Denis Diderot (Langres, 5 oktoberZie voor zijn precieze geboortedatum: George R. Havens, « The Dates of Diderot's Birth and Death » in Modern Language Notes, Vol. 55, No. 1 (januari 1940), p. 31-33. 1713 – Parijs, 31 juli 1784) was een Frans schrijver en filosoof, kunstcriticus en een prominente persoonlijkheid in de radicale Verlichting, met Baruch Spinoza (1632-1677) en Pierre Bayle (1647-1706) die men voorlopers hiervan zou kunnen noemen. Hij was tussen 1750 en 1776 met Jean le Rond d'Alembert redacteur van de Encyclopédie. Hij schreef ongeveer 6.000 van de 72.000 artikelen.De encyclopédie kende veel tegenstanders. In 1759 werd de encyclopedie verboden. Het werk ging vanaf die tijd clandestien door. De encyclopedie bedreigde - door de nadruk op religieuze tolerantie en vrijheid van gedachten en een democratische geest - de aristocratie. In 1773 ondernam hij een journalistieke reis door Holland. Diderot was voor de vrijheid van meningsuiting en godsdienst en droeg bij aan de literatuur met zijn Jacques le Fataliste, een satirische roman waarmee hij de conventies over romans aan de kaak stelde en de vrije wil onderzocht.
Jeugd en jonge jaren thumb|left|De oude vestingstad Langres Denis Diderot werd geboren in Langres. Zijn vader – Didier Diderot – was een welgestelde smid, gespecialiseerd in het vervaardigen van messen en chirurgijninstrumenten. Didier was gehuwd met Angélique Vigneron en kreeg met haar zeven kinderen. Denis Diderot werd als tweede zoon (de eerste stierf kort na de geboorte) geboren. Zijn oudste zus Denise werd in 1715 geboren. Van de drie overige zussen Cathérine (1716-1718), nogmaals Cathérine (1719-??) en Angélique (1720-1748) ging de laatste tegen de wil van haar ouders in een ursulinenklooster. Met de geboorte van zijn broer Didier-Pierre, die priester en kanunnik werd,En deux étapes, la Haute-Marne, Détours en France, oktober-november 2022, p. 88 in 1722 was het gezin voltooid.Denis Diderot. Brieven aan Sophie. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1995, vertaald en van een nawoord voorzien door Anneke Brassinga, p 708.
In Langres bezocht de jonge Denis het college van de Jezuïeten, die tot 1762 het monopolie op het onderwijs in Frankrijk bezaten (in 1762 werd de orde in Frankrijk verboden en de ca. 200 colleges werden gesloten). Op 22 augustus 1726 ontving Denis op dertienjarige leeftijd zijn tonsuur en werd hij tot clericus gewijd. Deze jeugdige wijding kan te maken hebben met het lucratieve kerkelijke ambt dat zijn oom vervulde. Wellicht hoopte men dat Denis als zijn opvolger naar voren kon worden geschoven. De vroege dood van deze oom zette in ieder geval een streep door deze rekening.Rond 1729 vertrok Denis Diderot naar Parijs om zijn studie voort te zetten. De periode van 1728 tot 1732 is slecht gedocumenteerd. Vast staat wel, dat hij gedurende deze periode het Collège d'Harcourt bezocht om vervolgens theologie aan de Sorbonne te studeren. In ieder geval ontving hij op 6 augustus 1735 een getuigschrift van de Universiteit van Parijs, voor de succesvolle tweejarige studie filosofie en driejarige studie theologie.
Diderot brak zijn verdere studie theologie af, studeerde enige tijd rechten en had van 1737 tot 1742 een min of meer ongebonden bestaan. Hij was enige tijd procureursklerk, huisleraar, gaf her en der lessen en wijdde zich aan "studie" in het algemeen. Hij leefde van de hand in de tand en moest meerdere malen – tot wanhoop van zijn vader – een beroep doen op geldelijke steun van zijn ouders. Ondanks dit alles ging zijn aandacht in toenemende mate uit naar de literatuur. Hij bezocht regelmatig de theaters, leerde Engels en plaatste enkele artikelen in de Mercure de France – als eerste een stuk over M. Basset in januari 1739. Tegen het einde van de jaren 1739 annoteerde hij de vertaling van Essay on Man van Alexander Pope door Étienne de Silhouette. Dit was de eerste stap naar zijn werkzaamheden als vertaler.
Huwelijk en vroege werken thumb|Standbeeld van Denis Diderot in zijn geboorteplaats Langres
In 1742 vond de eerste ontmoeting tussen Diderot en Jean-Jacques Rousseau plaats, het begin van een hechte (maar uiteindelijk gedoemde) vriendschap. In datzelfde jaar reisde Diderot naar Langres om zijn ouders toestemming en een kleine toelage te vragen voor zijn voorgenomen huwelijk met Anne-Antoinette Champion (1710–1796). Als antwoord daarop lieten zijn ouders hem met een lettre de cachet opsluiten in een klooster in de buurt van Troyes. Zij waren tegen het huwelijk van hun zoon met de drie jaar oudere, eenvoudige, onbemiddelde koopvrouw van linnen en kant. Binnen een paar weken wist Diderot te ontsnappen. Hij keerde naar Parijs terug.
In 1743 verscheen zijn eerste vertaling uit het Engels, een boek over de Griekse geschiedenis van Temple Stanyan. In datzelfde jaar trad hij – op dertigjarige leeftijd – heimelijk en zonder ouderlijke toestemming in het huwelijk met Anne-Antoinette. Het huwelijk werd voltrokken op 6 november 1743 in de Église Saint-Pierre-aux-Bœufs.Deze kerk uit de XIIIe eeuw - destijds gelegen op het île de la Cité in Parijs – is afgebroken. Het portaal van de oude kerk is opgenomen in de Église Saint-Séverin, waarin het nog altijd zichtbaar is. Het huwelijk van Diderot was passioneel en ongelukkig. Precies negen maanden na de huwelijksvoltrekking werd in 1744 hun eerste dochter Angelique geboren. Het meisje stierf enige weken later.
Diderot werkte intussen aan zijn tweede vertaling: Essai sur le mérite et la vertu, vrij naar het gelijknamige werk van Shaftesbury. Zijn neiging om contraire posities in te nemen bleek uit de wijze waarop hij als opposant van de verdediger van de religie van de rede, de positie van de openbaring en daaruit voortvloeiende mogelijkheden innam. In 1746 werd Diderots tweede kind François Jacques Denis geboren. Ook hij stierf kort na de geboorte. Ongeveer in dezelfde periode begon Diderot samen met twee collega's – François-Vincent Toussaint en Marc-Antoine Eidous – aan de vertaling van het boek Medicinal Dictionary (1746-1748) van Robert James (1703-1776). Diderot deed hiermee een waardevolle ervaring op voor zijn later uit te geven Encyclopédie.
In zijn eerste originele werk Pensées philosophiques (Den Haag, 1746) keerde hij zich tegen de in Frankrijk heersende geloofsopvatting. Het parlement zag dit werk als een aanval op het Christendom en gaf de scherprechter opdracht het op de brandstapel te gooien. Daarmee was de publieke belangstelling voor dit werk een feit.
Het in 1747 geschreven La promenade du sceptique werd voordat het uitgegeven werd in beslag genomen. Dit boek verscheen uiteindelijk pas geruime tijd na Diderots dood in druk en wel in het vierde deel van zijn Mémoires, correspondance et ouvrages inédits (Parijs, 1830). Volgend op zijn publicaties ontwikkelde zich een vriendenkring rond Diderot, die wekelijks in het hôtel du Panier Fleuri, nabij het Palais-Royal, samen dineerde. Naast Diderot waren Jean-Jacques Rousseau, Jean le Rond d'Alembert en Étienne Bonnot de Condillac vaste disgenoten.
De boekverkoper en drukker André Le Breton (1708-1779) benaderde Diderot voor de vertaling in het Frans van Ephraim Chambers' Cyclopaedia, or Universal Dictionary of Arts and Sciences (Londen, 1728). Diderot accepteerde de opdracht. Tijdens de vertaling zetten zijn creatieve geest en heldere visie hem aan tot een herdefinitie van het werk. Hij overtuigde Le Breton ervan om zich niet te beperken tot een loutere vertaling van de Cyclopaedia, maar om een nieuw werk te publiceren. Hierin zouden alle actieve schrijvers, ideeën en kennis verzameld worden. Zijn enthousiasme voor het project sloeg over naar zijn uitgevers, die de benodigde middelen verzamelden om dit - veel groter dan gepland - te financieren. Terwijl de benodigde toestemming van de overheid werd verkregen, werd Jean le Rond d'Alembert in 1748 overgehaald om als collega van Diderot de hoofdredactie van de Encyclopédie te voeren.
In datzelfde jaar publiceerde Diderot zijn in oriëntaalse verteltrant vervatte roman: Les Bijoux indiscrets; een allegorie op het Franse hof, die zich afspeelt in Kongo. Volgens de dochter van Diderot schreef hij deze roman op aandringen van zijn minnares Madeleine d'Arsant de Puisieux met wie hij van 1746 tot circa 1750 een liaison had. Diderot verhuisde naar het Quartier Latin en vestigde zich op de Rue de l'Estrapade 3,Denis Diderot. Brieven aan Sophie. De Arbeiderspers, Amsterdam, 1995, Vertaald en van een nawoord voorzien door Anneke Brassinga, p. 713. waar hij eind juli 1749 gearresteerd werd.
Château de Vincennes (van 24 juli tot 3 november 1749) thumb|left|Château de Vincennes
Het door Diderot verkondigde materialisme in zijn Lettre sur les aveugles à l'usage de ceux qui voient [Brief over de blinden ten nutte van de zienden] (Londen, 1749) leidde ertoe, dat de censuur Diderot – die al enige tijd in het oog werd gehouden – als een gevaarlijk personage beschouwde. Het boek werd verboden en op bevel van Nicolas René Berryer – die ook het manuscript van La promenade du sceptique in beslag nam – verdween Diderot voor meer dan drie maanden als gevangene in het Château de Vincennes.
Met de Lettre sur les aveugles leerde de wereld Diderot kennen als een vermetel en origineel denker. Het onderwerp van de verhandeling vormde de discussie over het onderlinge verband tussen de rede en de kennis verkregen door gewaarwording (via de zintuigen). De titel roept op een ironische wijze ook twijfel op over de vraag wie nu in deze discussie precies "de blinden" zijn. Diderot voert een blinde Engelse wiskundige op, genaamd Saunderson, die betoogde dat – ervan uitgaande dat kennis ontspruit aan de zintuigen – de wiskunde de enige vorm van kennis is waarover hij en een ziend persoon overeenstemming konden vinden. De suggestie werd gedaan dat blinden kunnen leren lezen met het gebruik van hun tastzin.
Wat de Lettre sur les aveugles verder zo opmerkelijk maakt, is de heldere, weliswaar niet nader uitgewerkte, uiteenzetting over de theorie van genetische variabiliteit en natuurlijke selectie.
Tijdens zijn gevangenschap ontving Diderot bijna dagelijks bezoek van Jean-Jacques Rousseau, in die tijd zijn beste en meest volhardende vriend.Jonathan I. Israel, Radical Enlightenment: Philosophy and the Making of Modernity 1650–1750. (Oxford University Press. 2001, 2002), p. 710 Onderweg naar Diderot kreeg Rousseau zijn fameuze ingeving, resulterend in zijn Discours sur les sciences et les arts. Met deze verhandeling gaf Rousseau in 1750 het winnende antwoord op de door de Academie van Dijon gestelde prijsvraag, of "de wetenschappelijke vooruitgang en die in de kunsten bijdragen aan het corrumperen of aan het zuiveren van de zeden?"
In zijn verhandeling stelde Rousseau dat de vooruitgang van kunst, letteren en wetenschap ernstige vijanden zijn van de moraal. Hij toonde zich een tegenstander van de vooruitgang, die door zijn vrienden werd nagestreefd. In 1758 leidde dit verschil van inzicht tot een breuk met Diderot.
Op initiatief van Voltaire kwam Émilie du Châtelet tussen bij de gouverneur van Vincennes, die een familielid van haar was, zodat de condities van Diderots gevangenschap werden verlicht. Niettemin was hij erdoor getraumatiseerd. Na diverse verzoeken van zijn uitgevers en een schriftelijke verklaring, waarin hij beloofde nooit meer iets nadeligs over de religie te schrijven (met als resultaat dat zijn meest controversiële werken pas na zijn dood gepubliceerd zouden worden), werd Diderot na meer dan drie maanden uit de kerkers van het Château de Vincennes ontslagen.
Tijdens zijn gevangenschap had Diderot aan de Encyclopédie kunnen doorwerken, hoewel de uitgevers hun betalingen aan hem uitstelden tot na zijn vrijlating.
De Encyclopédie 1750-1765 thumb|Titelpagina van de Encyclopédie