thumb|Universiteit van Bologna, de eerste universiteit, gesticht in 1088 In Europa begon de geschiedenis van het onderwijs in de Griekse oudheid en langzamerhand breidde het onderwijs zich, door Griekse invloed, verder naar West-Europa uit. Na de val van het West-Romeinse Rijk concentreerde het onderricht zich in de kloosters. Later kwam er de kathedraalschool, vanwaaruit de middeleeuwse universiteit ontstond. De universiteiten konden vaak geheel of gedeeltelijk onafhankelijk van de koning of de plaatselijke heerser werken, dankzij de goedkeuring van de paus. De principes van het rooms-katholieke geloof waren het uitgangspunt van het theologische denken. Na de middeleeuwen groeide het aantal universiteiten in Europa verder waardoor er, mede dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst, een wetenschappelijke revolutie kon ontstaan.

Griekse oudheid De eerste vorm van formeel onderwijs dateert mogelijk reeds van 1000 v.Chr. (in China), maar meer relevant voor het westerse onderwijs is het oude Griekenland. In het klassieke Griekenland bestonden er geen scholen. Er was geen huiswerk, geen schoolbel. De beroemde school in Athene was Plato's academie. In deze 'school' waren er echter geen klassen of examens. Het was een plaats waar denkers converseerden met elkaar, met Plato's ideeën als uitgangspunt. Vandaag zouden we dit een salon noemen. In de Griekse stadstaten ontstonden er twee onderwijsmodellen: het gedecentraliseerde Atheense model en het staatsgecontroleerde Spartaanse model. thumb|Socrates geeft onderwijs Onderwijs in Athene In de klassieke oudheid was Athene de meest geletterde staat in Europa. Ongeveer 5% van de mannen konden lezenHarris V.H., (1989). Ancient literacy (Harvard University Press, 1989) 328.. In Athene speelde de staat (de volksvergadering), afgezien van twee jaar verplichte militaire training, geen rol in het onderwijs.

Socrates beschreef de situatie als volgt: "Wanneer jongens oud genoeg lijken om iets te leren, onderwijzen hun ouders dat waarvan zij weten dat het nuttig zal zijn voor hen; voor vakken waarvan ze denken dat anderen beter gekwalificeerd zijn om ze te onderwijzen, sturen ze hen naar school om te leren, en betalen ze hiervoor."Bron??

Al in de tijd van Socrates, die ongeveer 4 eeuwen voor Christus leefde, bestond onder filosofen de opvatting dat jongeren opgevoed moesten worden en ingeleid in de hogere waarden die men aan het mens-zijn koppelde. Het volgende citaat bewijst dat wel. Socrates citeerde als volgt: "De jeugd van tegenwoordig houdt van luxe. Ze heeft slechte manieren, veracht alle gezag, heeft geen respect, en praat, als ze zou moeten werken. Jongeren spreken hun ouders tegen, kletsen in gezelschap, schrokken aan tafel, slaan hun benen over elkaar en tiranniseren hun ouders." https://www.goodreads.com/quotes/63219-the-children-now-love-luxury-they-have-bad-manners-contempt. Gearchiveerd op 1 juli 2023..

Rijke ouders brachten hun kinderen naar private bedrijven die fungeerden als scholen: de vakken die gegeven werden en het schoolgeld dat ervoor betaald werd, hing af van wat de ouders wilden dat hun kind zou leren. De competitie tussen scholen om ouders en studenten aan te trekken hield de kost van het onderwijs behoorlijk laag. Armere kinderen leerden een ambacht door in de leer te gaan bij een vakman. Hun ouders stelden een overeenkomst op met de vakman waarin ze aanduidden welke vaardigheden hij zou aanleren en deze werd enkel betaald als hij het contract was nagekomen.

Atheense ouders zochten onderwijs voor hun kinderen in drie algemene categorieën: lichaamsoefening, grammatica (het lezen en schrijven), en muziek (het kunnen bespelen van een instrument, goed kunnen acteren en dansen). Alle drie waren ze van groot praktisch nut. Kracht en behendigheid waren belangrijk aangezien oorlog een constante dreiging was, en elke gezonde burger in het leger moest dienen. Muziek was belangrijk voor het in stand houden van de eeuwenoude orale traditie, die geschiedenis en literatuur doorgaf in de vorm van epische poëzie. Vanaf de 5e eeuw v.Chr. begon het schrift aan belang te winnen, in de wetenschap, literatuur en zakenwereld.

Met de groei van de volksvergadering in Athene steeg ook de vraag naar retorische vaardigheden. Rondreizende leraren brachten tegen betaling kinderen deze vaardigheden bij. Dit waren de sofisten. Ze rekruteerden studenten door redevoeringen te houden op de stadspleinen, waardoor iedereen hun talenten kon beoordelen. Naast retoriek en filosofie, werd er door de sofisten een zeer divers palet aan vakken aangeboden waartussen de studenten konden kiezen. Op allerlei plaatsen werden er lezingen gehouden: buitenshuis, in het huis van de leraar, en soms in huizen die speciaal voor de gelegenheid gehuurd werden. Alle geïnteresseerden mochten meedoen, als ze daartoe in stat waren.

Naarmate de nood aan hoger onderwijs hoger werd, ontstonden er rond de 4e eeuw v.Chr. een paar scholen in Athene. De academie van Plato en het lyceum van Aristoteles waren plaatsen waar geïnteresseerden konden komen om met elkaar in discussie te gaan, en lezingen bijwoonden. Aspasia, een vrouw afkomstig uit Milete, was een vrouw die onderwijs heeft gegeven volgens Plato. Dit was uniek want vrouwen werden geacht stil en onderdanig te zijn.Haijes K., H.(2018). Aspasia als Pheito. De rol van Aspasia in Plato's Menexenus, p. 8. Aspasia genoot een zeer goede reputatie als redenares: volgens Plato werden haar lezingen bijgewoond door groten als Socrates en Pericles. Volgens Aristophanes echter had Aspasia een bordeel.Aristophanes, Acharniërs, 523-527

Onderwijs in Sparta Sparta was een oligarchie met twee koningen aan het hoofd. Over de macht van de volksvergadering is niets bekend. Basisidee van de Spartaanse machthebbers was dat het belang van de staat primeerde boven het belang van het individu. Dit reflecteerde zich ook in het Spartaanse onderwijsmodel, de agoge. Biograaf Plutarchus beschrijft de ideeën van Lycurgus, een van Sparta's meest geprezen leiders, over het Spartaanse burgerschap:

"Eerst en vooral behoorden kinderen volgens Lycurgus niet toe aan hun vaders, maar aan de stad. Daarom wilde hij dat burgers niet zomaar uit gelijk welke partners voortgebracht werden, maar uit de beste. Verder zag hij heel wat domheid en pretentie bij andere heersers als het over deze zaken ging. Zulke mensen laten hun teven en merries dekken door de beste honden en hengsten die ze maar kunnen vinden, tegen betaling of voor een wederdienst. Maar ze sluiten hun vrouwen op en bewaken ze, en claimen het exclusieve recht om hun kinderen zelf voort te brengen."Door zijn biograaf Plutarchus; zie ook deze pagina. Gearchiveerd op 25 juni 2023.

Overspel werd aangemoedigd, en een groot kroost werd gezien als een deugd. Nieuwgeboren baby's werden door de stadsoudsten geïnspecteerd op afwijkingen. Baby's die niet voldeden aan de norm, werden volgens Lycurgus naar de zogenaamde Apothetae gebracht, een kloof in het Taygetosgebergte. Hier zouden ze naar beneden zijn gegooid, al vertelt Plutarchus dat niet. Vanaf de leeftijd van zeven jaar werden alle jongens weggehaald van hun familie om in staatsinternaten school te volgen. Ouders hadden geen inspraak in de scholing van hun kinderen.

Een klas jongens werd 'boua' genoemd, het woord voor kudde. Uit elke klas werd een dominante jongen gekozen als kuddeleider. De directeur van de school heette 'paidonomus'(herder). De paidonomus werd uit de aristocratische middens gekozen. Hij had de autoriteit om de jongens te trainen en om ze met harde hand discipline bij te brengen. Hij werd bijgestaan door twee assistenten die met zwepen de gehoorzaamheid erin drilden. Soms werd een willekeurige jongen zomaar in elkaar geslagen, om te zien hoe sterk hij was. Als hij dat dan niet overleefde, had hij pech.

Het onderwijs bestond vooral uit fysieke training: gymnastiek, lopen, springen, speer- en discuswerpen. Ook werden ze getraind om pijn, honger, dorst, koude en slaapgebrek te verdragen. De kinderen liepen blootsvoets, en droegen zomer en winter hetzelfde doek - dat ze eenmaal per jaar van de staat kregen. Volgens Plutarchus werden studenten wel ingewijd in het lezen en schrijven, maar "niet meer dan nodig". Veel gelezen werd er niet in Sparta: boeken en geschreven wetten bestonden vrijwel niet in de stadstaat. Kinderen leerden op school militaire gedichten, krijgsliederen en het citeren van Homerus. Retoriek leren bij een leraar was echter een strafbaar feit. Het was ook niet toegelaten om zaken toe te voegen aan het opgelegde curriculum: nieuwe technieken introduceren bij het worstelen of in de krijgskunst was streng verboden. Er werden opzettelijk kleine porties uitgedeeld bij de maaltijden, om het bestelen van boeren en slaven aan te moedigen. Dit zou sterke, plunderzuchtige legers voortbrengen.

Vanaf achttien jaar kregen de jonge Spartanen een verdere training in een instituut dat bekendstaat als de 'krypteia'. Jonge mannen werden in groepen verdeeld en weggestuurd naar het platteland, waar ze moesten overleven door te jagen en te stelen. Hun voornaamste missie was echter om de boeren aan te vallen, als laatste fase van hun militaire training.

Romeins onderwijs

In het oude Rome vond onderwijs plaats binnen de familie, onder leiding van de pater familias. Jongens werden landbouwtechnische en militaire vaardigheden aangeleerd. Verder werd hun een toewijding aan de staat en de Romeinse tradities bijgebracht. Meisjes leerden hoe ze zich moesten wijden aan hun echtgenoot en de familie.William A. Smith, Ancient Education (New York: Philosophical Library, 1955). Rijke families konden een leraar betalen (die ludus genoemd werd). Dat kon ook een slaaf zijn. De jongens leerden dan lezen en schrijven. Later moesten er Griekse gedichten en verhalen uit het hoofd worden geleerd. Er werden geen examens afgenomen, maar competitie tussen jongens werd gestimuleerd. Fouten werden verbeterd en een applaus gaf aan of het goed was.Morgan, Teresa, "Assessment in Roman Education," Assessment in Education, Vol. 8, No.1, (Mar, 2001): 15, HYPERLINK "http://web.ebscohost.com/" http://web.ebscohost.com (accessed November 23, 2007) Onder invloed van de Grieken kwamen er voor de aristocratie in Rome in de 3e eeuw v.Chr. ook Griekse scholen, waar werd lesgegeven door een grammaticus op het gebied van de Griekse taal- en schrijfkunde en les in de geschiedenis van Griekse auteurs. In de 1e eeuw v.Chr. kwam daar de Latijnse school bij. Armere jongens moesten werken als leerlingen in een werkveld, en meisjes richtten zich op het proberen een zo attractief mogelijke bruid te zijn.Jo-Ann Shelton, As the Romans Did: A Source book in Roman Social History (New York: Oxford University Press, 1998). Upper-class jongens mochten verder leren als politiek of juridisch retoricus. De allerrijksten kregen daarnaast onderwijs in de Griekse filosofie.Oxford Classical Dictionary, Edited by Simon Hornblower and Antony Spawforth, Third Edition. Oxford; New York: Oxford University Press, 1996 Later kwamen er in Rome onder Griekse invloed de onderwijsgebieden, grammatica, retorica (kunst van de spraak), dialectica (samen onder de noemer Trivium) en het quadrivium (rekenen, astronomie, geometrie en muziek) bij. Trivium en quadrivium worden samen Artes liberales genoemd. Deze indeling zou in de middeleeuwen overgenomen en uitgebouwd worden op de universiteiten. Ten slotte waren er scholen die les gaven in het Romeinse recht, lichaamsbeweging, en bestonden er militaire scholen.

Na de val van het West-Romeinse Rijk in en de daaropvolgende chaotische tijd, waren de kloosters in West-Europa het enige instituut waar onderwijs werd gegeven. Soms was het louter lezen en schrijven, soms werd daarnaast les gegeven in de Artes liberales (de scolae publicae).

Kloosters en kathedraalscholen