Jan Geurt Siebelink (Velp, 13 februari 1938) is een Nederlandse schrijver en vertaler.
Hij debuteerde in 1975 met de verhalenbundel Nachtschade en bouwde sindsdien een omvangrijk oeuvre op van romans, verhalen en essays, waarin de Franse fin de siècle en het Nederlandse realisme samenkomen. In 1991 ontving hij de F. Bordewijkprijs voor De overkant van de rivier.
Met zijn autobiografische roman Knielen op een bed violen bereikte hij in 2005 een breed publiek. In datzelfde jaar kreeg hij voor het boek de AKO Literatuurprijs en er werden ruim 700.000 exemplaren van verkocht.
Leven Jeugd in Velp Siebelink werd geboren aan de Hertogstraat 15 in Velp. Een jaar later verhuisde het gezin naar Bergweg 17, waar zijn vader een kleine bloemkwekerij begon. Hij groeide op in een streng-orthodox protestants milieu: zijn vader sloot zich na een religieus visioen aan bij de bevindelijke kring rond de prediker J.P. Paauwe. Omdat de plaatselijke christelijke school niet streng genoeg werd geacht, ging Jan naar de openbare lagere school aan de Vondellaan in Velp, waar onder anderen de latere journalist John Jansen van Galen zijn klasgenoot was. Het milieu en de figuur van zijn vader zouden een centraal en terugkerend thema in zijn werk worden — direct of indirect verwerkt in Witte chrysanten, De overkant van de rivier, Engelen van het duister, Knielen op een bed violen, Margje, De buurjongen en Brengschuld.
Opleiding en docentschap Na de ulo volgde Siebelink de kweekschool in Arnhem en werkte hij kort als onderwijzer in Laag-Soeren. In zijn vrije tijd haalde hij — gedeeltelijk tijdens zijn militaire diensttijd — de aktes Frans MO-A en MO-B, waarna hij in Leiden Franse taal- en letterkunde en geschiedenis studeerde. In 1972 promoveerde hij op het werk van de Frans-Nederlandse schrijver J.-K. Huysmans; diens decadente roman À rebours vertaalde hij in 1977 onder de titel Tegen de keer. Het lezen van Huysmans was voor Siebelink, naar eigen zeggen, een 'verpletterende' ervaring die zijn schrijverschap grondig zou kleuren.
Siebelink werd leraar Frans, eerst in Dieren en vanaf 1969 aan het Marnix College in Ede, waar hij tot zijn pensionering in 1999 zou blijven werken. Het schoolleven werd een tweede grote ader in zijn werk: Een lust voor het oog (1977), Laatste schooldag (1994) en Suezkade (2008) spelen alle in de wereld van de middelbare school. Bij de verschijning van Laatste schooldag kwam het Marnix College zelfs landelijk in opspraak: NRC Handelsblad-recensent Elsbeth Etty meende aanvankelijk dat Siebelink had overdreven, maar herriep dat oordeel publiekelijk toen ze later vernam dat het schoolbestuur leerlingen met een gemiddelde van een zes liet doubleren.
Schrijverschap In 1971 overleed Siebelinks vader aan longkanker. Kort na de begrafenis schreef Siebelink in de huiskamer van zijn moeder zijn eerste verhaal, Witte chrysanten, dat over de wraak op de bloemwinkelier gaat die zijn vader had vernederd. Het verhaal werd samen met vier andere de kern van zijn debuut Nachtschade (1975), uitgegeven door Peter Loeb, dat door zijn zwartromantische motieven afstand nam van het toen heersende realisme in de Nederlandse letteren. Bij de verschijning richtte een groep ouders een actiecomité op om de auteur van het naar hun mening 'seksistische werkje' van het Marnix College te laten ontslaan; Siebelink bleef. Vroeg werk van Siebelink verscheen bij uitgeverij Loeb; later stapte hij over naar Meulenhoff en in 2002 naar De Bezige Bij, waar hij sindsdien is gebleven.
In 1990 verscheen De overkant van de rivier, dat in 1991 met de F. Bordewijkprijs werd bekroond. Het schrijverschap nam in 2005 een ongekende vlucht met Knielen op een bed violen, de roman die Siebelink baseerde op het leven van zijn vader. Het boek won de AKO Literatuurprijs en werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en de NS Publieksprijs. Met ruim 700.000 verkochte exemplaren werd het een van de grootste literaire successen van de Nederlandse literatuur van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw. Knielen op een bed violen vormt samen met De overkant van de rivier en Engelen van het duister een trilogie waarin Siebelink een kaleidoscopisch beeld geeft van zijn vormingsjaren.
In 2019 schreef Siebelink het Boekenweekgeschenk Jas van belofte.
Persoonlijk leven Siebelink was getrouwd met de lerares Gerda van der Haas, met wie hij drie kinderen kreeg, onder wie de journalist en schrijver Jeroen Siebelink. Het echtpaar woonde sinds de jaren zeventig in een hoekhuis in Ede, waar Siebelink vrijwel zijn hele oeuvre schreef. Vanwege een oogziekte (glaucoom) werkt hij niet op een beeldscherm maar nog altijd op een elektrische schrijfmachine. In juni 2024 overleed Gerda na een agressieve vorm van kanker, na bijna zestig jaar huwelijk. Siebelink verwerkte het verlies in Rouwjournaal (2025), geschreven tussen september en december 2024. Siebelink is goed bevriend met kunstenaar Klaas Gubbels.
Werk en thematiek Siebelinks werk wordt gekenmerkt door een combinatie van Frans decadentisme en zwartromantische motieven enerzijds en een nuchter Nederlands realisme anderzijds. Terugkerende motieven zijn de jeugd in een orthodox-protestants milieu, de figuur van de vader, de bloemkwekerij, het schoolleven, de bloemen- en plantenwereld en de Veluwezoom als landschappelijke achtergrond. In Pijn is genot (1992) liet hij wielrenners als Erik Breukink en Johan van der Velde optreden als 'devote avonturiers'. Met Margaretha (2002) waagde hij zich aan een historische roman over Margaretha van Parma. Bloemen — vooral chrysanten, violen en cyclamen — keren in zijn romans en verhalen zo vaak terug dat ze in 2018, ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag, het onderwerp werden van een geïllustreerde uitgave, De bloemen van Jan Siebelink.
Siebelinks werk is meermaals herdrukt en ten dele in het buitenland verschenen; Knielen op een bed violen werd onder meer in het Engels vertaald als In My Father's Garden.
Bibliografie (selectie) Nachtschade (verhalen), 1975 Een lust voor het oog (roman), 1977 J.K. Huysmans, Tegen de keer (vertaling van À rebours), 1977 Met een schoon gezicht de zee in (roman), 1980 En joeg de vossen door het staande koren (roman), 1982 Arnhem. Beeld en verbeelding (essay), 1983 De prins van nachtelijk Berlijn (roman), 1984 De herfst zal schitterend zijn (roman), 1986 De overkant van de rivier (roman), 1990 — F. Bordewijkprijs 1991 Pijn is genot (roman), 1992 Laatste schooldag (verhalen), 1994 Vera (roman), 1997 Engelen van het duister (roman), 1998 Mijn leven met Tikker (verslag), 1999 Margaretha (roman), 2002 Eerlijke mannen op de fiets (roman), 2002 Knielen op een bed violen (roman), 2005 — AKO Literatuurprijs 2005 Suezkade (roman), 2008 Daniël in de vallei (roman, oerboek geschreven ca. 1965), 2013 De blauwe nacht (roman), 2014 Margje (roman), 2015 De buurjongen (roman), 2017 De bloemen van Jan Siebelink (geïllustreerde uitgave), 2018 Jas van belofte (Boekenweekgeschenk), 2019 Brengschuld (roman), 2022 Rouwjournaal (proza), 2025
Onderscheidingen 1991 — F. Bordewijkprijs voor De overkant van de rivier 1991 — Jan Campertprijs (gedeeld) 2005 — AKO Literatuurprijs voor Knielen op een bed violen 2009 — Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (25 september 2009)
Externe links Officiële website van Jan Siebelink Auteurspagina bij De Bezige Bij Literatuurmuseum, Den Haag
Categorie:Nederlands schrijver Categorie:Nederlands romanschrijver Categorie:Nederlands vertaler