thumb|Westelijke toegang (zeezijde) thumb|Zicht op het station vanaf spoor 5a thumb|Ingang nieuwe fietsenstalling aan de zeezijde. Station Leiden Centraal is het grootste spoorwegstation in de Nederlandse stad Leiden, provincie Zuid-Holland. Leiden heeft daarnaast twee andere spoorwegstations: aan de zuidoostelijke kant van de stad ligt station Leiden Lammenschans en aan de zuidwestelijke kant, op de grens van de gemeenten Leiden en Voorschoten, ligt station De Vink.
De stationshal is op straatniveau en heeft een ingang aan de centrumzijde en een aan de zeezijde. Deze biedt via trappen, roltrappen en liften toegang tot de drie hoger gelegen perrons: van centrumzijde naar zeezijde een perron met kopsporen 1 en 2, een eilandperron met de sporen 4 en 5, en een eilandperron met de sporen 8 en 9. De sporen 1 en 2 en de b-gedeelten (gezien vanaf het centrum links) van de sporen 4, 5, 8 en 9 bereikt men zo direct, en zijn er roltrappen omhoog. Voor de sporen 4a, 5a, 8a en 9a zijn er geen roltrappen en moet men bovendien nog een stukje lopen over het perron.
Geschiedenis thumb|Het eerste station van Leiden Het eerste station Leiden werd geopend op 17 augustus 1842 aan de Oude Lijn, de eerste spoorlijn van de HIJSM. Zoals in die vroege dagen gebruikelijk ging het in eerste instantie om een tijdelijk gebouw, weinig meer dan een schuur, ten noorden van de nog niet voltooide brug over de Haarlemmer trekvaart.
thumb|De entree van Margadants station (1878), gezien vanaf het Stationsplein naar het noordwesten. Op 15 juni van het volgende jaar kon het eerste permanente station worden geopend, ontworpen door Cornelis Outshoorn. Dit bleek al snel te klein en het werd in 1878 vervangen door een nieuw gebouw van Dirk Margadant. Dat gebouw was een "gemeenschappelijk station", waarvan naast de HIJSM ook de concurrerende Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij gebruikmaakte als eindstation van de door haar geëxploiteerde lijn uit Woerden en Utrecht. Het ontwerp, waaraan ook werd bijgedragen door Theodor Sanders, was deels geïnspireerd op dat van het Lehrter Bahnhof in Berlijn, met een centraal raam in de vorm van een triomfboog, geflankeerd door twee kolommen.
Naarmate het verkeer rond het station intensiever werd, namen de verkeersproblemen toe; de vaak gesloten, gelijkvloerse overweg zorgde voor oponthoud terwijl de hectische situatie met trams en steeds meer auto's leidde tot ongelukken. thumb|Station Leiden in 1957 In de eerste helft van de jaren 1950, toen de spoorlijn omhoog werd gebracht, werd het station van Margadant vervangen door een ander gebouw, ontworpen door H.G.J. Schelling. Het werd gekenmerkt door een grijze betonnen bouw, die in die jaren ook werd toegepast bij de stations van Arnhem, Enschede, Hengelo en Zutphen. Er waren veel pilaren in de hal en de gangen. Via een trap kon de hoofduitgang bereikt worden. In 1952 werd de plaatskaartenhal van dit toen nieuwe station in gebruik genomen, maar de rest van het station, zoals de perrontunnel, in 1953. In 1953 was ook de spoorbaanverhoging in de stad Leiden een feit. En in 1955 was het project in Leiden in zijn geheel afgerond waarbij tijdelijke hulpsporen en een tijdelijk perron werden verwijderd en de oude bebouwing was gesloopt.
Knooppuntvorming, bouw kopperron Tot 1976 was Leiden een station aan de Oude Lijn waar alleen overgestapt kon worden op de trein naar Alphen aan den Rijn, Woerden en Utrecht. Maar met het gereedkomen van voldoende verbindingssporen in 1976 tussen station Den Haag Laan van NOI en het in 1973 geopende station Den Haag Centraal werd de rol van station Leiden als overstapstation groter ondat er sinds dat jaar rechtstreekse treinen gingen rijden naar Den Haag Centraal (tot 29 mei 2000 CS i.p.v. Centraal). Reizigers kunnen in Leiden sinds 1976 dus een (overstap)keus maken of ze, zoals voorheen, naar Station Den Haag HS en naar verdere bestemmingen willen reizen of naar Station Den Haag Centraal dat dichter bij het centrum ligt en met een groot bus- en tramstation ook veel meer lokale aansluitingen biedt. Om meer perroncapaciteit te creeren voor de treinen naar Den Haag Centraal, en vanaf 1981 ook voor de treinen van de Schiphollijn, is rond 1976 een kop-perron gebouwd, dat toen al in gebruik werd genomen voor de perronaansluiting met het stationsgebouw gereed was: treinen naar Alphen aan den Rijn en Utrecht hoefden dankzij dit kopperron geen gebruik meer te maken van de eilandperrons zodat daar dus meer ruimte beschikbaar kwam.
In de laatste twee decennia van de 20e eeuw waren er twee grote spoorweguitbreidingen rond Leiden.
Door de Schiphollijn, geopend in 1981, die na de indienststelling van de Westelijke tak van de Ringspoorbaan in 1986 een tweede verbinding gaf met Amsterdam Centraal, werd Leiden, ook voor de noordelijke richtingen, een belangrijk spoorwegknooppunt met veel overstappende reizigers. Door het drukke treinverkeer op de Schiphollijn was het traject Leiden – Den Haag (Mariahoeve) een flessenhals geworden. Het traject werd daarom viersporig gemaakt, dit project werd in 1995 voltooid.
Het viersporig maken van het traject Leiden - Den Haag Mariahoeve werd als een Rail 21-project uitgevoerd. In het kader van Rail 21 werd op station Leiden vrijwel tegelijk ook het aantal doorrijsporen verhoogd waardoor de spoorinrichting van het station aangepast moest worden.
Stationsgebouw (1996 - heden) Na de komst van de Schiphollijn werd het station van Schelling te klein bevonden voor het steeds verder groeiende aantal reizigers. Vooral de hal en de tunnel naar de perrons werden te krap. In 1996 werd een nieuw en het vierde stationsgebouw van Leiden opgeleverd.
Het stationsgebouw is in 1987 ontworpen door NS-architect Harry Reijnders. Het voor die tijd futuristische ontwerp bestaat uit witte vakwerkconstructies. Kenmerkend is de entree, bestaande uit een gebogen witte schelp. Op 4 mei 1996 werd het officieel geopend.Na vijf jaar verbouwen is 'Leiden Centraal' af, NRC 4 mei 1996 Het was, na een aanpassing in de planfase, ontworpen volgens het Rail 21 concept waarbij hogesnelheidstreinen via twee passeersporen in het midden van het station met 160 km/h konden passeren. Aanvankelijk werd bij de hoofdingang een grote, aparte ruimte voor de kaartverkoop geopend. Met de komst van de kaartautomaten in de stationshal bleek deze ruimte, die door het hoge plafond maar moeilijk te verwarmen was, grotendeels overbodig. De vloer van het station bestond oorspronkelijk uit wit en lichtblauw gekleurde tegels. Hoewel deze vloer een lichte aanblik gaf, deden de eerste problemen zich al snel voor. Bij nat weer werd de tegelvloer snel glad. In het voorjaar van 2009 kwam er een nieuwe vloer, bestaande uit de standaard grijze vloertegels, zoals die destijds gebruikt werden bij de vervanging van vloeren of bij nieuwbouw van stations.
Aan de voorzijde (centrumzijde) van het station bevinden zich een busstation en de taxibrug met daaronder een verdiepte fietsenstalling. Het doorgaande autoverkeer wordt hier onderlangs geleid in de in 1997 geopende Stationspleintunnel. Aan de achterzijde (zeezijde) is een verdiepte (gratis) bewaakte fietsenstalling met ruimte voor ruim 2.000 fietsen. Aan de centrumzijde is in 2020 de Lorentzstalling geopend, met ruimte voor circa 4.800 fietsen.
Sporen en perrons Sinds de verbouwing bestaat het station uit een perron met twee kopsporen 1 en 2, twee eilandperrons met de sporen 4 en 5 (centrumzijde) respectievelijk 8 en 9 (zeezijde) en vier niet-perronsporen 3, 6, 7 en 10. Het eilandperron aan de zeezijde werd met de verbouwing van 1996 in westelijke richting opgeschoven. Daardoor kwam er ruimte om het doorgaande midden-spoor te verdubbelen tot de sporen 6 en 7, zodat internationale treinen zoals de Thalys, en de Beneluxtrein die sinds 1998 hier niet meer stopte, konden passeren. De twee eilandperrons zijn zodanig verlengd dat twee achter elkaar staande treinen ieder apart kunnen worden afgehandeld, dankzij wisselverbindingen met de aangrenzende sporen (overloopwissels). Hierdoor stoppen sommige treinen aan de noordkant van het station buiten de overkapping, op afstand van de trappen, de liften en de centrale stationshal.
Naam Toen het nieuwe station werd geopend beweerde de gemeente dat haar station, in reizigersaantallen het vijfde van Nederland, recht had op de aanduiding Centraal station. NS besloot toen de vijf stations met de grootste reizigersaantallen (Amsterdam CS, Utrecht CS, Den Haag CS, Rotterdam CS en Leiden) de toevoeging 'Centraal' te geven. In 1997 werd het station Leiden Centraal gedoopt, de rest volgde op 29 mei 2000.
OV-chipkaart In 2007 zijn poortjes geplaatst. Het OV-chipkaartgebied bestaat uit de perrons en het grootste deel van de stationstraverse met winkels en horeca. De lokettenhal en een aantal winkels vallen er buiten het OV-chipkaartgebied. De kaartautomaten zijn buiten en binnen het OV-chipkaartgebied geplaatst. Ondanks protesten, onder meer van de gemeente Leiden, zijn in april 2016 de poortjes gesloten, zodat men alleen nog met een geldig vervoerbewijs of een passagekaart onder het station door kan lopen.
De gemeente Leiden, die de stationstunnel ziet als een belangrijke voetgangersverbinding tussen het centrum en de bebouwing achter het station (met onder meer het Leids Universitair Medisch Centrum en het Level-gebouw), had bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen afsluiting met poortjes voor niet-reizigers. De NS heeft verplaatsing van de poortjes naar onderaan of bovenaan de trappen onderzocht, maar deze plaatsen bleken niet geschikt.Besluit, leiden.nl De NS biedt een gratis passage-recht, maar men zal als borg een instaptarief van € 20 moeten betalen. Bij een verblijf dat langer is dan zestig minuten is men dit bedrag kwijt. Op 29 augustus 2011 had de gemeente besloten op te treden tegen de poortjes omdat ze zonder vergunning zijn neergezet en omdat het bestemmingsplan aangeeft dat de stationshal een voetgangerstraverse is.Leiden treedt op tegen illegale ov-poortjes
Proefstation Leiden In 2007 werd station Leiden Centraal een proefstation voor de nieuwe "wereldstations" van de Nederlandse Spoorwegen, een stationsconcept voor stations waar hogesnelheidstreinen stoppen.'Mooi maakt entree in wereldstations NS', Trouw, 30 oktober 2007 Op het station werden ideeën daarvoor beproefd. Leiden Centraal moest hiervoor worden verbouwd en dit was eind 2009 gereed. Niet iedereen toonde zich enthousiast over de verbouwingsplannen. De gemeente Leiden liet de bouw korte tijd stilleggen omdat vergunningen ontbraken. De bezwaren van de architect van het gebouw, Harry Reijnders, waren fundamenteler en richtten zich vooral tegen de versmalling van de centrale hal.'Bouwstop Leiden Centraal', Leidsch Dagblad, 22 oktober 2008
RijnGouwelijn Door wijzigingen in het politieke beleid en doordat de bekostiging niet rond kwam, wordt de RijnGouwelijn, een lightrailverbinding van Gouda naar Katwijk/Noordwijk via Leiden Centraal, niet aangelegd.
Afbeeldingen
Knooppunt Station Leiden Centraal is een knooppunt van OV-verbindingen. Door het gereedkomen van de HSL Zuid in 2009 en het verleggen van de Beneluxtrein over die HSL in 2018 wordt het station, inclusief de doorrijsporen, niet meer gebruikt door internationale treinen.
Spoorlijnen
Er komen de volgende spoorlijnen samen:
de spoorlijn Amsterdam - Rotterdam ("Oude Lijn"): Amsterdam Centraal / Hoorn – Haarlem – Leiden – Den Haag HS – Rotterdam Centraal en verder de spoorlijn Weesp - Leiden ("Schiphollijn"): Amsterdam / Weesp – Schiphol – Leiden – Den Haag Centraal / Rotterdam Centraal en verder de spoorlijn Woerden - Leiden: Leiden – Alphen aan den Rijn – Utrecht / Gouda
Het station wordt in de dienstregeling 2026 door de volgende treinseries bediend:
Busstation