Een hunebed of dolmen is een megalithische (Oudgrieks: μέγας megas: groot, λίθος lithos: steen) grafkamer uit het neolithicum (4000-3000 v.Chr.). In dolmen Bogø, Denemarken is namelijk een menselijk skelet gevonden. Een hunebed bestaat uit ten minste drie, maar vaak (veel) meer staande draagstenen, overdekt door een of meer dekstenen.
Hunebedden zijn volgens de gangbare theorie resten van prehistorische grafkamers. Ze zijn echter niet te beschouwen als graven in de gewone betekenis, maar eerder als knekelhuizen. Het is niet met zekerheid te zeggen dat grafsignalisatie de oorspronkelijke functie van al deze bouwwerken is geweest. Er zijn dolmens waarvan vermoed wordt dat ze enkel als heiligdom dienstdeden.
In Nederland worden ze vooral gevonden in Drenthe, veelal op de Hondsrug. Ze zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v.Chr.,Encyclopedie van Drenthe, Volume 1, p. 437 in de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur. In totaal zijn er daar 52 hunebedden bewaard gebleven in Nederland. In Duitsland en Denemarken zijn er nog honderden te vinden.
Terminologie Volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komen beide termen voor. Kathedralen uit de steentijd
In het dagelijkse taalgebruik blijken de termen hunebed en dolmen grotendeels synoniem en zijn voor Nederlanders de dolmens van Bretagne gewoon Franse hunebedden. In dit artikel worden dan ook beide termen gebruikt.
Archeologen gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. De term hunebed wordt doorgaans gebruikt wanneer de ingang zich in het midden van de lange zijde bevindt. Bij dolmens zit de ingang aan de korte zijde. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur (trechterbekercultuur) gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België (zoals de allée couverte van de Seine-Oise-Marnecultuur). De hunebedden in Nederland behoren, samen met de hunebedden in Nedersaksen, tot de westgroep van de trechterbekercultuur.
In Duitsland wordt de term hunebed (Hühnenbett of Hünenbett) gebruikt voor een grafkamer die omringd wordt door een rechthoekige krans. Er bestaat ook het Kammerloses Hünenbett. Ook hier betreft het een rechthoekige krans, maar dan zonder megalithische kamer. In Duitsland wordt de benaming Dolmen ook voor een specifieke bouwvorm gebruikt.
Etymologie Dolmen wordt vooral in Vlaanderen gebruikt en ontleent zijn gebruik uit de Angelsaksische en Franse wetenschappelijke literatuur. Het woord zou door onderzoekers van eind 18e eeuw ontleend zijn aan het Keltische taol, wat tafel betekent en maen of men wat steen betekent. In die tijd werd namelijk gedacht dat dolmens en menhirs Keltische cultuurelementen waren. Théophile Corret de la Tour d'Auvergne introduceerde deze benaming (geschreven als dolmin) in de archeologische wereld in zijn Origines gauloises (1796). De Oxford English Dictionary verwijst naar tolmen (Cornisch, gat van een steen).
Hunebed is als woord ouder. In het boek van Johan Picardt heten de hunebedden steenhopen gebouwd door grouwsamen barbarische en wreede reusen, huynen, giganten. (1660) Deze visie was in overeenstemming met de orthodoxe Bijbeluitleg waarin vóór de Zondvloed reuzen op aarde waren.Genesis 6:4: De reuzen waren in die dagen op de aarde en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam. Bijbelvertaling 1952. Nederlands Bijbelgenootschap Picardt heeft het consequent over steenhopen, maar de term huynen beklijfde en in 1685 noemde Titia Brongersma de steenhoop een hunebed.
Het woord hunebed verwijst mogelijk naar Hūnen, dat Saksen of Westfalen betekent. (1971): Nederlands etymologisch woordenboek, p. 274
Bouw Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen (zuilen of draagstenen) waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen. Twee draagstenen en een deksteen worden juk of trilithon genoemd. Het juk of meerdere jukken worden afgesloten door sluitstenen. De ruimtes tussen deze stenen werden opgevuld door kleinere stenen, de stopstenen (als stapelmuur). De ingang bij hunebedden is vaak in het midden van de lange zijde en bevat in sommige gevallen poortstenen. Deze poort kan ook de lengte van een gang hebben.
Het geheel werd afgedekt door een dekheuvel. Deze heuvel is in veel gevallen verdwenen. Ook komen er kransstenen voor; deze zijn rond het hunebed geplaatst (vaak in een ronde, niervormige of ovale vorm).
In Nederland werden zwerfstenen gebruikt als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen, in België bijvoorbeeld puddingsteen.
De vorm van hunebedden en dolmens kan per gebied of tijdperk van bouw verschillen. Zo hebben dolmens in Frankrijk vaak de ingang aan de korte zijde en worden ze soms afgedekt met een cairn. In o.a. Duitsland komen af en toe Wächtersteine voor.
Huidige tijd miniatuur|Links een reconstructie van Großsteingrab Stenum en rechts de huidige staat van het bouwwerk Veel van deze prehistorische monumenten zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijvoorbeeld wegen, kerken, huizen en dijken.Geheugen van Drenthe. Gearchiveerd op 8 juli 2023. Ook speelden soms ideologische of religieuze motieven een rol bij de vernietiging van (gedeelten van) hunebedden. Zo werd in de synode van Arles (452) het aanbidden van stenen, bronnen en bomen verboden. Dit beleid werd door Karel de Grote vervolgd. Ondanks eeuwenlange verboden worden de stenen in o.a. Bretagne nog aanbeden.Kelthische mythen en legenden, W.C. van de Meeberg, miniatuur|links|Een model met links de oorspronkelijke situatie en rechts de huidige situatie van Großsteingrab Flehm 1 miniatuur|Het Ulanendenkmal in Demmin werd in 1923/1924 gebouwd met de stenen van hunebedden uit de omgeving. Het Großsteingräber bei Quitzerow werd hiervoor zelfs volledig afgebroken Gedurende de Middeleeuwen werden Quadersteine gemaakt; dit gebeurde door de hunebedstenen te kloven. De Quadersteine vormden de fundering in vele kerken in Noord-Duitsland en Denemarken. In Drenthe zijn nog resten te vinden in de kerkmuren van Odoorn (het koorOnze hunebedden, G. de Leeuw, 1976 van de Margarethakerk) en Emmen (Grote Kerk) en in de kerkhofmuren van Odoorn en Oosterhesselen.Geheugenvandrenthe Hunebed. Gearchiveerd op 8 juli 2023. In de 19e eeuw, in het eerste jaar dat Willem Tijmes burgemeester was, werd er in Emmen nog een hunebed totaal verwoest. Zijn voorganger, Lukas Oldenhuis Tonckens, zette zich juist in voor het behoud van hunebedden.
Stenen van Hünensteine von Steinkimmen III werden gebruikt voor het fundament van het mausoleum op het Gertrudenfriedhof in Oldenburg.
In andere gevallen werden de hunebedden verwijderd, omdat ze voor problemen zorgden bij het bewerken van het land door boeren.
Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) zijn verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. In sommige gevallen werd het gehele hunebed vernietigd en herinneren alleen sporen in de grond of de naamgeving van het gebied aan het bouwwerk dat ooit op de plek heeft gestaan. In andere gevallen bleef (een gedeelte van) het hunebed bewaard, alhoewel de stenen niet altijd op de originele plek bleven staan. Hunebedden werden verplaatst om het bouwwerk te redden (bijvoorbeeld bij de aanleg van een spoorlijn, weg of industrieterrein).
Er zijn hunebedden gekerstend en in bepaalde gevallen zijn deze hunebedden voorzien van een kruis. Er zijn ook hunebedden die in gebruik zijn als kapel of ingebouwd zijn in een kerk of kapel.
Tegenwoordig zijn de overgebleven (delen van) hunebedden vaak beschermd als archeologisch monument. Archeoloog Jan Albert Bakker stelde al dat de kamervulling met een asfaltlaag zou moeten worden beschermd tegen schatrovers toen hij promoveerde. Er zijn meerdere landen die aandacht voor de megalithische bouwwerken vragen door middel van toeristische routes, zoals de Hunebed Highway in Drenthe en de Straße der Megalithkultur in Duitsland.
Artefacten In en rond hunebedden zijn diverse artefacten gevonden.
In de hunebedden in Drenthe zijn kralen van git gevonden. Ook werd bijvoorbeeld barnsteen aangetroffen.
Verspreiding
Nederland
miniatuur|Het hunebed D6 in Tynaarlo, Willem Roelofs, 1861miniatuur|De litho Hunebed te Valthe door Hendrik Dirk Kruseman van Elten (1829-1904) geeft D36 weer De hunebedden in Nederland zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v.Chr., in de meest westelijke uitloper van het territorium van de trechterbekercultuur, die verder doorloopt tot in het oosten van Duitsland. Qua stijl en locaties vertonen ze grote overeenkomsten met de hunebedden in Sleeswijk-Holstein, Noordrijn-Westfalen en met name het Eemsland.
Naar schatting waren er in Noord-Nederland 80 tot 100 hunebedden, de meeste daarvan in Drenthe. De Nederlandse hunebedden zijn in kaart gebracht door Albert van Giffen, hij gaf ze ook de nummering die nog altijd gebruikt wordt. Van de 54 hunebedden die nu nog in Nederland zichtbaar zijn, staan er 52 in de provincie Drenthe. De andere twee staan in de provincie Groningen. Van 27 verdwenen hunebedden lagen er 20 in Drenthe, 4 in Groningen, 2 in Overijssel en 1 in Friesland.Willehad, een Angelsaksische missionaris in Drenthe op de grens van prehistorie en historie, Dirk Otten, De plaats van 18 gesloopte hunebedden is nog bekend. In Utrecht ligt de Kei van Lage Vuursche, er is nooit wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dit bouwwerk (wat mogelijk een hunebed is).Megalithic Research in the Netherlands, 1547 - 1911, from 'Giant's Beds' and 'Pillars of Hercules' to accurate investigations; Jan Albert Bakker, 2010,
In Nederland is de lengterichting van de hunebedden voornamelijk van oost naar west georiënteerd.A.E. Van Giffen (1925), De Hunebedden in Nederland. Oosthoek, UtrechtJ. van Eijnatten en F. van Lieburg (2006), Nederlandse religiegeschiedenis, blz. 14, Uitgeverij Verloren, Deze oriëntering is mogelijk astronomisch bepaald. Ten eerste door de zon: de lengterichting kan aan de hand van de op- of ondergaande zon bepaald zijn, en de verlichting binnenskamers profiteert van een ingang op het zuiden. Ten tweede is er een verband met de opkomstpunten van de maan voorgesteld.M. Langbroek (1999), Huilen naar de maan. Een verkennend onderzoek naar de oriëntaties van Nederlandse hunebedden. P.I.T. (archeologische ervaringen) 1:2, p. 8-13 Een ingang ligt bij hunebedden in Nederland meestal aan de oost- of zuidkant van de steenkamer. Er zijn 13 hunebedden in Nederland waar nog één of meerdere kransstenen aanwezig zijn en er zijn enkele hunebedden met napjesstenen (vaak als deksteen).
In Nederland worden de bouwwerken in het algemeen hunebed genoemd, maar er zijn diverse type bouwwerken. In Nederland komt het portaalgraf en het ganggraf het vaakst voor, er is in Nederland een langgraf (in Emmen) en ook een trapgraf.
In 2017 werden alle hunebedden in Nederland met behulp van fotogrammetrie opgenomen in een 3D-atlas die voor het publiek gratis toegankelijk is. De data zijn verkregen uit een samenwerking van de Provincie Drenthe en de Rijksuniversiteit Groningen, gesubsidieerd door de Gratama-stichting.Groningen Institute of Archaeology. Gearchiveerd op 19 mei 2022.
Denemarken
miniatuur|En gravhøj fra oldtiden ved Raklev på Refsnæs, Johan Thomas Lundbye miniatuur|Runddysse bij Tustrup Er zijn in Denemarken nog 2.500 hunebedden (oldtidsgrave, stendysse of dysse) te vinden. Naar schatting waren hier 25.000 megalithische grafkamers. Langeland heeft het grootste aantal hunebedden per km² ter wereld.