De Taman Shud-zaak,Hoewel de woorden waarmee De Rubaiyat eindigt, "Tamam Shud" () zijn, wordt er in de media altijd naar verwezen als "Taman Shud", waarschijnlijk door een spelfout die werd volgehouden. In het Perzisch is "" ("tamam") een zelfstandig naamwoord dat "het einde" betekent en is "" ("shud") een hulpwerkwoord om de verleden tijd aan te geven. "Tamam shud" betekent dus "afgelopen". ook bekend als het Mysterie van de man uit Somerton is een onopgeloste zaak van een ongeïdentificeerde man, die op 1 december 1948, rond half zeven 's ochtends, dood werd aangetroffen op het strand bij Somerton in Adelaide, Zuid-Australië. De zaak is vernoemd naar de woorden taman shud, wat "afgelopen" betekent. Deze woorden stonden op het stukje van de laatste pagina van De Rubaiyat, dat werd aangetroffen in een verborgen broekzak van de man.
Het werd destijds beschouwd als een van de grootste mysteries van AustraliëThe Advertiser, "Taman Shud", 10 juni 1949, p. 2 en er zijn veel speculaties geweest over de identiteit van het slachtoffer, de gebeurtenissen voor zijn dood en de doodsoorzaak. Er is nog steeds veel interesse in de zaak, vanwege een aantal factoren: de man is overleden tijdens de Koude Oorlog, het feit dat er een soort geheime code werd gevonden in zijn broekzak en het ontbreken van een identiteit van de man.
Slachtoffer Het lichaam van het slachtoffer werd op 1 december 1948 om half zeven 's ochtends aangetroffen op het strand van Somerton in Adelaide, Zuid-Australië en de politie werd ingeschakeld. Toen ze aankwamen, lag het lichaam met het hoofd op de zeewering en met de voeten gekruist en richting de zee.The Body on Somerton Beach Smithsonian, 12 augustus 2011 Zijn linkerarm lag recht langs zijn lichaam, terwijl zijn rechterarm dubbel was gebogen.The News, "Dead Man Found Lying on Somerton Beach", 1 december 1948, p. 1 Er stak een onaangestoken sigaret achter zijn oor en op de rechterboord van zijn jas lag een half-gerookte sigaret, die in positie werd gehouden door zijn wang.Orr, S. "Riddle of the End", The Sunday Mail, 11 januari 2009, p. 71, 76 Er werden geen verwondingen aan het lichaam aangetroffen. In zijn zakken werden een gebruikt buskaartje van de stad naar St. Leonards in Glenelg, een ongebruikt tweede-klas treinkaartje van de stad naar Henley Beach, een smalle Amerikaanse aluminium kam,The News, "Dead Man Walks Into Police H.Q." 2 december 1948, p. 2 een half-leeg pakje Juicy Fruit-kauwgom, een Army Club-pakje sigaretten waar sigaretten van het merk Kensitas in zaten en een voor een kwart gevuld doosje Bryant & May-lucifers. De bushalte waar het kaartje voor was gebruikt, lag ongeveer 1100 meter ten noorden van de plek waar het lichaam werd gevonden.
Ooggetuigen legden verklaringen af waarin ze zeiden dat ze in de avond van 30 november een individu dat leek op de dode man hadden zien liggen op dezelfde plek waar het lichaam later werd gevonden, met zijn gezicht naar beneden. Een koppel dat hem rond 19:00 had gezien, gaf aan dat ze hem zijn rechterarm had zien uitstrekken. Een ander koppel dat hem van 19:30 tot 20:00 had gezien, verklaarde dat de twee hem gedurende dat half uur niet hadden zien bewegen, ook al hadden ze wel het idee dat zijn positie was veranderd. Hoewel ze er samen over hadden gesproken dat de man misschien dood was, omdat hij niet op de muggen reageerde, kwamen ze tot de conclusie dat het logischer was dat hij dronken of in slaap gevallen was. Ze hebben het lichaam daarom niet onderzocht.Clemo, M. "'Poisoned' in SA – was he a Red Spy?", Sunday Mail (Adelaide), 7 november 2004, p. 76Lijkschouwing, Cleland, 1949, pagina 9 Andere getuigen verklaarden dat het lichaam in dezelfde positie lag als waarin het door de politie werd aangetroffen.Lijkschouwing, Cleland, 1949, pagina 2
Volgens de patholoog, Sir John Burton Cleland, emeritus professor van de Universiteit van Adelaide, was de man van "Brits-achtige" afkomst en tussen de 40 en 45 jaar oud. Hij was in fysieke topconditie. Hij was 1 meter en 80 centimeter lang, had lichtbruine ogen en blond tot rood-kleurig haar,Officer in Charge, No. 3. C.I.B. Division, "Unidentified Body Found at Somerton Beach, South Australia, on 1st December 1948", 27 november 1959 met een beetje grijs haar bij zijn slapen. Hij had brede schouders en een smalle taille. Zijn handen en nagels droegen geen tekenen van zwaar fysiek werk en zijn grote en kleine tenen waren gekromd, alsof hij vaak dansschoenen of laarzen met een punt had gedragen. Hij had hoge kuitspieren, net als balletdansers. Deze eigenschappen kunnen genetisch dominant zijn en zijn ook karakteristiek voor middel- tot lange-afstandsrenners.De taxidermist die het gipsafgietsel heeft gemaakt, verklaarde bij de lijkschouwing dat hij dacht dat de man vaak een soort gepunte schoenen met hoge hakken droeg vanwege de karakteristieke vorm van zijn voet, die vaak wordt aangetroffen bij vrouwen vanwege het soort schoenen dat ze dragen. De politie had eerder onderzocht of de man een veehouder was vanwege dezelfde fysieke kenmerken, die misschien te wijten waren aan het type laarzen van cowboys of veehouders. Zie pagina 7 van de lijkschouwing van Cleland, 1949. Hij droeg op de dag van zijn dood "kwaliteitskleren": een wit overhemd, rood met blauwe stropdas, bruine broek, sokken en schoenen en, ook al was het een hete dag en warme avond geweest, een bruine gebreide trui en een modieuze Europese grijs met bruine jas met dubbele voering.Jory, R. (2000) "The dead man who sparked many tales", The Advertiser, 1 december 2000 Alle labels van zijn kleren ontbraken en hij had geen hoed (ongebruikelijk voor 1948 en al helemaal voor iemand in pak) of portemonnee. De man was gladgeschoren en had geen opvallende kenmerken. Omdat hij geen legitimatie droeg, dacht de politie in eerste instantie dat de man zelfmoord had gepleegd.The News, "Five 'positive views' conflict", 7 januari 1949, p. 3 Zijn gebit kwam met geen enkele bestaande afdruk uit Australische bestanden overeen.
Autopsie Er werd een autopsie op het lichaam uitgevoerd en op basis daarvan schatte de patholoog het tijdstip van overlijden rond 2:00 's nachts op 1 december.Inquest Into the Death of a Body Located at Somerton on 1 December 1948. State Records of South Australia GX/0A/0000/1016/0B, 17–21 juni 1949. p. 12–13"Het hart was van normale grootte en was normaal [...] kleine aderen in de hersenen die normaal gesproken niet duidelijk kunnen worden gezien, konden gemakkelijk waargenomen worden en waren verstopt. Er was een verstopping in de farynx en de slokdarm was bedekt met verbleekte oppervlaktelagen van het slijmvlies, met een zweer in het midden. De maag was ernstig verstopt [...] Er was een verstopping in de tweede helft van de twaalfvingerige darm. In de maag zat bloed, gemengd met voedsel. Beide nieren waren verstopt en er zat een groot overschot aan bloed in de aderen van de lever. [...] De milt was opvallend groot [...] ongeveer drie keer zo groot als normaal [...] het middelste van de leverkwabben was vernietigd, zo bleek onder de microscoop. [...] acute maagbloeding, ernstige verstopping van lever, milt en hersenen."
Uit de autopsie bleek dat het laatste wat de man gegeten had, een Cornish pasty was, drie tot vier uur voor zijn dood, maar er werden geen lichaamsvreemde stoffen aangetroffen. De patholoog Dr. Dwyer concludeerde: "Ik ben er vrijwel zeker van overtuigd dat de dood niet natuurlijk is [...] het vergif dat ik vermoed, was een barbituraat of een oplosbaar slaapmiddel". Hoewel vergiftiging als meest waarschijnlijke doodsoorzaak werd aangenomen, ging men er niet van uit dat het vergif in de pasty zat. Behalve dat kon de lijkschouwer geen conclusies trekken over de identiteit van de man, zijn doodsoorzaak of over of de man die levend gezien was op het strand van Somerton in de avond van 30 november, dezelfde man was, aangezien niemand toen zijn gezicht had gezien. Scotland Yard werd ingeroepen om bij de zaak te helpen, maar er werden geen nieuwe bevindingen gedaan.The Advertiser, "Curious aspects of unsolved beach mystery", 22 juni 1949, p. 2 Ook het verspreiden van een foto van de man en details over zijn vingerafdrukken leidden niet tot identificatie.
Aangezien het lichaam niet kon worden geïdentificeerd, werd het op 10 december 1948 gebalsemd. De politie zei dat dit de eerste keer was dat een dergelijke actie nodig was.The Advertiser, "Somerton Body Embalmed", 11 december 1948, p. 2
Reacties in de media thumb|Locatie op het strand van Somerton waar het lichaam werd gevonden, aangeduid met een X. De twee dagelijkse kranten in Adelaide, The Advertiser en The News gingen op verschillende manieren om met de berichtgeving over de dood. The Advertiser, in die tijd een broadsheet-ochtendkrant, noemde de zaak voor het eerst in een klein artikel op de derde pagina van de editie van 2 december 1948. In het artikeltje met de titel "Lichaam gevonden op strand" was te lezen:"Een lichaam, vermoedelijk dat van E.C. Johnson, ongeveer 45 jaar oud, van Arthur Street, Payneham, is gisterochtend gevonden op het strand van Somerton, tegenover het Crippled Children's Home. De ontdekking werd gedaan door Mr J. Lyons, van Whyte Rd, Somerton. Rechercheur H. Strangway en agent J. Moss zijn bezig met een onderzoek."The Advertiser, "Body found on Beach", 2 december 1948, p. 3
The News, een middagkrant op tabloidformaat, plaatste het verhaal op de eerste pagina en gaf meer details over de dode man.
Identificatie thumb|Gipsafgietsel van het lijk van de man, gemaakt door de politie in 1949. Op 3 december 1948 liep E.C. Johnson een politiebureau binnen om zich te legitimeren en te laten zien dat hij nog in leven was.The Advertiser, "Dead man still unidentified", 3 december 1948 Op diezelfde dag, plaatste The News een foto van de dode man op de voorpagina,"Mystery of Body on Beach", The News, 3 december 1948, p. 1 wat leidde tot extra telefoontjes en tips over de mogelijke identiteit van de man. Op 4 december maakte de politie bekend dat de vingerafdrukken niet bekend waren bij de politie van Zuid-Australië, waardoor er verder gezocht moest worden.The Advertiser, "Somerton Beach body mystery", 4 december 1948, p. 1 De dag erna, schreef The Advertiser dat de politie ook begonnen was te zoeken in militaire bestanden, nadat een man had gezegd dat hij had gedronken met iemand die leek op de dode man in een hotel in Glenelg op 13 november. De mysterieuze man had toen een militaire pensioenskaart met de naam "Solomonson" laten zien.The Advertiser, "Still no clue to Somerton mystery", 5 december 1948, p. 1