Het Koninklijk kasteel van Blois (Frans: Château royal de Blois) ligt in de stad Blois in de Loire-streek langs de rivier de Loire, niet ver van Orléans, in het midden van Frankrijk in het departement Loir-et-Cher in de regio Centre-Val de Loire.

Het renaissancekasteel is het gehele jaar te bezoeken. 's Zomers wordt op de Place du Château 's avonds een lichtshow vertoond (Son et Lumière-show) over de geschiedenis van het kasteel.

Het kasteel is van oorsprong een 13e-eeuwse burcht van de graven van Blois (uit die periode bleef de zaal van de vergadering van de Staten-Generaal bewaard). Koning Lodewijk XII liet hier aan het einde van de 15e eeuw een nieuw kasteel oprichten in Italiaanse renaissancestijl, met (nu verdwenen) Napolitaanse tuinen. Koning Frans I vormde het kasteel in het begin van de 16e eeuw om tot een meesterwerk van Franse renaissancekunst, door een vleugel bij te bouwen met daarin de wereldberoemde open wenteltrap en de "gevel met de loges". Ook Hendrik III van Frankrijk heeft hier gewoond.

Het kasteel bestaat o.a. uit: Lodewijk XII-vleugel met het Musée des Beaux-Arts met 16e- en 17e-eeuwse schilderkunst. In het hoofdportaal staat het ruiterstandbeeld van Lodewijk XII Frans I-vleugel Karel van Orléans-galerij (15e eeuw) Salle d'Honneur op de eerste etage Statenzaal (vergaderruimte) Chapelle St-Calais (kapel) Gaston van Orléans-vleugel gebouwd door François Mansart Tour du Foix

Geschiedenis Middeleeuwen miniatuur|links|Karel de Kale maakte in 854 de aanval van de Vikingen mee Tijdens het tijdperk van Karel de Kale in 854 werd het Blisum castrum of kasteel van Blois, gelegen aan de oevers van de Loire, aangevallen door de Vikingen. De heropgebouwde vesting bevond zich in het hartje van de regio. De meesters waren de graven van Blois, machtige feodale heersers uit de 10e en 11e eeuw. Hun bezittingen strekten zich uit over de regio's Blois en Chartres en de Champagnestreek. De eerste vesting, meer bepaald de “grosse tour”, werd gebouwd door Thibaud de Bedrieger in de 10e eeuw. Rond 1080 toonde Thibaud III gerechtigheid in “de vesting van Blois, het hof, achter het paleis, bij de toren en op het bloemenperk gelegen tussen de stookkamers van het paleis”. Op het einde van de 12e eeuw werd op het voorplein de kapittelkerk Saint-Sauveur gebouwd. In de 13e eeuw werd het kasteel herbouwd door de Bourgondische familie Châtillon. De kroniekschrijver Jean Froissart beschreef het als “mooi en groot, sterk en royaal, een van de mooiste van het Franse koninkrijk”. De laatste nakomeling van de familie de Châtillon, de Gwijde II van Blois-Châtillon verkocht in 1392 Blois aan Lodewijk I van Orléans, broer van Karel VI. Hij werd er eigenaar van in 1397, toen Gwijde II van Blois stierf. Lodewijk I van Orléans werd in 1407 in Parijs vermoord in opdracht van Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië. Lodewijks weduwe, Valentina Visconti, ging in Blois wonen waar ze stierf, nadat ze in de muur van de kastelen het volgende gekerfd had:

In 1429 werd Jeanne d'Arc, voor haar vertrek naar het Beleg van Orléans, gezegend in de kapel van het kasteel door Renault de Chartres, aartsbisschop van Reims. De zoon van Lodewijk I van Orléans, Karel van Orléans, werd gevangengenomen door de Engelsen in de slag bij Agincourt. Bij zijn terugkeer in 1440 na zijn gijzeling van 25 jaar in Engeland, maakte hij van het kasteel van Blois een cultureel centrum: hij introduceerde er een poëziewedstrijd, waarin François Villon uitblonk met zijn Ballade du concours de Blois. Hij ging ook van start met de afbraak van verscheidene delen van het oude kasteel om het bewoonbaarder te maken. Van de vesting uit deze periode resteren in het hedendaagse kasteel nog enkel de 13e-eeuwse grote zaal en de cilindervormige/staafvormige Tour Du Foix.

Renaissance thumb|Lodewijk XII liet een vleugel bijbouwen Op 27 juni 1462 werd Lodewijk, zoon van Karel van Orléans, geboren in het kasteel van Blois. Hij werd koning van Frankrijk onder de naam Lodewijk XII. Het middeleeuwse kasteel van de graven van Blois werd de vaste koninklijke residentie van Lodewijk, waardoor het Kasteel van Amboise deze titel verloor. In het begin van de jaren 1500 (tussen 1498 en 1503), begon Lodewijk XII samen met Anna van Bretagne (zijn vrouw sinds 1499) aan een reconstructie van het kasteel in laatgotische stijl en aan een renaissancetuin, die ondertussen verdwenen is. De reconstructie was er een zonder verstevigingen, gebouwd onder leiding van de architecten Colin Biart en Jacques Sourdeau (die later ook werkten aan de bouw van de Frans I-vleugel). Ook bouwde Lodewijk XII de kapel van Saint-Calais. De kroniekschrijver Jean d’Auton zou later zeggen: “alles zo nieuw en weelderig als het werk van de koning”.

Als winterverblijf van Lodewijk XII werd het kasteel van Blois dé plaats voor een aantal diplomatieke ontmoetingen: het huwelijk van Cesare Borgia in 1499; het onthaal van aartshertog Filips van Oostenrijk in 1501; de bruiloft van Willem IX, markies van Montferrato, en Anne, de dochter van René van Alençon in 1508; de verloving van Margaretha van Angoulême met hertog Karel IV van Alençon in 1509; het verblijf van Machiavelli in 1501 en 1510. Anna van Bretagne stierf in het kasteel op 9 januari 1514. Haar begrafenisplechtigheid ging door in de collegiale kerk Saint-Sauveur, dicht bij het kasteel. Claude van Frankrijk, dochter van Lodewijk XII en Anna van Bretagne, huwde in 1514 met haar neef Frans I van Angoulême. Hij was de achterkleinzoon van Lodewijk van Orléans. Hij besteeg de troon in 1515. Claude van Frankrijk die eerst de bedoeling had om het kasteel van Blois te verlaten, renoveerde uiteindelijk het kasteel om het hof te installeren. Datzelfde jaar begon Frans I met de bouw van een nieuwe vleugel in renaissancestijl. Hij begon er een van de grootste boekencollecties van dat tijdperk. De werkzaamheden werden geleid door de Italiaanse architect Domenico da Cortona, die de monumentale trap ontwierp. Na de dood van zijn vrouw in het kasteel in 1524, werd de constructie echter gestopt. Frans I verliet het kasteel van Blois en vestigde zich in het kasteel van Fontainebleau, waar hij de indrukwekkende bibliotheek liet ombouwen tot de Nationale Bibliotheek. Desondanks werd Blois niet verwaarloosd, aangezien Claude van Frankrijk er zeven kinderen ter wereld bracht. Het kasteel werd tot aan Catharina de' Medici, een soort van vorstelijk ‘kinderdagverblijf’ waar de koninklijke kinderen werden opgevoed. Op 18 oktober 1534 deed zich in het kasteel de affaire van de Placards voor. In het geheim werden door aanhangers van de hervormde kerk pamfletten opgehangen (tot op de deur van de koning) waarin men zich verzette tegen het misgebeuren. Deze zaak kenmerkt het begin van de onderdrukking van het protestantisme in Frankrijk, na een periode van relatieve verdraagzaamheid.

Het was er altijd feest. Zo mocht Blois in 1539 keizer Karel verwelkomen en het was daar dat Pierre de Ronsard in april 1545 tijdens een bal Cassandre Salviati ontmoette, die hem aanzette tot Les Amours de Cassandre. Na zijn kroning deed Hendrik II, zoon van Frans I, zijn blijde intrede in Blois in augustus 1547, vergezeld van naakte vrouwen die zaten op runderen (dit zou een weergave kunnen zijn van de mythe van Zeus en Europa, die vele toeschouwers choqueerde). Het was in 1556 dat Catharina de' Medici de tragedie Sophonisbe opvoerde voor de koning. Dat is het eerste theaterstuk dat zich houdt aan de klassieke drie eenheden.

Het Kasteel van Blois bleef de hoofdverblijfplaats van de opvolgers van Hendrik II en in het bijzonder van Frans II en Karel IX. Frans II bracht er vooral de winter door met zijn vrouw Maria Stuart die daar werd opgevoed. In 1571 bracht admiraal Gaspard de Coligny de welwillendheid van Karel IX en zijn moeder. Een verdrag met Engeland werd in 1572 getekend en in april werd het verlovingsfeest van Hendrik van Navarra en Margaretha van Valois in de kapel gevierd.

In 1576 riep Hendrik III in Blois de Franse Staten-Generaal samen: deze samenkomst had plaats in een grote zaal die tegenwoordig ‘Statenzaal’ wordt genoemd. In 1588-1589 riep Hendrik III de Staten-Generaal er opnieuw samen. Op de kamer van Hendrik III, die zich op de tweede verdieping van het kasteel bevond, werd op 23 december 1588 zijn vijand, Hendrik I van Guise vermoord, in opdracht van Hendrik III zelf; de broer van de hertog, de kardinaal van Lotharingen, werd de volgende dag vermoord. Enige tijd later op 5 januari 1589, stierf koningin Catharina de' Medici in het kasteel van Blois.

Ancien régime thumb|Gaston van Orléans liet een galerij bouwen In 1589, 1598 en 1599 woonde Hendrik IV, de opvolger van Hendrik III, in het kasteel. In 1598 zorgde Hendrik IV voor verbouwingen aan het kasteel, die bekend zijn door de ontwerpen van Du Cerceau. Hij vroeg zelfs aan Arnaud de Saumery een grote, 200 meter lange galerij te bouwen die zich aan het einde van de tuin van Lodewijk XII zou bevinden. Deze projecten werden echter nooit voltooid en uiteindelijk stortten ze ineen in 1756. Na de dood van Hendrik IV in 1610 werd zijn weduwe Maria de' Medici naar het kasteel verbannen. In 1616 bewoonden Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk het kasteel en vervolgens nam Richelieu hier zijn intrek. Maria de' Medici liet door architect Salomon de Brosse een paviljoen bouwen in de noordwestelijke vleugel. Dit deed ze in 1617, tijdens haar verbanning door haar eigen zoon Lodewijk XIII. Sporen hiervan zijn te zien door een inscriptie in de fundamenten van de Gaston van Orléans-vleugel. Na twee jaar gevangenschap verdween de koningin-moeder in de nacht van 21 op 22 februari 1619, volgens de legende via een touwladder. Waarschijnlijker is, dat ze kon ontsnappen door gebruik te maken van de werken die bezig waren. Dit was de aanleiding tot een tijdelijke verzoening met haar zoon. In 1626 schonk Lodewijk XIII het graafschap Blois aan zijn broer Gaston van Orléans als een soort van huwelijkscadeau. Deze nam er zijn intrek in 1634. Gaston van Orléans voelde altijd een diepe affectie voor het kasteel en beweerde dat ‘de lucht van Blois helend is’. In 1635 deed men een nieuwe poging om het kasteel uit te breiden door een zijvleugel te laten bouwen door François Mansart, maar door financiële problemen werd het bouwproject in 1638 stopgezet. Gaston, die er niet langer, kon verblijven (de trap was nog niet gebouwd en de gastenvertrekken waren nog niet voorzien van een vloer) zag zich gedwongen de Frans I-vleugel te betrekken (deze vleugel zou worden afgebroken wanneer het project op zijn einde liep). De aanpassingen aan de koninklijke vertrekken dateren uit dit tijdperk. Gaston leefde er na de opstand (La Fronde), van 1652 tot 1653. Hij overleed er op 2 februari 1660. Daarna is het kasteel enige tijd verlaten geweest. Sinds Lodewijk XIV het kasteel had verlaten, is het niet meer bewoond geweest. In de 18e eeuw stond de koning het kasteel af aan voormalige bedienden die het interieur ervan in meerdere kleine woonvertrekken verdeelden. Rond 1720 dacht de regent er een tijdje over om het parlement in ballingschap onder te laten brengen in het kasteel. In 1788 werd er zelfs een project ter vernietiging van het kasteel opgestart wanneer het ministerie van Oorlog/Defensie voorstelt om er een regiment in te stationeren. Het zou het Régiment Royal-Comtois zijn, een cavalerieregiment, die het kasteel zou betrekken.

Heden thumb|Napoleon Bonaparte schonk het vervallen Kasteel aan Blois