thumb|Novgorod in de 17e eeuw, door Adam Olearius

Veliki Novgorod (Russisch: Великий Новгород) of Novgorod-Veliki, vroeger ook bekend als Navgard/Naugard en onder de Oudnoordse naam Holmgård, is een van de oudste historische steden van Noordwest-RuslandValentin L. Yanin, (1994) The Archaeology of Novgorod,, in Ancient Cities, Special Issue, (Scientific American), pp. 120–127. - Behandelt: de geschiedenis, het Kremlin van Novgorod, Museum voor Geschiedenis van Novgorod, dynamiek in de bescherming van de bodems en de productie van berkenbastteksten. en is de hoofdstad van de oblast Novgorod. De stad ligt aan de federale weg M-11, die Moskou en Sint-Petersburg met elkaar verbindt. Tot 1999 werd de stad Novgorod genoemd en was 'Veliki' slechts een onofficieel voorvoegsel. Toen de stad Gorki haar oude naam Nizjni Novgorod terugkreeg ontstonden misverstanden en werd het voorvoegsel tot officieel onderdeel van de naam gemaakt. De naam 'Novgorod' betekent "nieuwe stad" en 'Veliki' betekent "de grote"; "Novgorod de Grote".

De stad ligt aan de rivier de Volchov, op zes kilometer van haar oorsprong in het Ilmenmeer en verschuift daar door stedelijke uitbreidingen steeds verder naartoe. Veliki Novgorod wordt omgeven door moeras- en bosgebieden, waar veel turf werd gestoken. De stad telde 216.856 inwoners bij de volkstelling van 2002, ruim 12.000 minder dan bij de voorlaatste volkstelling van 1989, toen de stad nog 229.126 inwoners telde.

Geschiedenis Ontstaan Hoewel "Novgorod" letterlijk "nieuwe stad" betekent, is Veliki Novgorod een van de oudste steden van Rusland. Novgorod werd voor het eerst genoemd in de Eerste Sofiakroniek rond het jaar 859. In de Nestorkroniek staat dat tussen 862 en 879 de Varjaagse vorst Rurik over de stad regeerde. De stad vormde toen volgens de bronnen reeds een belangrijk handelspunt op de handelsroute van de Varjagen naar Byzantium. Archeologische opgravingen tussen het midden en einde van de 20e eeuw hebben echter slechts cultuurlagen gevonden die teruggaan tot het einde van de 10e eeuw, toen het land van de Roes tot het christendom werd bekeerd en de grondslagen voor de stad zouden waarschijnlijk pas een eeuw later verrijzen. Dit zou erop wijzen dat de jaartallen die in de kronieken staan die Novgorod reeds vermelden bij de 9e eeuw in werkelijkheid latere interpolaties zijn.V. L. (Valentin Lavrent’evich) Ianin and M. Kh. (Mark Khaimovich) Aleshkovskii, (1971) Proskhozhdenie Novgoroda: (k postanovke problemy), Istoriia SSSR 2, pp. 32-61.

De Varjaagse naam Holmgard (Holmgarðr of Holmgarðir) komt in nog eerdere perioden voor in de Noorse saga's, maar feit en fictie kunnen hier moeilijk van elkaar worden gescheiden.De betekenis van dit Noorse toponiem; "eilandtuin", kent geen overtuigende uitleg. Volgens het boek Drevnjaja Rusʹ i Skandinavija v IX-XIV vv van Jelena Rydzjevskaja (1978) is de Noorse naam afgeleid van het Slavische "Holmgrad" wat "stad op een heuvel" betekent en zou kunnen verwijzen naar de "oude stad" die aan de "nieuwe stad" (Novgorod) voorafging. Holmgard verwees echter naar Rjoerikovo gorodisjtsje, een plaats op 2 kilometer van het centrum van de stad, die sinds 1999 onderdeel is van de stad.De naam Rjoerikovo gorodisjtsje werd pas relatief recent gegeven, daar de plaats mogelijk de 'hoofdstad' van Rurik zou zijn geweest. Archeologische opgravingen lijken erop te wijzen dat Gorodisjtsje ("versterking"), zoals de plaats lange tijd werd genoemd, de zetel was van de knjaz (koning of vorst) en reeds sinds de 9e eeuw bestond. Novgorod ontstond pas in de 10e eeuw, wat de naam "nieuwe stad" (Novogorod, in het Oudnoords Naugard) zou verklaren.

Vorstendom van het Kievse Rijk In 882 veroverde Oleg, de opvolger van Rurik, de stad Kiev en stichtte het Kievse Rijk. De omvang van Novgorod en haar economische, politieke en culturele invloed maakten de stad tot de tweede van het rijk naar belang. Het rijk kende de traditie om de kroonprins van de heersende vorst al tijdens zijn periode als minderjarige tot leider aan te stellen over Novgorod. In tijden dat de heersende vorst nog geen zoon had werd de stad bestuurd door posadniks, zoals de legendarische Gostomysl, Dobrynja, Konstantin en Ostromir.

In Noorse saga's wordt de stad genoemd als hoofdstad van Gardariki (de Noorse benaming voor de Slavische gebieden). Vier Vikingkoningen gebruikten Novgorod als toevluchtsoord wanneer ze door vijanden werden belaagd in hun eigen gebieden; Olaf I, Olaf II, Magnus I en Harald III. De banden met de Noren waren zo goed dat slechts een aantal decennia na de heiligverklaring van Olaf II in Novgorod reeds de Sint-Olafskerk werd gebouwd.

Van alle heersers die de stad kende in die tijd was Jaroslav de Wijze het populairst, die de stad bestuurde tijdens de heerschappij van zijn vader Vladimir de Grote in Kiev. Het was Jaroslav die de eerste geschreven wetten uitvaardigde in het hele Oost-Slavische gebied. Later werden deze wetten in de Roesskaja Pravda opgenomen. Ook zou hij naar verluidt de stad een aantal vrijheden en privileges hebben vergund, die in latere eeuwen door de inwoners werden genoemd als precendenten in hun relaties met latere vorsten. Jarovslav's zoon Vladimir sponsorde de bouw van de grote Sint-Sofiakerk van Novgorod (meer correct vertaald als de Kathedraal van de Heilige Waarheid), die zich tot op heden in de stad bevindt.

Republiek Novgorod

In de periode dat het Kievse Rijk bezig was uiteen te vallen liet Novgorod in 1136 haar vorst Vsevolod naar huis sturen, hetgeen wel wordt gezien als het traditionele begin van de Republiek Novgorod. In de twee daaropvolgende eeuwen waren de Novgoroders in staat om verschillende vorsten uit te nodigen om hun vorst te worden, maar ook om ze weer weg te sturen wanneer dit nodig werd geacht. De functie van vorst verdween echter niet en machtige vorsten als Alexander Nevski waren in staat om hun macht in de stad uit te oefenen naar eigen inzicht, ongeacht wat de Novgoroders zelf wensten.Paul, M.C., "The Iaroslavichi and the Novgorodian Veche 1230-1270: A Case Study on Princely Relations with the Veche", Russian History/ Histoire Russe 31, Nr. 1-2 (voorjaar-zomer 2004): pp. 39-59. De stadstaat Novgorod was erg machtig en voerde de heerschappij over het grootste deel van Noordoost-Europa, van het hedendaagse Estland tot Groot-Perm aan het Oeralgebergte. Dit maakte het tot een van de grootste staten van het middeleeuwse Europa, al waren de gebieden ten noorden en oosten van het Ladogameer en het Onegameer zeer dunbevolkt en werden ze nooit onderverdeeld in bestuurlijke eenheden.

Hoewel Novgorod niet aan de kust lag, konden zeeschepen langs rivieren de stad eenvoudig bereiken, en al snel was Veliki Novgorod het grootste handelscentrum van Rusland. Hoewel de stad geen lid was van de Hanze, beschouwde deze Novgorod wel als zijn meest oostelijke bondgenoot en had er vanaf de 13e eeuw een hanzekantoor gevestigd; Peterhof, die ook de Novgoroder Schra uitvaardigde. Novgorod vormde het distributiepunt voor enorme hoeveelheden bont, zowel voor luxebont als sabel, hermelijn, vos en marmot, als voor niet-luxebont, zoals de huiden van eekhoorns.Martin, J., (1985) Treasure of the Land of Darkness: the Fur Trade and its Significance for Medieval Russia. Cambridge: Cambridge University Press. Andere belangrijke producten waren hout en andere producten uit het bos, bijenproducten als honing (uit holle boomstammen), was en mede, bier en walvistraan. De stad importeerde vooral zilver, non-ferrometalen, kleren, barnsteen, wapens, graan en kruiden. Betaling vond plaats in zilvergrivna's (vanaf de 12e eeuw) en roebels (vanaf de 13e eeuw).

Tijdens de Middeleeuwen vond er een culturele opleving plaats in de stad. Er zijn later een groot aantal berkenbastteksten opgegraven, die er mogelijk op wijzen dat een groot deel van de bevolking kon lezen, waarmee Novgorod in de hoge middeleeuwen de enige stad naast Constantinopel zou zijn waar de bevolking kon lezen en schrijven. Sommige wetenschappers denken echter dat de teksten mogelijk aan de geestelijke of geletterden werden gedicteerd in opdracht van de bevolking die grotendeels niet kon lezen of schrijven. In 2000 werd de Novgorodse Codex bij archeologische opgravingen gevonden. Dit boek stamt mogelijk uit de 10e eeuw en vormt daarmee het oudste boek uit het hele Oost-Slavische gebied (iets ouder dan het Ostromir-evangelie uit dezelfde stad). In 1957 werd "berkenbasttekst nr. 52" ontdekt in de stad, de oudste Finse tekst die tot op heden is aangetroffen. De Eerste Kroniek van Novgorod werd net als een aantal andere oud-Russische teksten geschreven in het scriptorium van de aartsbisschop. De aartsbisschoppen bevorderden ook de iconografie (die beroemde namen telde als Feofan Grek en Andrej Roebljov) en vormden de patriarchen van de kerkenbouw. Een verhaal gaat over de handelaar en goesli-bespeler Sadko uit Novgorod, groeide uit tot een bekende held uit de Russische folklore.

Tijdens de Mongoolse invasie van het Kyivse Rijk werd Novgorod als enige grote stad van de Roes niet veroverd. De Mongoolse legers maakten namelijk op ongeveer 100 kilometer van de stad rechtsomkeert; niet vanwege de sterkte van de stad, maar waarschijnlijk omdat de Mongoolse bevelhebbers niet wilden wegzakken in de drassige gebieden rond de stad. Ze wisten echter wel genoeg dreiging uit te oefenen om de bevolking schatting te laten betalen aan de belastinginners van de kan (hetgeen de vorst was die de titel van grootvorst droeg) uit Moskou, met name aan Joeri Danilovitsj en Ivan de Geldzak. Doordat Novgorod de enige Oost-Slavische stad was die niet onder de heerschappij van de Mongolen viel, maakte Alexander Nevski haar tijdens zijn regering tot grootvorstzetel.

Novgorod vormde een grensstad die ook vanuit het noorden en westen werd belaagd. Tijdens de Zweeds-Novgorodse oorlogen leed het Zweedse leger In 1240 een nederlaag tegen de Novgorodse legers bij de Slag aan de Neva en tijdens de Noordelijke Kruistochten werd in 1242 de opmars van de Duitse Orde naar het oosten tot staan gebracht door de Slag op het IJs.

De stad was onderverdeeld in twee delen: het Kremlin aan de ene kant van de rivier en het handelscentrum aan de andere kant. Op het handelscentrum staan tientallen kerken op een bijzonder klein gebied. Dat werd veroorzaakt doordat kerken geen belasting hoefden te betalen, in tegenstelling tot pakhuizen. De kerken waren in feite niets meer dan veredelde pakhuizen, met slechts een klein altaar op de begane grond. Novgorod was dus een soort handelsrepubliek, de enige van zijn soort in heel Rusland. In die tijd kreeg deze stad ook de bijnaam "Veliki", wat letterlijk "de grote" betekent.