thumb|Station Amstelveen. thumb|Station Bovenkerk. thumb|Route van de museumtramlijn langs het Amsterdamse Bos tussen Haarlemmermeerstation – Station Amstelveen en Bovenkerk, als onderdeel van de spoorlijn naar Aalsmeer (linksonder). De lijn is tot voorjaar 1981 in gebruik gebleven voor werktreinen en overbrengingsritten van treinstellen Plan V naar de Schiphollijn.

De Electrische Museumtramlijn Amsterdam (EMA) is een museumtramlijn in de Nederlandse stad Amsterdam. De organisatie exploiteert met historische elektrische trams twee lijnen, de museumtramlijn (lijn 30) op de Haarlemmermeerspoorlijn van het Haarlemmermeerstation naar Bovenkerk en de stadslijn (lijn 20), die vanaf de Dam een toeristische rondrit maakt door de binnenstad van Amsterdam.

De EMA is aangesloten bij Historisch Railvervoer Nederland (HRN), Electrische Museumtramlijn Amsterdam op www.railmusea.nl een organisatie voor Nederlandse railmusea.

24px Lijn 30 Op de museumtramlijn rijden de historische trams op de route: Haarlemmermeerstation – Jollenpad – Kalfjeslaan – Station Amstelveen – Station Bovenkerk.

De museumtramlijn van de EMA is een lokaalspoorweg en valt onder het besluit bijzondere spoorwegen. Dit is het laatst overgebleven deel van de vroegere Haarlemmermeerspoorlijnen. Het Haarlemmermeerstation is rijksmonument. Vanaf 26 mei 2020 staat de lokaalspoorlijn op de gemeentelijke monumentenlijst van Amstelveen. Het Station Amstelveen en de voormalige personeelswoningen langs de lijn waren al eerder op de Amstelveense monumentenlijst geplaatst.

Historie Na opheffing van het goederenvervoer op het laatste functionerende deel van de Haarlemmermeerspoorlijnen, tussen Uithoorn en het Haarlemmermeerstation, in 1972, ontstond bij een aantal trambelangstellenden het idee om deze lijn te verbouwen tot een elektrische museumtramlijn.Op de Rails 1980 nr. 5 (Mei). Gearchiveerd op 14 september 2017. In 1975 verleende het Amsterdamse vervoerbedrijf GVB hulp. Het begin van de Museumtramlijn werd geopend op 20 september 1975.

Er was in Nederland behoefte aan een dergelijke museumtramlijn. Hoewel de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik al bestond, was het op deze lijn niet mogelijk om met elektrische trams te rijden. Divers trammaterieel, opgeslagen in Hoorn, kon daardoor niet worden ingezet. Met een aparte tramlijn in Amsterdam was het ook niet nodig om een deel van de lijn van Hoorn naar Medemblik van bovenleiding te voorzien, waar aanvankelijk plannen voor bestonden. Op een terrein bij het Haarlemmermeerstation was een bedrijfsloods die als remise gebruikt kon worden. In februari 1974 werden de nog in Hoorn verblijvende Amsterdamse motorwagen en elf bijwagens overgebracht naar Amsterdam.

Met het oog op de viering van het 75-jarig bestaan van de Amsterdamse Gemeentetram en het 700-jarig bestaan van de stad Amsterdam verleende het GVB hulp en werd door de gemeente subsidie ter beschikking gesteld. De bovenleiding werd door het GVB aangelegd en betaald.

Trams op een lokaalspoorweg De lijn is een lokaalspoorweg. Dit is vooral te zien aan de tekens en signalering langs de lijn. De lijn is, zoals gebruikelijk bij spoorlijnen, opgedeeld in blokken en verantwoordelijkheidsgebieden. De beveiliging op de lijn gebeurt via een mobiele telefoonverbinding, waarbij iedere tram van de tramdienstleiding toestemming krijgt om een stuk lijn te berijden. Voor de tramdienstleider werd vanaf 1984 gebruikgemaakt van de 'Duiventil' achter het Haarlemmermeerstation, die van 1955 tot 1983 bij het Centraal Station stond.

Voor de dienst op de museumtramlijn worden oude elektrische trams ingezet uit Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Zeist en Groningen, waarvan de bouwjaren liggen tussen circa 1904 en 1960.

Tussen 1979 en 2025 deden er ook diverse trams dienst afkomstig uit verschillende buitenlandse steden, zoals Berlijn, Kassel, Wenen, Graz en Praag. Deze zijn, op enkele werkwagens na, inmiddels weer uit Amsterdam vertrokken

De museumtramdienst wordt geheel onderhouden door vrijwilligers van de vereniging Rijdend Electrisch Tram Museum (RETM). Behalve het exploiteren van de tramlijn wordt ook het onderhoud van spoorlijn en tram in eigen beheer gedaan. Sinds 2008 was er een eigen inspectieput in de werkplaats, waardoor ook wagenkeuringen in eigen beheer gedaan kunnen worden. Voorheen gebeurde dit in de Remise Havenstraat van het GVB Amsterdam.

De tramdienst wordt uitgevoerd tussen begin april en eind oktober op zondagen (en op tweede Paasdag en tweede Pinksterdag) van 11 tot 17 uur, waarbij er iedere 20 of 30 minuten wordt gereden. Buiten de normale dienst werden nog diverse themaritten gereden zoals Sinterklaas-, Kerst- en Oliebollenritten en 'Museumtram by Night'. Ook is het mogelijk om de trams te huren en om in de tram te trouwen, in Amsterdam of in Amstelveen.

De lijn met uitbreidingen en inkrimpingen De museumtramlijn werd geopend op 20 september 1975. In eerste instantie werd op een 1.200 meter lang deel van de lijn gereden tot aan de Ringweg Zuid (A10). In de volgende jaren werd de tramdienst geleidelijk verlengd, nadat de spoorlijn geschikt was gemaakt voor het rijden met elektrische trams. Hiertoe werd de lijn van bovenleiding voorzien en werden wisselplaatsen en halteperrons aangelegd. De stroomvoorziening liep via de Remise Havenstraat (en vanaf 1983 ook via het onderstation Kalfjeslaan).

Op 24 mei 1979 werd het Jollenpad bereikt, vanaf 28 mei 1981 ging de tram doorrijden naar de Kalfjeslaan, waarmee ook op enkele haltes bij het Amsterdamse Bos werd gestopt. Op 3 april 1983 kwam de verlenging naar het station Amstelveen in gebruik. De museumtramlijn bereikte hiermee een lengte van 5,7 kilometer. Voortaan werd een twintigminutendienst gereden met vijf trams(tellen). Op 5 april 1987 kwam de keerlus bij het Haarlemmermeerstation in gebruik. De laatste verlenging betrof die naar station Bovenkerk op 25 april 1997, waarmee de totale lengte op 7,2 kilometer kwam. Bij het eindpunt in Bovenkerk is een keerdriehoek aangelegd die het rijden met eenrichtingstrams mogelijk maakt.Op de Rails 1990 nr. 10 (Oktober). Gearchiveerd op 23 juni 2018.

In 2017 eindigde het rijseizoen wegens werkzaamheden aan het Piet Kranenbergpad bij de viaducten van de Ringweg Zuid zes weken eerder, op 10 september. Daarvoor in de plaats werden vanaf 17 september tot eind oktober op zondagen met twee trams acht ritten per dag gemaakt tussen het Haarlemmermeerstation en Artis. In het rijseizoen 2018 werd van april tot september gependeld tussen Haarlemmermeerstation en IJsbaanpad en werd er (weer) naar Artis gereden. Vanaf oktober 2018 werd er (na ruim een jaar) weer naar Amstelveen gereden. Dit jaar was het rijseizoen verlengd tot eind november. In 2020 startte het rijseizoen ruim drie maanden later dan gebruikelijk, na de vertraagde vernieuwing van het spoor ten noorden van de Kalfjeslaan, reed de tram weer op zondagen vanaf 19 juli, één keer per uur, alleen tot aan de Molenweg in Amstelveen. Vanaf 23 augustus werd er weer met een halfuurdienst doorgereden naar Bovenkerk. Op 14 oktober 2020 werd het rijseizoen voortijdig beëindigd wegens de coronacrisis.

In februari 2021 werd de museumtramlijn ten noorden van Station Amstelveen ter hoogte van de autosnelweg A9 onderbroken. Het viaduct van de museumtramlijn over de A9 moest verdwijnen voor de verbreding van de weg, die ter plaatse van het dorp Amstelveen in een tunnel komt te liggen. Na voltooiing hiervan krijgt de museumtramlijn hierover een nieuw tracé. In maart-april 2021 werd er een stukje dubbelspoor aangelegd ten noorden van de bouwput en dit dubbelspoor dienst als nieuwe wisselplaats en het eindpunt van de tramdienst gedurende de bouwwerkzaamheden. Station Amstelveen en Bovenkerk worden hierdoor voor een aantal jaren niet bereikt. Vanaf de start van het rijseizoen 2021 op 13 juni 2021 werd een halfuurdienst gereden tot aan de Molenweg in Amstelveen; vanaf 4 juli 2021 wordt doorgereden naar de nieuwe wisselplaats Parklaan nabij de autosnelweg A9.

Vanwege sloop- en bouwwerkzaamheden op het Havenstraatterrein bij het Haarlemmermeerstation vertrok de laatste tram met passagiers vanaf het Haarlemmermeerstation op zondag 29 oktober 2023, de laatste dag van het rijseizoen. Het vertrekpunt van de museumtramlijn is vanaf 2024 een aantal jaren verplaatst naar het Jollenpad, waar in de zomer van 2024 een tijdelijke loods voor stalling van de trams is gebouwd. Op dagen dat de tram rijdt is er tussen het Haarlemmermeerstation en het Jollenpad een pendelbus met museumbussen van stichting BRAM die het vervoer verzorgt.Op de Rails 2025 nr. 10 (Oktober), pagina 499.

Bezienswaardigheden langs de lijn Naast de stationsgebouwen (Haarlemmermeerstation en Station Amstelveen) staan er in Amstelveen nog een aantal wachterswoningen: aan de Kalfjeslaan, Karselaan, Handweg, Noorddammerlaan (Bovenkerk) en bij de keerdriehoek in Bovenkerk.

Overgeplaatst uit Amsterdam Voorts zijn er nog enkele objecten die voorheen elders in Amsterdam stonden, zoals de 'Duiventil' achter het Haarlemmermeerstation, die van 1955 tot 1983 tegenover het Amsterdamse Centraal Station stond en de 'Duiventil' bij de Van Nijenrodeweg, die vanaf de jaren vijftig tot de jaren tachtig op de brug van het Muntplein stond. Dit bouwwerk, in gebruik geweest bij de Amsterdamse verkeerspolitie, is een ontwerp van de bekende Amsterdamse School-architect Piet Kramer, waarvan ook een groot aantal bruggen in het Amsterdamse Bos is te vinden.

Sinds 2014 staat het originele beeld van de Amsterdamse Stedemaagd uit 1883 naast de halte Koenenkade van de museumtramlijn. Dit stond tot 2010 bij de ingang van het Vondelpark aan de Stadhouderskade, maar was sterk aan verval onderhevig en werd vervangen door een replica. Het oude beeld is na een grondige opknapbeurt op 18 juni 2014 op een sokkel geplaatst aan de Koenenkade, bij een ingang van het Amsterdamse Bos, vlak bij de grens met de gemeente Amstelveen.

Woningbouwplannen Havenstraatterrein Na jarenlang plannen maken besloot de gemeente Amsterdam in maart 2018 tot grootschalige woningbouw op het terrein achter het Haarlemmermeerstation, het 'Havenstraatterrein', daar waar sinds 1975 de Electrische Museumtramlijn Amsterdam is gevestigd.Bestemmingsplan Havenstraatterrein, www.amsterdam.nlGeschiedenis van het plangebied Havenstraatterrein, www.amsterdam.nlCultuurhistorische verkenning Havenstraatterrein, www.amsterdam.nl In het nieuwe, op 14 maart 2018 vastgestelde, bestemmingsplan was geen plaats ingeruimd voor een remise, en ook niet voor het stuk spoor langs de Havenstraat naar het huidige eindpunt bij het Haarlemmermeerstation. Vooral door dat laatste dreigde de exploitatie van de Electrische Museumtramlijn naar eigen zeggen onmogelijk te worden.Actieritjes voor behoud van Museumtramlijn, Het Parool, 21 maart 2018. Gearchiveerd op 27 maart 2019.De 'oude beestjes' moeten wijken, www.nrc.nl; 20 april 2018. Gearchiveerd op 29 januari 2023.Einde dreigt voor historische trams: 'Als de bulldozers komen ga ik ervoor liggen', www.at5.nl; 30 april 2018. Gearchiveerd op 7 oktober 2022.Historische Amsterdamse trams moeten wijken voor woningbouw, www.eenvandaag.avrotros.nl; 7 mei 2018. Gearchiveerd op 10 december 2022.