TNO Bouw en Ondergrond was een van de vijf 'kerngebieden' van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek en richtte zijn activiteiten op het duurzaam inrichten, gebruiken en beheren van de gebouwde omgeving, de infrastructuur en ondergrond.

Opdrachtgevers waren de overheid en de bedrijfssectoren die direct te maken hebben met duurzame inrichting. Vraagstukken waren onder andere het gebruik van de ondergrond, de mobiliteit, de infrastructuur, de vernieuwing van de binnensteden, de netwerkvorming van steden met alle bestuurlijke implicaties die daarbij horen, en de ontwikkeling van regio’s, mede in Europees verband.

Het kerngebied telde circa 750 medewerkers, verdeeld over locaties waar het instituut vestigingen had: Apeldoorn, Delft, Den Helder en Utrecht. Zij ontwikkelden kennis en pasten deze toe in de vorm van advies, toegepast onderzoek en productinnovatie. Dat gebeurde binnen de 'Business Units', die weer waren onderverdeeld in inhoudelijke afdelingen:

Bodem en Grondwater Geomodellering en Karakterisatie Grondwaterbeheer Bodembeheer Kustgebied en zee Geolab Geo-Infra en -Observatie Bouw en Installaties BouwInnovatie Binnenmilieu en Gezondheid Bouw Materialen Energie, Comfort en Binnenmilieu Constructies en Veiligheid Civiele infrastructuur Laboratoria C en V Centrum voor Mechanische veiligheid Centrum voor Brandveiligheid Geo-energie en Geo-informatie Olie en Gas Duurzame Geo-Energie Geobiologie EZ adviesgroep DINO (Data en Informatie Nederlandse Ondergrond) Monitoring en Geomatica Innovatie en Ruimte Milieu en Leefomgeving Management Milieu en Leefomgeving Industriële en Externe Veiligheid Kwaliteit Watersystemen Emissies- en Ketenmanagement Luchtkwaliteit en Klimaat Milieu-analyse Leefomgeving en Gezondheid Mobiliteit en Logistiek Mobiliteit en Infrastructuur Intelligente Transportsystemen Logistiek

Situatie vanaf 2011 Vanaf 1 januari 2011 zijn alle kerngebieden opgeheven en is TNO overgegaan op een thematisch aangestuurde matrixorganisatie.

Categorie:TNO