nowhere] is about a single problem: how to combine the perspective of a particular person inside the world with an objective view of that same world, the person and his viewpoint included [...] If one could say how the internal and external standpoints are related, how each of them can be developed and modified in order to take the other into account, and how in conjunction they are to govern the thought and action of each person it would amount to a world view [...] I want to describe a way of looking at the world and living in it that is suitable for complex beings without a naturally unified standpoint [...] Instead of a unified world view, we get the interplay of these two uneasily related types of conception and the essentially incompletable effort to reconcile them.Nagel T., The View from Nowhere, p. 9.

Nagel neemt vaak standpunten in die radicaal tegen de hedendaagse algemeen aanvaarde standpunten ingaan, voornamelijk tegen de eerder beschreven tendens tot reductie. Hij beschrijft zijn werk dan ook als "a deliberately reactionary work. Nagel reageert vooral tegen wat hij ziet als de hedendaagse combinatie van idealisme (met een onderwaardering van het objectieve) en sciëntisme (een overwaardering van het objectieve). Hij stelt zelfs dat sciëntisme een vorm is van idealisme, waar men een vorm van menselijk begrijpen promoveert tot wetgevend en bepalend voor wat er is in het universum. Zo is er immers het geloof dat alles wat er is, ook begrijpbaar moet zijn. Subjectief realisme Het is in dat verband dan ook van belang dat men zich ervan bewust is dat Nagel toch een soort realisme aanhangt, met name een subjectief realisme. Kort komt deze visie erop neer daar Nagel gelooft dat er feiten bestaan buiten het bereik van het menselijke denken en haar concepten (zo valt hij dus niet onder het idealistische aspect net aangekaart). Hij rechtvaardigt dit realisme vanuit de spontane opvatting dat er zaken in de wereld zullen zijn die wij mensen nooit zullen begrijpen. Wij zullen ze nooit begrijpen omdat we er de juiste concepten niet voor bezitten."What is it like to be a bat?" in Nagel, T., Mortal Questions, p. 171. Zo laat hij ook de mogelijkheid open of het correct begrijpen van het subjectieve karakter van de ervaring in deze categorie valt.

Filosofen waarmee Nagel vaak in debat ging, en waar men kan spreken van een wederzijdse beïnvloeding, zijn onder andere Thomas Clarke, Ronald Dworkin, Saul Kripke, Colin McGinn, A. W. Moore, Derek Parfit, John Rawls, Samuel Scheffler en Bernard Williams.

Het subjectieve en het objectieve thumb|Iemand als Gottlob Frege, en diens logicisme zijn een goed voorbeeld van een standpunt dat de objectieve benaderingswijze voorop stelt. Nagel gebruikt in zijn werk het onderscheid tussen het subjectieve en het objectieve als basistegenstelling. Belangrijk is dat men deze termen goed begrijpt. Hoewel Nagel het subjectieve typeert als "prereflecief", wil dit niet zeggen dat er geheel niet over nagedacht is, of dat het onkritisch is. Nagel bedoelt er echter mee dat deze stellingen nog niet onderworpen zijn aan een kritisch onderzoek. Ook bedoelt hij niet dat het subjectieve iets privé is. Het is daarentegen intersubjectief raadpleegbaar; ze zijn op een bepaalde manier gemeenschappelijk toegankelijk. Het kan voor de rest beschreven worden als een standpunt van een particulier individu, dat op een bepaalde wijze in relatie staat met de wereld. Daar tegenover staat dan het objectieve, dat zich net losmaakt van deze betrokkenheid. Bij het objectieve doen we een stap achteruit en reflecteren over het perspectivistisch karakter van onze engagementen. De objectivering heeft als doel een standpunt te bekomen dat met geen enkel standpunt in de wereld overeenkomt, maar ze net allemaal overstijgt en combineert. Men wil dus de wereld vanuit een centrumloos perspectief zien. Deze tegenstelling heeft een zekere overeenkomst met een onderscheid dat de filosoof Wilfrid Sellars maakt tussen het manifeste wereldbeeld (the manifest image) en het wetenschappelijke wereldbeeld (the scientific image). Een belangrijke vraag hierbij is welke van deze twee benaderingswijzen de beste is.

Dat het antwoord hierop volgens Nagel niet zo simpel is, komt al naar voren in zijn eigen opvatting van objectiviteit. Zoals vermeld typeerde hij het objectieve als een kritisch afstand nemen. Sommige commentatoren beschrijven dit dan ook als een meer "Hegeliaanse opvatting" qua objectiviteit. Objectivering betekent hier dat een relatieve, subjectieve voorstelling kan geplaatst worden in een bredere context. Dit staat tegenover een "absolute" of "Cartesiaanse opvatting" van objectivering, die stelt dat objectiviteit net bestaat uit het vervangen van het perspectief door een betere, meer objectieve representatie.Thomas, A., Thomas Nagel, p. 12. Thomas haalt deze termen oorspronkelijk van , "Contemplating One's Nagel", Philosophical Books, 29 (1), 1988, p. 7-8. Nagel kiest niet zozeer voor een van deze twee opvattingen, maar blijft in een soort spanning tussen beide zitten. Zo is hij intuïtief wel geneigd - in navolging van Plato, Descartes en Frege - om te stellen dat een mens in staat is tot zelftranscendentie. Deze zelftranscendentie komt bijvoorbeeld sterk naar voren in de wetenschappen, die het zuiver perspectivistische achter zich laten voor een meer "objectief" en universeel verstaan (bijvoorbeeld in de min of meer universele taal van de wiskunde). Toch heeft Nagel ook aandacht voor zijn "fenomenologische" intuïties, die stellen dat dit soort objectivering zijn grenzen heeft. Hij pleit er dan ook voor dat men de idee dat men de wereld zuiver objectief moet verstaan, in vraag moet stellen. Nagel betoogt voor een middenpositie: men moet zowel het subjectieve als het objectieve aspect in acht nemen.