thumb|De Via della Casa di Diana - van de appartementsgebouwen staan nog twee verdiepingen overeind.
Ostia was in de Romeinse tijd de havenplaats van Rome. De stad is grotendeels bewaard en opgegraven, en is een van de best bewaarde Romeinse steden in Italië. De opgravingen liggen bij het moderne plaatsje Ostia, dat met onder andere de moderne badplaats Lido di Ostia deel uitmaakt van de gemeente Rome aan de monding van de Tiber. De naam is afgeleid van het Latijnse woord ostium, riviermonding. In 2020 heeft de Europese Unie deze archeologische plaats erkend als Europees cultureel erfgoed.Zie beslissing van de Europese commissie van 31 maart 2020.
Ligging De ruïnes van het Romeinse Ostia, Ostia Antica, liggen aan de rivier de Tiber, zo’n 30 km ten westen van Rome. Vroeger lag de stad aan zee, maar door verzanding ligt hij nu enkele kilometers van de Tyrreense Zee verwijderd. De Tiber liep vroeger langs de hele noordrand van de stad, maar doordat de rivierloop zich tijdens een sterke vloed in november 1557 heeft verlegd, stroomt hij nu nog slechts langs een deel ervan. De stad was met Rome verbonden door de Tiber en door een weg, de Via Ostiensis.
Geschiedenis Vroegste geschiedenis Volgens de schriftelijke overleveringen (van onder andere Ennius, Livius en Cicero) is Ostia gesticht door de vierde koning van Rome, Ancus Martius (640-616 v.Chr.). Eusebius geeft zelfs een precies jaar: 620 v.Chr.. Waarschijnlijk was er al eerder bewoning op deze plek, omdat de Tibermonding geschikt was voor het aanleggen van zoutpannen voor de zoutwinning. Mogelijk was Ostia aan het eind van de zevende eeuw en in de zesde eeuw v.Chr. de handelshaven (emporium) van Rome, toen Rome werd geregeerd door Etruskische koningen. Archeologische vondsten uit de vroegste periode ontbreken echter tot nu toe. Na de verdrijving van de laatste Etruskische koning uit Rome in 509 v.Chr. kwam de rechteroever van de Tiber onder de heerschappij van de Etruskische stad Veii.
Romeinse tijd thumb|In het midden van het Forum van de Corporaties, waaraan reders hun kantoren hadden, staat het podium van een tempel die misschien aan Ceres of Portunus was gewijd.
Na de verovering van Veii in 396 v.Chr. stichtten de Romeinen een vesting (castrum) van 194 x 125,70 m. op de plaats van het huidige forum van Ostia, die versterkt was met tufstenen muren. Vroeger dateerde men de oprichting van dit castrum tussen 380 en 340 v.Chr., maar archeologische vondsten en historische argumenten maken het waarschijnlijker dat het tussen 300 en 275 v.Chr. werd gebouwd, waarschijnlijk omdat Ostia de militaire haven was geworden van Rome. Een van de magistraten voor de Romeinse vloot werd in 267 v.Chr. gestationeerd te Ostia, de quaestor Ostiensis. De bevolking werd vrijgesteld van militaire-dienstplicht om de haven draaiend te houden.
In de tweede eeuw werd Ostia vooral een handelshaven. In 87 v.Chr. werd het tijdens de burgeroorlog tussen Marius en Sulla bezet en geplunderd door Marius. In 69/68 v.Chr. werd de stad nogmaals geplunderd door piraten. Waarschijnlijk om deze reden werd er in 63 v.Chr. door Marcus Tullius Cicero begonnen met de bouw van nieuwe muren, die werden voltooid in 58 v.Chr. door Publius Clodius Pulcher. In de eerste eeuw v.Chr. kreeg Ostia, dat tot dan toe vanuit Rome werd bestuurd, zijn eigen bestuur. Overigens is het onduidelijk of Ostia al een colonia was. Een aantal schrijvers meldt dat Ancus Martius Ostia als colonia stichtte, maar het zou dan wel gek zijn dat het vanuit Rome werd bestuurd. Mogelijk werd het dus eigenlijk pas in de eerste eeuw v.Chr. een colonia.
In het begin van de keizertijd werd Ostia langzaam verfraaid. Marcus Vipsanius Agrippa liet in 18-12 v.Chr. een theater bouwen voor 3000 toeschouwers, dat versierd was met marmer, wat nog zeer uitzonderlijk was in die tijd. In de tijd van Augustus werd een aquaduct aangelegd en werden twee tempels aan de noordkant van het forum gebouwd, mogelijk een tempel voor Jupiter en een Capitolium. In de tijd van Vespasianus kreeg de stadsmuur de functie van aquaduct dat water naar de zuidelijke helft van de stad vervoerde. Aan het eind van de eerste eeuw bouwde de Joodse gemeenschap een synagoge.
Zijn hoogtepunt beleefde Ostia in de tweede eeuw na Christus toen er onder de keizers Trajanus, Hadrianus en Antoninus Pius veel nieuwbouw werd gepleegd. Daarbij werd er over oudere gebouwen heen gebouwd, waardoor we weinig weten over de oude bebouwing van Ostia. Het raakte in die tijd onder de elite van Rome in zwang om in Ostia te gaan wonen. Door de grote vraag werd er in de hoogte gebouwd: onder Trajanus was de toegestane bouwhoogte 18 meter. Al sinds het eind van de eerste eeuw, in de tijd van Domitianus, werd het grondniveau daarbij een meter verhoogd, mogelijk in verband met overstromingen. In de tweede eeuw telde de stad 50.000 inwoners, van wie er 17.000 slaaf waren. Aan het einde van de tweede eeuw liet keizer Commodus het theater uitbreiden. Deze bloeitijd duurde tot in het begin van de derde eeuw. Geleidelijk verloor Ostia aan belang door de opkomst van Portus, een stadje dat was ontstaan aan de drie kilometer ten noorden van Ostia nieuwe gegraven havens (zie onder: De haven van Ostia).
Latere geschiedenis thumb|Ruwe zuilen, klaar voor productie Tussen de vijfde en de achtste eeuw werd Ostia langzaam verlaten, omdat de stad in verval raakte. Het antieke Ostia werd nog wel gebruikt als vindplaats voor bouwmateriaal; marmeren platen, beeldhouwwerken en zuilen. In de negende eeuw stichtte paus Gregorius IV (827-844) het naar hem genoemde Gregoriopolis op de plaats van het huidige plaatsje Ostia Antica, ongeveer één kilometer ten oosten van het antieke Ostia. In de vijftiende eeuw werd hier een vestingtoren gebouwd, en onder paus Sixtus IV liet diens neef Giuliano della Rovere (de latere paus Julius II) door Baccio Pontelli het fort bouwen (1483-1486) dat nu nog te bezoeken is. Nadat schatzoekers het antieke Ostia in de achttiende eeuw geplunderd hadden, werd dat in 1801 door paus Pius VII verboden. Deze begon ook met de opgravingen. Omvangrijkere opgravingen en de eerste restauraties vonden plaats vanaf 1855 onder paus Pius IX. Deze liet ook in 1865 het museum oprichten in een veertiende-eeuws gebouwtje dat eerder als zoutopslag was gebruikt. Verdere restauraties en wetenschappelijke opgravingen begonnen in 1909 onder leiding van Dante Vaglieri. In de twintigste eeuw en vooral vanaf 1938 onder Mussolini vonden grootschalige opgravingen plaats. Inmiddels is ongeveer twee derde van de stad blootgelegd.
De haven van Ostia Zeeschepen roeiden tot ver in de vierde eeuw v.Chr. vaak de Tiber op om aan te leggen in de haven in Rome zelf, de Navalia. Vanaf ca. 300 v.Chr. echter werd de functie van zeehaven van Rome overgenomen door Ostia. Het was aanvankelijk niet alleen een handelshaven, maar ook een marinehaven blijkens het feit dat in 267 v.Chr. een speciale magistraat voor de vloot in Ostia werd gestationeerd. De lading van de zeeschepen werd in Ostia overgeslagen en met rivierschepen verder over de Tiber naar Rome getransporteerd. Oorspronkelijk waren er in Ostia alleen aanlegplaatsen aan de oevers van de Tiber. Grote zeeschepen konden daar echter niet komen en moesten voor de kust voor anker gaan om daar gelost te worden met kleine rivierschepen.
Onder keizer Claudius werd begonnen met de aanleg van een aparte zeehaven, aan de kust ca. drie kilometer ten noorden van Ostia. De aanleg van de Portus (‘haven’) duurde van 42 tot 64. Het was een min of meer ronde haven met een oppervlakte van ca. 80 hectare en een diepte van vier tot vijf meter. Er was ruimte voor ca. 250 schepen en de haven was door middel van twee kanalen verbonden met de Tiber. Pieren van honderden meters lang zorgden voor beschutting aan de zeekant, en op het einde van de linkerpier stond een vuurtoren van 50 m. hoog.
In de jaren 100-112 liet keizer Trajanus een nieuwe zeshoekige haven aanleggen achter de haven van Claudius, meer landinwaarts en beter beschut. Ieder van de zes zijden was ongeveer 358 m. lang en de haven had ruimte voor 350 à 400 schepen, die niet langszij aanlegden maar loodrecht op de kade. Trajanus liet de twee kanalen van de haven van Claudius vervangen door één groot kanaal, de Fossa Traiani. Langzamerhand ontstond er bij deze zeehavens een aparte stad, Portus Ostiae ('haven van Ostia'), met baden, een theater en tempels. In de tijd van keizer Constantijn de Grote kreeg deze stad de status van municipium en werd de naam veranderd in Portus Romae ('haven van Rome'). Op het eiland dat was ontstaan tussen de zee, de Tiber en het kanaal van Trajanus, in de Middeleeuwen Isola Sacra ('Het heilige eiland') genoemd, lag een grote begraafplaats (voor een deel blootgelegd en te bezoeken).
Vanaf Ostia en Portus werd de lading van de zeeschepen – vooral graan, maar ook allerlei andere producten – naar Rome vervoerd. Dit gebeurde soms over de weg, maar vooral over de Tiber. Voor het vervoer over de bochtige Tiber werd gebruikgemaakt van trekschuiten, die werden voortgetrokken door ossen vanaf een jaagpad langs de Tiber. De bestemming was het Emporium, het havenkwartier van Rome.
Bouwwerken in Ostia Stadsmuur en poorten In 63 v.Chr. werden stadsmuren aangelegd. Deze werden niet door Sulla aangelegd (zoals vaak te lezen is), maar de bouw werd door Cicero begonnen toen hij consul was in 63 v.Chr., en voltooid door P. Clodius Pulcher in 58 v.Chr.. De muur was ruim 2100 m. lang, en liep langs de oost-, de zuid- en de westkant van de stad. Aan de kant van de Tiber was de stad waarschijnlijk niet door een muur beschermd. Er waren drie stadspoorten in de muur, de Porta Romana, waar de Via Ostiensis in de richting van Rome begon, de Porta Laurentina, waarvandaan een weg naar de plaats Laurentum liep, en de Porta Marina, de poort aan de kant van de zee. In de muur bevonden zich enkele torens. In de keizertijd was de bescherming van de muur niet meer nodig en werden er gebouwen buiten de muur en zelfs op de muur gebouwd. In de tijd van Vespasianus werd de muur veranderd in een aquaduct. Er is nu nog maar heel weinig van over.
Het Forum Het rechthoekige forum van Ostia bevindt zich op de kruising van de twee hoofdstraten, de decumanus maximus en de cardo maximus, op de plaats waar zich oorspronkelijk het castrum bevond. Aan de zuidkant van het forum stond de tempel voor Roma en Augustus, die in de tijd van Tiberius (14-37 n.Chr.) was gebouwd. Fragmenten van de rijke versiering zijn bevestigd aan een moderne muur. In zijn bewaard gebleven vorm stamt het forum uit de tijd van Hadrianus. Oudere gebouwen werden gesloopt om ruimte te maken. Het rechthoekige plein was omgeven door een zuilengalerij. Aan de noordkant werd het Capitolium, de tempel voor de Capitolijnse trias, aangelegd. Dit meet 35 x 15,5 meter. Het staat op een enorm podium en is in zijn huidige toestand meer dan 17 m. hoog. Van de rijke marmeren versiering is nu niet veel meer over. Aan de westkant van het forum staan een basilica en de curia, het gebouw van de gemeenteraad.
Bedrijvigheid