Caryophyllia smithii is een rifkoralensoort uit de familie Caryophylliidae.Hoeksema, B. (2013). Caryophyllia smithii Stokes & Broderip, 1828. Geraadpleegd via: World Register of Marine Species op http://www.marinespecies.org/aphia.php?p=taxdetails&id=135144 De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1828 door Charles Stokes & William John Broderip. & (1828). Notes on the habits of a Caryophyllia from the Bay, Devon. The Zoological Journal 3: 486 De soort werd vernoemd naar "Dom. Thomas Smith", van wie in 1814 een beschrijving van de weke delen van een Caryophyllia-soort was opgetekend in Leach's Zoological Miscellany. (1814). Caryophyllia. The zoological miscellany 1: 133
Kenmerken De poliep draagt tot 80 relatief lange taps toelopende tentakels die elk eindigen in een knopvormige verdikking. Tentakels zijn gegroepeerd in drie concentrische ringen. De kleur is variabel (bruin, rood, oranje en paars komen voor), doorgaans doorschijnend, maar de knop aan het uiteinde is lichter van kleur en minder doorschijnend. & (1995). Caryophylliidae. Handbook of the marine fauna of North-West Europe: 120 Het kalkskelet is op doorsnee soms rond, meestal ovaal, aan de voet wat versmald, en heeft een diameter van 15 tot 20 mm; de hoogte is doorgaans iets minder dan de diameter. De individuen zijn hermafrodiet; voortplanting gebeurt in het voorjaar. Geen aseksuele reproductie. & (2004). Stony Corals. Marine fish and invertebrates of Northern Europe: 129 De eieren worden in het lichaam bevrucht; de soort is levendbarend. In de Middellandse Zee kan de soort verward worden met Caryophyllia inornata. & (2001). Steenkoralen. Gids flora en fauna van de Middellandse Zee: 96
Habitat Groeit op rotsen, stenen en schelpen vanaf de laagwaterspringlijn (maar meestal dieper) tot op een diepte van 130 meter. Zelden dicht opeen. Schaduwminnend.
Verspreiding Atlantische kust van West-Europa van halverwege Noorwegen tot de Canarische Eilanden en in de Middellandse Zee. Ontbreekt op zandige bodems zoals in de Zuidelijke Noordzee. Mogelijk tot bij de Lofoten.
Synoniemen De soort is diverse keren onder andere namen opnieuw beschreven. Turbinolia borealis , 1828 Caryophyllia clavus , 1835 Cyathina turbinata , 1836 Caryophyllia pseudoturbinolia , 1841 Paracyathus pteropus , 1860 Paracyathus taxilianus , 1860 Paracyathus thulensis , 1860 Paracyathus humilis , 1878 Paracyathus monilis , 1878
smithii