Botafogo de Futebol e Regatas is een Braziliaanse sportvereniging uit Rio de Janeiro, met name bekend als voetbalclub. De naam Botafogo betekent "hij die het vuur ontsteekt" en is ook de naam van een wijk (bairro) in Rio. Het symbool van de club is de eenzame ster, in zwart en wit. Botafogo voetbalt in de Campeonato Brasileiro om het kampioenschap van Brazilië en in de Campeonato Carioca om het kampioenschap van de staat Rio de Janeiro.

Geschiedenis CR Botafogo In 1891 werd de roeivereniging Grupo de Regatas Botafogo opgericht, enkele leden behoorden toe aan het vroegere Clube Guanabarense, dat al in 1874 het levenslicht zag. Na de Marineopstand werd de club verboden. Op 1 juli 1894 werd dan Clube de Regatas Botafogo gesticht. In 1899 won de club alle 22 races van de competitie en werd kampioen. De club had zwart-witte clubkleuren.

Op 25 oktober 1903 begonnen de roeiatleten ook met voetbal. Er werd een vriendschappelijke wedstrijd gespeeld tegen de roeiers van Flamengo op het veld van Paysandu. Flamengo gaf hen een veeg uit de pan: 5-1.

Botafogo FC Op 12 augustus 1904 werd een nieuwe club opgericht Electro Club. Ook hiervan waren de clubkleuren zwart en wit, het logo werd een 'BFC'-monogram. De clubkleuren werden overgenomen van de Italiaanse club Juventus FC. Op 18 september werd besloten om de naam van de club te wijzigen in Botafogo Football Club, met een duidelijke verwijzing naar de wijk waarvan ze afkomstig waren. De eerste vriendschappelijke wedstrijd van het team vond plaats op 2 oktober 1904 tegen Football and Athletic Club en eindigde in een 3-0 nederlaag.

In 1906 kwam er een eerste georganiseerde competitie in de stad, het Campeonato Carioca, parralel hiermee werd dat jaar ook de Taça Caxambu gespeeld, voor de tweede elftallen van de clubs. Fluminense werd autoritair kampioen, Botafogo werd slechts vierde. In de Taça Caxambu kon Botafogo wel de titel binnen halen. Een jaar later kwam er al een zware controverse in de competitie. Zowel Botafogo als Fluminense stonden na zes speelden aan de leiding, maar in de reglementen was hiervoor nog geen oplossing voorzien. Omdat Fluminense een beter doelsaldo had riep het zichzelf uit tot kampioen, Botafogo stelde voor om een beslissende wedstrijd te spelen, wat Fluminense weigerde. Dit zorgde voor jarenlang getouwtrek tussen beide clubs en bijna negentig jaar later, in 1996, oordeelde de voetbalbond dat beide clubs dat jaar kampioen waren. De volgende twee seizoenen moest Botafogo telkens zijn meerdere erkennen in Fluminense. Op 30 mei 1909 won de club wel met 24-0 van Mangueira. Gilbert Hime scoorde negen keer in deze wedstrijd en Flávio Ramos zeven keer. Tot op heden is dit de grootste overwinning ooit in een officiële wedstrijd in de Braziliaanse voetbalgeschiedenis.

In 1910 keerde hij tij. Hoewel de openigswedstrijd met 4-1 verloren werd van America, walste de club de volgende wedstrijden over iedereen heen, Riachuelo werd met 1-15 verslagen en aan het einde van de competitie had de club 66 keer gescoorde op tien wedstrijden en kregen ze maar negen goals binnen, waarvan vier in de eerste wedstrijd. De club hield er de bijnaam O Glorioso aan over. Het volgende seizoen begon de club met twee overwinningen, maar bij de derde wedstrijd tegen America liep het mis en de wedstrijd eindigde in een vechtpartij, waarop Botafogo zich zelfs terugtrok uit de competitie. Botafogo richtte zelfs een nieuwe voetbalbond op de Associação de Football do Rio de Janeiro, die een eigen competitie organiseerde. Aan de competitie namen minder sterke teams deel en Botafogo werd kampioen, wel maar met één punt voorsprong op SC Americano. Beide competities van dat jaar worden als een officieel kampioenschap beschouwd. Na dit seizoen fuseerden de beide bonden en kwam er in 1913 weer één competitie, waar de club vicekampioen werd achter America. Op 13 mei van dat jaar nam de club het nieuwe stadion Estádio de General Severiano in gebruik. Mimi Sodré scoorde het eerste doelpunt in het nieuwe stadion.

Er brak nu een periode van grote droogte aan zonder titels. In 1923 werd de club zelfs laatste en moest om het behoud spelen tegen Villa Isabel. In 1927 keerde spits Nilo terug naar de club en scoorde dat jaar 30 goals en was zo topschutter, al bracht hen dat maar de gedeelde vierde plaats op. In 1930 werd de club opnieuw kampioen, mede dankzij de sterspelers Nilo en Carvalho Leite. Van 1931 tot 1935 werd hij vier keer op rij kampioen. Door dit succes werden in 1934 maar liefst negen spelers opgeroepen voor het WK in Italië, Carvalho Leite, Waldyr, Áttila, Canalli, Ariel, Martim Silveira, Octacílio en de doelmannen Germano en Pedrosa. In 1940 kwam er een nieuw clubidool, Heleno de Freitas, die de afgod Carvalho Leite moest vervangen, hij speelde acht jaar voor Botafogo.

Fusie Behalve de wijk, de kleuren en de naam deelden de roeiclub en de voetbalclub ook de supporters. Op 8 december 1942 fuseerden de clubs dan ook. Mogelijk enigszins geromantiseerd, maar het verhaal van de fusie is als volgt. Tijdens een basketbalwedstrijd tussen de twee Botafogo's overleed speler Armando Albano. De voorzitter van de Regatas staakte de wedstrijd, waardoor Albano postuum de voorsprong in een overwinning kreeg. De voorzitter van de Football Club zei vervolgens, dat er voortaan maar één winnaar kon zijn: Botafogo. Dit werd dus Botafogo de Futebol e Regatas. De badge kreeg de Ster van de Regatas en verloor dus het krullerige BFC. De badge mag statutair nooit veranderd worden. De roeiers houden het zwarte pak, de voetballers behielden het verticaal gestreepte zwart-witte shirt met zwarte broek.

Botafogo FR Campeonato Carioca De fusieclub telde enkele grote spelers zoals Gérson dos Santos, Zezé Procópio, Sarno, Paulo Tovar, Heleno de Freitas en Tim, maar kon toch pas in 1948 de volgende staatstitel pakken nadat de vier voorgaande jaren de club telkens tweede was geworden. De titelstrijd dat jaar was ongemeen spannend, Botafogo en Vasco da Gama stonden met 34 punten aan de leiding één speeldag voor het einde en de clubs moesten op de laatste speeldag tegen elkaar. Botafogo won met 3-1 en werd zo kampioen. Het was de eerste titel die de club pakte met Nílton Santos, die zou uitgroeien tot een voetballegende. In 1951 won de club de laatste editie van het Torneio Municipal. In de jaren vijftig speelden er enkele sterspelers bij de club. Naast Nílton Santos en Garrincha, die beschouwd worden als de beste spelers ooit op hun positie, speelden ook Didi, Mário Zagallo, Quarentinha, Amarildo en Manga voor de club. In deze tijd maakte de club ook vaak reizen door Noord-Amerika en Europa om daar tegen clubs te spelen. Zo speelde de club ook tegen de Nederlandse clubs Willem II, Feyenoord Rotterdam en Fortuna 54.

In 1957 stond voor de laatste speeldag Fluminense aan de leiding gevolgd door Botafogo op één punt en Flamengo op twee punten. Botafogo en Fluminensen konden de titel onderling uitmaken en Botafogo won met maar liefst 6-2, dankzij vijf goals van Paulinho Valentim. In 1958 was de club hofleverancier voor de nationale selectie waarin sterkhouders Didi, Garrincha en Nílton Santos de wereldtitel voor het eerst veroverden. Vier jaar later speelden zelfs vijf spelers bij het team dat opnieuw de wereldtitel won. In het Torneio Rio-São Paulo kon de club meestal niet overtuigen, maar vanaf 1960 ging het beter met twee tweede plaatsen op rij en zelfs een titel in 1962. In 1961 en 1962 won de club ook de staatstitel. In dat tweede jaar was het nochtans Flamengo dat de beste kaarten had en voor de laatste speeldag 1 punt meer telde dan Botafogo. Het lot bepaalde dat beide clubs zich troffen op deze laatste speeldag en dankzij twee goals van Garrincha won Botafogo de wedstrijd en de titel. In 1964 en 1966 won de club opnieuw het Torneio, hierna werd dit afgevoerd en vervangen door een nationaal toernooi. In 1967 won de club de staatstitel. Op de laatste speeldag speelde de club tegen rechtstreekse concurrent Bangu, dat één punt meer telde. Botafogo won dankzij een doelpunt van onder anderen Gérson de Oliveira Nunes en wipte over Bangu naar de titel. In 1968 werd de titel verlengd, niemand zou weten dat het nog 21 jaar zou duren vooraleer de volgende titel zou komen.

In 1971 troffen Botafogo en Fluminense zich op de laatste speeldag, de winnaar zou kampioen worden. In de 87ste minuut scoorde Lula voor meer dan 140.000 toeschouwers het winnende doelpunt voor Fluminense. De rest van de jaren zeventig eindigde de club, met uitzondering van seizoen 1975, steevast op de vierde plaats in de staatscompetitie. De jaren tachtig brachten geen beterschap en de club begon zelfs buiten de top vier te vallen. In 1989 en 1990 ging het eindelijk weer crescendo met twee opeenvolgende titels. In 1989 speelde de club de finale tegen het Flamengo van Zico en Bebeto. Na een 0-0 in de eerste wedstrijd scoorde Maurício de 1-0 voor Botafogo in de terugwedstrijd. Botafogo won zo na 21 jaar nog eens een titel en dat op 21 juni bij een temparatuur van 21 graden. Het jaarop won de club opnieuw de titel al werd deze fel gecontesteerd door Vasco da Gama. Vasco en Fluminense hadden de Taça Guanabara en Taça Rio gewonnen, maar omdat Botafogo over beide toernooien gespreid de meeste punten had mocht ook deze club naar de eindronde en zelfs meteen naar de finale. Vasco zetten Fluminense opzij en verloor dan dankzij een goal van Carlos Alberto Dias waarop Botafogo zichzelf tot kampioen uitriep. Vasco vroeger echter om nog een extra wedstrijd omdat beide clubs één keer gewonnen hadden in de eindstrijd maar Botafogo weigerde dit pertinent waarop Vasco zichzelf dan tot kampioen uitriep. In augustus van dat jaar werd Botafogo door de bond officieel als kampioen aangeduid.

Een volgende titel kwam er in 1997. Nadat de club twee van de drie toernooien gewonnen had kwamen ze met een bonus van vier punten in de finale tegen Vasco. Beide clubs wonnen één keer waardoor Botafogo kampioen werd. De volgende jaren waren tegenvallend met zelfs geen plaats in de top vijf. In 1998 won de club wel het Torneio Rio-São Paulo, dat een jaar eerder heringevoerd was. In het Campeonato Carioca bleef de club eerder met tegenvallende resultaten zitten. In 2006 plaatste de club zich nog eens voor de finale, en dat tegen kleinere club Madureira, waar de titel tegen gewonnen werd. Ook het volgende seizoen stond de club in de finale, nu tegen Flamengo. Beide wedstrijden eindigden in een gelijkspel en hoewel Botafogo een betere campagne in de competitie kon voorleggen werden er strafschoppen genomen die Flamengo won. Het jaar erop trof de club dezelfde tegenstander die nu beide wedstrijden won. Ook in 209 wist Flamengo in de finale na strafschoppen te winnen van Botafogo. In 2010 kon er niets misgaan in de finale omdat deze simpelweg niet gespeeld moest worden nadat Botafogo zowel de Taça Guanabara als de Taça Rio won. Na een derde plaatst stond de club in 2012 weer in de finale, nu tegen Fluminense, dat in twee wedstrijden afstand kon nemen van Botafogo. In 2013 won de club opnieuw beide toernooien waardoor de titel vroegtijdig binnen was. Het volgende seizoen eindigde de club op een teleurstellende negende plaats, een slechte voorbode voor het Série A seizoen van dat jaar dat de club met een degradatie afsloot. In 2015 herpakte de club zich en speelde de finale, die het verloor, van Vasco da Gama.

Nationaal niveau