Parijs (Frans: Paris, [paʁi]) is de hoofdstad en regeringszetel van Frankrijk. De stad ligt noordelijk, in de regio Île-de-France, en wordt doorsneden door de rivier de Seine. De stad Parijs telde op inwoners, zonder de banlieues – het geheel van de voorsteden en forensensteden. In de hele agglomeratie (Métropole du Grand Paris) woonden anno 2021 10,9 miljoen mensen. In het sterk gecentraliseerde Frankrijk is Parijs het politieke, economische en culturele centrum en het geldt als een van 's werelds modehoofdsteden.

Er zijn oudere bewoningssporen, maar de oudst bekende nederzettingen dateren van het begin van de christelijke jaartelling en lagen aan de oever van de Seine. Ook het Île de la Cité werd daarna al snel bebouwd. Parijs en de Banlieues hebben in hun groei vele ooit zelfstandige dorpen geabsorbeerd. In Europa was Parijs al vroeg een centrum van cultuur, waar vele vele handelsroutes samenkwamen. Al in de tiende eeuw, toen de Notre Dame en een aantal abdijen werden gebouwd, was Parijs een van de belangrijkste steden van Frankrijk, en daarnaast een belangrijke plaats voor het christendom. Sinds de dertiende eeuw nemen onderwijs, kunst en recreatie er een centrale plaats in. Zo behoorde de (na 1970 opgesplitste) Universiteit van Parijs met die van Bologna en Oxford tot de belangrijkste onderwijsinstellingen in de middeleeuwen. De universiteit geldt als een van de meest prestigieuze ter wereld. Deze ontwikkeling is mede het gevolg van de eeuwenlang centralistische politiek, die grote betekenis aan de hoofdstad toekende. Sinds de jaren 1960 vindt enige decentralisatie en deconcentratie plaats, waardoor er iets meer evenwicht binnen de landsgrenzen is ontstaan.

In de tweede helft van de negentiende eeuw vonden grootschalige stedenbouwkundige ingrepen in de stad plaats onder leiding van Georges-Eugène Haussmann. Deze liet ruime pleinen, brede boulevards en parken aanleggen, zoals de bekende Champs-Élysées. Een groot deel van de bebouwing werd vervangen door statige, maar uniforme appartementengebouwen in gele kalksteen met doorlopende balkons en zinken daken, die de stad haar kenmerkende uiterlijk hebben bezorgd. De stad is internationaal georiënteerd en trekt jaarlijks grote aantallen toeristen. Sinds 1991 staan de oevers van de Parijse Seine op de Werelderfgoedlijst.

Etymologie De naam Parijs is een verkorting van de Latijnse omschrijving Civitas Parisiorum, 'Stad van de Parisii', een Gallische stam.Mémoires de la Société nationale des antiquaires de France - 1875 - Ammien Marcelin nomme Lutèce sous le nom de Parisii à la fin du IVe siècle [archive] Deze naam verdrong de oudere Latijnse benaming Lutetia. Over de herkomst van de naam Parisii bestaat geen zekerheid.De naam van de Parisii zit eveneens in de plaatsnamen Villeparisis, Cormeilles-en-Parisis, Fontenay-en-Parisis en de hele streek Parisis.

Bijnamen Parijzenaars duiden de stad soms informeel aan met Paname. Deze bijnaam ontstond aan het begin van de 20e eeuw toen de panamahoed in de hoofdstad in de mode was gekomen. Deze was meegebracht door Franse arbeiders die aan het Panamakanaal hadden gewerkt. Léo Ferré bezong in 1960 zijn liefde voor de stad in het lied Paname. Bij velen staat de stad bekend als de 'lichtstad' (la ville lumière) of de 'stad van de liefde'.

Hoewel de officiële Franse benaming Parisiens/Parisiennes is, worden Parijzenaren door met name Zuid-Fransen soms neerbuigend Parigots/Parigotes genoemd.

Geschiedenis

Prehistorie/Oudheid Naar alle waarschijnlijkheid was het gebied waar het huidige Parijs ligt al gedurende het Neolithicum bewoond. Er zijn sporen gevonden uit de Chasseen-periode (4000 - 3800 v.Chr.) van bewoning in het gebied waar nu het Quartier Latin ligt, op de linkeroever van de Seine.INA ina.fr Ook zijn er circa 2400 jaar oude resten teruggevonden van het zogeheten 'dorp van Bercy' op de plek waar nu Parijs ligt. Deze en andere archeologische vondsten zijn te bezichtigen in het Musée Carnavalet.

miniatuur|links|Caldarium van de Romeinse termen van Cluny

Julius Caesar veroverde in 52 v.Chr., ondanks de tegenstand van Vercingetorix, de nederzetting van de Parisii, waaraan hij de naam Lutetia Parisiorum gaf. De plaats was strategisch van belang omdat er handelsroutes langs voerden. Waar de Gallische nederzetting Lutetia zich bevond is niet zeker. Volgens archeologische opgravingen zou dit niet in Parijs zijn, maar bij Nanterre.

In de 1e eeuw na Chr. is op de linkeroever van de Seine een nieuwe Romeinse stad gebouwd volgens het schaakbordpatroon, die eveneens Lutetia Parisiorum werd genoemd. Deze lag op de plek van het huidige 5e arrondissement en telde vijf- à zesduizend inwoners. Het was daarmee een middelgrote Gallische stad, kleiner dan bijvoorbeeld Lugdunum, het huidige Lyon (in de 2e eeuw waarschijnlijk 50-80.000 inwoners). Romeins Parijs breidde later uit naar het Île de la Cité, het eiland in de Seine, dat met houten bruggen verbonden was met beide oevers. De Romeinse stad Parijs bezat thermen en een amfitheater.

Volgens de overlevering werd Lutetia in de 3e eeuw door Dionysius van Parijs gekerstend. Dionysius werd de eerste bisschop van Parijs maar stierf tijdens een christenvervolging als martelaar. De plaats waar hij werd onthoofd werd daarna Mons Martyrum (Martelaarsheuvel) genoemd, het latere Montmartre. Tegen het einde van de 4e eeuw was het Romeinse Rijk in verval en begon de tijd van de Grote Volksverhuizing. Lutetia werd onder andere in 451 aangevallen door Attila de Hun, waarbij veel bewoners zich op het versterkte île de la Cité hadden verschanst. Volgens de overlevering weerstonden de Parisii en het meisje Geneviève (Genoveva van Parijs, de latere patroonheilige van de stad) de aanvallen van de Hunnen, die toen afdropen naar Orléans.

Middeleeuwen Koning Clovis I stichtte het Frankische Rijk door grote gebieden te veroveren, deels overeenkomend met het huidige Frankrijk. Rond 508 maakte hij van Parijs de hoofdstad. In de 8e eeuw werd de eerste kerk op de rechteroever van de Seine gebouwd, de Église Saint-Gervais-Saint-Protais. De eerste plunderingen door de Vikingen vonden plaats in 845. Er volgden meer plunderingen maar in 885 wisten de Parijzenaren te voorkomen dat de Vikingen verder konden oprukken via de Seine. Pas in 911 zou een einde komen aan de plunderingen door het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte.

Frankrijk werd vanaf 987 door leden van het huis Capet geregeerd, die aanvankelijk als verblijfplaats Orléans boven Parijs verkozen. De rechteroever van de Seine, die tot dan toe moerassig was, werd vanaf de 10e eeuw drooggelegd, waardoor de stad zich in noordelijke richting kon uitbreiden. Parijs werd in de loop van de 11e eeuw steeds meer het centrum van de koninklijke macht. Lodewijk VI was de eerste koning die zich definitief in Parijs vestigde. Filips II bouwde vanaf 1190 de eerste stadsmuur van Parijs, bekend geworden als de Omwalling van Filips II Augustus. Hij was tevens de bouwheer van het Louvre. In deze periode werd Parijs ook steeds meer een internationaal handelscentrum, onder meer dankzij de jaarmarkt in het nabijgelegen Saint-Denis. In 1137 werd de markt Les Halles geopend. In 1150 werd een school opgericht die later zou uitgroeien tot de Universiteit van Parijs.

Paus Alexander III en koning Lodewijk VII legden in 1163 gezamenlijk de eerste steen van de Notre-Dame van Parijs. Onder Lodewijk IX (1214-1270) werd steeds meer handel gedreven met de Hanze. In deze periode werden, naast de burgemeesters en schepenen, de eerste provoosten aangesteld, meestal de deken van het koopliedengilde, waardoor er een dubbel machtssysteem ontstond. Door de bloeiende handel werd Parijs steeds belangrijker. Het inwonertal groeide in de loop van de 14e eeuw tot 200.000, waarmee Parijs groter was dan Londen. Population of London. gearchiveerd Door pestuitbraken, onder andere in 1328, nam de bevolking weer een tijdlang af. Koning Karel V en zijn opvolger Karel VI brachten door de bouw van de zogenaamde Omwalling van Karel V het huidige 3e en 4e arrondissement binnen de stadsmuren. De omwalling strekte zich op de rechter Seine-oever uit van de Pont Royal tot aan de Porte Saint-Denis.

Tijdens de Honderdjarige Oorlog werd de stad ingenomen door de Bourgondiërs, die toen aan de kant van de Engelsen stonden. Toen de Franse Koning Jan II in 1358 door de Engelsen gevangen werd genomen brak een boerenopstand uit, de Jacquerie. De provoost Étienne Marcel maakte van de ontevredenheid onder het volk gebruik om zelf meer macht te krijgen, onder andere door zijn Grote Verordening van 1357 en de door hem uitgelokte Jacquerie van 22 februari 1358, hetgeen hij met de dood moest bekopen. In 1407 brak als reactie op de executie van Lodewijk I een burgeroorlog uit tussen de Armagnacs en Bourguignons, een strijd die tot 1420 zou duren.

Parijs werd vanaf 1420 door de Engelsen bezet. Het lukte Jeanne d'Arc in 1429 niet Parijs van de Engelsen te bevrijden. Karel VII en zijn zoon Lodewijk XI verbleven nauwelijks meer in Parijs omdat het een gevaarlijke stad was geworden. Daarvoor in de plaats kozen ze het Loiredal als voornaamste verblijfplaats. Het einde van de Engelse bezetting leidde tot een verhoogde bouwactiviteit, waarbij onder andere de Pont Neuf en de Jardin du Luxembourg tot stand kwamen. De bevolking van Parijs nam tussen 1422 en 1500 weer toe van 100.000 naar 150.000.

Renaissance en Verlichting Koning Frans I vestigde zich in 1528 in Parijs en bepaalde dat er voortaan moest worden onderwezen in de exacte wetenschappen en het humanisme. Hij richtte hiervoor in 1530 het Collège de France op. In 1533 werd begonnen met de bouw van het nieuwe Stadhuis van Parijs in renaissancestijl. In de 16e eeuw steeg het aantal inwoners naar 280.000, waarmee Parijs de grootste christelijke stad ter wereld was.

miniatuur|links|Parijs in 1618

De Bartholomeusnacht vond plaats op 24 augustus 1572 onder koning Karel IX en was een bloederig dieptepunt in de Hugenotenoorlogen. Tijdens de Dag van de Barricaden van 1588 kwam de Katholieke Liga tegen Hendrik III in opstand. Deze vluchtte maar werd vermoord. (1996): Histoire et dictionnaire de Paris, pp. 62-64. Éd. Robert Laffont. Hendrik IV werd in 1594, nadat hij zich had bekeerd tot het katholicisme, de nieuwe koning.

Een nieuwe Dag van de Barricaden, in 1648, luidde het begin van La Fronde in, een periode die werd gekenmerkt door een economische crisis en wantrouwen jegens de koning.Fierro (1996), op.cit., pp. 68-73.

Lodewijk XIV koos in 1677 Versailles als residentie. Vijf jaar later verhuisde ook de regering hiernaartoe. Jean-Baptiste Colbert nam het bestuur van Parijs op zich. Tijdens zijn regeerperiode bezocht Lodewijk XIV Parijs slechts 24 keer, wat zijn vijandigheid jegens de Parijse bevolking tekent.Fierro (1996), op.cit., pp. 74-78. Ondanks een sterftecijfer dat hoger was dan het geboortecijfer, groeide de Parijse bevolking door massale migratie vanaf het platteland in deze tijd toch naar 400.000.

Regent Filips van Orléans ruilde in 1715 Versailles in voor het Palais-Royal in hartje Parijs. De jonge Lodewijk XV vestigde zich aanvankelijk in het Tuilerieënpaleis, om later alsnog terug te keren naar het kasteel van Versailles.Fierro (1996), op.cit., pp. 78-81. In die tijd vormde de Jardin du Luxembourg de oostelijke begrenzing van de stad. Louis XV besloot in 1749 de huidige Place de la Concorde in te richten, en in 1752 richtte hij een militaire opleiding op. (1997): Paris, 2000 ans d'histoire, pp. 195-196. Éd. Fayard, Parijs. Hij besloot in 1754 ook tot de bouw van een kerk, die later bekend is geworden als het Panthéon.Favier (1997), op.cit., pp. 492-493.

Tijdens de Verlichting was Parijs een geliefde plaats voor literaire salons. De bekendste salon uit die tijd was die van Marie-Thérèse Rodet Geoffrin. Er was in dezelfde periode sprake van een sterke economische en demografische groei, waardoor Parijs aan de vooravond van de Franse Revolutie al 640.000 inwoners had. Notice communale op cassini.ehess.fr.