thumb|Moai op Paaseiland miniatuur|Beeld van koning Taka-II, 2,4 meter hoog, foto uit 1910, Puamau vallei, Hiva Oa, Marquesaseilanden. Hotu Matu'a, 'groot ouder' van de Rapa Nui, kwam mogelijk van de Marquesaseilanden.

Paaseiland (Spaans: Isla de Pascua; Rapa Nui: Rapa Nui, grote rots) is een Polynesisch eiland in de Grote Oceaan. Staatkundig is het een provincie van Chili binnen de regio Valparaíso en een Chileens nationaal park. De Chileense gouverneur van het eiland is Tarita Alarcón Rapu. De hoofdstad van Paaseiland is Hanga Roa. Het eiland is vooral bekend door de honderden Moai (paaseilandbeelden) die er te vinden zijn.

Het eiland is met 163,6 vierkante kilometer ongeveer even groot als het Nederlandse waddeneiland Texel (170 km²). Er wonen mensen (). Het is een van de meest geïsoleerde eilanden ter wereld: het dichtstbijzijnde bewoonde eiland, Pitcairn, ligt er 2075 km van verwijderd. Het dichtstbijzijnde onbewoond eiland, Salas y Gómez (Manu Motu Motiro Hiva), ligt oostelijk op 391 km afstand.

Het gehele eiland staat sinds 1995 op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Namen De naam Paaseiland ("Paasch-Eyland") werd gegeven door Jacob Roggeveen, die op paaszondag, 5 april 1722, met drie schepen het eiland aandeed.

Rapa Nui betekent in het Polynesisch letterlijk de Grote Rots (rapa: rots, nui: groot). Het eiland werd sinds ongeveer 1863 zo genoemd door zeelieden uit Tahiti., 1993. The Naming of Rapanui, Easter Island Studies: Contributions to the History of Rapanui in Memory of William T. Mulloy. Oxbow Monograph 32, Oxford, p. 63-66. De aanduiding wordt tegenwoordig door de inwoners gebruikt voor zowel het eiland zelf, hun taal, als om hun eigen volk (Rapa Nui) aan te duiden.

Een andere inheemse naam voor het eiland is 'Mata ki te rani' of 'Ogen die naar de hemel kijken' (mata: ogen, ki: die, te: kijken, rani: hemel). Deze benaming slaat op de voorouderbeelden of moai met de merkwaardige oogkassen die inderdaad schuin naar de hemel zijn gericht. Een andere naam die de oorspronkelijke bewoners aan hun eiland gaven was Te pito o te henua, wat 'De navel van de wereld' betekent. Volgens een aantal legenden zou de eerste naam van het eiland 'Te pito o te kainga a Hau Maka' zijn geweest, wat staat voor 'Het kleine stukje land van Hau Maka'.

Geschiedenis Hotu Matu'a Mondelinge overlevering van de oorspronkelijke bewoners geeft aan dat een opperhoofd Hotu Matu'a (groot ouder) met zijn vrouw en familie in twee kano's bij Anakena op het eiland arriveerde. Er wordt verondersteld dat zij Polynesisch waren. Hotu Matu'a was leider van de Hanau Momoko en kwam, volgens Thomas Bartel die de mondelinge overleveringen uitputtend bestudeerde, met gevangengenomen Hanau Eepe als werkploeg naar Paaseiland, twee maanden nadat het eiland al door zijn broer Machaa was gekoloniseerd. Volgens Heyerdahl betekende Hanau Momoko 'lange oren' en Hanau Eepe 'korte oren' en waren de eersten 'Amerindianen' (indianen uit Amerika) en de laatsten Polynesiërs. De Hanau Momoko zouden volgens een door Heyerdahl geselecteerd verhaal, op een na, zijn uitgeroeid door de Hanau Eepe in de 'slag van de Poike greppel'. Volgens Sebastian Englert verwees de benaming niet naar 'de lengte van oren', maar waren de Hanau Momoko, breed, sterk, corpulent, de bovenlaag en de tengere Hanau Eepe de onderlaag van de samenleving. In Polynesië werden lichaamslengte en omvang geassocieerd met leiderschap en mana (spiritualiteit of geestkracht).

Volgens de traditie zouden er zevenenvijftig generaties van koningen sinds Hotu Matu'a zijn geweest, wat met een gemiddelde van 25 jaar per generatie, neerkomt op ca. 450 n. Chr. De koninklijke Miru stam kwam uit de regio Anakena.

Hotu Matu'a kwam van het eiland Hiva of Arae Renga, mogelijk van de Marquesaseilanden, op een afstand van 3641 km. Nuku Hiva, Fatu Hiva en Hiva Oa maken deel uit van de MarquesaseilandenThe enigmas of Easter Island, p.40,42,76, maar de eilanden zouden zelf pas rond 1200 n. Chr.https://www.science.org/doi/10.1126/science.1121879 door Polynesiërs zijn gekoloniseerd. Ook worden Mangareva van de Gambiereilanden, Rapa Iti (kleine rots, op een afstand van 3432 km) en Tuamotus als mogelijke eilanden van herkomst genoemd. Mangareva werd mogelijk al rond 800 n. Chr. door Polynesiërs gekoloniseerd. De marae (schrijnen voor vooroudergoden en socio-religieuze centra) van Mangareva lijken het meest op die van Paaseiland en dat suggereert een verband of gemeenschappelijke herkomst. Volgens de legende kon Hotu Matu'a lezen en schrijven en bracht hij 67 tabletten met rongorongo-schrift naar Paaseiland mee. Hij zou planten hebben meegebracht. De kolonisten zouden de eerste drie maanden niets anders te eten hebben gehad dan vissen, schildpadden, varens en fruit, waaronder de noten van sandelhout, dat er tegenwoordig niet meer voorkomt. Ongetwijfeld waren ze aangewezen op de natuurlijke hulpbronnen van het eiland: vissen, vogels en schaaldieren. Mogelijk werden er honden en varkens meegebracht, maar die diersoorten overleefden het niet. De kippen wisten wel te floreren, net als de 'eetbare' Polynesische ratten, die meegenomen waren. Ooit kan het eiland de rijkste zeevogelpopulatie in de wereld hebben gehad.The enigmas of Easter Island, p.88 Ontsnapte ratten overvielen de vogelnesten en roeiden zo massaal de vogelpopulatie uit. Volgens de mondelinge overlevering bracht Hotu Matu'a ook de verering van de scheppergod Makemake mee.The enigmas of Easter Island, p.181,183

Er is onzekerheid over de nauwkeurigheid van deze legende. In de literatuur wordt de eerste vestiging aangegeven tussen 300-400 n.Chr. en 700-800 n.Chr. Maar over deze vroege dateringen is geen consensus. Een proefmonster van totora-riet in een graf bij Ahu Tepeu I werd met radiokoolstofdatering vastgesteld op 318 n. Chr, maar een proefmonster van een bot uit hetzelfde graf gaf 1629. Daarom is de vroegste, betrouwbare radiokoolstofdatering van 680 n. Chr (plus of minus 130 jaar) van de eerste bouwfase van Ahu Tahai, enkele kilometers ten zuiden van Tepeu. Toch waren deze platformen reeds groot en gestileerd en kwamen de eerste kolonisten waarschijnlijk lang voor die tijd, ergens in de eerste eeuwen n. Chr. De vroegste datum voor een huis kwam van houtskool van de Thespesia popolnea van een rechthoekig gebouw dat op Rano Kau was opgegraven, 770 n. Chr. (±239 jaar).The enigmas of Easter Island, p.77 Waarschijnlijk vond de belangrijkste kolonisatie plaats rond het jaar 1250., 2007. Rethinking Easter Island’s ecological catastrophe. Journal of Archaeological Science 34: 485-502. full text

Neergang (1500-1722) Er zijn ten minste vijf verklaringen waardoor de bevolking van Paaseiland grotendeels verdween:The enigmas of Easter Island, p.195-204 Isolement Volgens Jo Anne van Tilburg kwam de culturele neergang door het aanhoudend isolement, mogelijk duizend jaar lang. De theorie is moeilijk te testen en er is vooralsnog geen echt bewijs voor. Klimaatverandering Volgens Grant McCall en anderen was een grote droogte of serie droogten verantwoordelijk voor mislukte oogsten, waar honger en oorlog de gevolgen van waren. De periode van 1400-1900 staat bekend als de 'Kleine IJstijd' en droogten kunnen toen extra zwaar zijn opgetreden. Maar de data komen niet helemaal overeen: 1400 was juist de tijd dat de beschaving op Paaseiland zijn meest bloeiende fase in ging. Klimaatverandering zou heel goed een culturele ineenstorting kunnen hebben veroorzaakt. Er is alleen (nog) geen goed onafhankelijk bewijs voor grote droogten in het vereiste tijdskader. Er kunnen zich droogten hebben voorgedaan, maar de onderliggende, fundamentele oorzaak zou ontbossing wegens bevolkingstoename kunnen zijn geweest. Europees contact Een verstoring zou hebben kunnen optreden door Europees contact vóór 1722. Er voeren mogelijk al twee eeuwen veel schepen (voornamelijk Spaanse) over de wateren van de Grote Oceaan. Dergelijk contact kan rampzalig zijn geweest voor de bevolking. Ecologische ramp Door de biologische hulpbronnen zoals hout, schaaldieren en vogels te 'plunderen' kan een ecologische ramp zijn ontstaan. Er is een mogelijk verband tussen het verdwijnen van bossen en de neergang van de beschaving op Paaseiland. Het dateren van de pollen van Ranau Kau toont aan dat de ontbossing voorafging aan het instorten van de cultuur. Bossen werden gekapt om gewassen te telen. Daardoor kon de bevolking groeien, maar de grond erodeerde en de vruchtbaarheid van de grond daalde. Daardoor moest er steeds meer grond worden vrijgemaakt. Ook werden bomen en struiken gekapt om kano's te bouwen, vuren aan te leggen, huizen te bouwen en voor hout en touw, wat nodig was om beelden te transporteren en op te richten. Palmen werden niet behouden, mede door ratten, die zich waarschijnlijk razendsnel voortplantten. De zeevogels werden overbejaagd en ook ratten kunnen de eieren hebben opgegeten. De overvloed aan natuurlijke hulpbronnen kan eerst voor een snelle bevolkingsgroei hebben gezorgd, maar dat leidde tot ruzie, zelfs oorlog over het beschikbare land. Zonder hout en touw werd het zinloos om nog beelden te maken. Toen bleek dat de staatsreligie niet in staat was aan de behoeften van het volk tegemoet te komen, kan dit geleid hebben tot het verlaten van dit geloof. Zonder adequate kano's werden de mogelijkheden van de visserij ingeperkt. Het resultaat kan hongersnood geweest zijn, oorlog, en de ineenstorting van de hele economie met als gevolg een drastische bevolkingsafname. Ook op Tikopia nam de vogelpopulatie af en kwam ontbossing voor. Het eten van vlees werd afgeschaft en de bevolkingsaanwas werd gecontroleerd, waardoor de bevolking en hun cultuur het wel overleefden. Ziektes Voor de bevolking van Paaseiland waren veel ziektes onbekend. De situatie is vergelijkbaar met de invloed van ziektes op de inheemse bevolking van het Amerikaanse continent na de komst van de Europeanen. Toen in 1877 de pokkenepidemie op Paaseiland voorbij was, waren er nog 110 inwoners op het eiland over. De Nederlandse historicus Rutger Bregman wijst erop dat er vermoedelijk veel minder inwoners op Paaseiland leefden dan vaak wordt aangenomen. Hij betwist of er ooit sprake is geweest van oorlog of veldslagen.

Roggeveen Al twee eeuwen voor de ontdekking van het eiland voor de westerse wereld waren er al veel schepen (voornamelijk Spaanse) in de Grote Oceaan. Spaanse archieven zouden misschien bewijs van eerder contact kunnen leveren.The enigmas of Easter Island, p.198 De piraat Edward Davis heeft het eiland mogelijk in 1687 gezien, maar niet bezocht.

Het eerste vastgelegde Europese contact met Paaseiland vond plaats toen de Hollandse ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen er op 5 april 1722 landde in wat nu La Pérouse Bay heet. Ze kregen van de bewoners zestig kippen en dertig trossen bananen. Roggeveen trof er twee- tot drieduizend bewoners aan. De mensen toonden geen angst; een teken dat ze wellicht eerder met Europeanen in aanraking waren gekomen. Volgens Roggeveen was de bevolking goed geproportioneerd, over het algemeen lang, gespierd en bestond het uit uitstekende zwemmers. Velen hadden verlengde en geperforeerde oorlellen en zowel de mannen als vrouwen waren zwaar getatoeëerd. Ook hadden de bewoners erg sterke tanden waarmee zelfs oudere mannen grote, harde noten wisten te kraken. De Hollanders beschreven als eerste de hare paenga, de ellipsvormige huizen: 'gebouwd van een soort stro, die eruitzien als bijenkorven of als een omgekeerde Groenlandse sloep'. Het concept van huizen in de vorm van een boot is wijdverspreid in Polynesië, zelfs tot in Zuidoost-Azië. De ingang van de huizen lag aan de zeezijde. La Pérouse vermeldde een huis van 100 meter lang, maar de gemiddelde huizen waren 12 tot 14 meter lang en 2 meter breed.