Zoetermeer () is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, in de Randstad én in het Groene Hart. Zij ontleent haar naam aan de rivier Zoete, waarschijnlijk zo genoemd naar zijn zoete water, en meer, water. . De gemeente Zoetermeer maakt deel uit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, en telt inwoners (, bron: CBS) op een grondgebied van km².
In 1962 werd Zoetermeer aangewezen als groeikern voor Den Haag.Zoetermeer, ontwikkeling van een nieuwe stad. Barth. C. Van Gent Voorjaar 1995 Pag. 1|17 In korte tijd is het dorp Zoetermeer in inwoneraantal uitgegroeid tot de derde gemeente van de provincie Zuid-Holland. In de volksmond wordt Zoetermeer ook wel 'Sweet Lake City' genoemd, een vrije vertaling van de gemeentenaam.
Geschiedenis Van veenontginning tot boterdorp thumb|Zegwaart anno 1868 thumb|Zoetermeer anno 1868 thumb|Zoetermeer gezien vanuit de lucht thumb|De uitbreiding van Zoetermeer (1973) thumb|Stadsmuseum Zoetermeer thumb|Watertoren De Tien Gemeenten Uit opgravingen van de Archeologische Werkgroep Zoetermeer blijkt dat in de 13e eeuw al sprake was van bewoning aan de Dorpsstraat in Zoetermeer. De vondst van een stuk hout in een daliegat nabij het woonhart bleek na onderzoek ongeveer 1000 jaar oud te zijn. Hoewel er bij de opgraving geen sporen van bewoning werden gevonden, heeft de gemeente de vondst gebruikt voor een publiciteitscampagne, Zoetermeer 1000 jaar, om de stad op de kaart te zetten.
De bewoning van Zoetermeer is waarschijnlijk ongeveer 1000 jaar geleden ontstaan aan de rand van de veenontginning in de buurt van het in de 17e eeuw drooggemalen Soetermeerse meer. Het veen werd afgestoken en zelfs onder water uitgebaggerd en als turf in omliggende steden als brandstof verkocht. Als gevolg van de veenontginning ontstonden grote waterpartijen. Vanaf de 17e eeuw zijn eerst het Soetermeerse meer (1616) en vervolgens de overige waterpartijen ingepolderd en verkaveld. De polder waar de huidige wijken Buytenwegh en De Leyens zich bevinden, werd in 1770 opnieuw drooggelegd.
In de middeleeuwen treffen we bewoning aan in het "Lange Land" aan de "Groenwegh", gelegen tussen de Broekwegwetering en de Wallewetering. In de 13e eeuw begon de uitbreiding van de bewoning zich te concentreren op de huidige locatie van de Dorpsstraat. Door het afsteken van veen en door het inklinken van de drooggelegde grond waren grote delen van Zoetermeer onder de zeespiegel komen te liggen. Straten zoals de Dorpsstraat liggen hoger omdat het oorspronkelijke veen daar nooit is afgestoken. De Buurtvaart die de Dorpsstraat omsluit wordt in stand gehouden om het grondwater van de oude dorpskern op peil te houden, zodat de houten palen van de funderingen niet gaan rotten en het veen niet gaat inklinken.
Het gebied van de huidige gemeente Zoetermeer bestond van de dertiende eeuw tot de Franse tijd uit de twee ambachtsheerlijkheden Zoetermeer en Zegwaart. De begrenzing die deze twee oude ambachtsheerlijkheden rond het midden van de achttiende eeuw hadden, is nu nog voor een groot deel intact. Deze volgt veelal oude poldergrenzen, herkenbaar aan kaden en waterlopen. De Leidsewallenwetering in het noorden en de Delftsewallenwetering in het zuiden vormden een belangrijke vaarroute tussen Leiden en Delft en vormden in het midden de scheiding tussen het katholieke Zoetermeer aan de westzijde van de Dorpsstraat en het overwegend hervormde Zegwaart aan de oostzijde. De gemeenschappelijke Dorpsstraat was de verbinding van Den Haag naar Gouda met herbergen om de reizende handelaren onderdak te bieden. Zoetermeer en de verbindingen over water hebben een belangrijke rol gespeeld bij de Slag bij Zoetermeer (Leidens ontzet).
De aansluiting van Zoetermeer op het spoorwegnet in 1868 kondigde het begin aan van de groei van Zoetermeer en Zegwaart. De Molenweg werd tot Stationsstraat omgedoopt toen het station 'Soetermeer-Zegwaart' in gebruik werd genomen. De arbeiderszoon Bernardus Brinkers stichtte aan het einde van de negentiende eeuw een margarinefabriek (Brinkers) in Zoetermeer, die in een eeuw uitgroeide tot een vettenfabrikant van Europees formaat. Martin van der Hagen stichtte in 1896 een stoomzuivelfabriek die vijf jaar later de naam kreeg waaronder hij nog steeds wereldbekendheid geniet: Nutricia. Bekendheid kreeg Zoetermeer onder meer door Adriaan van Well die als kruidenier in 1932 De Spar begon. De uitzonderlijke concentratie van boterboeren (bedrijven die zuivel- en margarineproducten verhandelden en verwerkten), gaf Zoetermeer de bijnaam van boterdorp.
Van dorp tot stad De huidige gemeente Zoetermeer is ontstaan uit de samenvoeging van de gemeenten Zegwaart (kadastraal Zegwaard) en Zoetermeer op 1 mei 1935.
Aan het eind van de jaren vijftig heerste er in Nederland zeer ernstige woningnood. Het argument dat pas getrouwden moesten intrekken bij een van de ouders, wat leidde tot grote sociale spanningen, was in die tijd een van de aanleidingen om de Commissie Westen des Lands in te stellen. Het gemeentebestuur Zoetermeer was fel tegenstander van de satellietstad Wilsveen, die de commissie voorstelde. Volgens de toen bekende gegevens zou de uitbreiding van Zoetermeer alleen mogelijk zijn in de richting van Wilsveen waardoor er slechts luttele honderden meters tussen beide stadskernen zou overblijven. Met name de val van het vierde kabinet Drees op 12 december 1958 (waarmee ook aan het "Drees-bewind" een einde kwam) veroorzaakte grote vertraging. Pas in november 1962, gaf het Zoetermeerse gemeentebestuur een team van stedenbouwkundige ingenieurs opdracht om plannen te ontwikkelen voor de stedenbouwkundige ontwikkeling van het Dorp Zoetermeer tot een stad van ongeveer 100.000 inwoners.
Om aan de grote behoefte aan huisvesting te kunnen voldoen, werd in 1962 besloten Zoetermeer aan te wijzen als groeikern. De nieuwe stad zou ruim van opzet zijn met veel groen. Een voor Nederland uniek openbaarvervoersysteem, de Zoetermeer Stadslijn, verbond in een stedelijke ringspoorlijn de verschillende buurten met 12 stations verspreid over de stad. Rondom elk station vinden we ook nu nog de wijkvoorzieningen en wijkwinkelcentra waardoor elke wijk grotendeels zelfvoorzienend is. De Zoetermeer Stadslijn is in 2006-2007 in het kader van het lightrailproject RandstadRail omgebouwd tot sneltramlijn.
Om meer werkgelegenheid te creëren werd in 1984 het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, voorloper van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verplaatst van Den Haag naar Zoetermeer. Het gebouw langs de Europaweg was jarenlang het grootste gebouw qua vloeroppervlakte van Europa en bood onderdak aan 15.000 werkplekken. Het ministerie is weer terug naar Den Haag en het gebouw wordt nu gebruikt door de AIVD met 1200 werkplekken.
Ook nu nog werken veel inwoners in Den Haag, maar met nieuwe werkgelegenheid binnen de grenzen van de gemeente wil Zoetermeer af van het imago van slaapstad met alleen forensen en zich onder meer als centrum van ICT op de kaart zetten.
Na 1962 groeide Zoetermeer stormachtig van een gemeente met een dorps karakter van minder dan 10.000 tot een stad met in 1991 al meer dan 100.000 inwoners. De traditionele agrarische economie verdween en het dialect stierf nagenoeg uit.
Palenstein (1965), Driemanspolder (1966), en Meerzicht (1969) In de eerste nieuwbouwwijken Driemanspolder, Palenstein en Meerzicht verrezen veel galerijflats. Deze ruime en relatief goedkope flats, omgeven door groenvoorzieningen, moesten vooral jonge gezinnen naar deze groeistad trekken. In de andere wijken treft men vooral laagbouw eengezinswoningen met een eigen tuin aan.
Buytenwegh de Leyens (1974), Seghwaert (1976), Noordhove (1985) De behoefte naar nieuwe woningen bleef groot. Vooral laagbouw- en eengezinswoningen bleken populair. In hoog tempo werden de wijken Seghwaert en Buytenwegh de Leyens gerealiseerd. Deze twee wijken kenmerken zich door het vele groen, De Leyens door het groen en het vele water waaronder de Broekwegwetering. Hoogbouw is in deze wijken vrijwel niet te vinden. In 1985 werd de eerste paal geslagen voor de nieuwe wijk Noordhove, een laagbouwwijk grenzend aan de Zoetermeerse Plas.
Stadscentrum (1981) In 1981 werd begonnen met de bouw van het Stadshart, dat het nieuwe winkelcentrum van de stad moest worden. Het kreeg een unieke opzet: magazijnen, parkeren en een station op de begane grond, de winkelstraat op de eerste verdieping en boven de winkels woningen en kantoren. Zo moest een compacte en verkeersvrije winkelstraat ontstaan, die toch goed bereikbaar was per auto en openbaar vervoer. De woningen moeten ervoor zorgen dat het centrum ook na winkelsluitingstijd levendig blijft.
Het Stadshart is in fases gebouwd. In fase 1 Westwaarts, in fase 2 Promenade, in fase 3 Passage, Noordwaarts, Zuidwaarts en Oostwaarts en in fase 4 Warande. In 2006 is de nieuwe uitbreiding van het Stadshart gereed gekomen, Spazio Shopping Space, en eind 2007 startte de 6e en laatste uitbreiding, Cadenza.
Rokkeveen (1987) Toen de voltooiing van de eerste fase van Noordhove naderde, startte aan de zuidzijde van de A12 de bouw van de Zoetermeerse wijk Rokkeveen. In 1992 vond hier de land- en tuinbouwtentoonstelling Floriade plaats. De parken en het Balijbos in het westelijke deel van Rokkeveen zijn hier overblijfselen van.
In 2000 werd besloten Noordhove verder uit te breiden in de richting van Benthuizen. Noordhove fase twee is veel gevarieerder qua opzet in vergelijking met de monotone bebouwing van Noordhove fase één. Er kwam veel ruimte voor koopwoningen in het duurdere segment en voor de uitgifte van vrije kavels.
Oosterheem (2000) Nagenoeg tegelijk met Noordhove II startte ook de bouw van Oosterheem. De bouw zou in het najaar 1999 officieel van start gaan. Omdat er geen milieueffectrapport was opgesteld werden alle afgegeven bouwvergunningen op last van de rechter geschorst en werden de bouwwerkzaamheden pas in december 2000 hervat.
Midden door de wijk loopt een hogedruk-CO2-leiding van OCAP, deels op een diepte van 1,5 meter. Naar de mogelijke gevolgen van een calamiteit zijn door TNO en het RIVM onderzoeken ingesteld.TNO rapport 2006 De conclusies van dat rapport werden echter niet overgenomen en de bouw werd oorspronkelijk zonder aanpassingen voortgezet. Pas bij het voorontwerp Verlengde Oosterheemlijn is bij station Lansingerland-Zoetermeer de leiding alleen daar ter plaatse op een diepte van 32 meter nieuw aangelegd.
Als deze wijk af is, zal het met 30.000 inwoners en 8.500 woningen de grootste wijk van Zoetermeer zijn. De wijk heeft ook een eigen aansluiting met 3 stations gekregen op de RandstadRail.
Inbreiden Zoetermeer-stad bereikt met de bouw van Oosterheem ook in het noordoosten haar gemeentegrenzen. De polders in het noorden behoren tot het Groene Hart en mogen niet bebouwd worden. Een verdere uitbreiding van het bouwvolume en aantal woningen kan alleen worden gerealiseerd door binnenstedelijke verdichting.
De herontwikkeling van de oude stadswijken is de grootste uitdaging. Palenstein (1965) is de eerste wijk die opnieuw wordt ingericht. Hoogbouw maakt deels plaats voor laagbouw en er wordt gezocht naar een betere balans tussen het aantal sociale huurwoningen en duurdere vrijesectorwoningen. Voor de gemeente is het ook een probleem dat de jongeren die rond 1970 massaal naar Zoetermeer verhuisden inmiddels tegen hun pensioen aan zitten, en hun kinderen het huis uit zijn. Hierdoor daalt het aantal inwoners in de wijken uit die tijd - waardoor de gemeente minder inkomsten krijgt. De gemeente probeert dat onder andere op te vangen door "inbreiden", dat wil zeggen het bebouwen van vrije ruimte of verdichten van locaties waar gebouwen leegstaan of niet langer voldoen, met woningen die hopelijk nieuwe "starters" aantrekken.