Dendermonde (Frans: Termonde) is een stad in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen. De stad ligt in de driehoek Gent-Brussel-Antwerpen, een van de meest verstedelijkte gebieden van het land. Het is de hoofdplaats van het arrondissement Dendermonde en ligt in de Denderstreek. De stad ligt aan de samenvloeiing van Dender en Schelde en telt ruim 47.000 inwoners, die Dendermondenaars worden genoemd. Dendermonde is Nederlandstalig en door een voortschrijdend assimilatieproces is het dialect met uitsterven bedreigd.

De Dendermondse folklore omvat onder andere het Ros Beiaard, de drie gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath, de knaptanden, het Schipken, de Helleput en het Rad van Avontuur.

Historisch overzicht thumb|left|Dendermonde in 1649 door J. Blaeu thumb|De Zwane thumb|Vleeshuis en Grote Markt thumb|De Oude Dender in Dendermonde thumb|Het gerechtshof in Dendermonde thumb|Praalgraven op de Begraafplaats van Dendermonde thumb|Onze-Lieve-Vrouwekerk thumb|Doopvonten thumb|St-Gillis-Binnenkerk. thumb|left|Ruïnes van Dendermonde tijdens WW1 thumb|left|Ruïnes van Dendermonde na WW1 bombardement thumb|Vleeshuis thumb|Gulden Hoofd thumb|Brusselse Poort

Tot de Gallo-Romeinse periode In Dendermonde werden het skelet van een mammoet en een bot van een prehistorische neushoorn ontdekt. In Vlassenbroek, vond men mesolithische jagerskampen met werktuigen uit vuursteen (silex), die dateren uit circa 10.000 v. Chr., wat wijst op een vroege menselijke aanwezigheid in de regio. De Scheldevallei werd reeds bezocht door rondtrekkende jagers, voor de mens aan landbouw of veeteelt deed. In de bronstijd werd op het Hoogveld een tumulus (cirkelvormige grafheuvel) opgericht.

In de Schelde tussen Dendermonde en Zele vond men bronzen tongzwaarden (ca. 1.100 - 750 v. Chr.). Ze waren gebroken en dus onbruikbaar gemaakt, mogelijk met een religieuze bedoeling. Dit bewijst dat er ten laatste in de achtste eeuw v. Chr. reeds handelsroutes over grote afstanden bestonden, vermits tin, een van de grondstoffen, nodig voor de vervaardiging van brons in onze streken niet voorkomt.

Opgravingen in 2010 aan het Kleinzand te Grembergen brachten sporen van een nederzetting uit de vroege ijzertijd (ongeveer 800 v. Chr.) en drie Romeinse brandrestgraven aan het licht. Deze site werd in de Romeinse tijd, vanaf 175 na Chr. opnieuw als landbouwzone in cultuur gebracht. Bij graafwerken in de Dendermondse polder trof men werktuigen uit het neolithicum (vroege landbouwperiode).

Op de hoog gelegen Zwijvekekouter vonden archeologen in 1956, onder leiding van professor De Laet, twee Gallo-Romeinse brandrestengraven. Ze dateren van circa 125-150 na Christus. Op het Hoogveld vond men een graanspieker uit de ijzertijd en een Keltisch-Romeins heiligdom. Uit de Dender haalde men vele bronzen en één verzilverde Romeinse munt, o.a. uit de tijd van keizer Constantijn de Grote.

Stichting van de stad en bloeiperiode tot de 13e eeuw Als gevolg van de volksverhuizingen werd de geromaniseerde Scheldevallei geleidelijk bewoond door Germaanse nieuwkomers. Het christelijk geloof en de Germaanse religie bestonden zo gelijktijdig. Op de Zwijvekekouter ontstond een begraafplaats. Dankzij de opgravingen door archeologen van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in 1933 tot 1935 werd Saksisch aardewerk, Frankisch glas, een zilveren fibula (5de eeuw) en een gouden ring (7e eeuw) gevonden. In 843 plaatst het Verdrag van Verdun Dendermonde in Lotharingen, het middenrijk dat aan keizer Lotharius I toekwam tussen het gebied van diens broers Karel de Kale en het Oost-Frankische rijk van Lodewijk de Duitser.

Door de zeer gunstige ligging aan twee bevaarbare waterlopen (Dender en Schelde) ontstond in de Frankische periode een pre-stedelijke nederzetting op de plaats van de huidige Vlasmarkt. Later ontstond er ook bewoning op de linker Denderoever in de omgeving van een burcht. Deze burcht was de opvolger van een eenvoudige versterking, zoals er langs de Schelde vele opgericht werden om de bevolking te beschermen tegen de plunderende Vikingen. Deze houten burcht werd ca. 950 na Chr. in opdracht van keizer Otto II, zoon van Otto de Grote, gebouwd. Omringd door Dender en Visgracht, bevond ze zich op de plaats waar thans het gerechtsgebouw staat en vormde de bestuurlijke zetel van het Land van Dendermonde. Deze heerlijkheid bestond reeds voor het begin van de twaalfde eeuw.

Het Sint-Alexiusbegijnhof bestaat sinds 1288. Het vormde een oord van devotie in het hart van de stad.

De stad zelf maakte vanaf 1233 geen deel meer van uit van de heerlijkheid. De naam Dendermonde werd het eerst vermeld in een oorkonde Rainghouts de Thenremonde uit 1087.Piet Buyse, Leen Meganck, Evert Vandeweghe en Robby Vervoort, De Grote Markt van Dendermonde van boven tot onder bekeken, Gent, 2007, , p. 6 Bij de burcht kwam een burchtkapel en op de huidige Grote Markt was in de elfde eeuw een begraafplaats.

De eerste heren van Dendermonde waren de afstammelingen van de provoosten van de Gentse Sint-Baafsabdij.

Voor 950: Wenemar van Dendermonde

977-991: Hermenfried van Dendermonde, zoon van Wenemar

1019: Robrecht van Dendermonde

Ringoot, heer van Dendermonde, zoon van Ringoot de Kale van Gent, overleed op 3 oktober 1106. Men vermoedt dat hij een dochter had die huwde met Daniel, kleinzoon van Boudewijn I van Aalst.

Robrecht III van Bethune, bijgenaamd "de Leeuw van Vlaanderen", huwde met Blanche van Anjou-Sicile, een kleindochter van koning Lodewijk VIII van Frankrijk.

In 1223 werd in Dendermonde een cisterciënzerinnenabdij gesticht en in 1233 kende Robrecht VII van Bethune Dendermonde stadsrechten toe. Rond 1200 was de Dender al bevaarbaar tussen Dendermonde en Aalst.Frans de Potter en Jan Broeckaert, Geschiedenis der stad Aalst voorgegaan van eene historische schets van 't voormalige Land van Aalst, I, Gent, 1873, p. 150 en 369-371. Later konden schuiten, wanneer er bij voldoende regen genoeg water in de rivier stond, ook Ath bereiken.

In de dertiende en veertiende eeuw was Dendermonde een omwalde stad in volle expansie, dankzij de textielnijverheid. Ze had zandstenen muren, torens en poorten. Aan de binnenkant van de stadsmuren waren gewelven die bescherming boden bij vijandelijke aanvallen. De stad had vier stadspoorten: 1) in het westen de Steenpoort aan de huidige Kerkstraat voor de verbinding met Gent, 2) in het noorden de Waaslandpoort aan de Veerstraat voor de verbinding met het Waasland, 3) in het noordoosten de Mechelsepoort aan de Mechelsestraat voor de verbinding met Mechelen, 4) in het zuidoosten de Brusselsepoort voor de verbinding met het hertogdom Brabant en Brussel. In het stadscentrum liepen vele grachten (thans overwelfd), zoals in het midden van de Kerkstraat, de Van Winckellaan en de Oude Vest. De welvaart was gebaseerd op 4 pijlers: de lakennijverheid, de vlasnijverheid, de ambachten en de handel. Er was een jaarlijkse jaarmarkt waar Vlaamse, Franse en Duitse handelaars hun waren verkochten. Uit Frankrijk kwam wijn; uit Duitsland bier en keramiek.

Veertiende en vijftiende eeuw Van 1297 tot 1303 werd Dendermonde bezet door de troepen van koning Filips IV van Frankrijk (Filips de Schone). De Denderbrug die Grote Markt en de Koornaard (nu Vlasmarkt geheten) met elkaar verbond, was tot 1380 in hout. Ze werd toen in zandsteen herbouwd. Ondanks de strategische ligging, raakte Dendermonde in de 15e eeuw langzamerhand in economisch verval.

Aan het einde van de veertiende eeuw was in Dendermonde een zilversmid actief en ook in de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw werkten zilversmeden in de stad. Zij vervaardigden ringen en religieuze voorwerpen. Ook werden er tinnen voorwerpen gemaakt. De textielindustrie (het Dendermondse laken) veroorzaakte in de veertiende eeuw gewapende conflicten met Gent, dat zich door de Dendermondse concurrentie bedreigd voelde. In 1380 werd de stad door de naijverige Gentenaars belegerd, ingenomen en leeggeplunderd. Dit ging gepaard met veel bloedvergieten, zelfs tegenover vrouwen en kinderen. Vanaf 1384 werd Dendermonde opgenomen in de bezittingen van de hertogen van Bourgondië. Jan Zonder Vrees, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen, hield in 1405 zijn Blijde Inkomst in de stad en zijn zoon Filips de Goede, bracht in 1465 een bezoek aan Dendermonde. Hij gaf toestemming om een nieuw Vleeshuis te bouwen.

Begin 15de eeuw bevond zich het zogenaamde nieuwe Lombaardenhof in de Boomgaardstraat. Daar werkten bankiers, meestal afkomstig uit Frankrijk of Noord-Italië (Lombardije).

In 1468 ontving het stadsbestuur Margaretha van York, echtgenote van de laatste Bourgondische hertog, Karel de Stoute. Ze bezocht de Lakenhalle (nu stadhuis) en de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Zestiende en zeventiende eeuw Vanaf 1538 vinden we in de rekeningen van de Dendermondse baljuws aanduidingen terug van protestantse invloeden. De Spaanse inquisitie was ook in Dendermonde actief. Tijdens de Beeldenstorm van 1566 werd het interieur van de Onze-Lieve-Vrouwekerk volledig vernield. Sporen van deze vernielingen zijn nog steeds zichtbaar aan de pilaren waar de decoratie gedeeltelijk weggekapt werd. Terwijl de stad in handen was van de beeldenstormers werd deze kerk zelfs als stal voor dieren gebruikt.

In 1565 werden uitermate nauwkeurige kaarten gemaakt van Dendermonde door Jacob van Deventer (cartograaf) en in 1584 door Pierre Le Poivre. Deze kaarten of plattegronden waren opgesteld met militaire bedoelingen om de stad beter te kunnen verdedigen.

De Tachtigjarige Oorlog deed het bevolkingsaantal in het Land van Dendermonde bijna halveren. Na diverse andere epidemies, brak in 1569 de pest uit, waardoor de verering van H. Rochus in de dekenale kerk opnieuw een herleving kende. Op 5 september 1572 werd Dendermonde veroverd door troepen van Willem van Oranje, onder leiding van kapitein Nuffel uit Mechelen, maar een maand daarna ontvluchtten zij de stad en werd Dendermonde door de Spaanse troepen ingenomen en geplunderd. Na de Spaanse Furie in Antwerpen (november 1576) slaagde François van Ryhove erin om het Spaanse garnizoen in Dendermonde af te kopen en te doen vertrekken; als beloning werd hij hoogbaljuw van Dendermonde. Op 4 augustus 1578 kwam de stad in handen van de Staten, op 12 maart 1579 vestigden radicale protestanten er de macht van de calvinistische Gentse Republiek, waarna de katholieke clerus uit de stad werd verbannen en alle geestelijke goederen werden geconfisqueerd. Op 14 augustus 1579 werd Baasrode door de Spanjaarden platgebrand. Vele inwoners van het dorp vluchtten of werden vermoord. Op 17 augustus 1584 moest Dendermonde capituleren voor de Spaanse troepen van Alexander Farnese, hertog van Parma en Piacenza en bleef daarmee een overwegend katholieke stad.

Vervolgens werd een nieuwe vesting gebouwd.Aimé Stroobants Vesting Dendermonde. Een kennismaking met haar waardevolle resten, 2011Jozef Dauwe, Dendermonde-1626Vestingstad Dendermonde De aartshertogen Albrecht en Isabella deden hun blijde intrede in de stad op 27 januari 1600. In 1603 vond een heksenproces plaats tegen Anna Scoorcx uit Zele. Ze stierf op de pijnbank.

Lodewijk XIV, koning van Frankrijk belegerde de stad in 1667, maar ontsnapte nipt aan de dood en moest zijn leger terugtrekken toen Dendermonde de polders liet overstromen. Tijdens de Spaanse Successieoorlog was het lot de stad minder gunstig gezind. In 1706 werd de stad door de Britse generaal Hertog van Marlborough in puin geschoten.

Het Oostenrijks bestuur Op de Vredesconferentie in Utrecht (1712-1713) werd beslist dat de Spaanse Nederlanden voortaan door de Oostenrijkse Habsburgers zouden bestuurd worden. Er kwam echter een reeks garnizoenen met soldaten uit de Republiek (Verenigde Provinciën) in de Zuidelijke Nederlanden, wat door de Oostenrijkers als een vernedering ervaren werd.