thumb|Manneken Pis in 1900 thumb|Detail uit De Ommegang van 1615 in Brussel: Manneken Pis (rechtsonder) is meegetroond naar de Grote Zavel en is voor de gelegenheid aangekleed (Denijs van Alsloot, 1616). miniatuur|Originele beeld uit 1619 van Manneken Pis in het Broodhuis te Brussel. Het was gestolen in 1965 en in 2003 weer aan elkaar gezet. Manneken Pis is een bronzen standbeeldje van een plassend jongetje in het centrum van Brussel. Het 55,5 cm grote ventje op een sokkel is geplaatst aan de hoek van de Stoofstraat en de Eikstraat, niet ver van de Grote Markt. Het is een replica uit 1966 van een creatie van Hiëronymus Duquesnoy uit 1619.

Het beeldje is uitgegroeid tot een van de beroemdste Belgische en Brusselse monumenten en een symbool/mascotte van de stad Brussel. Behalve het Manneken Pis van Brussel zijn er vergelijkbare standbeelden in met name Geraardsbergen, Westmeerbeek, Broksele, Gent, en Koksijde, maar dat van Brussel is wereldwijd wel het bekendste.

Geschiedenis In 1388 stond er op de hoek van de Stoof- en de Eikstraat al een fontein waarvan een stenen beeldje deel uitmaakte dat Julianekensborre werd genoemd. Het beeldje zelf is niet bewaard gebleven en al evenmin een afbeelding ervan, zodat er geen zekerheid bestaat dat dit Juliaantje plaste. Die komt er wel met een archiefstuk uit 1452, dat de woorden daer dmenneken pist gebruikte als plaatsaanduiding voor deze straathoek. Ook op het stadsplan van Frans Hogenberg en Joris Bruin uit 1572 is dit toponiem te vinden, samen met een minieme schets waaruit enkel valt af te leiden dat het om een vrijstaand beeld ging. Bij speciale gelegenheden plaste hij bier of wijn in plaats van water, een traditie die ook aan het Bourgondische hof in zwang was. Te Edingen zou er reeds in 1362 een fontein 'Manneken-Pis' geweest zijn.Ernest Matthieu, Histoire de la ville d'Enghien, 1876, p. 69

Het stadsbestuur gaf in 1619 opdracht om de plassende fontein compleet te vernieuwen. Beeldhouwer Hiëronymus Duquesnoy de Oudere maakte een bronzen beeldje naar het antieke voorbeeld van de putti pisciatori. Het beeldje van Duquesnoy werd op een pijler van zes voet hoog geplaatst, uitgevoerd door steenhouwer Daniël Raessens. Hij maakte ook de twee kuipen waarin het ventje urineerde (6×6 en 4×2 voet).

Tijdens het bombardement van 1695 werd het beeldje verborgen om op 19 augustus van dat jaar in triomf weer op zijn voetstuk te worden geplaatst. Bij die gelegenheid werd boven zijn hoofd de volgende psalmtekst geplaatst: In petra exaltavit me, et nunc exaltavi caput meum super inimicos meos (De Heer plaatste mij op een stenen sokkel, en vandaag steek ik met mijn hoofd boven mijn vijanden uit).Psalm 27:5-6. Gearchiveerd op 27 november 2022.

Het beeldje werd herhaaldelijk door vandalen en grappenmakers van zijn voetstuk gehaald. Omstreeks 1745 ontvoerden Engelse soldaten hem in het geheim. De Brusselaars zouden de dieven te Geraardsbergen gevat hebben dankzij behulpzame burgers van die stad, aan wie ze als blijk van waardering een replica hebben geschonken. Waarschijnlijk betreft het een legende, aangezien het Geraardsbergse beeld geen replica is en zelf teruggaat tot de 15e eeuw.

Twee jaar later wilden Franse grenadiers, die net onder Maurits van Saksen Brussel hadden ingenomen, het beeldje op hun beurt roven. Koning Lodewijk XV, die in de stad verbleef, voorkwam een bloedige rel door de daders te laten aanhouden en Manneken Pis een tenue te schenken van met goud geborduurd brokaat. Hij verleende hem bij die gelegenheid ook de Orde van de Heilige Lodewijk.

De nis werd in 1770 vervangen door een nieuw rocailledecor in hardsteen. Het water liep op straat doordat het opvangbekken verwijderd was. Later kwam er een hek dat de toegang tot het water afsloot. In 1859 zou het stadsbestuur overschakeling op het nieuwe waterleidingennet afdwingen door fonteinen in aangesloten straten weg te nemen, maar dat gebeurde natuurlijk niet met de stadsmascotte.

Toen het beeldje in de nacht van 4 op 5 oktober 1817 verdween, was het volk buitengewoon ongerust. In een krant verscheen volgend gedichtje tot troost:

Ey lieve meisjes! Staakt geschrei Al koomt gy door dees dievery een zoeten troost te missen; hij zal met nerstig onderzoek nog wel eens koomen uit den hoek om zonder schroom te pissen.

De dader werd in november gevat. De 33-jarige Antoine Licas, een gepardonneerde dwangarbeider, bleek het beeldje te hebben gestolen om het te verkopen als schroot. Hij had het in stukken gebroken en verstopt aan de stadswallen tussen de Naamsepoort en de Leuvensepoort. De straf die hij in februari 1818 kreeg, was niet mals: een uur aan de schandpaal, brandmerking met de letters TP en levenslange dwangarbeid ("travaux à perpétuïté"), later herleid tot 20 jaar. De brokstukken werden onder toezicht van Gilles-Lambert Godecharle weer aan elkaar gesmeed, waarvan de sokkel getuigt: 1620 – REST 1817. Het is niet duidelijk of bij die gelegenheid het beeld uit 1619 zelf werd hersteld, dan wel gebruikt als basis voor een nieuwe mal. Hierover bestaan serieuze twijfels omdat de onder- en bovenkant van het exemplaar dat als het oorspronkelijke uit 1619 geldt, niet echt bij elkaar lijken te horen. Onderzoek van de VUB in 2015 bracht hierover geen nieuw uitsluitsel.

Na twee nieuwe ontvreemdingspogingen in 1955 en 1957, werd Manneken Pis naar Antwerpen ontvoerd door toedoen van de studentenclub de Wikings in de ijskoude nacht van 16 op 17 januari 1963. Hiermee haalde de studentenclub wereldwijd de krantenkoppen. Omdat het om een goed doel ging werden er geen sancties getroffen. De actie bracht 80.000 frank op ten bate van mindervaliden.

In 1965 werd het beeldje opnieuw gestolen. Het onder de knie afgebroken stuk dook op, maar niet het lijf. De ontzetting van de Brusselaars verspreidde zich over de landsgrenzen en tot in Japan spaarden kinderen mee voor een vervanger. Acht maanden later, na een tip van een anonieme beller aan De Post, vonden duikers het bovenste stuk terug in het Brusselse kanaal. Inmiddels was er reeds een nieuw beeld gegoten dat nu nog altijd de nis aan de Stoofstraat siert. Het originele beeld werd overgebracht naar het Broodhuis op de Grote Markt en is in 2003 weer aan elkaar gezet.

De replica van Manneken Pis werd op 26 april 1978 "gestolen" door studentenclub Ad Fundum van het Hoger Rijksinstituut voor Technisch Onderwijs in Anderlecht, als stunt voor een presesverkiezing. Ze lieten hem op hun school zijn ding doen. Als straf moesten ze een nieuw kostuum voor hem maken. Elk jaar draagt Manneken Pis dit kostuum op de dag waarop ze hun nieuwe studenten dopen en sluiten ze er een vat bier aan waardoor hij bier plast.

Rond het originele beeld van Duquesnoy werd in 2017 een museum gebouwd aan de Eikstraat 19, waar ook 133 van de meer dan duizend bewaarde kostuums te zien zijn (vandaar de naam GardeRobe MannekenPis).

In 2019 werd het water van de fontein in gesloten circuit gezet, zodat niet langer meer dan duizend liter drinkwater per dag in de riool verdwijnt.Manneken-Pis n’urine plus de l’eau potable, lalibre.be, 23 maart 2019. Gearchiveerd op 7 mei 2019.

Sages, vetes & navolging Sage Manneken Pis is wereldberoemd vanwege zijn guitige uiterlijk en de sagen die om zijn persoon werden geweven.

Een eerste sage verhaalt hoe Brussel werd aangevallen door vijanden, die op een gegeven moment deden alsof ze zich overgaven. In werkelijkheid staken ze echter buskruit onder de stadswallen en wilden ze de stad opblazen. Een klein jongetje, Juliaan genaamd, zou de lont op tijd gezien hebben en die hebben uitgeplast. Zo heeft hij de stad van haar ondergang gered.

Een tweede sage vertelt dat een klein manneke zijn behoefte deed tegen de deur van een heks. De heks was woedend en vervloekte het jongetje: om hem te straffen zou het jongetje voor eeuwig en altijd zijn onfatsoenlijke geplas voortzetten. Een brave man die alles had zien gebeuren, verving snel het jongetje door een beeldje om hem te bevrijden van het eeuwige plassen.

In een derde verhaal was het feest in Brussel. Ouders raakten hun zoon kwijt in de grote groep mensen. Ze zochten hem dagenlang, en na twee dagen zag de vader de jongen eindelijk terug: het zoontje stond te plassen. De vader was zo gelukkig dat hij zijn zoon terugvond dat hij uit dank een fontein liet maken. Op de fontein plaatste hij het beeld van een plassende jongen.

Volgens weer een andere sage zou de jonge hertog Godfried III van Brabant zijn vaderlijk paleis zijn ontvlucht toen hij nog maar zes jaar oud was. Hij slenterde rond in Brussel met een paar kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dienstboden, die naar hem op zoek waren, vonden hem op de plaats waar zich nu de fontein bevindt. Zoals hij daar toen stond, staat hij er nu nog steeds als standbeeldje.

miniatuur|Godfried III van Brabant in zijn wieg aan de tak van een eik tijdens de Slag bij Ransbeek Sommigen zijn echter van mening dat het beeldje is gemaakt naar aanleiding van de Slag bij Ransbeek nabij Vilvoorde. Toen hertog Godfried III van Brabant twee jaar oud was, stierf zijn vader, hij kwam onder voogdij. Twee leenmannen en hoge ridders aan het hof, Walter van Mechelen en Geeraard van Grimbergen van het geslacht Berthout, verklaarden daarop de jonge hertog de oorlog. De voogden van de jonge hertog vroegen militaire bijstand aan de graaf van Vlaanderen. Hij verleende zijn hulp, maar zijn soldaten wilden weten voor wie ze moesten vechten. Daarom werd de kleine aan de soldaten getoond en vervolgens meegenomen naar het slagveld. Daar werd de wieg aan een boomtak gehangen tijdens het gevecht dat drie dagen duurde. Uiteindelijk werden de opstandelingen verslagen. Ook de jonge hertog had zijn aandeel in het geheel. Enkele keren per dag ging hij rechtop staan in zijn wieg en zorgde vervolgens ervoor dat zijn straal met kracht over de rand vloog. Om dit heuglijke feit niet te vergeten werd de eik waaraan de wieg had gehangen, naar Brussel verplaatst en geplant in een straat in het centrum die men de naam Eikstraat gaf. Direct naast de boom werd een standbeeld opgericht van een kind dat plassend zijn behoefte doet.

Een waarschijnlijker verhaal is dat Manneken Pis werd gemaakt als eerbetoon aan de vele leerlooierijen die zich in de omgeving van de Stoofstraat bevonden, en waar men vroeger urine gebruikte bij het verwerken van het leer. Het ammoniak in de urine was in de middeleeuwen een grondstof voor kleermakers en leerlooiers, en zou het leer soepeler maken.

Vete met Geraardsbergen